Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:4358

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
19-06-2017
Datum publicatie
22-06-2017
Zaaknummer
5717921 CV EXPL 17-3737
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

BPR, art 96 Rv. Partijen stellen expliciet een art 96 Rv-procedure te willen voeren, maar handelen alsof het een dagvaardingsprocedure betreft door het uitbrengen van een dagvaarding met een petitum, gericht tegen één partij en het verzoek deze op de rol te plaatsen. Daarnaast is een conclusie van antwoord, met een tegenvordering / vordering in reconventie ingediend. Partijen dienen zich bij akte uit te laten: of de procedure wordt opnieuw ingeleid met een verzoekschrift (middels de spoorwissel van art 69 Rv) dan wel de procedure wordt voortgezet als een dagvaardingprocedure.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JERF 2017/196
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 5717921 CV EXPL 17-3737

vonnis van: 19 juni 2017

fno.: 245

Tussenvonnis van de kantonrechter

I n z a k e

1. [eiser sub 1]
gevestigd te [plaats]
nader te noemen [eiser sub 1]
en

2. [eiser sub 2]
wonende te [woonplaats]

nader te noemen: [eiser sub 2]

eisers

gemachtigde: mr. A.C. Kool

t e g e n

mr. Hidde Reitsma, in zijn hoedanigheid als vereffenaar van de nalatenschap van [erflater]

gevestigd te Amsterdam

nader te noemen: Reitsma

gedaagde

gemachtigde: mr. O.J. Hennis

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

- dagvaarding van 30 januari 2017 met producties
- antwoord/eis in reconventie met producties
- brief van de kantonrechter van 24 mei 2017

- akte zijdens [eiser sub 1] en [eiser sub 2]

GRONDEN VAN DE BESLISSING

  1. Bij brief van 3 februari 2017 hebben [eiser sub 1] en [eiser sub 2] een aan Reitsma betekende dagvaarding aan de rechtbank Amsterdam, sector kanton toegezonden met het verzoek deze aan te brengen op de rol (van dinsdag 14 februari 2017). Boven de dagvaarding is opgenomen “Procedure op gronde van artikel 96 Rv (prorogatie)”. De dagvaarding besluit met een uitgebreid petitum met daarin vorderingen tegen (uitsluitend) Reitsma. Het betreft geen aard-zaak en de waarde gaat de bevoegdheid van de kantonrechter (ver) te boven.

  2. De zaak is zoals verzocht ingeschreven op de rol en voor conclusie van antwoord geplaatst. Op de rolzitting van 15 mei 2017 heeft Reitsma vervolgens voor antwoord geconcludeerd. Daarbij heeft Reitsma een tegeneis/eis in reconventie ingesteld.

  3. Daarna is geconcludeerd dat partijen zich feitelijk gedroegen als in een dagvaardings-procedure en niet conform de regelen van een artikel 96-Rv verzoek. Daarop zijn partijen verzocht zich uit te laten over de vraag of zij de zaak op reguliere wijze wilden voortzetten, waarbij de zaak zou worden overgedragen aan de kamer voor andere zaken dan de sector kanton, of dat de zaak als een procedure ex artikel 96 Rv dient te worden beschouwd.

  4. Op de rolzitting van 12 juni 2017 heeft Reitsma de kantonrechter bij akte bericht dat de zaak als een procedure ex artikel 96 Rv dient te worden beschouwd en dat de kantonrechter wordt verzocht om verdere instructies. Daarop is tussenvonnis bepaald.

  5. Een verzoek ex artikel 96 Rv wordt niet ingeleid met een dagvaarding, maar met een verzoekschrift, en er wordt geen eis in reconventie (tegeneis) ingesteld. Partijen leggen in een gezamenlijk verzoekschrift een of meer vragen aan de kantonrechter voor, waarbij zij beide (in hetzelfde verzoekschrift dan wel ieder in een separaat stuk) hun standpunt ten aanzien van de vragen weergeven en bepleiten op welke wijze de vragen beantwoord zouden moeten worden. Uit de thans in het geding gebrachte stukken kan de kantonrechter dat niet destilleren.

  6. De kantonrechter vraagt partijen zich uit te laten over de volgende mogelijkheden:
    1. de kantonrechter kan op de voet van artikel 69 Rv partijen opdragen het verkeerd inleiden van de procedure te herstellen door een gezamenlijk verzoekschrift in te dienen met daarin geformuleerd de vraagpunten waarover partijen de beslissing van de kantonrechter wensen. Daarbij kan - al dan niet gevolgtijdelijk - gevoegd worden de stukken waarin de standpunten van beide partijen helder en eenduidig ten aanzien van deze vragen zijn weergegeven;
    of
    2. de procedure wordt alsnog gezien als een dagvaardingsprocedure, en zal op die voet worden voortgezet. De zaak wordt dan in de stand waarin zij verkeert, verwezen naar de kamer voor andere dan kantonzaken, nu de kantonrechter niet bevoegd is om van de zaak kennis te nemen.

  7. De kantonrechter wenst van partijen tegelijkertijd bij akte te vernemen wat zij verkiezen; optie 1 (een spoorwissel, gevolgd door een nieuw verzoekschrift) of optie 2 (voortzetting op tegenspraak met verwijzing naar de handelskamer). De zaak wordt daartoe (nogmaals) naar de rol verwezen van 10 juli 2017. Daarna zal de kantonrechter naar bevindt van zaken beslissen over de voortgang van de procedure.

  8. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

BESLISSING

De kantonrechter:

(In conventie en reconventie):

verwijst de zaak naar de rol van 10 juli 2017 voor akte aan de zijde van beide partijen;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Aldus gewezen door Mr M.V. Ulrici, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 juni 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.

De griffier De Kantonrechter