Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:5428

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
14-06-2017
Datum publicatie
01-08-2017
Zaaknummer
C/13/616344 / HA ZA 16-1015
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bevoegdheidsincident; geldigheid van in algemene voorwaarden opgenomen forumkeuze; vordering afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/616344 / HA ZA 16-1015

Vonnis in incident van 14 juni 2017

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CROCS EUROPE B.V.,

gevestigd te Rijswijk,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. P-H. Boekel te Amsterdam,

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht

ALLROUND BUSINESS SA,

gevestigd te Mondorf-les-Bains (Luxemburg),

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Crocs en ARB genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit

  • -

    het vonnis in het incident tot tussenkomst van 1 februari 2017,

  • -

    de incidentele conclusie houdende exceptie van onbevoegdverklaring, met producties,

  • -

    de conclusie van antwoord in het bevoegdheidsincident, met producties,

  • -

    de akte uitlating producties van ARB, met productie,

  • -

    de akte uitlating productie van Crocs.

2 De feiten voor zover van belang in het incident

2.1.

Crocs is onderdeel van een concern dat lichtgewicht schoenen en gerelateerde producten ontwerpt, fabriceert en verkoopt.

2.2.

ARB handelt in goederen en fungeert als tussenpersoon voor commerciële organisaties. [naam 1] is een van de bestuurders van ARB, en was voorheen de contactpersoon van Crocs bij een ander bedrijf waar Crocs restpartijen schoenen aan leverde.

2.3.

Eind 2014 is ARB door Crocs benaderd voor de verhandeling van restpartijen originele Crocs-schoenen. ARB heeft in december 2014 een order geplaatst.

2.4.

Voorafgaand aan de eerste levering die in december 2014 stuurde Crocs aan [naam 1] haar New Customer Form, dat als volgt luidt, voor zover hier relevant:

“(…) Signatory states that he/she has read the general terms and conditions of Crocs Europe B.V., that he/she agrees that these general terms and conditions exclusively apply and that he/she is entitled to duly represent the company which enters into an agreement with Crocs Europe B.V. Signatory authorises Crocs Europe B.V. customer service representatives to place orders on his/her behalf from time to time, as requested, and agrees that the general terms and conditions are deemed to apply to all orders placed by the customer services representatives on their behalf. (…)”

2.5.

Op 1 december 2014 ontving Crocs kort achter elkaar tweemaal een ingevuld en ondertekend New Customer Form retour. Beide versies zijn ondertekend door en vermelden als Contact Person: [naam 2] (hierna: [naam 2] ). De eerste versie vermeldt als Director: [naam 3] ; de tweede versie vermeldt als zodanig [naam 2] .

2.6.

Artikel 15 van de general terms and conditions van Crocs (hierna: de algemene voorwaarden) houdt onder meer en voor zover thans van belang in:

“(…)

All disputes connected to or ensuing from the Agreement will exclusively be brought before the competent court in Amsterdam, The Netherlands and are exclusively governed by and construed according to Dutch law. In this respect the applicability of the Vienna Convention on the International Sale of Goods is expressly excluded. (…)”

2.7.

Op 28 januari 2015 heeft ARB een order geplaatst bij Crocs. In het kader daarvan is een formulier met de titel ‘Order Confirmation and Additional Terms of Sale and Purchase’ opgemaakt en namens ARB ondertekend. Dit formulier houdt onder meer en voor zover van belang in:

“(…)

b. Buyer acknowledges that this Agreement is supplemental tot Crocs’ General Terms and Condition of Sale (Annex 1). (…)”,

Deze order confirmation is op alle pagina’s voorzien van een stempel van ARB en van een paraaf; hetzelfde geldt voor het bijgevoegde exemplaar van de algemene voorwaarden.

2.8.

ARB heeft in juli 2015 bij Crocs een partij ‘Jibbitz by Crocs’-schoenen voor het seizoen spring/summer 2016 besteld (hierna: de SS16-partij). Crocs heeft deze partij geleverd aan ARB.

2.9.

ARB heeft de SS16-partij in juli 2016 doorverkocht aan Bero Monaco SARL.

3 Het geschil

in de hoofdzaak

3.1.

