Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:4359

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
12-06-2017
Datum publicatie
22-06-2017
Zaaknummer
5598952 CV EXPL 16-36660
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arbeidsovereenkomst met naar Hongkong uitgezonden werknemer, vordering vergoedingen uit hoofde van expatovereenkomst, aanpassing arbeidsvoorwaarden, doorlopen overeenkomst, verrekening met transitievergoeding, schadevergoeding vanwege onrechtmatig beslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/3235
AR-Updates.nl 2017-0761
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 5598952 CV EXPL 16-36660

vonnis van: 12 juni 2017

fno.: 811

vonnis van de kantonrechter

I n z a k e

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GIBSON INNOVATIONS NETHERLANDS BV,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres in conventie, verweerster in reconventie,

nader te noemen: Gibson,

gemachtigde: mr. N. Mauer,

t e g e n

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde in conventie, eiser in reconventie,

nader te noemen: [gedaagde] ,

gemachtigde: mr. F.M. Luijkx.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

  • -

    de dagvaarding van 13 december 2016 met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie met producties;

  • -

    het instructievonnis van 6 februari 2017, waarbij een comparitie van partijen is bepaald;

  • -

    dagbepaling comparitie van partijen;

  • -

    conclusie van antwoord in reconventie met producties.

De comparitie heeft plaatsgevonden op 11 mei 2017. Gibson is verschenen bij haar gemachtigde. [gedaagde] is verschenen vergezeld door zijn gemachtigde. Voorafgaande aan de zitting heeft [gedaagde] een akte vermeerdering van eis in reconventie toegezonden en deze ter zitting ingediend. Partijen hebben ter zitting verder hun standpunten toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. Ten slotte is vonnis gevraagd en is een datum voor vonnis bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Feiten

1.1.

[gedaagde] , die de Britse nationaliteit bezit, is op 1 juni 1995 bij de besloten vennootschap Philips International BV (verder Philips) in dienst getreden. De laatste arbeidsovereenkomst dateert van 9 april 2003. [gedaagde] heeft nooit in Nederland gewerkt; hij is door Philips steeds uitgezonden naar achtereenvolgens Hong Kong, Singapore en Frankrijk.

1.2.

Per 1 januari 2006 is [gedaagde] door Philips opnieuw uitgezonden naar Hong Kong. Vanaf toen werkte hij onafgebroken bij Philips Electronics Hong Kong Ltd (verder: Philips Hong Kong) in de functie van creative director.

1.3.

In het kader van de tweede uitzending van [gedaagde] naar Hong Kong hebben partijen per 1 januari 2006 een zogenoemde Expatriation Agreement (verder de expat-overeenkomst) gesloten. In de expat-overeenkomst is een rechtskeuze voor Nederlands recht en de rechtbank Amsterdam opgenomen.

1.4.

In de expat-overeenkomst van [gedaagde] zijn op zijn dienstverband van toepassing verklaard de (uitgebreide) Standard Expatriate Conditions van Philips (verder: de expat conditions). Artikel 9.2.4 van de expat conditions bepaalt:
“Any personal belongings in storage during your expatriate assignment should be transported to your new accommodation. This will need to be done within 3 months of ending your expatriate assignment; otherwise you will need to pay for the additional storage costs.”

Artikel 9.4 van de expat conditions bepaalt:

“When your expatriate assignment ends and you return home, you will no longer be subject to the Philips expatriate conditions, and as such your employment conditions will again be governed via your existing home country employment contract.(…)”

1.5.

De uitzending van [gedaagde] naar Hong Kong was initieel voor drie jaar, tot 31 december 2008. In oktober 2008 heeft Philips [gedaagde] (per e-mail) bevestigd dat de uitzending werd verlengd tot 31 december 2010. In september 2010 is op dezelfde wijze [gedaagde] een verlenging bericht tot 31 december 2012. Bij mail van 22 augustus 2012 is de overeenkomst nogmaals verlengd tot 31 december 2013. Daarna is de uitzending stilzwijgend voortgezet.

1.6.

Als expat ontving [gedaagde] , zoals tussen partijen overeengekomen in de expat-overeenkomst, naast zijn regulier loon verschillende expatvergoedingen en een housing allowance, van in totaal € 13.837,60 per maand.

1.7.

