Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:5519

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
28-07-2017
Datum publicatie
01-08-2017
Zaaknummer
630069 / KG ZA 17-606
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Nu er door het gerechtshof Amsterdam een eindarrest is gewezen in een van de Yukos-zaken is ABN AMRO verplicht het saldo van USD 240.000.000 dat op een bankrekening staat ten name van Yukos International UK B.V. aan die vennootschap uit te keren. ABN AMRO heeft hieraan ten onrechte aanvullende voorwaarden gesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RF 2017/85
JONDR 2017/1171
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/630069 / KG ZA 17-606 PS/MV

Vonnis in kort geding van 28 juli 2017

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

YUKOS INTERNATIONAL UK B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres bij dagvaarding van 9 juni 2017,

advocaten mrs. T.L. Claassens en A.H. Vermeulen te Rotterdam,

tegen

de naamloze vennootschap

ABN AMRO BANK N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaten mrs. A. van Hees en T.R.B. de Greve te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Yukos International en ABN AMRO worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Ter terechtzitting van 13 juli 2017 heeft Yukos International gesteld en gevorderd overeenkomstig de in kopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding, met dien verstande dat zij haar eis heeft gewijzigd overeenkomstig de eveneens in kopie aan dit vonnis gehechte akte. ABN AMRO heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen.

Beide partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht. ABN AMRO heeft tevens een partiële conclusie van antwoord in het geding gebracht.

Ter zitting waren aanwezig:

aan de zijde van Yukos International: mrs. Claassens en Vermeulen;

aan de zijde van ABN AMRO: [naam 1] en [naam 2] met mrs. Van Hees en De Greve.
Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

1.2.

Ter zitting is met partijen afgesproken dat zij de voorzieningenrechter uiterlijk 21 juli 2017 zullen berichten of zij overeenstemming hebben bereikt over de vraag of ABN AMRO het bedrag van USD 250.000 “in depot” mag houden, als zekerheid voor toekomstige door haar te maken juridische kosten en zo ja, over de voorwaarden waaronder. ABN AMRO zou daarnaast van de gelegenheid gebruik maken haar juridische kosten te specificeren die zij tot en met de dag van de zitting in dit kort geding heeft gemaakt. Tot slot zou Yukos International haar betalings-instructie wijzigen in die zin dat het juiste rekeningnummer van Yukos International zou worden vermeld.

1.3.

Uit de faxberichten die de voorzieningenrechter op 20, 21, 24 en 25 juli 2017 van de raadslieden van partijen heeft ontvangen volgt dat:

- zij geen overeenstemming hebben bereikt over het “in depot” houden van het bedrag van USD 250.000,

- dat ABN AMRO aan juridische kosten voor dit kort geding (tot en met de dag van de zitting) een bedrag van € 99.433,20 (inclusief btw) in verrekening stelt te mogen brengen,

- dat Yukos International gemotiveerd bezwaar tegen de hoogte van dit bedrag maakt,

- en dat Yukos International haar betalingsinstructie heeft gewijzigd in die zin dat het saldo van haar rekening bij ABN AMRO (waarvan het nummer thans juist in de instructie is vermeld) direct naar Yukos International dient te worden overgemaakt en niet naar de derdengeldenrekening van haar raadsman.

2 De feiten

2.1.

De Russische vennootschap OAO Yukos Oil Company (hierna Yukos Oil) hield alle aandelen in Yukos Finance B.V., die op haar beurt alle aandelen hield in Yukos International.

2.2.

Yukos Oil is op 1 augustus 2006 in Rusland failliet verklaard. Op 15 augustus 2007 heeft de curator in het faillissement van Yukos Oil de aandelen van Yukos Oil in Yukos Finance op een in Rusland gehouden veiling verkocht aan Promneftstroy. De aandelen zijn op 10 september 2007 geleverd.

2.3.

In een bodemvonnis van deze rechtbank van 31 oktober 2007 is – kort gezegd – geoordeeld dat het Russische faillissement van Yukos Oil strijdig is met de Nederlandse openbare orde en dat het Russische faillissementsvonnis om die reden niet in Nederland kan worden erkend. Tegen dit vonnis is hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.

2.4.

Op 26 maart 2009 is tussen Yukos International en de Republiek Slowakije een overeenkomst getekend, waarbij Yukos International haar aandelenbelang in de vennootschap Transpetrol voor USD 240.000.000 aan de Republiek Slowakije heeft verkocht.

2.5.

