Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:5247

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
21-07-2017
Datum publicatie
28-07-2017
Zaaknummer
AWB - 17 _ 2986
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2018:2351, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De gemeente moet alsnog een vergunning verlenen aan een bedrijf dat woningen wil bouwen aan het Zeeburgerpad in Amsterdam-Oost. Dat betekent dat de woningen er mogen komen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 17/2986

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de meervoudige kamer van 21 juli 2017 in de zaak tussen

de besloten vennootschap Porten Development B.V., statutair gevestigd te Amsterdam, eiseres

(gemachtigde: mr. J. Sinnige),

en

het algemeen bestuur van de bestuurscommissie Oost van de gemeente Amsterdam, verweerder

(gemachtigde: M.E.R. Derby-Vink LL.B).

Procesverloop

Met het besluit van 24 mei 2016 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het wijzigen van het gebruik op de locatie [adres] te Amsterdam afgewezen.

Met het besluit van 25 oktober 2016 heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard.

Eiseres heeft hiertegen beroep ingesteld.

In de uitspraak van 7 maart 2017 heeft de rechtbank dit beroep gegrond verklaard, het besluit van 25 oktober 2016 vernietigd en verweerder opgedragen opnieuw te beslissen op het bezwaar.

Tegen het uitblijven van een nieuwe beslissing op bezwaar heeft eiseres op 15 mei 2017 beroep ingesteld.

Met het besluit van 23 mei 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar opnieuw ongegrond verklaard.

Op 14 juni 2017 heeft de rechtbank het beroepschrift van eiseres tegen het bestreden besluit ontvangen. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 juli 2017. Eiseres en verweerder hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. Ook zijn voor eiseres verschenen de heer [naam 1] , advocaat, mevrouw [naam 2] , deskundige van Sweco, en de heer [naam 3] , deskundige van Peutz.

Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank:

  • -

    verklaart het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk;

  • -

    stelt vast dat verweerder een dwangsom heeft verbeurd van € 460,-;

  • -

    verklaart het beroep tegen het bestreden besluit gegrond;

  • -

    vernietigt het bestreden besluit;

  • -

    herroept het primaire besluit;

  • -

    draagt verweerder op binnen vier weken na deze uitspraak de gevraagde omgevingsvergunning aan eiseres te verlenen;

  • -

    bepaalt dat verweerder aan eiseres een dwangsom van € 250,- verbeurt voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 25.000,-;

  • -

    draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 333,- aan eiseres te vergoeden;

  • -

    veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.785,-.

Overwegingen

1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.

2. De aanvraag van eiseres betreft een omgevingsvergunning om af te wijken van het bestemmingplan. Zij wil woningen realiseren op een locatie met bestemming ‘Bedrijf-2’, die bovendien valt binnen de geluidszone van het nabijgelegen industrieterrein. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen en het bezwaar eerder al ongegrond verklaard.

3. De rechtbank heeft verweerder in de uitspraak van 7 maart 2017 opdracht gegeven om alsnog een volledige heroverweging te verrichten en opnieuw te beoordelen of de gevraagde omgevingsvergunning in redelijkheid is geweigerd en daarbij kenbaar de inhoud van de door eiseres overgelegde rapporten te betrekken. De rapporten waarop de rechtbank in die uitspraak doelt, zijn de ruimtelijke onderbouwing van Sweco van 4 juli 2016 en de bijlage daarbij, het akoestisch rapport van Peutz van dezelfde datum.

4. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep ingesteld.

5. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar. Er is inmiddels een nieuwe beslissing op het bezwaar genomen. Eiseres heeft gesteld dat ze geen belang meer heeft bij een beslissing op het oorspronkelijke beroep. De rechtbank verklaart het beroep tegen het niet tijdig beslissen dus niet-ontvankelijk.

6. Verweerder heeft op 23 mei 2017 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen. De vraag die voorligt is of verweerder daarmee aan de opdracht van de rechtbank in de uitspraak van 7 maart 2017 heeft voldaan.

7. De rechtbank vindt van niet en onderbouwt dat als volgt.

8. Verweerder heeft het rapport van Peutz wel benoemd in de nieuwe beslissing op bezwaar, maar geen inhoudelijk oordeel gegeven over de conclusies van dat rapport. De rechtbank begrijpt uit het rapport van Peutz dat de toegestane geluidsnormen weliswaar in enkele woningen worden overschreden, maar dat dat met geluidsabsorberende maatregelen kan worden ondervangen. Daarmee kan volgens Peutz in alle woningen een aanvaardbaar woon- en leefklimaat worden gerealiseerd.

9. In de nieuwe beslissing op bezwaar staat slechts dat de beoogde woningen zijn gelegen op een afstand van minder dan 100 meter van een bedrijf van milieucategorie 4.1 (Fa. Kleijer Scheepsmotoren) en dat dat vanwege mogelijke geluidsoverlast onwenselijk is. Dat acht verweerder in strijd met een goede ruimtelijke ordening.

10. De rechtbank stelt vast dat verweerder in de beslissing op bezwaar dus niet inhoudelijk heeft gereageerd op de conclusie van Peutz. Ook ter zitting heeft verweerder dat niet gedaan. Verweerder zegt wel dat er door mensen van de Omgevingsdienst naar is gekeken, maar dat blijkt niet uit het dossier. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verweerder niet heeft voldaan aan de opdracht in de uitspraak van 7 maart 2017.

11. Het beroep is dus gegrond. De vraag is vervolgens hoe de rechtbank tot een effectieve en finale geschilbeslechting kan komen.

12. Eiseres heeft de rechtbank verzocht zelf in de zaak te voorzien en de vergunning te verlenen. Volgens eiseres blijkt uit de ruimtelijke onderbouwing van Sweco dat het plan past binnen een goede ruimtelijke ordening.

13. Ter zitting heeft verweerder desgevraagd toegelicht dat zijn standpunt erop neerkomt dat het onmogelijk is om binnen 100 meter van het bedrijf Kleijer woningen te realiseren omdat dat vanwege mogelijke geluidsoverlast voor de bewoners in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Verweerder heeft ook gezegd dat hij, als het geluidstechnisch mogelijk zou zijn om daar woningen te realiseren, de vergunning zou verlenen. Verweerder vindt primair dat het beroep ongegrond is. Subsidiair heeft hij de rechtbank verzocht de beslissing aan te houden in afwachting van de vaststelling van het nieuwe bestemmingsplan.

14. De rechtbank stelt vast dat, buiten het geluid, de overige aspecten van een goede ruimtelijke ordening niet in geding zijn.

15. Eiseres heeft ter onderbouwing van haar standpunt dat het plan ook qua geluid past binnen een goede ruimtelijke ordening, reeds in bezwaar het rapport van Peutz overgelegd. Verweerder heeft hierop in geen enkele fase van de procedure gereageerd, hoewel hij daarvoor ruimschoots de mogelijkheid had en in de uitspraak van 7 maart 2017 zelfs de opdracht had gekregen. Verweerder zegt dat hij dat in de bestemmingsplanprocedure zal doen in een advies aan de gemeenteraad, maar dat vindt de rechtbank niet genoeg. Er lag immers een concrete aanvraag voor om af te wijken van het huidige bestemmingsplan. Daar moest verweerder op beslissen en dan had hij dit rapport in het kader van die aanvraag moeten (laten) beoordelen, niet slechts in het kader van de bestemmingsplanprocedure. De rechtbank ziet om dezelfde reden ook geen aanleiding om de beslissing aan te houden totdat het nieuwe bestemmingsplan is vastgesteld.

16. Verweerder heeft niet inhoudelijk gereageerd op het rapport. De rechtbank is van oordeel dat het rapport zorgvuldig is opgesteld, inzichtelijk is en deugdelijk gemotiveerd. De rechtbank gaat dus uit van de juistheid daarvan.

17. De rechtbank gaat er daarom ook vanuit dat woningbouw op deze locatie past binnen een goede ruimtelijk ordening, ook op het aspect geluid. De rechtbank hecht eveneens waarde aan de mededeling van verweerder ter zitting dat, als het plan past binnen een goede ruimtelijke ordening, er geen beletselen zijn om de vergunning te verlenen. De rechtbank ziet daarom aanleiding op grond van artikel 8:72, derde lid, onder b, van de Algemene Wet bestuursrecht (Awb) zelf in de zaak te voorzien. De rechtbank kan echter niet zelf de vergunning verlenen omdat daar nog voorschriften aan kunnen worden verbonden. De rechtbank draagt verweerder daarom op om de gevraagde vergunning te verlenen binnen vier weken na de datum van deze uitspraak.

18. De rechtbank ziet in het verloop van de procedure tot nu toe aanleiding om op grond van artikel 8:72, zesde lid, van de Awb aan genoemde beslistermijn een dwangsom te verbinden van € 250,- per dag dat verweerder die termijn overschrijdt, met een maximum van € 25.000,-.

19. De rechtbank stelt vast dat verweerder niet tijdig heeft beslist op het bezwaar. Eiseres heeft verweerder op 19 april 2017 in gebreke gesteld. De dwangsom is op grond van artikel 4:17, derde lid, van de Awb verschuldigd van 4 tot en met 23 mei 2017 en bedraagt op grond van het tweede lid van dit artikel 14 x € 20,- + 6 x € 30,- = € 460,-.

20. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoedt.

21. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.485,- (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift, 1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 495,- en een wegingsfactor 1).

22. Daarnaast heeft eiseres verzocht om vergoeding van de kosten van de door haar naar zitting meegebrachte deskundigen. De rechtbank is van oordeel dat alleen de kosten voor de deskundige van Peutz voor vergoeding in aanmerking komen. Sweco heeft de ruimtelijke onderbouwing opgesteld, maar heeft voor geluidstechnische aspecten integraal de conclusies van Peutz overgenomen. Omdat alleen het aspect geluid in geschil was, kon eiseres er dus niet vanuit gaan dat deskundige van Sweco naast de deskundige van Peutz een afzonderlijke bijdrage zou leveren aan het oordeel van de rechtbank. Voor de kosten van de deskundige van Peutz gaat de rechtbank uit van een forfaitair tarief van € 75,- per uur, waarvan 3 uur voor de zitting en 1 uur reistijd, in totaal € 300,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Schaberg, voorzitter, en mr. A.W.C.M. van Emmerik en mr. J.W. Vriethoff, leden, in aanwezigheid van mr. J.C. Hoogendoorn, griffier, op 21 juli 2017.

griffier voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.