In 2013 heeft Philips haar audio en video gerelateerde activiteiten ondergebracht in de vennootschap WOOX Innovations Netherlands B.V. (hierna: WOOX). Het dienstverband van Philips met [gedaagde] is daarbij ook ondergebracht bij WOOX. Bij brief van 30 augustus 2013 heeft de heer [naam 1] , CEO van WOOX, [gedaagde] in dat verband als volgt bericht:
“(…) We would like to inform you about the implications for you as an expatriate. Provided deal closure per September 29, 2013, your expatriate assignment agreement with Philips, and the related expatriate conditions, will be transferred to WOOX Innovations.
Your expatriate conditions as applicable in the Philips Expatriate Policy, and in your expatriate agreement, will be no less favorable with WOOX Innovations as with Philips. WOOX Innovations will observe these conditions till the end of your planned expatriate assignment (max December 31st 2015). It has also been agreed that, opposed to the Philips Expatriate Policy, the expatriate and location allowances will not end or be reduced before the current agreed planned end date of the expatriate assignment.
Ultimo six months before your planned expatriate assignment end date with WOOX Innovations, the management will decide after close consultation with you whether:
(a) to continue your current assignment with WOOX Innovations in Hong Kong based on either WOOX International expatriate or local employment conditions or;
(b) you enter into a new role with WOOX lnnovations in a new host country or your home country based on either WOOX International expatriate or local employment conditions, or
(c) you will be repatriated and return to WOOX Innovations in your home country, where in case no suitable employment is available, your employment with WOOX Innovations will be ended according to the then applicable home country laws, regulations and fair practices. (…)”

1.8.

In juni 2014 is Gibson via een aandelentransactie eigenaar geworden van WOOX en is de naam van de vennootschap gewijzigd in Gibson. In verband daarmee zijn de medewerkers geïnformeerd dat “de expatriate overeenkomsten” zouden eindigen per 31 december 2015. Ook Philips Hong Kong is overgenomen door een aan Gibson gelieerde entiteit, te weten Gibson Innovations Ltd.

1.9.

Op 3 november 2015 hebben [gedaagde] en Gibson voor het eerst met elkaar gesproken over de arbeidsvoorwaarden van [gedaagde] . Gibson heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat de expat conditions per 31 december 2015 een einde namen, waarna [gedaagde] op lokale condities in Hong Kong werkzaam zou kunnen blijven. Dit zou voor [gedaagde] verlies van zijn housing allowance inhouden en een verlaging van de diverse expatvergoedingen. Als [gedaagde] dit niet zou aanvaarden, zou zijn dienstverband worden beëindigd.

1.10.

Bij e-mail van 16 november 2015 heeft [gedaagde] een voortzetting van het dienstverband op lokale vergoedingen geweigerd en verder medegedeeld:
“(…)As previously indicated in our contract discussion and brief chat, I will regretfully not be taking up your offer of a localized employment contract from Jan 1st. We can discuss further on what options we still have moving forward.
Given the rather unfortunate timescale, a number of things such as housing become very urgent to resolve in the short term, so let’s follow up to see what is the best way forward. (…)”.

1.11.

Gibson heeft [gedaagde] vervolgens aangeboden de expatvergoedingen met twee maanden voort te zetten tot 1 maart 2016. Dit is vastgelegd in een nieuwe expat-overeenkomst gedateerd op 24 november 2015. Bij e-mailbericht van 25 november 2015 heeft [naam 2] namens Gibson aan [gedaagde] onder meer bericht:
“(…) Further to our conversation (…) we are offering to extend your Hong Kong expatriate assignment for 2 months from Jan 1, 2016 till Feb 29, 2016. (…) Following the end of your expatriate assignment, your employment with our company will come to an end. The company and yourself shall reach a settlement agreement separately upon your employment termination. (…)”

1.12.

Op 16 december 2015 heeft [gedaagde] de aangeboden expat-overeenkomst ondertekend. Hierin is vermeld dat zijn bestaande expataanstelling zal worden verlengd van 1 januari 2016 tot 1 maart 2016.

1.13.

Begin 2016 heeft Gibson te kennen gegeven de expat-overeenkomst met [gedaagde] niet verder te zullen verlengen. Gibson heeft op 29 januari 2016 het UWV met betrekking tot [gedaagde] om bedrijfseconomische redenen om een ontslagvergunning verzocht. [gedaagde] heeft in die procedure verweer gevoerd. Bij besluit van 18 mei 2016 heeft het UWV geoordeeld dat geen sprake is van bedrijfseconomische redenen, aangezien de arbeidsplaats in Hong Kong voor [gedaagde] beschikbaar blijft. Het UWV heeft daarom zich niet bevoegd geacht om op de aanvraag te beslissen en de aanvraag niet verder in behandeling genomen.