Op 17 april 2009 is een “Supplementary Account Agreement” gesloten tussen Yukos International, de Republiek Slowakije en (de rechtsvoorganger van) ABN AMRO. In deze overeenkomst is (in artikel 4) opgenomen dat hoger beroep is ingesteld tegen het vonnis van deze rechtbank van 31 oktober 2007, dat de Republiek Slowakije de door haar te betalen koopprijs van USD 240.000.000 op de bankrekening ten name van Yukos International bij (de rechtsvoorganger van) ABN AMRO met nummer [rekeningnummer] (hierna: de Bankrekening) zal storten en dat ten minste dit bedrag zonder andersluidende toestemming van de Republiek Slowakije op die rekening zal blijven staan “until such moment that the Bank has received a certified copy (copie collationnée) of a decision – not being an interim decision – (the Court Decision) of the Court of Appeals in Amsterdam (the Netherlands) in the Appeal”.
In artikel 10.1 van de Supplementary Account Agreement is het volgende bepaald:
As soon as the Bank has received the certified copy of the Court Decision, this Agreement will terminate by operation of law.

2.6.

De Republiek Slowakije heeft na het aangaan van de Supplementary Account Agreement het bedrag van USD 240.000.000 op de Bankrekening gestort.

2.7.

De Bankrekening was enkele jaren eerder, op 12 december 2006, geopend op basis van een accountovereenkomst van die datum, gesloten tussen Yukos International en (de rechtsvoorganger van) ABN AMRO (hierna: de Accountovereenkomst). In de Accountovereenkomst is bepaald:

  • -

    All payment orders shall be given with evidence satisfactory to [de bank] that the persons signing the payment orders have full authority to act on behalf of [Yukos International].

  • -

    [De bank] has the right to suspend its obligation to effect payment if it has any doubt with regard to the validity of the payment order and/or the authority of the persons signing the payment order. (…)

  • -

    [De bank] is entitled to seek external legal advice, should it deem such assistance necessary in any way whatsoever in connection with the proper execution of any of its obligations in relation to this account. All external advisory fees in any relation to this account shall be charged on cost basis and set-off against funds in the account.

  • -

    [Yukos International] hereby pledges all present and future claims of [Yukos International] against [de bank], to [de bank] as security for any future or present claim of [de bank] against [Yukos International]. [De bank], as debtor of all present and future claims of [Yukos International] is hereby duly notified of this pledge.

Op de Accountovereenkomst zijn de Algemene Bankvoorwaarden, zoals laatstelijk gepubliceerd op 1 maart 2017, van toepassing.

2.8.

In het onder 2.3 genoemde hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam bij arrest van 19 oktober 2010 voor recht verklaard dat Promneftstroy geen rechthebbende op de aandelen Yukos Finance is geworden. Het gerechtshof heeft voor het oordeel of het faillissement strijdig is met de Nederlandse openbare orde de zaak aangehouden.

2.9.

Bij brief van 18 oktober 2011 heeft de toenmalige raadsman van Yukos International ABN AMRO onder verwijzing naar de Supplementary Account Agreement en onder bijvoeging van een certified copy van het arrest van het gerechtshof van 19 oktober 2010 verzocht te bevestigen dat zij betalingsinstructies van Yukos International ten laste van de Bankrekening zal uitvoeren, ook als het saldo daardoor lager dan USD 240.000.000 zou worden. De gevraagde bevestiging van ABN AMRO is uitgebleven.

2.10.

Bij dagvaarding van 30 december 2011 heeft Yukos International in kort geding gevorderd ABN AMRO te bevelen uitvoering te geven aan betalings-opdrachten van Yukos International ten laste van de Bankrekening. Bij vonnis van 26 januari 2012 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank de gevraagde voorziening geweigerd – kort gezegd – omdat het arrest van 19 oktober 2010 niet als a decision – not being an interim decision kon worden aangemerkt.

2.11.

Op 9 mei 2017 heeft het gerechtshof Amsterdam een eindarrest gewezen in het onder 2.3 genoemde hoger beroep. Het hof heeft met de rechtbank geoordeeld dat – kort gezegd – erkenning van het Russische faillissementsvonnis strijdig is met de openbare orde en dat vonnis om die reden in Nederland niet kan worden erkend, zodat de handelingen van de curator van Yukos Oil in Nederland nietig zijn. Met name heeft het hof vastgesteld dat de beslissingen van de curator tot benoeming en ontslag van bestuurders van Yukos Finance nietig zijn.

2.12.

Bij brief van 22 mei 2017 heeft Yukos International ABN AMRO verzocht het volledige saldo van de Bankrekening over te boeken naar de derdengelden-rekening van haar advocaat. In een e-mail van 31 mei 2017 heeft ABN AMRO Yukos International bericht dat zij meer tijd nodig had om juridisch advies in te winnen om te bepalen of zij de betalingsinstructie moest uitvoeren en dat er sprake was van een deposito dat pas op 3 augustus 2017 zou aflopen.