Crocs vordert kort gezegd ARB bij uitvoerbaar te verklaren vonnis te veroordelen tot betaling van € 2.104.154,59, de kosten van rechtsbijstand, de proces- en beslagkosten, een en ander te vermeerderen met (de wettelijke handels-)rente, alsmede in de nakosten. De hoofdsom betreft door haar aan ARB uitgebrachte facturen ter zake de geleverde SS16-partij.

3.2.

ARB heeft in de hoofdzaak nog niet van antwoord gediend.

in het incident

3.3.

ARB vordert dat de rechtbank Amsterdam zich onbevoegd verklaart, met veroordeling van Crocs in de kosten van het incident.

3.4.

Aan haar vordering legt ARB primair ten grondslag dat de Nederlandse rechter geen rechtsmacht heeft, in de eerste plaats omdat de algemene voorwaarden van Crocs niet van toepassing zijn, zodat Crocs geen beroep toekomt op de daarin opgenomen forumkeuze. In de tweede plaats omdat op grond van artikel 7 van de verordening (EG) nr. 1215/2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (hierna: de herschikte EEX-verordening) het gerecht bevoegd is van de plaats in een lidstaat waar de zaken volgens de overeenkomst geleverd werden of geleverd hadden moeten worden, en de goederen geleverd zijn in China. Subsidiair geldt dat artikel 7 van de herschikte EEX-verordening ook de relatieve bevoegdheid regelt. Daaruit volgt dat de rechtbank Rotterdam relatief bevoegd is om van het geschil kennis te nemen en daarop te beslissen, aldus ARB.

3.5.

Crocs voert gemotiveerd verweer.

3.6.

Op de stellingen van partijen wordt hierna - voor zover nodig - nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Nu de hoofdvordering is ingesteld na 10 januari 2015 dient de rechtbank voor de beoordeling van haar bevoegdheid uit te gaan van de vermelde herschikte EEX-verordening.

Artikel 25 van de herschikte EEX-verordening bepaalt dat, indien de partijen een gerecht van een lidstaat hebben aangewezen voor de kennisneming van geschillen die naar aanleiding van een bepaalde rechtsbetrekking zijn ontstaan of zullen ontstaan, dit gerecht in beginsel exclusief bevoegd is.

In het vijfde lid van dit artikel is onder meer bepaald dat de geldigheid van het beding tot aanwijzing van het bevoegd gerecht niet kan worden bestreden op grond van het enkele feit dat de overeenkomst niet geldig is.

4.2.

ARB heeft in de eerste plaats aangevoerd dat zij niet aan de algemene voorwaarden van Crocs is gebonden, omdat [naam 2] ten tijde van de ondertekening van het New Customer Form niet bevoegd was om ARB te vertegenwoordigen. Daarbij heeft ARB verwezen naar het haar betreffende uittreksel van het Luxemburgse handelsregister. Dit verweer betreft het bestaan van de overeenkomst en dient in de hoofdzaak aan de orde te worden gesteld. Zij kan ingevolge de hiervoor geciteerde bepaling (artikel 25, lid 5) van de herschikte EEX-Verordening niet dienen om de geldigheid van de forumkeuze aan te tasten.

4.3.

ARB heeft voorts aangevoerd, voor het geval dat de algemene voorwaarden op de bestelling van december 2014 van toepassing zijn, dit niet impliceert dat hetzelfde heeft te gelden voor de bestelling van de SS16-partij in juli 2015, nu deze bestelling is aan te merken als een zelfstandige overeenkomst. Nu evenwel in de New Customer Form de zinsnede is opgenomen dat “the general terms and conditions are deemed to apply to all orders” hetgeen er juist op duidt dat de voorwaarden ook voor toekomstige bestellingen zullen gelden, moet de stelling van ARB zonder nadere toelichting, die ontbreekt, worden verworpen. Dat partijen in januari 2015 ten aanzien van een specifieke bestelling aanvullende voorwaarden zijn overeengekomen, maakt het voorgaande niet anders.

4.4.

Subsidiair vernietigt ARB de algemene voorwaarden op de grond dat deze niet aan haar ter hand zijn gesteld. De rechtbank begrijpt dit verweer aldus dat ARB de geldigheid van de forumkeuze betwist. Op grond van vaste jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie dient de 'overeenkomst tot aanwijzing van een bevoegde gerecht' bedoeld in artikel 25 van de herschikte EEX-Vo als een autonoom daarmee unierechtelijk uit te leggen begrip te worden beschouwd.