1.14.

Gibson heeft per 16 maart 2016 de expatvergoedingen van [gedaagde] stop gezet en per 1 april 2016 de housing allowance. [gedaagde] heeft vanwege de hoge kosten vervolgens per 1 april 2016 zijn huurwoning, waarvoor hij housing allowance ontving, opgezegd en is met zijn gezin elders gaan wonen.

1.15.

[gedaagde] heeft desondanks zijn werkzaamheden in Hong Kong voortgezet.

1.16.

Bij dagvaarding van 19 april 2016 heeft [gedaagde] vervolgens in kort geding vanaf 16 maart 2016 doorbetaling van de expatvergoedingen en vanaf 1 april 2016 het bieden van passende woonruimte van Gibson gevorderd. Bij vonnis van 24 mei 2016 heeft de kantonrechter de voorzieningen toegewezen, door Gibson te veroordelen tot betaling van de gevorderde expatvergoedingen en tot betaling van housing allowance.

1.17.

Gibson heeft daarop de maandelijkse betaling van de expatvergoedingen en de housing allowance hervat.

1.18.

Op 15 juni 2016 heeft Gibson een ontbindingsverzoek ingediend bij de rechtbank Amsterdam en [gedaagde] bij e-mailbericht/brief medegedeeld hem op 1 september 2016 te zullen repatriëren naar Nederland.

1.19.

Bij e-mail van 1 juli 2016 deelde Gibson aan [gedaagde] mede dat hij per 4 juli 2016 niet meer zal worden toegelaten tot zijn werkzaamheden en met “Garden Leave” wordt gestuurd.

1.20.

Eind augustus 2016 is [gedaagde] met zijn gezin naar Nederland gevlogen. Zijn inboedel is door Gibson in Hong Kong opgeslagen tot 30 november 2016.

1.21.

Bij beschikking van 13 oktober 2016 heeft de kantonrechter van deze rechtbank op verzoek van Gibson de arbeidsovereenkomst tussen partijen per 1 december 2016 ontbonden onder toekenning van een transitievergoeding aan [gedaagde] ten bedrage van € 111.714,00 bruto en de verzoeken van [gedaagde] grotendeels afgewezen. [gedaagde] heeft tegen deze beschikking hoger beroep aangetekend.

1.22.

Op 14 oktober 2016 heeft Gibson de voorzieningenrechter van deze rechtbank verzocht conservatoir eigenbeslag te mogen leggen op de ingevolge de beschikking van 13 oktober 2016 aan [gedaagde] uitvoerbaar bij voorraad te betalen transitievergoeding. Gibson heeft aan dat verzoek ten grondslag gelegd dat zij de uit hoofde van het kortgeding vonnis van 24 mei 2016 betaalde expatvergoedingen en housing allowance over de periode vanaf 16 maart/1 april 2016 tot 1 september 2016 onverschuldigd heeft betaald en uit dien hoofde een vordering inclusief rente en kosten van € 93.510,00 op [gedaagde] heeft. Op 16 november 2016 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden voor de voorzieningenrechter van deze rechtbank, waarbij [gedaagde] hiertegen verweer heeft gevoerd. Bij beschikking van 30 november 2016 heeft de voorzieningenrechter verlof verleend om eigenbeslag te leggen.

1.23.

Op 1 december 2016 heeft Gibson eigenbeslag onder zichzelf doen leggen ten laste van [gedaagde] . Eind december 2016 ontving [gedaagde] van Gibson, na verrekening met de na 16 maart 2016 betaalde expatvergoedingen ten bedrage van € 71.931,--, rente daarover van € 21.579,--, loonbelasting en opslagkosten ad € 6.269.39, het restant van de transitievergoeding, te weten € 2.468,53 netto.

Geschil

in conventie:

  1. Gibson vordert bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis [gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 71.931,00,--, vermeerderd met € 1.494,31 aan buitengerechtelijke incassokosten en € 1.207,35 aan kosten van het conservatoire beslag, alles vermeerderd met rente en de proceskosten.

