Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:4991

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
11-07-2017
Datum publicatie
14-07-2017
Zaaknummer
KG ZA 17-621
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Kort geding. Vordering tot rectificatie afgewezen. Uitlatingen op Quotenet.nl niet onrechtmatig geacht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/630237 / KG ZA 17-621 AB/MB

Vonnis in kort geding van 11 juli 2017

in de zaak van

de vennootschap naar buitenlands recht

MUSIC NATIONS NETWORK LTD,

gevestigd te Sheffield,

eiseres bij dagvaarding van 13 juni 2017,

advocaat mr. D.E. Stols te Amsterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ZOOM.IN B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

2. [gedaagde sub 2],

wonende te [plaats] ,

gedaagden,

advocaat mr. R.H. Stam te Utrecht.

1 De procedure

Ter terechtzitting van 27 juni 2017 heeft eiseres, hierna MN, gesteld en gevorderd overeenkomstig de in kopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. Gedaagden, hierna gezamenlijk Zoom.in c.s. en afzonderlijk Zoom.in en [gedaagde sub 2] , hebben verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen. Beide partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht. Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen. Voorafgaand aan de behandeling van dit kort geding is een ander (later aanhangig gemaakt) kort geding behandeld tussen dezelfde partijen (met nummers: C/13/630410 KG ZA 17/631), met dien verstande dat daarin Zoom.in als eiseres optrad en MN als gedaagde. In dat kort geding wordt afzonderlijk vonnis gewezen. Ter zitting waren aanwezig:

aan de zijde van Zoom.in c.s.: [gedaagde sub 2] ( [functie] ), [naam 1] . [naam 2] , [functie] , [naam 3] , en mr. Stam;

aan de zijde van MN: [naam 4] , [naam 5] en [naam 6] en mr. Stols.

2 De feiten

2.1.

Zoom.in en MN zijn ondernemingen die (onder meer) diensten verlenen aan videomakers (‘creators’) die hun eigen filmpjes (‘content’) online zetten via de website YouTube. Zij leggen zich erop toe om deze individuele filmpjes te ‘bundelen’ op YouTube, zodat meer mensen ze kunnen zien, waardoor ze interessanter worden voor adverteerders.

In dat verband zijn zij in 2014 gaan samenwerken, welke samenwerking is vastgelegd in de ‘Multi Channel Network Partner Agreement’, waarbij Zoom.in MN een (nog) groter platform zou bieden om haar kanalen te openbaren en eenvoudiger te managen, via het Zoom.in ‘dashboard’, ook wel het Content Management System (CMS) genoemd. In ruil daarvoor ontvangt Zoom.in 10% van de reclame-inkomsten van de MN kanalen.

2.2.

Naar aanleiding van aangescherpt beleid van YouTube zijn MN en Zoom.in met elkaar in conflict geraakt. In verband met dit conflict heeft Zoom.in op 23 december 2016 de kanalen van MN ondergebracht in haar eigen onderneming, omdat volgens Zoom.in het nieuwe beleid van YouTube daartoe noopte, aangezien bij MN veel dubieuze kanalen (‘rogue channels’) zouden zijn ondergebracht (waarop bijvoorbeeld inbreuk wordt gemaakt op auteursrechten, of waar met het aantal ‘viewers’ wordt gemanipuleerd), waar YouTube vanaf wil.

2.3.

Bij vonnis van 1 juni 2017 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank Zoom.in op vordering van MN veroordeeld om (onder meer) aan MN weer onvoorwaardelijk toegang te verschaffen tot het gehele CMS, zodanig dat MN exact dezelfde mogelijkheden heeft de kanalen van de bij MN aangesloten creators te managen als zij had op 1 november 2016 en om aan MN te betalen alle achterstallige reclame-inkomsten vanaf 1 december 2016 tot aan de dag van betaling.

2.4.

Op 5 juni 2017 is een artikel verschenen in de online versie van Quote Magazine (op www.quotenet.nl), met de kop:

Zoomin verliest kort geding, toch jubelt [functie] [gedaagde sub 2].”

