Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:5491

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
25-07-2017
Datum publicatie
04-08-2017
Zaaknummer
6055060 KK EXPL 17-589
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Oliebedrijf Lukoil hoeft voorlopig een werkneemster niet door te betalen. De vrouw stelde dat zij een contract voor onbepaalde tijd naar Nederlands recht had.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/4135
AR-Updates.nl 2017-0979
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht - team kanton

zaaknummer: 6055060 KK EXPL 17-589

vonnis van: 25 juli 2017

Vonnis van de kantonrechterkort geding

I n z a k e

[eiseres]

wonende te [woonplaats]

eiseres

nader te noemen: [eiseres]

gemachtigde: mr. W. de Jong

t e g e n

de besloten vennootschap Lukoil International Services B.V.

gevestigd te Amsterdam

gedaagde

nader te noemen: Lukoil

gemachtigde: mr. A.H.B. Balm

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Bij dagvaarding van 16 juni 2017 heeft [eiseres] een voorziening gevorderd. Voorafgaand aan de zitting heeft Lukoil stukken ingezonden en een incidentele conclusie tot onbevoegdheid en zekerheidstelling, tevens houdende een conclusie van antwoord in kort geding met producties genomen. Ook [eiseres] heeft aanvullend producties in het geding gebracht.

Ter terechtzitting van 29 juni 2017 is de zaak mondeling behandeld. [eiseres] is verschenen bij haar gemachtigde. Lukoil is verschenen bij mevrouw [naam] en haar gemachtigde met een belangstellende.

Beide partijen hebben een toelichting verstrekt, deels aan de hand van de overgelegde Pleitnota/Pleitaantekeningen. De kantonrechter heeft vragen gesteld.

Vervolgens is de zaak aangehouden teneinde te bezien of partijen onderling een oplossing konden bereiken. Bij brieven van 6 en 7 juli 2017 is de kantonrechter bericht dat een schikking niet kon worden bereikt en hebben beide partijen nog kort op een speciaal punt een nadere toelichting verstrekt.

Vervolgens is vonnis bepaald op heden.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

1. Als uitgangspunt in dit geding geldt het navolgende:

1.1.

Lukoil is onderdeel van de Lukoil Groep. De groep is in 1991 opgericht als Russisch staatsbedrijf en wereldwijd actief in de olie- en gaswinning. Lukoil is statutair gevestigd in Nederland, waar ook activiteiten worden verricht.

1.2.

[eiseres] is Russiche van geboorte. Zij heeft de Russische nationaliteit. [eiseres] is door Lukoil in Moskou geworven om in Houston, Texas werkzaamheden te verrichten.

1.3.

[eiseres] is op 1 maart 2011 bij de Lukoil groep in dienst getreden. De eerste arbeidsovereenkomst van [eiseres] is gesloten met de besloten vennootschap Lukoil Overseas Secondment BV, gevestigd in Nederland. In de arbeidsovereenkomst is opgenomen dat [eiseres] alleen bij de onderneming (de zogenoemde host company) [naam company] , Texas zal werken. De arbeidsovereenkomst heeft geen einddatum en er is niets bepaald over een opzegging en/of opzegtermijn. Er is geen rechts- of forumkeuze in de overeenkomst opgenomen.

1.4.

Op 2 juli 2012 is een tweede arbeidsovereenkomst gesloten. Deze overeenkomst heeft [eiseres] wederom gesloten met Lukoil Overseas Secondment BV. [eiseres] wordt volgens de arbeidsovereenkomst aan Lukoil [naam bedrijf] . te Houston ter beschikking gesteld. De arbeidsovereenkomst is voor bepaalde tijd, althans bepaalt:
Termination of the contract occurs based on the following :
Upon expiration off the effective period
terwijl deze “effective period” niet nader wordt ingevuld. De overeenkomst kan door de werkgever worden opgezegd op een termijn van 30 dagen met twee maanden salaris als ‘severance pay’. In de arbeidsovereenkomst is een rechts-keuze voor Nederlands recht opgenomen en een forumkeuze voor Nederland.