  2. Gibson stelt daartoe dat zij vanaf 16 maart 2016 tot 1 september 2016 in totaal € 30.173,00 aan expatvergoedingen en vanaf 1 april tot 1 september 2016 in totaal € 41.758,00 aan housing allowance onverschuldigd aan [gedaagde] heeft betaald.

  3. [gedaagde] voert verweer. Op de stellingen van partijen zal hieronder voor zover van belang nader worden ingegaan.

in reconventie:

4. [gedaagde] vordert, na wijziging eis, voor zover mogelijk bij voorlopige voorziening, althans bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

- Gibson te veroordelen om het eigenbeslag per direct op te heffen, op straffe van een dwangsom, opdat Gibson aan [gedaagde] de ontbindingsvergoeding van € 111.764,00 zal voldoen, vermeerderd met rente vanaf 1 december 2016;

- Gibson te veroordelen tot betaling van schadevergoeding van € 7.500,00 vanwege onrechtmatig c.q. ongegrond gelegd eigenbeslag;

- althans, indien het beslag niet wordt opgeheven, Gibson te veroordelen tot betaling van € 21.579 bruto aan ingehouden rente en kosten;

- Gibson te veroordelen tot betaling van € 6.269,39 aan ten onrechte verrekende opslagkosten;

- Gibson te veroordelen tot betaling van de proceskosten van de kort gedingprocedure met betrekking tot het beslagverlof ad € 1.088,--;

- Gibson te veroordelen in de onderhavige proceskosten.

5. [gedaagde] stelt daartoe dat de betaalde expatvergoedingen en housing allowance niet onverschuldigd zijn betaald en dat het eigenbeslag derhalve onrechtmatig is gelegd onder de door Gibson aan hem verschuldigde ontbindingsvergoeding. De daardoor door [gedaagde] geleden schade dient Gibson te vergoeden. Verder dient Gibson de opslagkosten in Hong Kong te betalen, aldus [gedaagde] .

6. Gibson heeft verweer gevoerd. Voor zover van belang zal hieronder nader op de stellingen van partijen worden ingegaan.

Beoordeling

in conventie en in reconventie:

7. Gelet op de nauwe samenhang van de vorderingen in conventie en in reconventie zullen deze hieronder gezamenlijk worden behandeld.

Expatvergoedingen en housing allowance

8. Vaststaat dat tussen [gedaagde] en Gibson, als rechtsopvolger van WOOX, voorheen Philips, een arbeidsovereenkomst bestond. Verder is onbetwist gebleven dat daarnaast een expat-overeenkomst is gesloten tussen [gedaagde] en Philips, die (uiteindelijk) is overgegaan op Gibson. Uit artikel 9.4 van de expat conditions (zie 1.4) wordt afgeleid dat wanneer de expat-overeenkomst tussen partijen eindigt, de arbeidsovereenkomst in stand blijft. De expat-overeenkomst moet daarom worden gezien als aanvullende arbeidsvoorwaarde voor de duur dat de werknemer in het buitenland is uitgezonden. Het eindigen van de expat-overeenkomst maakt dan ook niet dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen is beëindigd.

9. Vaststaat dat WOOX bij brief van 30 augustus 2013 [gedaagde] heeft medegedeeld dat uiterlijk zes maanden voor het einde van de expat-uitzending het management in overleg met [gedaagde] zal beslissen of hij uitgezonden blijft in Hong Kong onder dezelfde condities of dat hij als lokale werknemer in dienst wordt genomen, hij naar een ander land zal worden uitgezonden, of hij zal worden gerepatrieerd, in welk geval, als geen werk voor hem beschikbaar zal zijn, de arbeidsovereenkomst volgens de Nederlandse wetgeving zal worden beëindigd. Nu Gibson WOOX als werkgever is opgevolgd, is zij getreden in de rechten en verplichtingen van WOOX ten aanzien van [gedaagde] als werknemer en dus ook gehouden aan hetgeen is vermeld in de brief van 30 augustus 2013.

