Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:4990

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
01-06-2017
Datum publicatie
14-07-2017
Zaaknummer
627598 / KG ZA 17-451
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Kort geding. Vordering tot het weer toegang verlenen tot CMS (Content Management System) grotendeels toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/627598 / KG ZA 17-451 MvW/MB

Vonnis in kort geding van 1 juni 2017

in de zaak van

de vennootschap naar vreemd recht

MUSIC NATIONS NETWORK LTD,

gevestigd te Sheffield, Verenigd Koninkrijk,

eiseres in conventie bij dagvaarding van 24 april 2017,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. D.E. Stols te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ZOOM.IN B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. R.H. Stam te Utrecht.

1 De procedure

Ter terechtzitting van 16 mei 2017 heeft eiseres, hierna MN, gesteld en gevorderd overeenkomstig de in kopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. Gedaagde, hierna Zoom.in, heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen, en vervolgens in reconventie gevorderd overeenkomstig de in kopie aan dit vonnis gehechte akte. MN heeft de vordering in reconventie bestreden. Beide partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht. Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen op 1 juni 2017, voor zover zij niet daarvóór nog een minnelijke regeling zouden hebben getroffen, hetgeen zij in dat geval tijdig aan de voorzieningenrechter zouden meedelen. Een mededeling van dien aard is echter niet ontvangen.
Ter zitting waren aanwezig:

aan de zijde van MN: [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] en mr. Stols;

aan de zijde van Zoom.in: [naam 4] , CEO, [naam 5] (managing director) en

mr. Stam.

2 De feiten

2.1.

Zoom.in is een Nederlands bedrijf dat (onder meer) diensten verleent aan videomakers die hun eigen filmpjes (‘content’) online zetten via de website YouTube. YouTube LLC (hierna ook YouTube) is een dochteronderneming van Google Inc. (Google) en exploiteert via haar website het grootste videoplatform ter wereld. De dienstverlening van Zoom.in houdt onder meer in het bij elkaar brengen van vele afzonderlijke kanalen van individuele videomakers in één overkoepelend netwerk (Multi Channel Network = MCN). De inkomsten van Zoom.in (en van de videomakers) hieruit zijn met name afkomstig uit advertenties die rond de filmpjes op internet worden geplaatst.

2.2.

MN is een Brits bedrijf dat zich richt op de exploitatie van YouTube-kanalen, gerelateerd aan muziek. MN is in 2013 opgericht door de (toen 14-jarige)

[naam 1] uit het Verenigd Koninkrijk. Enig bestuurder van MN is

[naam 2] , de moeder van [naam 1] .

2.3.

MN biedt (onder anderen) muzikanten de mogelijkheid hun zelf opgenomen filmpjes te verspreiden via YouTube, in ruil voor (een deel van) de reclame-inkomsten die daarmee worden gegenereerd. Deze inkomsten komen binnen via de zogenoemde “AdSense-account”, de rekening die MN daarvoor heeft bij YouTube. Tot januari 2017 had MN met 4500 kanalen gemiddeld 250 miljoen kijkers (‘views’) per maand en had zij maandelijks ongeveer € 165.000,- aan omzet.

2.4.

Partijen zijn in 2014 gaan samenwerken. Op 15 juni 2015 hebben partijen deze samenwerking vastgelegd in de ‘Multi Channel Network Partner Agreement’ met als ingangsdatum 1 februari 2014 (hierna: de Overeenkomst), waarbij Zoom.in MN een (nog) groter platform zou bieden om haar kanalen te openbaren en eenvoudiger te managen, via het Zoom.in ‘dashboard’, ook wel het Content Management System (CMS) genoemd. In ruil daarvoor ontvangt Zoom.in 10% van de reclame-inkomsten van de MN kanalen.

2.5.

De Overeenkomst is aangegaan voor onbepaalde tijd en bevat onder meer de volgende bepalingen:

1. Definitions

(…)

Zoomin.TV NMS ” means the web based software platform which Partner (MN, vzr.) will be allowed to use for the purpose of effectively controlling and managing the Partner’s Multi Channel Network by offering automated workflows and processes including automated communication, channel and network statistics, support/FAQ system, integrated (semi) automated payment interfaces, integrated services which can be distributed digitally by means of the Zoomin.TV NMS (het CMS, vzr.) and a number of other current functionalities, including allowing the channels in the Partner Multi Channel Network to access various sources of statistics, support and a number of other value add services.