Het artikel luidt, voor zover hier van belang, als volgt:

Doorgaans blijft degene die in een procedure wordt veroordeeld tot het betalen van de proceskosten zuur achter. Maar Quote-500 lid [gedaagde sub 2] , [functie] van Zoomin, is juist blij met het verloren kort geding dat het Britse Music Nations Networks tegen zijn onderneming aanspande. ‘Dit gaat ons heel erg helpen.”

Zoomin.TV, het videocontentbedrijf dat [gedaagde sub 2] een comfortabele positie in de Quote 500 bezorgde en dat diens compagnon [naam 7] plaats deed nemen in onze recente en inspirerende lijst van jonge, selfmade miljonairs , heeft ten onrechte eenzijdig een overeenkomst met Music Nations Networks gewijzigd. Dat ze niet anders kon, omdat YouTube anders Zoomins kanalen op zwart zou gooien, zoals [gedaagde sub 2] eerder ook op deze site betoogde acht de Amsterdamse rechtbank niet bewezen.

Het nog niet gepubliceerde vonnis lijdt tot gejuich bij [naam 8] , de advocaat van de piepjonge Britse ondernemer [naam 4] . ‘De rechter bevestigt in het vonnis dat Zoomin fout zat toen het zomaar de kanalen én de advertentie-inkomsten van [naam 4] inpikte.

Die vergissing wordt door dit vonnis gelukkig rechtgezet.’

Maar gek genoeg jubelt ook [gedaagde sub 2] . ‘Ik hanteer een absoluut zerotolerancebeleid ten aanzien van mensen die ons willen belazeren, chanteren of bestelen. En dat is wat er hier aan de hand is. Er is geld gestolen van Zoomin, van adverteerders en van YouTube. Want er worden structureel en doelbewust frauduleuze channels in mijn MCN-licentie gepompt. Dit vonnis maakt duidelijk waar de grenzen liggen en biedt ons volop kansen om nu snoeiharde vervolgacties te ondernemen. En dat gaan we ook doen. Goed, het kost ons nu eerst € 3000 aan griffiekosten, maar uiteindelijk gaat ons heel veel opleveren. Hoe dan? Nou het lijkt mij niet verstandig de strategie via de pers te delen, maar ik houd je op de hoogte.’ ”

3 Het geschil

3.1.

MN vordert samengevat - Zoom.in c.s. te gebieden zich met onmiddellijke ingang te onthouden van het uiten van enige beschuldiging aan het adres van (de mensen achter) MN van betrokkenheid bij enig strafbaar feit zoals oplichting, chantage en/of diefstal, tenzij zich enig nieuw feit zou voordoen dat een dergelijke beschuldiging zou rechtvaardigen. Daarnaast vordert MN veroordeling van Zoom.in c.s. tot het (doen) plaatsen van rectificaties op Quotenet en in Quote Magazine, zoals nader omschreven in het petitum van de dagvaarding. Dit alles op straffe van verbeurte van dwangsommen en met (hoofdelijke) veroordeling van Zoom.in c.s. in de proceskosten.

3.2.

Zoom.in voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

MN acht de uitlatingen van [gedaagde sub 2] in de Quote onrechtmatig jegens MN, met name de passage:

Ik hanteer een absoluut zerotolerancebeleid ten aanzien van mensen die ons willen belazeren, chanteren of bestelen. En dat is wat er hier aan de hand is. Er is geld gestolen van Zoomin, van adverteerders en van YouTube. Want er worden structureel en doelbewust frauduleuze channels in mijn MCN-licentie gepompt”.

Deze passage slaat volgens MN op grond van de daaraan voorafgaande tekst onmiskenbaar op MN en haar medewerkers. Volgens MN is sprake van ernstige beschuldigingen, waardoor de reputatie van MN en haar medewerkers wordt aangetast en die geen steun vinden in het beschikbare feitenmateriaal.

4.2.

Aanleiding voor het artikel was het (bij 2.3 genoemde) vonnis van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 1 juni 2017, gewezen tussen MN en Zoom.in, waarin MN overwegend in het gelijk werd gesteld.

Na een alinea waarin dit uit de doeken wordt gedaan volgt een alinea waarin de advocaat van MN, die kennelijk door de verslaggever is gebeld, juichend wordt opgevoerd.

Dan volgt een alinea waarin ook de [functie] van Zoom.in, [gedaagde sub 2] , eveneens door de verslaggever gebeld, zich ‘gek genoeg’ blij toont met de uitspraak. Op voorshands onnavolgbare wijze legt hij uit dat het vonnis hem en zijn bedrijf uiteindelijk heel veel geld gaat opleveren. Vlak daarvoor is hij geciteerd met de door MN gewraakte zinnen. Die zinnen zijn algemeen gesteld zonder dat er namen worden genoemd. [gedaagde sub 2] heeft ter zitting verklaard dat hij bewust een algemene reactie heeft willen geven. Door de zin “En dat is wat er hier aan de hand is.” worden die algemene uitlatingen echter in verband gebracht met (de zaak tegen) MN en krijgt de lezer de indruk dat hij het over MN, dan wel de personen achter MN heeft. Juist met betrekking tot dat zinnetje heeft [gedaagde sub 2] ter zitting ontkend dat hij het zo heeft gezegd. Aangezien dit kort geding zich niet leent voor nader onderzoek naar de feiten blijft dit laatste in het ongewisse. Dat betekent dat er onvoldoende aanknopingspunten zijn voor de conclusie dat [gedaagde sub 2] zich onrechtmatig heeft uitgelaten en daarmee voor een rectificatie. Zoom.in c.s. kunnen immers niet aansprakelijk worden gesteld voor uitlatingen die zij mogelijk niet, of niet zo, hebben gedaan. Dat Zoom.in c.s. zich niet tot de redactie van Quote heeft gewend om mee te delen dat [gedaagde sub 2] niet correct is geciteerd, maakt dat niet anders.

4.3.

Het voorgaande impliceert dat de gewraakte uitlatingen voorshands niet een rechtstreekse beschuldiging bevatten dat (medewerkers van) MN zich hebben schuldig gemaakt aan diefstal, bedrog en/of chantage. Voor zover MN door de publicatie niettemin in haar reputatie is aangetast, weegt haar belang bij de bescherming van haar eer en goede naam in de gegeven omstandigheden voorshands minder zwaar dan het belang van Zoom.in om niet beperkt te worden in haar uitingsvrijheid.

4.4.

Daar komt bij dat de uitingen – voor zover door Quote juist geciteerd – deel uitmaken van een fel debat tussen MN en Zoom.in naar aanleiding van hun geschil. Zoom.in c.s. heeft in dit verband verwezen naar een eerder artikel op quotenet.nl met de kop “Britse tiener beschuldigt bedrijf van Quote-500-lid [gedaagde sub 2] van diefstal”. Daarin wordt de advocaat van MN over de actie van Zoom.in aangehaald met de zinsnede: “Zie het als een soort vijandelijke overname, maar dan zonder te betalen.”; waarop [gedaagde sub 2] reageert met de woorden: “(…) wat mij betreft valt deze zaak in de categorie van een voorbijganger die iemand van de verdrinkingsdood redt, om vervolgens een rechtszaak te krijgen voor aanranding wegens de mond op mondbeademing.” Ook vanwege deze context is het beperken van de uitingsvrijheid van een der partijen vooralsnog niet op zijn plaats.

4.5.

De conclusie luidt dat voorshands onvoldoende grond bestaat om Zoom.in te verplichten tot het rectificeren van de uitlatingen. Ook de tussen partijen in acht te nemen redelijkheid en billijkheid noodzaakt daartoe niet, al zou de verdere samenwerking tussen partijen erbij gebaat kunnen zijn als de betrokkenen meer het compromis zouden zoeken.

4.6.

De gevraagde voorzieningen worden dan ook geweigerd, met veroordeling van MN, als de in het ongelijk gestelde partij, in de kosten van dit geding.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

weigert de gevraagde voorzieningen;

5.2.

veroordeelt MN in de kosten van dit geding, tot heden aan de zijde van Zoom.in c.s. begroot op:

– € 618,- € 618,- aan griffierecht en

– € 618,- € 816,- aan salaris advocaat;

5.3.

verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. Beukenhorst, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. M. Balk, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 11 juli 2017.1

1 type: MB coll: EBTK