2.13.

In een e-mail van 9 juni 2017 van de raadsman van ABN AMRO aan de raadsman van Yukos International is onder meer het volgende opgenomen:
Voor ABN AMRO Bank zal op het moment van betaling in ieder geval duidelijk moeten zijn dat de betalingsinstructie bevoegd en rechtsgeldig wordt verstrekt. (…) Een betalingsinstructie van de zijde van Yukos International UK B.V. zal in ieder geval moeten zijn voorzien van een geheel naar genoegen van ABN AMRO Bank zijnde notariële verklaring en akte, inclusief apostille, inhoudende:
1. Persoonlijke identificatie en legalisatie van de betrokken bestuurders door en voor de notaris;

2. Onherroepelijke en onvoorwaardelijke betalingsinstructie;

3. Een positieve opinie van de notaris dat aan alle interne en externe statutaire en overige vereisten is voldaan en de hiervoor onder 2. genoemde instructie rechtsgeldig is; en
4. Met bijvoeging van door de notaris gewaarmerkte kopieën van geldige identiteitsbewijzen van de betrokken bestuurders.
(…)
Op het moment dat:

1. een betalingsinstructie aan ABN AMRO is verstrekt die geheel voldoet aan de hiervoor vermelde voorwaarden,

2. zich geen enkel beletsel voordoet en Yukos International UK B.V. aan al haar verplichtingen heeft voldaan;
zal ABN AMRO Bank binnen redelijke termijn uitvoering kunnen geven aan een betalingsinstructie. ABN AMRO Bank heeft u er reeds enkele malen op gewezen dat het saldo van de rekening van Yukos International UK B.V. tot 3 augustus op deposito staat zodat daarover tot die datum niet kan worden beschikt. Een betalingsinstructie zal dan ook in ieder geval niet eerder dan op 3 augustus a.s. kunnen worden uitgevoerd.

2.14.

In een e-mail van 27 juni 2017 van de raadsman van Yukos International aan de raadsman van ABN AMRO is onder meer het volgende opgenomen:
In antwoord op uw eerdere e-mail van 9 juni jl. (…) zend ik u hierbij:
1) Een onherroepelijke en onvoorwaardelijke betalingsinstructie van Yukos International UK B.V.;
2) Een concept legalisatie- en bevoegdheidsverklaring van de notaris in de in Nederland gangbare vorm.
Graag ontvangen wij de bevestiging dat ABN Amro op basis hiervan de betalingsinstructie zal uitvoeren. Bij de verstrekking van de definitieve instructie in originele vorm zullen ook de gewaarmerkte kopieën van geldige identiteitsbewijzen van de betrokken bestuurders worden verstrekt. (…)
Bij de e-mail is een door [bestuurder 1] en [bestuurder 2] ondertekende betalingsinstructie gevoegd die is gedateerd op 21 juni 2017 waarin ABN AMRO “irrevocably and unconditionally” is verzocht het volledige saldo van de bankrekening naar de derdengeldenrekening van de raadsman van Yukos International over te maken.

Bij de e-mail was voorts een concept van een notariële legalisatie- en bevoegdheidsverklaring van een Amsterdamse notaris gevoegd, waarin is opgenomen, kort samengevat:

  • -

    dat zij de handtekeningen van voornoemde [bestuurder 1] en [bestuurder 2] legaliseert;

  • -

    dat zij hen beiden heeft geïdentificeerd aan de hand van hun paspoorten in overeenstemming met de regels van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme;

  • -

    dat uit het handelsregister blijkt dat zij gezamenlijk het (gehele) bestuur van Yukos International vormen;

  • -

    dat het bestuur op grond van de statuten van Yukos International volledig bevoegd is Yukos International te vertegenwoordigen.

2.15.

In een e-mail van 30 juni 2017 van de raadsman van ABN AMRO aan de raadsman van Yukos International is onder meer het volgende opgenomen:
Dank voor het opsturen van de documentatie. Wij zijn bezig dit te beoordelen. Reeds merk ik nu alvast op dat de volgende documenten ontbreken:
1. Een apostille bij de notariële verklaring en akte;
2. De bevestiging dat de betalingsinstructie in aanwezigheid van de notaris is getekend;