(…)

2. License and Services

2.1

Subject to compliance with the terms and conditions of this Agreement, Zoomin.TV hereby grants to Partner a non-exclusive, non-transferable license for the Term of this Agreement (…) to access and use the Zoomin.TV NMS. (…)Zoomin(…) shall provide Partner (…)with a login and password for access to Partner’s dashboard account and corresponding administrative controls by Partner’s authorized personnel (…)

2.2

Partner acknowledges that upon entering into the Agreement, Zoomin(…) has played a critical role in obtaining and helping to maintain YouTube’s approval for the set up of Partner’s Multi Channel Network and independent Multi Channel Network status in a direct relationship with Google. Zoomin(…) shall continue to use commercially reasonable efforts to assist Partner with any issues that may arise as between Partner and YouTube.

(…)

5.3

Zoomin(…) shall provide Partner with a detailed earnings split per channel and per video through the Zoomin.TV NMS to enable Partner to check the revenue share payments to the respective channels in detail.

(…)

9. Warranties and Indemnity

(…)

9.2

Partner warrants that (…) (ii) any information or materials provided to Zoomin(…) in connection with this Agreement do not infringe the intellectual property rights of any third party; (iii) its use of the Zoomin(…) NMS shall comply with all applicable laws, rules and regulations and any operating rules provided by Zoomin(…) and as may be updated by Zoomin(…) in writing from time to time; (…)(v) neither Partner or any of its employees, agents or permitted sub-contractors shall use the Zoomin.TV NMS in a way or for any purpose that infringes or misappropriates any third party’s intellectual property rights; (…)

2.6.

Medio 2016 heeft YouTube aangekondigd dat zij haar beleid ter zake van Multi Channel Networks (MCN’s) gaat aanscherpen per 1 januari 2017 en dat vanaf dan zogenoemde ‘sub-networks’ niet meer zouden worden getolereerd, maar alleen nog ‘owned and operated channels’ en ‘affiliate channels’.

2.7.

Bij e-mail van 2 september 2016 heeft Zoom.in onder meer het volgende aan MN meegedeeld:

I am writing this email to bring to your notice that effective September 1st, Zoomin (…) will be adapting its policy in regards to the Virtual Network agreement. The upcoming developments will be implemented as a result of the YouTube’s recent policy change available below.

YouTube Policy

A sub-network exists when a MCN provides direct or indirect access of its roll-up tool to unaffiliated third parties, who act on behalf of a separate brand or company, in exchange of compensation or some consideration.

Subnetworks are not permitted , and accounts that violate this policy will be subject to penalties. YouTube reserves the right to modify this policy at any point in time.

YouTube believes that there are two primary issues with sub-networks:

1. They grant unaccountable third parties access to sensitives tools.

2. They cause creator confusion in the marketplace when creators believe they are signing up with one brand but are actually rolled up under another company.

2.8.

Tussen partijen zijn vervolgens geschillen ontstaan, onder meer met betrekking tot de vraag of MN als ‘sub-network’ of als ‘affiliate’ moet worden aangemerkt. Partijen hebben daarover gecorrespondeerd (veelal per e-mail) en hebben op 19 december 2016 een bespreking gehad. Hierbij is ook een eventuele overname van MN door Zoom.in aan de orde geweest.

2.9.

Bij e-mail van 22 december 2016 heeft MN aan Zoom.in verzocht de MN-kanalen niet te verplaatsen. Op 23 december 2016 heeft Zoom.in desondanks de kanalen van MN ondergebracht bij Zoom.in. De reclame-inkomsten van de MN-kanalen komen sindsdien binnen op het AdSense account van Zoom.in.

2.10.

Onder de gedingstukken (productie 19 van MN) bevindt zich correspondentie waarin YouTube ( [naam 6] ) op 10 januari 2017 aan MN ( [naam 1] ) onder meer mailt:

Thank you for your email, and for taking the time to meet and catch up. As agreed, we will seek to get al heads around the table and look to confirm next steps, putting an action plan that works for all.

2.11. (

De advocaat van) MN heeft Zoom.in (onder meer) op 26 januari 2017 en op 7 februari 2017 gesommeerd om het CMS weer toegankelijk te maken en de aan MN toekomende gelden aan haar uit te betalen.