10. Onbetwist is gebleven dat op 3 november 2015 tussen partijen is gesproken over beëindiging van de expat-overeenkomst per 31 december 2015 en dat [gedaagde] vervolgens het gedane voorstel tot voortzetting per 1 januari 2016 onder lokale condities heeft geweigerd. Vervolgens hebben partijen opnieuw een expat-overeenkomst gesloten, waarin 1 maart 2016 als “estimated end date” is genoemd. In die overeenkomst is niet bepaald dat per 1 maart 2016 ook de arbeidsovereenkomst tussen partijen zou eindigen, noch waar hij per 1 maart 2016 te werk zou worden gesteld. Vaststaat dat [gedaagde] na 29 februari 2016 zijn werkzaamheden bij Gibson Innovations Ltd in Hong Kong heeft voortgezet. Gibson stelt wel dat zij een andere entiteit is dan Gibson Innovations Ltd en dat zij daarom niet degene was die bepaalde of [gedaagde] werd toegelaten tot zijn werkzaamheden, maar dat maakt het voorgaande niet anders. Zoals zij ook later bij e-mail van 1 juli 2016 heeft gedaan, had zij [gedaagde] kunnen berichten dat zij hem niet meer toestond zijn werkzaamheden voor Gibson Innovations Ltd uit te voeren. Bovendien is Gibson Innovation Ltd een aan haar gelieerde vennootschap, waarbij voor de hand lag dat zij haar had kunnen verzoeken [gedaagde] niet meer tot de werkzaamheden toe te laten. Dit heeft zij echter niet gedaan. Conclusie is dan ook dat de expat-overeenkomst vanaf 1 maart 2016 tussen partijen stilzwijgend is voortgezet.

11. Nu [gedaagde] zijn werkzaamheden als expat heeft voortgezet in Hong Kong, was Gibson gehouden om haar verplichtingen uit de expat-overeenkomst te blijven nakomen, totdat de expat-overeenkomst rechtsgeldig was beëindigd. Zoals is vermeld in de brief van 30 augustus 2013 diende Gibson daartoe zes maanden voor het einde van de expat-overeenkomst in overleg met [gedaagde] te beslissen of hij onder lokale condities ging werken, dan wel werd gerepatrieerd naar Nederland.

Bij brief van 15 juni 2016 heeft Gibson aan [gedaagde] medegedeeld hem te repatriëren naar Nederland per 1 september 2016. Hoewel deze termijn korter is dan zes maanden, is Gibson in ieder geval tot 1 september 2016 dan ook gehouden tot nakoming van de expat-overeenkomst. De omstandigheid dat [gedaagde] vanaf 4 juli 2016 geen werkzaamheden meer heeft verricht, kan daaraan niet afdoen, nu hij bereid was deze werkzaamheden te verrichten, maar Gibson hem op “Garden Leave” heeft gestuurd. Conclusie van het voorgaande is dan ook dat de expat-vergoedingen en housing allowance vanaf 16 maart/1 april 2016 tot 1 september 2016 niet onverschuldigd zijn betaald. De vordering van Gibson in conventie tot terugbetaling van de betaalde bedragen zal dan ook worden afgewezen.

Opslagkosten

12. Bij vertrek uit Hong Kong in augustus 2016 is de inboedel van [gedaagde] door Gibson opgeslagen tot 30 november 2016 ten bedrage van € 6.269,39. Zoals is bepaald in artikel 9.2.4 van de expat conditions zijn de kosten voor opslag van inboedel na drie maanden na beëindiging van de expat-overeenkomst voor de werknemer. Daaruit volgt dat de kosten voor opslag binnen drie maanden na beëindiging voor de werkgever zijn. Dat dit zo is, heeft Gibson ook niet betwist. Nu hiervoor is overwogen dat de expat-overeenkomst in ieder geval niet voor 1 september 2016 is beëindigd, moet worden geconcludeerd dat de opslagkosten tot 30 november 2016 voor rekening van Gibson zijn en zij deze dus niet had mogen verrekenen in het kader van het gelegde eigenbeslag. Nu echter vaststaat dat de opslagkosten door Gibson zijn betaald, is de vordering in reconventie van [gedaagde] met betrekking tot deze kosten niet toewijsbaar.

Beslag

13. Bij beschikking van 13 oktober 2016 is Gibson veroordeeld tot betaling aan [gedaagde] van een transitievergoeding. Vervolgens heeft Gibson met verlof hierop eigenbeslag gelegd met betrekking tot de door haar gestelde vorderingen uit onverschuldigde betaling en de door haar gemaakte opslagkosten en na verrekening slechts het restant ten bedrage van € 2.468,53 uitgekeerd. Zoals hiervoor overwogen, heeft Gibson echter geen vordering op [gedaagde] uit onverschuldigde betaling noch uit hoofde van de gemaakte opslagkosten, zodat het beslag ongegrond is gelegd. De vordering van [gedaagde] in reconventie tot opheffing van het beslag is dan ook toewijsbaar. Ook de gevorderde dwangsom zal worden toegewezen, met dien verstande dat daaraan een maximum zal worden verbonden. [gedaagde] vordert verder in reconventie een verklaring voor recht dat Gibson de transitievergoeding vermeerderd met rente vanaf 1 december 2016 zal uitkeren, althans zo begrijpt de kantonrechter, maar deze zal worden afgewezen, nu de beschikking van 13 oktober 2016 te dien aanzien reeds een titel bevat.