3. Een rechts- en forumkeuze (Nederlands recht, Rechtbank Amsterdam) in de betalingsinstructie;
4. Een bevestiging door en oordeel van de notaris over de juiste interne besluitvorming en rechtsgeldigheid en afdwingbaarheid van de betalingsinstructie; en
5. De door de notaris gewaarmerkte kopieën van geldige identiteitsbewijzen van de betrokken bestuurders (hoewel ik begrijp dat u deze bij de verstrekking van de definitieve instructie in originele vorm zal bijvoegen).
(…)
Verder merk ik het volgende op.
Op het saldo van de bankrekening rust een pandrecht van ABN AMRO Bank voor alle huidige en toekomstige vorderingen van ABN AMRO Bank op uw cliënte. (…) Tot die vorderingen behoren uitdrukkelijk ook de kosten van rechtsbijstand “in any relation to this account”. (…) De lopende kosten, die vooralsnog hoofdzakelijk bestaan uit de kosten van rechtsbijstand van mijn kantoor, zullen conform de overeenkomst uit 2006 met het saldo van de rekening worden verrekend. Wat de toekomstige kosten betreft geldt dat op dit moment onduidelijk is of deze er zullen zijn, en zo ja welk bedrag zij zullen bedragen. Gelet op o.a. de belangen die op het spel staan, de onverzoenbare houding van de partijen, de vele procedures die reeds zijn gevoerd, ook tegen ABN AMRO Bank en het feit dat de uitspraak van het Hof Amsterdam van 9 mei 2017 waarop de huidige vertegenwoordigers van Yukos International UK B.V. hun bevoegdheid baseren nog niet onherroepelijk is, moet ABN AMRO Bank wel serieus rekening houden met toekomstige kosten. Dit is voor ABN AMRO Bank reden om (…) wel in beginsel bereid te zijn om afstand te doen van haar pandrecht over het saldo (na allereerst verrekening van de lopende kosten) maar met uitzondering van een bedrag van USD 250.000 van dat saldo welk bedrag tot zekerheid blijft strekken van alle vorderingen waarvoor dat pandrecht is gevestigd.

2.16.

In een e-mail van 6 juli 2017 van de raadsman van Yukos International aan de raadsman van ABN AMRO is bezwaar gemaakt tegen de punten 1 tot en met 4 zoals opgenomen in de e-mail van 30 juni 2017. Verder is in de e-mail van 6 juli 2017 opgenomen:
Uw email met alle nu opgevoerde eisen – zo ook eerder al het antwoord van ABN Amro zelf op de betalingsinstructie – getuigen eerlijk gezegd van een aperte onwil om de betalingsinstructie uit te voeren.
Tot slot is in de e-mail van 6 juli 2017 verzocht om een overzicht van de kosten van ABN AMRO voor rechtsbijstand tot nu toe, waarbij is opgemerkt dat ABN AMRO niet zonder meer alle kosten voor rechtsbijstand kan verrekenen.

3 Het geschil

3.1.

Yukos International vordert – kort gezegd – en na wijziging van eis het volgende:
primair
1. ABN AMRO te bevelen om op uiterlijk 4 augustus 2017 uitvoering te geven aan de betaalopdracht die is opgenomen in de brief van 22 mei 2017 (zie 2.12), op straffe van een dwangsom van € 1.000.000,- per dag met een maximum van € 250.000.000,-;
subsidiair
2. ABN AMRO te bevelen om op uiterlijk 4 augustus 2017 uitvoering te geven aan de nieuwe betaalopdracht die is opgenomen in de brief van 21 juni 2017 van de bestuurders van Yukos International (en die bij e-mail van 27 juni 2017 aan ABN AMRO is verzonden, zie 2.14), op straffe van een dwangsom van € 1.000.000,- per dag met een maximum van € 250.000.000,-, en onder de voorwaarde dat Yukos International aan ABN AMRO de originele notariële legalisatie- en bevoegdheidsverklaring van 11 juli 2017 (productie 12 van Yukos International) heeft verstrekt;

meer subsidiair

3. ABN AMRO te bevelen om binnen één dag na dit vonnis uitvoering te geven aan de betaalopdracht die is opgenomen in de brief van 22 mei 2017, althans aan de nieuwe betaalopdracht die is opgenomen in de brief van 21 juni 2017, op nadere door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen voorwaarden;
in alle gevallen

4. ABN AMRO te veroordelen in de kosten van dit geding, te vermeerderen met de wettelijke rente en
5. ABN AMRO te veroordelen in de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.2.