2.12.

Zoom.in heeft op 27 maart 2017 over januari 2017 een bedrag van

€ 14.863,91 aan MN betaald. Over februari en maart 2017 heeft Zoom.in nog geen betalingen verricht.

2.13.

Op 6 mei 2017 heeft MN de volgende mededeling op haar website gezet:

Dear Channel Partners.

Payments for February and March

We apologise for the inconvenience caused by the ongoing delay to payments relating to February and March 2017.

The funds from Google have not been yet received by Music Nations (MN) from Zoomin (…) due to factors beyond MNs control. Zoomin (…) is currently in control of the administration of the funds and we are addressing the issue with Zoomin to ensure the February payments reach you without further delay. We have informed Zoomin (…) of the unacceptability of the delays we are experiencing in processing your payments. We have notified all key stakeholders so that they are aware of the position.

We are doing everything in our power to restore the normal payment flows as quickly as possible. We expect to have a further update on the 17th of May when we should have positive clarification and determination of the position following the actions we are taking. We will make all payments as soon as we are placed in funds.

2.14.

MN heeft als productie 16 een overzicht van haar maandomzetten in het geding gebracht, waarin een omzetdaling is vermeld van $ 160.415,40 in november 2016 tot $ 83.858,62 in maart 2017 (gerelateerd aan een daling van het aantal views van 275.271.002 in november 2016 tot 169.809.542 in maart 2017).

2.15.

Partijen hebben voor de gerezen geschillen geen oplossing bereikt.

3 Het geschil in conventie

3.1.

MN vordert:

Zoom.in op straffe van verbeurte van dwangsommen en met veroordeling van Zoom.in in de kosten van dit geding, te gebieden:

I. primair

- om binnen 48 uur na betekening van het vonnis 24 uur per dag onvoorwaardelijk toegang te verschaffen tot het gehele CMS, zodanig dat MN exact dezelfde mogelijkheden heeft de kanalen van de bij MN aangesloten creators te managen als zij had op 1 november 2016, waaronder in ieder geval het recht om haar eigen inkomsten te beheren;

- althans ervoor te zorgen dat de reclame-inkomsten gegenereerd met de kanalen van de bij MN aangesloten creators direct van YouTube op het AdSense-account van MN worden gestort, zodat MN daarover direct zelf kan beschikken;

II. subsidiair:

om binnen 48 uur na betekening van het vonnis aan MN uiterlijk elke 25e van iedere kalendermaand tot het einde van de overeenkomst een volledig gespecificeerd omzetrapport ten aanzien van de daaraan voorafgaande kalendermaand te verzenden, en MN telkens binnen 3 dagen na verzending van dit overzicht de haar op grond daarvan toekomende reclame-inkomsten te betalen, zonder enige inhouding of verrekening;

III. om binnen 48 uur na betekening van het vonnis het dashboard, alsmede alle pagina’s die betrekking hebben op de aan MN gelieerde kanalen te voorzien van het merkteken van MN, althans de pagina’s zo in te richten dat duidelijk is dat deze van MN afkomstig zijn:

IV. om binnen 7 dagen na betekening van het vonnis aan MN te betalen alle achterstallige reclame-inkomsten over de periode vanaf 1 december 2016 tot aan de dag van betaling.

Tot slot vordert MN Zoom.in te gebieden om binnen 14 dagen na betekening van het vonnis een schriftelijk overzicht aan MN toe te zenden van alle promotionele activiteiten die Zoom.in sinds de start van de Overeenkomst ten behoeve van MN en de aan haar verbonden kanalen heeft verricht.

3.2.

Zoom.in voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 Het geschil in reconventie

4.1.

Zoom.in vordert, samengevat, MN op straffe van verbeurte van dwangsommen en met veroordeling van MN in de proceskosten, te gebieden (I) om binnen 48 uur na betekening van het vonnis te voldoen aan alle garanties genoemd in artikel 9.2 van de Overeenkomst en (II) om de tekst zoals nu opgenomen op het dashboard (geciteerd bij 2.13) te verwijderen en verwijderd te houden en af te zien van enig andere negatieve uitlating over Zoom.in op welk medium dan ook.

4.2.

MN voert verweer.

4.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5 De beoordeling in conventie

5.1.

Anders dan Zoom.in heeft bepleit, heeft MN bij de gevraagde voorzieningen een voldoende spoedeisend belang. MN heeft voldoende aannemelijk gemaakt (onder meer door overlegging van productie 16 waarvan Zoom.in de juistheid op zichzelf niet heeft betwist) dat haar omzet, nadat Zoom.in haar geen toegang meer verleende tot het CMS aanzienlijk is gedaald en dat zij veel minder inkomsten ontvangt dan voorheen. MN heeft er dan ook belang bij op zo kort mogelijke termijn weer toegang te krijgen tot de systemen.

5.2.

De vorderingen van MN komen grotendeels neer op een vordering tot nakoming van de Overeenkomst. Een dergelijke vordering kan in kort geding alleen worden toegewezen, indien – naast het vereiste dat een spoedeisend belang bij de eisende partij aanwezig is –voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter het standpunt van MN zal volgen, bijvoorbeeld omdat het verweer van Zoom.in geen redelijke kans van slagen heeft.

5.3.

Door het ingrijpen van Zoom.in is het sinds 23 december 2016 voor MN niet langer mogelijk om haar onderneming te exploiteren zoals zij gewend was. Zij kan geen nieuwe ‘creators’ uitnodigen, geen meldingen van YouTube verwerken, geen kanalen verwijderen en de reclame-inkomsten worden, anders dan voorheen, niet meer gestort op haar eigen AdSense-rekening bij YouTube, maar op die van Zoom.in, die deze inkomsten vervolgens niet (volledig) aan MN doorbetaalt. Aldus wordt MN belemmerd in haar bedrijfsvoering, en kan zij haar eigen verplichtingen, waaronder het betalen van de bij MN aangesloten ‘creators’ moeilijk nakomen.

Kortom, MN kan sinds 23 december 2016 niet meer zelfstandig opereren, wat daarvóór onder de vlag van de Overeenkomst wel het geval was.

5.4.

Tussen partijen is niet in geschil dat Zoom.in op grond van de Overeenkomst in beginsel gehouden is om het CMS aan MN ter beschikking te stellen. Dit eenzijdig wijzigen door Zoom.in is daarmee in strijd.

5.5.

Kort gezegd komt het verweer van Zoom.in hierop neer dat zij (1) in de onmogelijkheid verkeert om (onverkort) aan deze verplichting te (blijven) voldoen, omdat dit fatale gevolgen zou kunnen hebben voor zowel MN als Zoom.in (omdat Google/YouTube in dat geval het scherm ‘op zwart’ zou zetten, omdat MN een door YouTube ongewenst ‘subnetwork’ is) en/of (2) dat zij gerechtigd is om haar verplichtingen op te schorten, omdat MN op haar beurt zich volgens Zoom.in niet aan haar verplichtingen houdt. Het ingrijpen van Zoom.in moet tegen deze achtergrond volgens haar worden gezien als een ‘tijdelijke noodmaatregel’.

Dienaangaande wordt het volgende overwogen.

5.6.

Dat het voor haar onmogelijk zou zijn om aan haar verplichtingen jegens MN te blijven voldoen, omdat dat zou leiden tot de teloorgang van het bedrijf, heeft Zoom.in vooralsnog onvoldoende aannemelijk gemaakt. Weliswaar kan worden aangenomen dat YouTube sinds 1 januari 2017 een stringenter beleid hanteert ten aanzien van de zogenoemde MCN’s, in die zin dat ‘subnetworks’ niet langer worden getolereerd, maar de stelling van MN dat zij niet als een ‘subnetwork’ moet worden aangemerkt, maar als een ‘affiliate’, moet zeker niet als bij voorbaat kansloos worden bestempeld. Bij een eerste beoordeling ligt het meer voor de hand om MN te beschouwen als een aan Zoom.in gelieerde entiteit (affiliate), dan als een ‘unaffiliated third party’ (zoals bedoeld in de bij 2.7 weergegeven brief van Zoom.in aan MN, een ‘niet gelieerde derde’ zoals Zoom.in dat zelf heeft vertaald). Zoom.in heeft immers samen met haar zusterbedrijf Illuminata een aandelenbelang in MN van 42,5%. Anders dan Zoom.in lijkt te bepleiten, is het niet vereist dat zij een meerderheidsbelang heeft in MN om als MCN voor YouTube aanvaardbaar te zijn. YouTube maakt zelf onderscheid tussen “Owned and Operated channels (O&O)” en “Affiliate channels” welk onderscheid bij de interpretatie van Zoom.in nog nauwelijks enige betekenis zou hebben.

Daarnaast valt uit de correspondentie van MN met YouTube (Google) (aangehaald bij 2.11) geenszins te concluderen dat een overeenkomst met YouTube, met behoud van de identiteit en zelfstandigheid van MN, niet in overeenstemming zou zijn te brengen met het nieuwe YouTube beleid. Zoom.in heeft haar stelling dat dit anders is, onvoldoende met nadere bescheiden onderbouwd. Ook heeft zij onvoldoende aannemelijk gemaakt pogingen te hebben gedaan (bijvoorbeeld door middel van constructief overleg met MN en YouTube) om met inachtneming van de Overeenkomst aan het nieuwe beleid van YouTube tegemoet te kunnen komen, waartoe zij op grond van artikel 2.2. van de Overeenkomst jegens MN wel gehouden is, zoals MN terecht heeft gesteld.

5.7.

Ook haar stelling dat MN ernstig tekort zou zijn geschoten in de nakoming van haar eigen verplichtingen, zodat ‘opschorting’ gerechtvaardigd zou zijn, heeft Zoom.in onvoldoende aannemelijk gemaakt. Zij heeft zich in dat verband met name beroepen op de omstandigheid dat bij MN tal van dubieuze kanalen aangesloten zouden zijn (geweest) – suspended channels – die door YouTube worden geweerd omdat zij zich schuldig maken aan het plegen van auteursrecht inbreuken en/of het manipuleren met views, waardoor kanalen (veel) vaker lijken te worden bezocht dan in werkelijkheid het geval is, om zo de advertentie-inkomsten op te schroeven. MN heeft daar tegenover gesteld dat zij dergelijke praktijken niet altijd in de hand heeft en dat deze zaken met name speelden in 2015, waarna zij samen met Zoom.in de kanalen heeft ‘opgeschoond’. Dit probleem doet zich volgens MN thans niet meer op substantiële wijze voor. MN heeft in dit verband onweersproken gesteld dat het aantal ‘suspended channels’ in 2016 slechts 4.4% van het totaal aantal kanalen betrof. Haar stelling dat Zoom.in deze problematiek er met de haren heeft bijgesleept in een poging haar onterechte handelwijze te ‘rechtvaardigen’ komt dan ook niet ongegrond voor, te minder nu Zoom.in geen duidelijke ingebrekestellingen in het geding heeft gebracht waaruit ondubbelzinnig blijkt dat zij MN op deze gestelde tekortkomingen heeft gewezen en/of MN (recent nog) tot nakoming van haar verplichtingen heeft gemaand. Zoom.in heeft in dit verband gewezen op een

e-mail van 23 december 2016 (haar productie 3) maar in die e-mail valt, behalve een verzoek om de kanalen op te schonen in verband met mogelijke boetes van YouTube, geen ingebrekestelling te lezen.

Daar komt bij dat het volledig overnemen van de bedrijfsvoering van MN – zoals zij met het treffen van de maatregel lijkt te hebben gedaan – een stuk verder gaat dat het ‘opschorten’ van verplichtingen en dat het standpunt van Zoom.in dat het slechts een ‘tijdelijke noodmaatregel’ zou zijn onaannemelijk voorkomt, aangezien de situatie al sinds eind december 2016 ongewijzigd is en Zoom.in niet duidelijk heeft gemaakt welke stappen zullen leiden tot beëindiging van de maatregel, en op welk termijn dat dan gaat gebeuren.

5.8.

Het voorgaande leidt ertoe dat voorshands voldoende aannemelijk is dat de rechter in een eventuele bodemprocedure zal oordelen dat Zoom.in geen goede gronden heeft om de Overeenkomst niet langer na te komen. Dit betekent dat de primaire vordering onder I en de vordering onder IV worden toegewezen. De gevorderde dwangsom zal daarbij alleen worden verbonden aan de veroordeling ten aanzien van de vordering onder I, met matiging en maximering daarvan zoals hierna vermeld, aangezien de vordering onder IV betaling van een geldsom betreft (zij het van onbepaalde waarde op dit moment) waaraan geen dwangsom verbonden kan worden.

5.9.

Aan de vordering onder III heeft Zoom.in, naar zij onweersproken heeft gesteld, al voldaan. Een veroordeling op dit punt is daarom, anders dan MN heeft bepleit, op dit moment niet nodig. Voorshands bestaan geen concrete aanwijzingen dat Zoom.in dit weer gaat terugdraaien.

5.10.

Ook de vordering met betrekking tot de promotionele activiteiten zal worden afgewezen. MN heeft onvoldoende gespecificeerd op welke activiteiten precies wordt gedoeld en in welk opzicht Zoom.in tekort zou zijn geschoten in uit de Overeenkomst voortvloeiende verplichtingen op dit punt.

5.11.

Als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij zal Zoom.in worden veroordeeld in de kosten van het geding in conventie, gevallen aan de zijde van MN.

6 De beoordeling in reconventie

6.1.

De vordering van Zoom.in onder (I) in reconventie behelst eveneens een vordering tot nakoming van de Overeenkomst. Zoom.in heeft gesteld dat MN daarin tekort schiet, met name op het punt van de garanties vermeld in artikel 9.2, die onder meer zien op nakoming van wet- en regelgeving en het voorkomen van auteursrecht inbreuken, door MN of aan haar gelieerde (rechts-)personen. MN heeft op dit punt terecht aangevoerd dat Zoom.in onvoldoende specifiek kenbaar heeft gemaakt waar MN in haar optiek tekort schiet en dat zij geen deugdelijke, concrete sommaties heeft overgelegd. Alleen al om die reden is deze vordering niet toewijsbaar.

6.2.

De vordering onder (II) in reconventie ziet op de onder 2.13 weergegeven tekst die MN recentelijk op haar website heeft geplaatst. MN heeft terecht aangevoerd dat het MN vrij staat om de bij haar aangesloten kanalen in te lichten over (de oorzaak van) de niet tijdige betaling en dat de gehanteerde tekst neutraal is. Zoom.in heeft haar stelling dat de tekst niettemin jegens haar onrechtmatig zou zijn, onvoldoende onderbouwd. Er is dan ook geen grond voor een gebod om deze tekst te verwijderen. Voor een verbod om zich in de toekomst negatief over Zoom.in uit te laten bestaat voorshands geen aanleiding en bovendien is deze vordering, mede tegen de achtergrond van de uitingsvrijheid van MN, te ruim geformuleerd, zoals MN terecht heeft aangevoerd.

6.3.

De vorderingen in reconventie worden derhalve afgewezen, met veroordeling van Zoom.in als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van de procedure in reconventie, tot heden aan de zijde van MN – vanwege de samenhang met het geding in conventie – begroot op nihil.

7 De beslissing

De voorzieningenrechter

In conventie:

7.1.

veroordeelt Zoom.in om aan MN binnen 48 uur na betekening van het vonnis 24 uur per dag onvoorwaardelijk toegang te verschaffen tot het gehele CMS, zodanig dat MN exact dezelfde mogelijkheden heeft de kanalen van de bij MN aangesloten creators te managen als zij had op 1 november 2016, waaronder in ieder geval het recht om haar eigen inkomsten te beheren;

7.2.

bepaalt dat Zoom.in een aan MN te betalen dwangsom verbeurt van

€ 5.000,- voor iedere dag dat zij nalaat om aan de onder 7.1 genoemde veroordeling te voldoen, met een maximum van € 500.000,-;

7.3.

veroordeelt Zoom.in om binnen 7 dagen na betekening van het vonnis aan MN te betalen alle achterstallige reclame-inkomsten vanaf 1 december 2016 tot aan de dag van betaling;

7.4.

veroordeelt Zoom.in in de kosten van dit geding, tot heden aan de zijde van MN begroot op:

– € 80,42 € 80,42 aan explootkosten,

– € 80,42 € 1.924,- aan griffierecht en

– € 80,42 € 1.224,- aan salaris advocaat;

7.5.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

7.6.

wijst het meer of anders gevorderde af;

In reconventie:

7.7.

weigert de gevraagde voorzieningen;

7.8.

veroordeelt Zoom.in in de kosten van dit geding, tot heden aan de zijde van MN begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. van Walraven, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. M. Balk, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 1 juni 2017.1

1 Coll. TF