Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:515

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
18-01-2017
Datum publicatie
03-02-2017
Zaaknummer
13/845053-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Kinderopvangtoeslagfraude (KOT)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VERKORT VONNIS

Parketnummer: 13/845053-15

Datum uitspraak: 18 januari 2017

Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Ghana) op [geboortedatum] 1981,

ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres [adres] , [plaats] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit verkort vonnis is bij verstek gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 18 januari 2017.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr.
C. Goedegebuure.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat zij zich heeft schuldig gemaakt aan:

Feit 1: (medeplegen van) oplichting, meermalen gepleegd;

Feit 2: in strijd met een haar bij wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, opzettelijk nalaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, terwijl het feit kan strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, terwijl zij weet dat de gegevens van belang zijn voor de vaststelling van haar of eens anders recht op een verstrekking of tegemoetkoming dan wel voor de hoogte of duur van een dergelijke verstrekking of tegemoetkoming, meermalen gepleegd;

Feit 3: (schuld)witwassen.

De tekst van de integrale tenlastelegging is opgenomen in bijlage I die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

De rechtbank acht bewezen dat verdachte,

ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde,

in de periode van 29 november 2006 tot en met 21 maart 2011 in de gemeente Amsterdam, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen, door een samenweefsel van verdichtsels, de Belastingdienst heeft bewogen tot de afgifte van enig goed,

immers heeft verdachte – ter verkrijging van Kinderopvangtoeslag – documenten, te weten

valselijk opgemaakte elektronische aanvragen/wijzigingen Kinderopvangtoeslag bij de Belastingdienst ingediend, inhoudende onder meer dat

- [naam 1] (Sofinummer [nummer 1] ) per 1 januari 2007 gedurende 225 uur per maand dagopvang geniet bij [naam kinderdagverblijf] en per 1 januari 2007 [naam 2] (Sofinummer [nummer 2] ) en [naam 3] beiden gedurende 149 uur per maand buitenschoolse opvang bij [naam kinderdagverblijf] genieten,

waardoor verdachte de suggestie heeft gewekt dat de persoon genoemd op de aanvraag Kinderopvangtoeslag recht had op deze toeslag,

waardoor de Belastingdienst is bewogen tot uitbetaling van voornoemde toeslagen,

ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde,

in de periode van 1 maart 2006 tot en met 21 april 2011 in de gemeente Amsterdam, in strijd met een haar bij of krachtens een wettelijk voorschrift opgelegde verplichting,

te weten de inlichtingenverplichting op grond van artikel 17 van de Algemene Wet Inkomensafhankelijke Regelingen (Wet AWIR),

opzettelijk heeft nagelaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken aan de Belastingdienst Toeslagen, immers heeft verdachte verzuimd aan de Belastingdienst te melden dat de door haar op de aanvragen en wijzigingen Kinderopvangtoeslag vermelde kinderen geen kinderopvang (meer) genoten en/of minder uren opvang genoten, waardoor over de jaren 2006 en 2007 en 2008 en 2009 en 2010 en 2011 door de Belastingdienst uitbetalingen zijn gedaan op de bankrekening van verdachte, waarop zij, verdachte, geen recht had,

terwijl ze wist dat deze gegevens van belang waren voor de vaststelling van haar recht op een verstrekking of tegemoetkoming, te weten haar recht op een (voorschot) kinderopvangtoeslag op grond van de Wet Kinderopvang, dan wel voor de hoogte of de duur van de voornoemde verstrekking of tegemoetkoming,

zulks terwijl deze feiten konden strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander,

ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde,

in de periode van 1 januari 2007 tot en met 21 maart 2011 te Amsterdam, althans in Nederland en te Groot-Brittannië,

voorwerpen, te weten geldbedragen van in totaal 104.640 euro, voorhanden heeft gehad en omgezet, althans van die voorwerpen gebruik heeft gemaakt, terwijl zij wist dat bovenomschreven voorwerpen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf, immers heeft verdachte onder meer:

  • -

    geldbedragen contant opgenomen van de bankrekening waarop de kinderopvangtoeslag werd gestort, en

  • -

    vliegtuigtickets gekocht, en

  • -

    boodschappen en kleding betaald.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5 Het bewijs

De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Indien tegen dit verkort vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort vonnis gehecht.

6 De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straf

De officier van justitie heeft bij requisitoir gevorderd dat verdachte ter zake van de door haar onder 1, 2 en 3 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 (acht) maanden.

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft de Belastingdienst opgelicht door valselijk opgemaakte aanvragen/wijzigingen kinderopvangtoeslag bij de Belastingdienst in te dienen, terwijl zij geen recht had op die toeslag. Hiermee heeft verdachte misbruik gemaakt van het systeem van de Belastingdienst dat is ingesteld om grote aantallen aanvragen en wijzigingen kinderopvangtoeslag zo snel mogelijk te kunnen verwerken. De Belastingdienst gaat daarbij in het algemeen uit van de juistheid van de ingediende verzoeken om zo de aanvragers niet lang in onzekerheid te laten verkeren. Verdachte heeft het vertrouwen dat de basis vormt van het door de Belastingdienst gehanteerde systeem ondergraven. Ook neemt door dergelijke grootschalige fraudes de maatschappelijke bereidheid bij te dragen aan het toeslagenstelstel af.

Uit het feitencomplex vloeit automatisch voort dat verdachte in strijd met de haar geldende inlichtingenplicht niet aan de Belastingdienst heeft gemeld dat zij geen recht had op de gekregen toeslag. Verdachte heeft de ontvangen kindertoeslag contant opgenomen en uitgegeven aan vliegtickets en kleding. Daarmee heeft verdachte zich ook schuldig gemaakt aan witwassen op de wijze als in de bewezenverklaring omschreven.

Bij het bepalen van de strafmaat is acht geslagen op de hoogte van het fraudebedrag, groot
€ 128.222,-. Verder is rekening gehouden met de omstandigheden dat verdachte een lange periode heeft gefraudeerd en op dit moment nog niets heeft terugbetaald. Gelet op deze omstandigheden en de oriëntatiepunten van het LOVS is na te noemen onvoorwaardelijke gevangenisstraf – zoals ook gevorderd door de officier van justitie – passend en geboden.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 57, 227b, 326 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften zijn toepasselijk zoals geldend ten tijde van het bewezen geachte.

10 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van het onder 1 bewezen verklaarde:

oplichting, meermalen gepleegd

Ten aanzien van het onder 2 bewezen verklaarde:

in strijd met een haar bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, opzettelijk nalaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, terwijl het feit kan strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, en terwijl zij weet of redelijkerwijze moet vermoeden dat de gegevens van belang zijn voor de vaststelling van haar recht op een verstrekking of tegemoetkoming, meermalen gepleegd

Ten aanzien van het onder 3 bewezen verklaarde:

witwassen

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 8 (acht) maanden.

Dit vonnis is gewezen door

mr. D.J. Cohen Tervaert, voorzitter,

mrs. J.A.A.G de Vries en A. Eichperger, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. T. van de Kraats, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 18 januari 2017.