ABN AMRO heeft – kort gezegd – het verweer gevoerd dat zij bij het uitvoeren van de betaalopdracht de grootst mogelijke zorgvuldigheid en voorzichtigheid in acht moet nemen. ABN AMRO dient maximale zekerheid te hebben dat de betalingsopdracht rechtsgeldig en bevoegd is afgegeven. Zij kan niet het risico lopen dat dit achteraf niet zo blijkt te zijn en dat zij op grond daarvan door derden aansprakelijk wordt gesteld. Tegen deze achtergrond zijn de door ABN AMRO gestelde aanvullende voorwaarden gerechtvaardigd. Het Yukos-dossier gaat immers over extreem grote belangen en alle betrokken partijen zetten alle mogelijke middelen in om elkaar te bestrijden. Ook is van belang dat Promneftstroy ABN AMRO bij brief van 25 oktober 2010 heeft verzocht geen enkele betaling te verrichten zonder de toestemming van Promneftstroy. Tot op heden is deze brief niet ingetrokken. Tot slot is van belang dat het arrest van het gerechtshof van 9 mei 2017 (nog) niet onherroepelijk is. Niet kan worden uitgesloten dat het arrest door de Hoge Raad wordt vernietigd.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Ter zitting heeft Yukos International niet kunnen verhelderen welk belang zij (nog) heeft bij toewijzing van de primaire vordering. De eerste betaalopdracht, zoals opgenomen in de brief van 22 mei 2017 (zie 2.12) en waarop de primaire vordering is gestoeld, is immers achterhaald door de nadien tussen partijen ontstane discussie over de vraag welke aanvullende voorwaarden ABN AMRO mag stellen alvorens de betaalopdracht uit te voeren. Deze discussie heeft geleid tot een tweede betaalopdracht bij brief van 21 juni 2017 (zie 2.14), waarop de subsidiaire vordering is gestoeld. Deze betaalopdracht en de voorwaarden die daaraan gesteld mogen worden staan centraal in dit geding. De primaire vordering zal dan ook, bij gebrek aan belang, worden afgewezen. Overigens volgt uit het na de zitting binnengekomen faxbericht van de raadsman van Yukos International van 20 juli 2017 (zie 1.3) dat Yukos International haar betalingsinstructie op 17 juli 2017 (nogmaals) heeft gewijzigd, in die zin dat het saldo van de ABN AMRO-rekening direct naar Yukos International dient te worden overgemaakt en niet naar de derdengeldenrekening van haar raadsman. De raadslieden van ABN AMRO hebben hiertegen geen bezwaar gemaakt, zodat de voorzieningenrechter van de betalingsinstructie van 17 juli 2017 (waarvan een kopie aan dit vonnis zal worden gehecht) zal uitgaan.

4.2.

ABN AMRO heeft niet bestreden dat het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 9 mei 2017 (zie 2.11) als een decision – not being an interim decision kan worden aangemerkt, zodat daarvan moet worden uitgegaan. Bij brief van 22 mei 2017 heeft ABN AMRO een certified copy van het arrest van 9 mei 2017 ontvangen. Daarmee staat vast dat is voldaan aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 10.1 juncto artikel 4 van de Supplementary Account Agreement en dat deze overeenkomst van rechtswege (by operation of law) is geëindigd. Dit betekent dat de toestemming van de Republiek Slowakije voor betalingen ten laste van de Bankrekening niet langer is vereist. Het verweer van ABN AMRO dat Yukos International ook de Republiek Slowakije in dit kort geding had moeten dagvaarden, faalt reeds om die reden. Dat de cassatietermijn nog loopt, dat er een reële mogelijkheid bestaat dat cassatieberoep zal worden ingesteld en dat het arrest mogelijk zal worden vernietigd, zoals ABN AMRO heeft aangevoerd, zijn omstandigheden die niet van belang zijn voor de vraag of de Supplementary Account Agreement nog van kracht is. In de Supplementary Account Agreement is immers niet overeengekomen dat de decision – not being an interim decision ook onherroepelijk moet zijn. In beginsel dient ABN AMRO het saldo op de bankrekening dan ook aan Yukos International uit te keren, indien Yukos International daarom verzoekt.

4.3.

De vraag die in dit geding centraal staat is dan ook niet of ABN AMRO aan een bevoegdelijk en rechtsgeldig namens Yukos International gegeven betalingsinstructie uitvoering moet geven, maar of van een bevoegdelijk en rechtsgeldig gegeven instructie sprake is, welke waarborgen ABN AMRO in dat verband van Yukos International mag eisen, welke juridische kosten zij mag verrekenen en of zij voor toekomstige juridische kosten zekerheid mag eisen. Deze vragen zullen hieronder achtereenvolgens worden beantwoord.

Bevoegdelijk gegeven en rechtsgeldige instructie, waarborgen in dat verband

4.4.

ABN AMRO wijst op de hiervoor (in 2.7, onder de eerste twee liggende streepjes) geciteerde bepalingen uit de Accountovereenkomst. Zij stelt – kort gezegd – dat die bepalingen haar het recht geven maximale zekerheid te eisen van Yukos International dat de betalingsopdracht rechtsgeldig en bevoegd is gegeven. Gezien de omvang van het bedrag, de betrokken partijen, de internationale context, de politieke beladenheid en het belligerente karakter van dit dossier, meent ABN AMRO dat zij op grond van deze bepalingen de volgende voorwaarden mag stellen:
(1) een persoonlijke identificatie en legalisatie van de betrokken bestuurders door en voor de notaris;
(2) een rechts- en forumkeuze (voor Nederlands recht, rechtbank Amsterdam) die is opgenomen in de betalingsinstructie;
(3) een positieve opinie van een notaris dat aan alle interne en externe statutaire en overige vereisten is voldaan en de betalingsinstructie rechtsgeldig is;
(4) met bijvoeging van door de notaris gewaarmerkte kopieën van geldige identiteitsbewijzen van de betrokken bestuurders; en
(5) met bijvoeging van een apostille.

4.5.

Yukos International heeft hier terecht tegenover gesteld dat ABN AMRO genoegen dient te nemen met door een Nederlandse notaris gewaarmerkte kopieën van geldige identiteitsbewijzen van de betrokken bestuurders en een legalisatie- en bevoegdheidsverklaring van die notaris conform het concept dat hiervoor, in 2.14 is vermeld. Een door de notaris ondertekende verklaring de dato 20 juli 2017 conform dat concept is inmiddels – met de het origineel van de betalingsinstructie van 17 juli 2017 – aan ABN AMRO verstrekt. Daarmee zijn de handtekeningen van [bestuurder 1] en [bestuurder 2] gelegaliseerd en zijn zij beiden geïdentificeerd in overeenstemming met de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme. Ook is daarmee voldoende zekerheid verkregen dat zij, gezamenlijk handelend, per de datum van de betalingsinstructie bevoegd waren die instructie namens Yukos International te geven. Verdergaande eisen kunnen niet worden gebaseerd op de Account-overeenkomst of de Algemene Bankvoorwaarden.

4.6.

Hierbij speelt het bepaalde in artikel 2:240 lid 3 Burgerlijk Wetboek (BW) een rol: de bevoegdheid tot vertegenwoordiging die aan het bestuur of een bestuurder toekomt, is onvoorwaardelijk, voor zover uit de wet niet anders voortvloeit. Dat bij het geven van de onderhavige betalingsinstructie een wettelijke beperking van de vertegenwoordigingsbevoegdheid een rol zou kunnen spelen, is gesteld noch gebleken. Alle andere (eventuele) beperkingen van de vertegenwoordigingsbevoegdheid hebben uitsluitend interne werking en regarderen ABN AMRO derhalve in beginsel – behoudens zeer bijzondere omstandigheden, die hier niet van belang zijn, omdat daarbij in ieder geval is vereist dat ABN AMRO weet heeft van die andere beperkingen – niet. ABN AMRO mag dus uitgaan van de bevoegdheid van [bestuurder 1] en [bestuurder 2] om de betalingsinstructie gezamenlijk namens Yukos International te geven.

4.7.

ABN AMRO heeft op zichzelf terecht gesteld dat niet uitgesloten kan worden dat het arrest van het hof Amsterdam van 9 mei 2017 – dat nog niet onherroepelijk is – door de Hoge Raad wordt vernietigd en dat vervolgens alsnog in rechte wordt vastgesteld dat [bestuurder 1] en [bestuurder 2] nooit rechtsgeldig tot bestuurders van Yukos International zijn benoemd. In dat geval zouden zij geacht moeten worden nooit bestuurders van Yukos International te zijn geweest en zouden zij dus ook geacht moeten worden nooit bevoegd te zijn geweest tot vertegenwoordiging van Yukos International. Voor zover ABN AMRO meent dat zij tegen dit risico moet worden gevrijwaard, heeft te gelden – daargelaten dat geen enkele notaris in Nederland bereid zal zijn ABN AMRO in een opinie op dit punt gerust te stellen – dat een dergelijke vrijwaring niet nodig is omdat ABN AMRO zich beschermd kan weten door het feit dat [bestuurder 1] en [bestuurder 2] in het handelsregister staan geregistreerd als het (voltallige) bestuur van Yukos International. Ingevolge artikel 2:6 lid 3 BW en artikel 25 lid 3 Handelsregisterwet kan Yukos International immers niet de onjuistheid van de inschrijving in het handelsregister inroepen tegenover een derde die daarvan onkundig was. De wetgever heeft in deze bepalingen bewust een subjectief criterium gehanteerd: of de derde beter had moeten weten is niet relevant. De vraag is slechts of hij beter wist. Dit houdt verband met de strekking van deze bepalingen. De bepalingen zijn erop gericht een derde rechtszekerheid te verschaffen zonder dat hij eerst een eigen onderzoek dient te doen. Op grond van het voorgaande kan ABN AMRO niet eisen dat een verdergaande notariële opinie wordt afgegeven ten aanzien van de vraag of de betalingsinstructie van [bestuurder 1] en [bestuurder 2] van 17 juli 2017 bevoegdelijk is gegeven en rechtsgeldig is dan de reeds afgegeven notariële verklaring van 20 juli 2017.

4.8.

De eis van ABN AMRO dat [bestuurder 1] en [bestuurder 2] de betalingsinstructie ten overstaan van de notaris tekenen, dient ook geen redelijk doel. Yukos International heeft terecht gesteld dat de afgegeven legalisatieverklaring – die inhoudt dat dat de handtekeningen van [bestuurder 1] en [bestuurder 2] op de betalingsinstructie zijn gelegaliseerd – op grond van artikel 52 lid 2 Wet op het notarisambt een bevestiging inhoudt van de echtheid van die handtekeningen. De notaris staat dus in voor die echtheid en daarmee dient ABN AMRO genoegen te nemen. Het is aan de notaris om te bepalen aan welke eisen voldaan moet zijn vooraleer een legalisatieverklaring kan worden afgegeven. Overigens is er in dit geval bijzonder weinig aanleiding om rekening te houden met een vervalsing van de handtekeningen in kwestie. Niet alleen ziet de betalingsinstructie op een overboeking naar een rekening die (eveneens) ten name van Yukos International staat, ook mag worden aangenomen dat de advocaten van Yukos International dit kort geding bevoegdelijk namens Yukos International voeren en daarvoor dus opdracht hebben van [bestuurder 1] en [bestuurder 2] . Toegevoegd wordt nog dat (onweersproken is gesteld dat) het ondertekenen van de betalingsinstructie door [bestuurder 1] en [bestuurder 2] ten overstaan van de notaris voor hen belastend is omdat zij beiden in de Verenigde Staten woonachtig zijn.

4.9.

Ook de eis van een rechts- en forumkeuze in de betalingsinstructie wordt overbodig geacht: naar ABN AMRO ook erkent, zijn de gevraagde rechts- en forumkeuze reeds in de Accountovereenkomst opgenomen. Een herhaling van die rechts- en forumkeuze in de betalingsinstructie dient geen redelijk doel.

4.10.

Tot slot heeft ABN AMRO ook bij haar eis dat de notariële legalisatie- en bevoegdheidsverklaring van een apostille moet worden voorzien, geen redelijk belang. Dat zou slechts zin hebben als de notariële verklaring in het buitenland gebruikt moet worden. De notariële verklaring is echter voor ABN AMRO opgesteld en behoeft slechts door ABN AMRO te worden beoordeeld. Dat ABN AMRO mogelijk in de toekomst met vragen van buitenlandse partijen kan worden geconfronteerd en alsdan mogelijk de notariële verklaring in kwestie wil kunnen laten zien, rechtvaardigt niet dat zij thans al – voorafgaand aan het uitvoeren van de betalingsinstructie – een apostille van Yukos International eist.

4.11.

ABN AMRO kan dus geen nadere eisen stellen aan de gegeven betalingsinstructie met bijbehorende notariële verklaring van 20 juli 2017 en gewaarmerkte kopieën van geldige identiteitsbewijzen van [bestuurder 1] en [bestuurder 2] . Zij zal deze in beginsel moeten uitvoeren.

Verrekening kosten van rechtsbijstand

4.12.

ABN AMRO wil de tot op heden gemaakte werkelijke kosten voor rechtsbijstand verrekenen met het uit te keren saldo. Zij heeft de kosten voor het onderhavige kort geding (en de voorfase daarvan) in haar faxbericht van 21 juli 2017 begroot op € 99.433,20 (inclusief btw, die ABN AMRO als bank niet kan verrekenen). Naar Yukos International niet heeft betwist, staat het ABN AMRO op grond van de Accountovereenkomst en de Algemene Bankvoorwaarden vrij de door haar gemaakte werkelijke kosten van rechtsbijstand te verrekenen met het aan Yukos International uit te keren saldo. Wel maakt Yukos International bezwaar tegen de hoogte daarvan. Yukos meent, kort gezegd, dat de door ABN AMRO verstrekte specificatie veel te summier is en dat het aantal opgegeven uren en het gehanteerde tarief excessief zijn.

4.13.