Voor het naar de maatstaf van artikel 25 herschikte EEX-verordening rechtsgeldig maken van een forumkeuze is vereist, maar ook voldoende, dat er sprake is van een daadwerkelijke instemming van partijen met de forumkeuze (vgl. HvJ EG 16 maart 1999, ECLI:EU:C:1999:142, Casteletti/Trumpy). Hiervoor dient onderzocht te worden of de forumkeuze het voorwerp heeft uitgemaakt van wilsovereenstemming tussen partijen die duidelijk en nauwkeurig tot uiting komt, waarbij de vormvoorschriften in artikel 25 lid 1 sub a-c herschikte EEX-verordening ten doel hebben te waarborgen dat de wilsovereenstemming tussen partijen inderdaad vaststaat (vgl. HvJ EG 20 februari 1997, ECLI:EU:C:1997:70, MSG/Les Gravières Rhénanes, HvJ EU 7 februari 2013, ECLI:EU:C:2013:62, Refcomp/Axa). In het geval waarin het forumkeuzebeding is vastgelegd in algemene voorwaarden is een dergelijk beding geldig indien in de tekst zelf van de door beide partijen ondertekende overeenkomst uitdrukkelijk wordt verwezen naar de algemene voorwaarden die dit beding bevatten. Dit geldt evenwel enkel bij een uitdrukkelijke verwijzing die door een partij bij betrachting van een normale zorgvuldigheid kan worden nagegaan en indien vast staat dat de algemene voorwaarden, met daarin het forumkeuzebeding, daadwerkelijk aan de andere contractpartij zijn meegedeeld (vgl. HvJ EU 7 juli 2016, ECLI:EU:C:2016:525, Höszig/Alstom, r.o. 39 en 40).

4.5.

Het verweer van ARB dat de algemene voorwaarden vernietigbaar zijn, omdat zij niet ter hand zijn gesteld, komt er in unierechtelijke zin op neer dat ARB zich er op beroept dat de algemene voorwaarden haar niet daadwerkelijk zijn meegedeeld en dat Crocs zich daarom niet op de in de algemene voorwaarden opgenomen forumkeuzebeding kan beroepen. Crocs stelt daar tegenover dat in de New Customer Form door ARB uitdrukkelijk is verklaard dat de algemene voorwaarden zijn gelezen. Crocs stelt echter niet dat zij toen reeds een exemplaar van de algemene voorwaarden aan ARB ter beschikking heeft gesteld. Een enkele verklaring dat de algemene voorwaarden zijn gelezen is onder die omstandigheden niet voldoende om vast te stellen dat de algemene voorwaarden daadwerkelijk zijn meegedeeld.

Aldus was ten tijde van de eerste order van ARB bij Crocs nog niet voldaan aan het vereiste dat de algemene voorwaarden aan ARB waren meegedeeld.

Bij gelegenheid van de order van 28 januari 2015 en dus ruim voor de transactie met betrekking tot de SS16-partij waren de algemene voorwaarden echter wel aan ARB meegedeeld, zodat vanaf dat moment aan ARB geen beroep meer toekomt op het verweer dat de algemene voorwaarden met het forumkeuzebeding haar niet zijn meegedeeld.

Een en ander leidt ertoe dat in dit geval ten tijde van de litigieuze overeenkomst is voldaan aan de in artikel 25 lid 1 sub a van de herschikte EEX-verordening bedoelde vorm van een schriftelijke overeenkomst, waardoor sprake is van een geldige forumkeuze.

4.6.

Het voorgaande leidt tot afwijzing van de incidentele vordering. ARB zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Crocs worden begroot op € 678,00 (1½ punt × tarief II) aan salaris advocaat.

4.7.

De nakosten zijn toewijsbaar zoals hierna onder de beslissing is vermeld.

5 De beslissing

De rechtbank

in het incident

5.1.

wijst het gevorderde af,

5.2.

veroordeelt ARB in de kosten van het incident, aan de zijde van Crocs tot op heden begroot op € 678,00,

5.3.

veroordeelt ARB in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat ARB niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

5.4.

verklaart de proceskostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,

in de hoofdzaak

5.5.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 26 juli 2017 voor conclusie van antwoord,

5.6.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.H. Marcus, rechter, bijgestaan door mr. P.C.N. van Gelderen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 14 juni 2017.