Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:5617

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
03-08-2017
Datum publicatie
14-08-2017
Zaaknummer
13/684590-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

tussentijdse toetsing ISD-maatregel. Voortzetting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Parketnummer: 13/684590-14

Datum uitspraak: 27 juli 2017

op tegenspraak

BESCHIKKING

Op het verzoekschrift strekkende tot beoordeling van de noodzakelijkheid van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van 27 januari 2015 van de rechtbank Amsterdam opgelegde maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) voor de duur van 2 jaren aan:

[veroordeelde] (hierna: veroordeelde of betrokkene),

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres] ,

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [vestiging P.I.] .

De procesgang

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken in de zaak met bovenvermeld parketnummer, waaronder:

  • -

    het verzoekschrift tussentijdse beoordeling voortzetting tenuitvoerlegging ISD-maatregel ex artikel 38s Wetboek van Strafrecht van 28 april 2017, ingediend door mr. J.F. van der Brugge;

  • -

    het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 27 januari 2015;

  • -

    een voortgangsverslag toezicht en advies van 3 juli 2017, opgemaakt door [naam rapporteur] , Senior Casemanager ISD bij de Penitentiaire Inrichting (hierna: P.I.) [vestiging P.I.] .

De rechtbank heeft op 13 juli 2017 de officier van justitie, veroordeelde, diens raadsman,

mr. J.F. van der Brugge, advocaat te Amsterdam, alsmede de deskundige [naam rapporteur] in openbare raadkamer gehoord.

De beoordeling

Het verloop van het ISD-traject

Uit voornoemd voortgangsverslag van 3 juli 2017 blijkt, zakelijk weergegeven, onder meer het volgende:

De ISD-maatregel is gestart op 22 december 2015 en de einddatum van de detentie is vooralsnog vastgesteld op 21 december 2017. Veroordeelde is op 11 januari 2016 binnengekomen in de Penitentiaire Inrichting “ [vestiging P.I.] ”. Op 23 februari 2016 heeft zijn trajectbepaling plaatsgevonden, waarna de volgende acties zijn ondernomen:

- op 2 maart 2016 heeft een intakegesprek plaatsgevonden voor de start module middelen en verslaving;

- op 17 juni 2016 is de controle verlofadres in verband met het opstarten van netwerkverloven aangevraagd;

- op 21 juni 2016 is veroordeelde gestart met zijn dagbesteding bij [instelling 1] te Almere;

- op 19 juli 2017 is het incidenteel verlof opgestart, veroordeelde mag wekelijks met verlof naar zijn familie;

- op 27 oktober 2016 heeft een intakegesprek plaatsgevonden bij [instelling 2] te Amsterdam in verband met aanmelding bij [instelling 3] , betrokkene komt in aanmerking voor 24-uurs psychiatrie Beschermd Wonen;

- op 15 december 2016 is er een intake geweest bij dagbesteding [instelling 4] , te Amsterdam, waar betrokkene op woensdagen de training module middelen en verslaving volgt;

- op 3 maart 2017 heeft veroordeelde tijdens zijn weekendverlof een terugval in drugsgebruik gehad, zijn netwerk trekt om die reden zijn verlofadres in;

- op 7 mei 2017 heeft veroordeelde een rapport opgelopen vanwege het niet tijdig terugkeren van zijn verlof naar zijn vriendin in de [naam PI] ;

- op 28 juni 2017 heeft veroordeelde de training module middelen met goed gevolg afgerond;

- op 30 juni 2017 heeft een intakegesprek plaatsgevonden bij beschermd wonen [instelling 3] , locatie [locatie instelling 3] , te Amsterdam.

Het gedrag van veroordeelde naar personeel en medebewoners toe is goed. Hij is over het algemeen correct en beleefd. Veroordeelde moest na zijn tweede terugval in drugsgebruik en onenigheid met zijn zus die het verlofadres heeft ingetrokken, de motivatie vinden om de verleiding van drugs te weerstaan. Het opstandige gedrag dat gepaard ging met de terugval, is verminderd en veroordeelde is weer socialer en vriendelijker in contact. Veroordeelde gaat drie keer in de week op eigen gelegenheid naar zijn dagbesteding bij [instelling 4] in Amsterdam. Men is daar erg tevreden over zijn inzet.

Geadviseerd wordt om de ISD-maatregel voort te zetten.

De deskundige [naam rapporteur] heeft voornoemd advies in openbare raadkamer toegelicht en heeft voorts verklaard dat als de ISD-maatregel thans wordt opgeheven het risico op terugval in oude patronen en het plegen van strafbare feiten groot is. Veroordeelde zal bij beëindiging van de ISD-maatregel geen onderdak hebben. Zijn plek bij [instelling 3] , waarvoor betrokkene op de wachtlijst staat, betreft een plaatsing in het kader van de extramurale fase van de ISD-maatregel. Ook het thans ingezette en voor de extramurale fase geïndiceerde hulpverleningstraject bij Fact team GGZ op het gebied van verslaving, delictgedrag en eventuele financiële ondersteuning zal stoppen indien de ISD-maatregel word beëindigd. Begeleid wonen en andere hulpverlening kan ook plaatsvinden in een ander kader dan die van de ISD-maatregel, maar een beëindiging daarvoor betekent dat één en ander weer opnieuw moet worden aangevraagd. Veroordeelde raakt dan bijvoorbeeld zijn plek op de wachtlijst voor een woning in [instelling 3] kwijt.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel dient te worden voortgezet. De officier van justitie acht het verzoek tot opheffing van de ISD-maatregel onvoldoende deugdelijk onderbouwd. Daarnaast heeft veroordeelde zelf aangegeven bij [instelling 3] te willen worden geplaatst en dat hij begrijpt dat hij hulpverlening nodig heeft. Beëindiging van de ISD-maatregel zal betekenen dat veroordeelde op straat komt te staan. Veroordeelde kan zelfs in de P.I. niet abstinent van cocaïne blijven en de extramurale fase is nog niet eens opgestart. Voortduring van de ISD-maatregel is dan ook noodzakelijk ter beveiliging van de maatschappij en de beëindiging van de recidive van veroordeelde. Niet vreemd is dat, gelet op de ernst van het misdrijf, bij de behandeling ook een latere veroordeling voor poging zware mishandeling is meegenomen, aldus de officier van justitie.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft in openbare raadkamer opgemerkt dat het verzoek van tussentijdse toetsing en beëindiging van de ISD-maatregel is gestoeld op het feit dat er geen voortgang in het traject zit. Veroordeelde bevindt zich nog steeds in de intramurale fase, terwijl de ISD-maatregel zal eindigen op 21 december 2017. Volgens de raadsman worden er in het ISD-traject grote beloftes gedaan, maar leert de praktijk dat daar bitter weinig van terecht komt. Daarnaast is het zorgelijk dat niet het feit waarvoor veroordeelde de ISD-maatregel heeft opgelegd gekregen de insteek is geweest, maar een steekpartij waarvoor hij nadien is veroordeeld. Veroordeelde erkent dat hij begeleiding nodig heeft, maar niet staat vast dat dit in het kader van de ISD-maatregel dient plaats te vinden.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank dient in het kader van de onderhavige procedure te beoordelen of voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel noodzakelijk is. In artikel 38m lid 2 van het Wetboek van Strafrecht is bepaald dat de ISD-maatregel strekt tot beveiliging van de maatschappij en de beëindiging van de recidive van verdachte.

Op grond van de hierboven genoemde stukken en het verhandelde in openbare raadkamer kan worden vastgesteld dat het traject van veroordeelde tot op heden overwegend positief is verlopen en het traject tijdig en voortvarend genoeg is opgestart. Binnen de ISD-maatregel krijgt veroordeelde hulp en begeleiding bij het vinden van een woning, de behandeling van zijn verslaving en het vinden van dagbesteding. Voornoemde trajecten zijn (deels) al enige maanden geleden gestart en hoewel veroordeelde op de goede weg is, is het op dit moment te vroeg om te bepalen of veroordeelde in staat is zelfstandig, zonder de structuur en steun die hem vanuit de ISD-maatregel worden geboden, de positieve ontwikkeling die hij doormaakt in stand te houden.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de voortzetting van de maatregel noodzakelijk.

De beslissing

De rechtbank bepaalt dat de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel wordt voortgezet.

Deze beschikking is gegeven door

mr. R.A. Overbosch, voorzitter,

mrs. L.R. Wisse en L. Dolfing, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D.N. van Rappard griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 27 juli 2017.