14. Daarbij heeft Gibson eigenbeslag gelegd vermeerderd met te maken rente en kosten ten bedrage van 30% van de hoofdsom en daardoor een te hoog, vexatoir, eigenbeslag gelegd. Gibson wist, althans dat is onbetwist gebleven, dat [gedaagde] na de ontbinding van het dienstverband door de kantonrechter per 1 december 2016 geen aanspraak kon maken op een uitkering in Nederland dan wel in Hong Kong. Door ongegrond en vexatoir beslag te leggen op de toegewezen transitievergoeding, die juist bedoeld is ter overbrugging van de periode na ontbinding van de arbeidsovereenkomst tot het sluiten van een nieuwe arbeidsovereenkomst, en slechts € 2.468,53 netto uit te keren, is zij schadeplichtig ten aanzien van de daardoor door [gedaagde] geleden schade. [gedaagde] heeft deze schade begroot op € 7.500,--. Hoewel deze schade niet nader is toegelicht en door Gibson is betwist, is voorstelbaar dat [gedaagde] deze schade heeft geleden. Onbetwist is immers gebleven dat [gedaagde] is teruggekeerd naar Hong Kong in de hoop daar een nieuwe functie te kunnen te bekleden en vaststaat dat het niveau om in het levensonderhoud te kunnen voorzien in Hong Kong aanzienlijk hoger is dan in Nederland. Nu [gedaagde] al sinds 2006 in Hong Kong verblijft, is zijn keuze om terug te gaan naar Hong Kong begrijpelijk, en heeft hij dan ook voldoende aannemelijk gemaakt dat de door hem gevorderde schade door hem is geleden. De gevorderde schadevergoeding in reconventie zal dan ook worden toegewezen.

15. Gelet op het bovenstaande zijn ook de door [gedaagde] gevorderde proceskosten van Gibson waartoe hij in de gevoerde beslagprocedure is veroordeeld ten bedrage van € 1.088,00 toewijsbaar. De gevorderde beslagkosten van Gibson zullen om dezelfde reden worden afgewezen.

16. Als de in het ongelijk gestelde partij in conventie en in reconventie in deze procedure, wordt Gibson veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [gedaagde] .

BESLISSING

De kantonrechter:

in conventie:

wijst de vorderingen van Gibson af;

veroordeelt Gibson in de kosten van het geding aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op € 1.200,00 aan salaris van zijn gemachtigde, voor zover van toepassing, inclusief BTW;

veroordeelt Gibson tot betaling van een bedrag van € 50,00 aan nasalaris, te verhogen met een bedrag van € 68,00 onder de voorwaarde dat betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden en Gibson niet binnen 14 dagen na aanschrijving vrijwillig aan het vonnis heeft voldaan, een en ander indien van toepassing inclusief BTW;

verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

in reconventie:

veroordeelt Gibson om het eigenbeslag per direct op te heffen, op straffe van een dwangsom van € 5.000,00 per dag dat het beslag na betekening van dit vonnis niet is opgeheven met een maximum van € 1.000.000,00;

veroordeelt Gibson tot betaling van € 7.500,00 aan schadevergoeding en € 1.088,00 aan proceskosten inzake de beslagprocedure aan [gedaagde] ;

veroordeelt Gibson in de kosten van het geding aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op € 1.200,00 aan salaris van zijn gemachtigde, voor zover van toepassing, inclusief BTW;

veroordeelt Gibson tot betaling van een bedrag van € 50,00 aan nasalaris, te verhogen met een bedrag van € 68,00 onder de voorwaarde dat betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden en Gibson niet binnen 14 dagen na aanschrijving vrijwillig aan het vonnis heeft voldaan, een en ander indien van toepassing inclusief BTW;

verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Aldus gewezen door mr. L. van Berkum, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 juni 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.