1.5.

De derde arbeidsovereenkomst van [eiseres] is gesloten op 1 december 2014. Deze overeenkomst is gesloten met gedaagde Lukoil, die ook in Nederland is gevestigd. [eiseres] werkt volgens de derde overeenkomst nog steeds voor de host company Lukoil [naam bedrijf] . De overeenkomst is geldig tot 1 juli 2015 en kan in wederzijds overleg worden verlengd. Ook in deze arbeidsovereenkomst wordt gerefereerd aan de “effective period” die in de overeenkomst niet nader is ingevuld. In de arbeidsovereenkomst is nog steeds een rechtskeuze voor Nederlands recht en een forumkeuze voor Nederland opgenomen.

1.6.

Op 30 juni 2014 zijn partijen een Supplementary Agreement no.1 to the Employment Contract dated december 1, 2014 overeengekomen, waarbij de derde overeenkomst is verlengd tot 31 december 2015.

1.7.

Per 1 januari 2016 zijn partijen een Amended and Restrated Employment Contract (verder het Amended Contract) overeengekomen, waarin de overeenkomst van 1 december 2014 wordt gewijzigd en als host company wordt genoemd [naam bedrijf] ., nog steeds gevestigd in Houston, Texas. Net als bij de tweede arbeidsovereenkomst kan Lukoil het Amended Contract opzeggen op een termijn van 30 dagen met een ‘severance pay’ van twee maanden. In het Amended Contract in een rechtskeuze voor Texaans recht opgenomen en een formukeuze voor de gerechten van de staat Texas.

1.8.

Bij Supplementary Agreement to the Contract dated January 01, 2016 wordt de laatste overeenkomst verlengd tot 31 december 2017.

1.9.

Bij brief van 31 januari 2017 heeft Lukoil de arbeidsovereenkomst opgezegd tegen 28 februari 2017. Bij brief van 16 februari 2017 heeft Lukoil deze opzegging ingetrokken, waarmee [eiseres] heeft ingestemd. Nadien heeft Lukoil de arbeidsovereenkomst nogmaals opgezegd tegen 31 mei 2017.

1.10.

[eiseres] heeft altijd dezelfde werkzaamheden verricht, op dezelfde plek en werd laatstelijk betaald door Lukoil [naam bedrijf] . Ze heeft nimmer voet op Nederlandse bodem gezet.

1.11.

[eiseres] was ten tijde van de opzegging (na een IVF behandeling) zwanger en is uitgerekend 2 november 2017. [eiseres] had Lukoil van de zwangerschap niet op de hoogte gesteld.

Vordering en verweer

2. [eiseres] vordert - samengevat - als voorziening veroordeling van Lukoil het salaris van [eiseres] van USD 12.669 bruto per maand te voldoen, vermeerderd met de overige emolumenten zoals ziektekostenverzekeringspremie en housing allowance.

3. [eiseres] stelt - verkort weergegeven - met betrekking tot haar vordering dat conform de arbeidsovereenkomst waarop Nederlands recht van toepassing is, er een arbeids-overeenkomst voor onbepaalde tijd is ontstaan, dat [eiseres] onder Nederlands recht derhalve bescherming geniet, dat zij die bescherming niet heeft prijs gegeven en dat zij derhalve niet rechtsgeldig is opgezegd.

4. Lukoil meent - kort gezegd - dat de vorderingen van [eiseres] moeten worden afgewezen en voert daartoe voor alle weren aan dat, gelet op de forumkeuze in de laatste arbeidsovereenkomst, de Nederlandse rechter niet bevoegd is om van de vordering van [eiseres] kennis te nemen, en dat gelet op de rechtskeuze in die arbeidsovereenkomst Texaans recht op de arbeidsovereenkomst van toepassing is.

5. Voor zover de Nederlandse rechter wel bevoegd zou zijn, verzoekt Lukoil op de voet van artikel 224 Rv [eiseres] te gebieden zekerheid te stellen van de proceskosten nu zij geen woonplaats of gewone verblijfplaats in Nederland heeft. Het bedrag zou - gelet op de aard van de zaak en de te verrichten werkzaamheden - onder verwijzing naar het liquidatietarief en de Aanbeveling tarieven kort geding op € 1.500,00 dienen te worden gesteld.

6. Overige stellingen van partijen zullen voor zover nodig bij de beoordeling aan de orde komen.

Beoordeling

7. In dit kort geding dient te worden beoordeeld of de in deze zaak aannemelijk te achten omstandigheden een ordemaatregel vereisen, dan wel of de vordering van [eiseres] in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft dat het gerechtvaardigd is op de toewijzing daarvan vooruit te lopen door het treffen van een voorziening zoals gevorderd. Het navolgende behelst dan ook niet meer dan een voorlopig oordeel over het geschil tussen partijen.

8. Het meest verstrekkende verweer van Lukoil is dat de Nederlandse rechter onbevoegd is om van de vordering van [eiseres] kennis te nemen. Dat verweer wordt niet gevolgd. Lukoil is statutair gevestigd in Nederland en heeft dus aldaar haar (formele) woon-plaats. Zij mag voor de gerechten van haar woonplaats in rechte worden betrokken. Immers, artikel 4 lid 1 jo artikel 20 EEX-Verordening (naar de tekst van 10 januari 2015) bepaalt dat zij die woonplaats hebben op het grondgebied van een lidstaat opgeroe-pen kunnen worden voor de gerechten van die lidstaat. Een eventuele rechtskeuze in een arbeidsovereenkomst brengt daarin geen verandering, nu deze niet - zoals artikel 23 EEX Verordening vereist - na ontstaan van het geschil is overeengekomen.

9. Wel is de kantonrechter vooralsnog samen met van Lukoil van oordeel dat Texaans recht op de arbeidsovereenkomst tussen partijen toepassing vindt. Partijen zijn dit expliciet in de (aanvullende of gewijzigde) overeenkomst van datum 1 december 2016 overeengekomen en zonder nader onderzoek - waartoe deze procedure zich niet leent - kan niet worden beoordeeld dat deze bepaling niet rechtsgeldig overeengekomen zou zijn.

10. Daarbij geldt dat zonder enige keuze van Texaans recht, de Nederlandse arbeids-rechtelijke bepalingen niet van toepassing zouden zijn. Immers, artikel 8 Rome I (zoals dit luidt sinds 17 juni 2008) leidt niet tot de toepasselijkheid van het Nederlandse rechtstelsel.

11. Nu voorts ook een eventueel door de kantonrechter uit te vaardigen (orde-)maatregel hier niet ten uitvoer zal worden gelegd en onvoldoende onderbouwd is of en waarom in casu sprake zou zijn van ‘overriding mandatory procvision” als bedoeld in artikel 9 Rome I, zal de kantonrechter de vordering van [eiseres] dienen te beoordelen naar Texaans recht.

12. Lukoil heeft ingebracht een ‘legal opnion’ omtrent het toepasselijke Texaanse recht. Uit die opnion volgt dat opzegging van een arbeidsovereenkomst als die van [eiseres] , naar Texaans recht mogelijk is op de wijze als door Lukoil gevolgd. Daartegen heeft [eiseres] onvoldoende inhoudelijk verweer gevoerd.

13. Dit alles betekent dat de vorderingen van [eiseres] moeten worden afgewezen. Aan het stellen van de zogenoemde cautio judicatie solvi van artikel 244 Rv komt de kantonrechter derhalve niet toe.

14. Hoewel [eiseres] in het ongelijk is gesteld, zullen de proceskosten worden gecompenseerd.

BESLISSING

De kantonrechter:

wijst de vordering af;

compenseert de proceskosten in dier voege dat ieder der partijen de eigen kosten draagt.

Aldus gewezen door mr M.V. Ulrici, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 juli 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.

Griffier Kantonrechter