Met Yukos International is de voorzieningenrechter van oordeel dat het opgegeven bedrag voor een kort geding als het onderhavige (en de voorfase daarvan) dermate hoog is, dat het om een uitvoerige specificatie vraagt. ABN AMRO heeft volstaan met het opgeven van de per kantoorgenoot gewerkte uren
(70 partner-uren en bijna 100 medewerker-uren) en bijbehorende uurtarieven en heeft zich op het standpunt gesteld dat een nadere specificatie van haar niet kan worden gevergd omdat zij dan vergaand inzicht zou geven in de communicatie tussen haar en haar advocaat in het geschil met Yukos International. Dit verweer wordt niet gevolgd. Het had op zijn minst op de weg van ABN AMRO gelegen om duidelijk te maken welke aspecten van deze zaak feitelijk of juridisch zo complex waren dat zij tot advocaatkosten van ongeveer € 100.000 hebben geleid. Een verwijzing naar het grote financiële belang of het extreem litigieuze karakter van de zaak volstaat in dit verband niet. In dit kort geding kan het debat over de kosten die ABN AMRO aan Yukos International in rekening mag brengen niet definitief worden beslecht. Vooralsnog kan niet worden uitgesloten dat ABN AMRO een bedrag van € 50.000 (inclusief verschotten en btw) aan Yukos in rekening zal mogen brengen, zodat het ABN AMRO vrijstaat dit bedrag vooralsnog niet uit te keren. In de hierna uit te spreken veroordeling zal daarmee rekening worden gehouden.

Zekerheid voor toekomstige kosten

4.14.

Tot slot wil ABN AMRO van het uit te keren saldo een bedrag van

USD 250.000 aftrekken waarop zij haar pandrecht wenst te behouden voor toekomstige juridische kosten. Zij wijst in dit verband op het feit dat zij op grond van de Accountovereenkomst het recht heeft alle externe advieskosten in any relation to this account aan Yukos International op kostenbasis in rekening te brengen en dat artikel 28 lid 1 van de Algemene Bankvoorwaarden haar bovendien recht geeft op een vergoeding van haar werkelijke kosten als zij wordt betrokken bij een geschil tussen haar cliënt en een derde. ABN AMRO heeft voorts gemotiveerd gesteld dat zij in deze zaak serieus rekening moet houden met dergelijke toekomstige kosten. Volgens haar behoeft zij daarom op grond van de artikelen 24 en 26 Algemene Bankvoorwaarden haar pandrecht op het saldo van de Bankrekening niet vrij te geven tot een bedrag van USD 250.000. Tegen dit alles is door Yukos International geen steekhoudend verweer gevoerd. Het staat ABN AMRO derhalve vrij dit bedrag vooralsnog niet uit te keren. In de hierna uit te spreken veroordeling zal daarmee rekening worden gehouden.

Overig

4.15.

Yukos International heeft een spoedeisend belang bij toewijzing van het gevorderde. De Supplementary Account Agreement is van rechtswege geëindigd zodat Yukos International zo spoedig mogelijk over haar geld moet kunnen beschikken. Zij heeft (onweersproken) aangevoerd dat zij door middel van het beleggen van de gelden een (substantieel) hoger rendement kan behalen (althans beoogt te behalen) dan de rentevergoeding die zij thans van ABN AMRO ontvangt.

4.16.

Aan de veroordeling zal geen dwangsom worden verbonden. ABN AMRO heeft toegezegd vrijwillig aan een uit te spreken veroordeling te zullen voldoen. Yukos International heeft als gevolg van die toezegging niet langer aanspraak gemaakt op een dwangsom.

4.17.

Als de op hoofdpunten in het ongelijk gestelde partij zal ABN AMRO worden veroordeeld in de kosten van dit geding en in de nakosten.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

beveelt ABN AMRO om uiterlijk op 4 augustus 2017 uitvoering te geven aan de gewijzigde betaalopdracht van 17 juli 2017 (waarvan een kopie aan dit vonnis wordt gehecht), met dien verstande dat ABN AMRO van het over te boeken saldo van de Bankrekening mag aftrekken een bedrag van € 50.000 (om te rekenen naar de koers van de dag van uitvoering van de betalingsinstructie) alsmede een bedrag van USD 250.000;

5.2.

veroordeelt ABN AMRO in de kosten van dit geding, tot op heden aan de zijde van Yukos International begroot op € 618,- aan griffierecht en op € 816,- aan salaris advocaat, te vermeerderen met de wettelijke rente indien deze kosten niet binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis zijn voldaan,

5.3.

veroordeelt ABN AMRO in de na dit geding gevallen kosten, aan de zijde van Yukos International begroot op € 131,- aan salaris advocaat, te vermeerderen met € 68,- indien betekening van dit vonnis plaatsvindt, en te vermeerderen met de wettelijke rente indien deze kosten niet binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis zijn voldaan,

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.P. Schoonbrood - Wessels, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. M. Veraart, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 28 juli 2017.1

1 type: Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. coll: