Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:4364

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
29-05-2017
Datum publicatie
22-06-2017
Zaaknummer
EA VERZ 17-77
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

WWZ. Vordering ex art 7:682. Geen bedrijfssluiting, maar verplaatsing. Dat het een andere juridische entiteit betreft en een ander land, maakt dat in casu niet anders.

Werkgever had herplaatsing bij buitenlandse dochter dienen te onderzoeken voor de resterende duur van het dienstverband. Herstel niet meer mogelijk. Billijke vergoeding wegens ernstig verwijtbaar gedrag van werkgever.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 2
Burgerlijk Wetboek Boek 2 24b
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 669
Burgerlijk Wetboek Boek 7 682
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/3249
RAR 2017/140
JAR 2017/173
AR-Updates.nl 2017-0795
XpertHR.nl 2017-20000649
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht - team kanton

zaaknummer: 5680037 EA VERZ 17-77

beschikking van: 29 mei 2017

func.: 245

Beschikking van de kantonrechter

I n z a k e

[verzoeker]

wonende te [woonplaats]

verzoeker, nader te noemen: [verzoeker]

gemachtigde: mr. D. Hogenboom

t e g e n

de besloten vennootschap Bombardier Aerospace Netherlands B.V.

gevestigd te Amsterdam

verweerster, nader te noemen: BAN

gemachtigde: mr. S.G.E. van Ruitenbeek

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

[verzoeker] heeft op 25 januari 2017 een verzoek ex artikel 7:682 lid 1 onder b BW ingediend strekkende tot toekenning van een billijke vergoeding. BAN heeft een verweerschrift ingediend.
Het verzoek is mondeling behandeld ter terechtzitting van 4 april 2017. Voorafgaand heeft [verzoeker] nog nadere stukken ingezonden. [verzoeker] is verschenen met zijn gemachtigde. BAN is verschenen bij de heer [naam 1] (met een tolk) en de gemachtigde. Partijen hebben ter zitting hun standpunten aan de hand van pleitaantekeningen c.q. een pleitnota toegelicht.

Na verder debat is een datum voor beschikking bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Uitgangspunten

1. Uitgegaan wordt van het volgende:

1.1.

BAN is onderdeel van de Bombardier Groep (verder: Bombardier), die opereert in de vliegtuigindustrie. BAN exploiteert sedert 2010 het servicecenter van Bombardier op Schiphol, waar de klanten van Bombardier hun Business Aircraft (privé zaken-vliegtuig) konden onderbrengen voor onderhoud en reparatie. BAN was het enige servicecenter van Bombardier binnen Europa, gevestigd op Schiphol met een nevenvestiging in Nice. De eigenaren kunnen zelf kiezen waar zij de zakelijke vliegtuigen laten onderhouden. Bij BAN waren 70 medewerkers in dienst. BAN heeft steeds aanzienlijke verliezen geleden.

1.2.

[verzoeker] , geboren op [geboortedatum] 1969, is per 1 februari 2016 met nog vier andere collega’s bij BAN in dienst getreden als Technican B1. Het salaris van [verzoeker] bedroeg bruto € 3.777,70 per maand, exclusief emolumenten. Het betrof een dienstverband voor twee jaar, dat voor onbepaalde tijd zou worden verlengd bij goed functioneren. De arbeidsovereenkomst bevat een tussentijds opzeggingsbeding.

1.3.

[verzoeker] is door (een medewerker van) BAN verzocht te solliciteren. [verzoeker] had een vast dienstverband bij Rijnmond Aircraft Service BV, dat hij voor de overstap naar BAN heeft opgezegd. Dit was BAN bekend. Bij het sluiten van het dienst-verband is [verzoeker] meegedeeld dat de orderportefeuille vol zat tot en met mei 2016 en de rest van 2016 er ook goed uit zag.

1.4.

In het voorjaar van 2016 heeft Bombardier haar strategie heroverwogen en vervolgens besloten de vestiging op Schiphol te sluiten. Ongeveer 24 uur voor het bekend maken van de sluiting van het servicecenter van BAN op Schiphol, heeft Bombardier bekend gemaakt dat zij een nieuw servicecenter zou openen in Biggin Hill nabij Londen (GB).

1.5.

De nieuwe vestiging van Bombardier in Biggin Hill is geopend daags na de sluiting van de vestiging van BAN op Schiphol. Alle bedrijfsgoederen van BAN zijn naar Biggin Hill verzonden, ook de protocollen zijn overgenomen. In Biggin Hill worden exact dezelfde activiteiten verricht als op Schiphol werden gedaan.

1.6.

De Europese ondernemingsraad van Bombardier heeft in haar ‘’ statements of findings” van 4 augustus 2016 de sluiting van BAN en de opening van Biggin Hill aangemerkt als a transfer of work. Bombardier heeft dat betwist en heeft ten opzichte van de ondernemingsraad gesteld dat er geen verband tussen beide beslissingen was.

1.7.

BAN heeft op 26 augustus 2016 voor alle medewerkers van BAN een ontslag-vergunning aangevraagd op grond van bedrijfssluiting (artikel 7:669 lid 3 onder a BW). [verzoeker] heeft verweer gevoerd. De ontslagvergunning is verleend op 29 september 2016. Het dienstverband is door BAN op 27 oktober 2016 opgezegd tegen 30 november 2016.

1.8.

Bombardier heeft een sociaal plan opgesteld, dat is ondertekend door FNV en CNV Vakmensen. Volgens het sociaal plan heeft [verzoeker] recht op de minimum vergoeding van € 3.500,00 bruto. Gelet op de duur van het dienstverband had [verzoeker] geen recht op een transitievergoeding. BAN heeft [verzoeker] aangeboden van het mobiliteitscentrum gebruik te maken.

1.9.

BAN heeft [verzoeker] en zijn vier collega’s met hetzelfde dienstverband vanaf 1 februari 2016 in december 2016 als additionele vergoeding een bedrag gelijk aan 4 maandsalarissen (€ 14.800,00 bruto) uitgekeerd. [verzoeker] heeft in totaal een bedrag van € 18.300,- bruto van BAN ontvangen.

1.10.

Bombardier heeft met [verzoeker] of zijn collega’s geen herplaatsing in Biggin Hill of een andere vestiging (bv Nice) besproken. Alle medewerkers van BAN hebben mogen solliciteren op een plaats in Biggin Hill. Van de 70 medewerkers van BAN zijn er twee herplaatst in Biggin Hill (en één in Singapore).

1.11.

[verzoeker] heeft na het dienstverband met BAN van het bedrijf AAS Airsupport GmbH in Hörsching (Oostenrijk, verder: AAS) een arbeidsovereenkomst aangeboden gekregen voor werkzaamheden in Linz (Ö) en Linate (It), eventueel Nice en Cannes. [verzoeker] wilde het aanbod aanvaarden, maar voordat de arbeidsovereenkomst werd getekend heeft AAS het aanbod ingetrokken. Daarbij is [verzoeker] meegedeeld dat Bombardier het bedrijf zou overnemen en die bezwaar had tegen indiensttreding van [verzoeker] . Bombardier heeft het bedrijf inmiddels overgenomen.

1.12.

[verzoeker] heeft nog geen ander werk.

Verzoek van [verzoeker]

2. [verzoeker] verzoekt hem ten laste van BAN op de voet van artikel 7:682 lid 1 onder b BW, een billijke vergoeding toe te kennen van € 70.000,- bruto onder aftrek van het inmid-dels door BAN aan [verzoeker] betaalde bedrag van € 18.300,- bruto, althans een nader te bepalen vergoeding, met veroordeling van BAN in de kosten van de procedure.

3. [verzoeker] stelt daartoe dat hij zich niet kan neerleggen bij het, in zijn optiek, ernstig verwijtbaar handelen van BAN, waardoor de arbeidsovereenkomst met hem zonder redelijke grond is opgezegd. Samengevat betoogt [verzoeker] dat aan de vereisten voor het toekennen van een billijke vergoeding is voldaan: er bestond geen redelijke grond voor ontslag en/of herplaatsing in een passende functie was wél mogelijk, en herstel is niet meer mogelijk als gevolg van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van BAN.

4. Volgens [verzoeker] is BAN niet transparant geweest bij de aanvraag van de ontslagvergun-ning. BAN heeft nagelaten het UWV te informeren dat sprake was van een bedrijfs-verhuizing en niet van een bedrijfssluiting. Bovendien stelt BAN ten onrechte dat de verwachtingen betreffende het aanbod van werk niet zijn uitgekomen, maar waarbij BAN heeft nagelaten te vermelden dat de daarvoor noodzakelijke investeringen door BAN niet zijn gepleegd.

5. Ook heeft BAN de herplaatsingsmogelijkheden niet onderzocht. [verzoeker] heeft steeds de bereidheid gehad in het buitenland te werken; ook in Nice of in Biggin Hill. [verzoeker] is echter slechts meegedeeld dat hij kon solliciteren op een plek in Biggin Hill en dat de arbeidsovereenkomst hoe dan ook zou eindigen.

6. BAN heeft direct nadat zij haar besluit had genomen, zelfs nog voor de ondernemings-raad was geraadpleegd, er bekendheid aan gegeven. Daardoor is herstel van het dienstverband niet meer mogelijk. Dat valt BAN te verwijten. Evenzeer verwijtbaar is dat BAN een nieuw dienstverband van [verzoeker] bij AAS heeft gefrustreerd.

7. [verzoeker] heeft berekend dat hij door het voortijdig afbreken van het dienstverband een bedrag van € 70.000,- bruto misloopt. [verzoeker] meent dat dit bedrag de billijke vergoe-ding dient te zijn. Daarvan kan het reeds uitgekeerde bedrag ad € 18.300,- bruto worden afgetrokken.

Verweer van BAN

8. BAN voert hiertegen – samengevat – aan dat BAN door Bombardier is gestart met als doel binnen een paar jaar mooie winst te genereren. Die verwachting is niet uitge-komen. Er zijn vele miljoenen verlies geleden. In de loop van 2016 werd duidelijk dat in 2016 opnieuw verliezen zouden worden geleden en dat risico was BAN niet langer be-reid te nemen. Het verlies van BAN op Schiphol heeft te maken met het feit dat relatief weinig Bombardier vliegtuigen hun thuisbasis op Schiphol hebben en daarmee is Schiphol niet een voorkeurslocatie.

9. BAN betwist dat zij in 2015 winst heeft gemaakt en bovendien als dat wel het geval zou zijn, dan nog had BAN mogen overgaan tot de bedrijfssluiting. De bedrijfssluiting is doorgevoerd en daarmee staat vast dat de arbeidsplaats van [verzoeker] is komen te vervallen. Vast staat ook dat van een valse of voorgewende reden geen sprake is en nu herplaatsing niet mogelijk is, is het uitgesloten dat [verzoeker] recht heeft op een billijke vergoeding.

10. Maar zelfs als er geen redelijke grond zou zijn, dan nog heeft [verzoeker] geen recht op een billijke vergoeding, nu BAN niet ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Bovendien heeft [verzoeker] al vergoedingen gehad. Naast de betaalde bedragen van totaal € 18.300,- bruto heeft [verzoeker] een cursus van omstreeks € 10.000,- mogen volgen en heeft de mobiliteit-straining van [verzoeker] BAN € 5000,- gekost. Voor BAN is het niet bestaanbaar dat zij nog meer aan [verzoeker] betaalt.

Beoordeling

11. De kantonrechter stelt voorop dat uit artikel 7:682 lid 1 BW volgt dat indien een werkgever van het UWV op grond van het vervallen van arbeidsplaatsen als gevolg van bedrijfsbeëindiging toestemming verkrijgt het dienstverband met een werknemer op te zeggen en daarvan gebruik maakt, deze opzegging niettemin in strijd met het bepaalde in artikel 7:669 BW kan zijn. Het enkele feit dat (de vestiging van) BAN op Schiphol is gesloten, brengt met andere woorden niet mee dat van een veroordeling op de voet van artikel 7:682 lid 1 sub b BW geen sprake meer kan zijn. Immers BAN moet ook voldoen aan de vereisten van artikel 7:669 lid 1 BW, namelijk dat naast de redelijke grond herplaatsing van de werknemer binnen een redelijk termijn niet mogelijk is of in de rede ligt.

Redelijke grond en/of herplaatsing

12. Allereerst voert [verzoeker] aan dat in feite geen sprake is geweest van een bedrijfssluiting, maar van een bedrijfsverhuizing. Mede gelet op het chronologisch verloop van de gebeurtenissen is voor de kantonrechter voldoende aannemelijk geworden dat er inderdaad geen sprake is geweest van een bedrijfssluiting, maar van een bedrijfs-verhuizing: een verhuizing van de activiteiten van Bombardier, die werden gedaan in de vestiging op Schiphol, naar de nieuwe locatie in Biggin Hill. Dat er geen verband is tussen beide besluiten van Bombardier - zoals BAN heeft betoogd - komt niet geloofwaardig voor. Immers, slechts een dag voor het bekend maken van de sluiting van Schiphol, heeft Bombardier de opening van de locatie Biggin Hill aangekondigd. En daarnaast is onbetwist gebleven dat álle bedrijfsonderdelen van Schiphol naar Biggin Hill zijn verscheept en dat zelfs de protocollen van BAN op Schiphol ongewijzigd zijn overgenomen. In feite is alles van Schiphol naar Biggin Hill overgegaan, met uitzondering van het personeel van BAN.

12. De kantonrechter is daarom van oordeel - anders dan het UWV- dat BAN, althans Bombardier, had dienen te bewerkstelligen dat, of op zijn minst oprecht en uitputtend dienen te onderzoeken of, [verzoeker] kon worden herplaatst in Biggin Hill. Met het uitnodigen van alle medewerkers om te solliciteren in Biggin Hill, is niet voldaan die verplichting. Het verweer van BAN dat [verzoeker] destijds zou hebben aangegeven niet in het buitenland te willen werken, wordt gepasseerd. Dat blijkt nergens uit; eerder het tegendeel lijkt het geval.

12. Alles wegende wordt geoordeeld dat, zo er al een redelijke grond voor ontslag be-stond, herplaatsing in een passende functie wél mogelijk was, althans dat zulks niet mogelijk was is onvoldoende gebleken. Dat dit zou zijn geweest binnen een andere (formele) entiteit van Bombardier, maakt - gelet op het internationale karakter van de werkzaamheden - geen verschil.

12. Inmiddels, zo heeft de kantonrechter begrepen, wordt een herplaatsing van [verzoeker] in Biggin Hill door beide partijen uitgesloten en dus is herstel van het dienstverband tussen [verzoeker] en BAN niet mogelijk. De gehele gang van zaken die daarvan de oorzaak is, wordt daarbij als ernstig verwijtbaar handelen en nalaten zijdens BAN (en Bombardier) gekwalificeerd, hetgeen [verzoeker] recht geeft op een billijke vergoeding. Daarbij zal de kantonrechter meewegen dat [verzoeker] feitelijk door BAN is overgehaald om bij haar te solliciteren en wel op een moment dat men had kunnen voorzien dat de vestiging op Schiphol in zeer zwaar weer verkeerde. Althans BAN draaide al dusdanig lang verlies dat het aannemen van nieuw personeel voor de nieuwe medewerkers onverantwoordelijk is te noemen. Zij laten immers een vast dienstverband achter voor een onzekere toekomst, terwijl [verzoeker] in elk geval daar niet voor is gewaarschuwd. En of dit alles nog niet genoeg was, heeft BAN, althans Bombardier (achter wiens rug BAN zich niet kan verschuilen) een nieuw dienstverband van [verzoeker] bij AAS op onbegrijpelijke gronden getorpedeerd.

De billijke vergoeding ex art 7:682 BW

16. De billijke vergoeding ex artikel 7:682 lid 1 sub b BW dient in relatie te staan tot het verlies van de baan en daarmee tot de waarde van de ten onrechte verloren gegane arbeidsplaats. Nu door BAN niet inhoudelijk is betwist dat door het voortijdig eindigen van de arbeidsovereenkomst [verzoeker] het bedrag van € 70.000,- bruto aan inkomen mist, zal dit bedrag worden toegewezen, waarop het reeds uitgekeerde bedrag van
€ 18.300,- bruto in mindering kan worden gebracht. De kosten van de cursus bij BAN zullen niet worden meegewogen nu die cursus met name in het belang van BAN is gevolgd. Ook de kosten van de mobiliteit worden niet in mindering gebracht, aangezien door toedoen van BAN de nieuwe baan van [verzoeker] juist niet is door gegaan.

16. De kantonrechter zal derhalve [verzoeker] een billijke vergoeding toekennen van [€ 70.000 - € 18.300 =] € 51.700,- bruto.

Kostenveroordeling

18. Gelet op de uitkomst zal BAN worden veroordeeld in de kosten van de procedure, tot heden aan de zijde van [verzoeker] bepaald op € 470,00 aan griffierechten en € 800,00 aan salaris gemachtigde, voor zover verschuldigd inclusief BTW.

BESLISSING

De kantonrechter:

kent aan [verzoeker] een billijke vergoeding toe ten laste van BAN ter hoogte van
€ 51.700,00 bruto;

veroordeelt BAN tot betaling van deze vergoeding en verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

veroordeelt BAN in de kosten van de procedure, tot heden bepaald op € 470,00 aan griffierechten en € 800,00 aan salaris van de gemachtigde, voor zover verschuldigd inclusief BTW;

veroordeelt [verzoeker] tot betaling van een bedrag van € 50,00 aan nasalaris, te verhogen met een bedrag van € 68,00 onder de voorwaarde dat betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden en BAN niet binnen 14 dagen na aanschrijving vrijwillig aan het vonnis heeft voldaan, een en ander voor zover van toepassing, inclusief btw;

wijst het verzoek voor het overige af.

Aldus gegeven door mr. M.V. Ulrici, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 mei 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter