Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:4280

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
22-06-2017
Datum publicatie
22-06-2017
Zaaknummer
13/654209-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 36-jarige man die terecht stond voor de dood van een man in de Vluchtgarage in 2014 wordt vrijgesproken van doodslag. De rechtbank oordeelt dat niet kan worden bewezen dat de man verantwoordelijk is voor de fatale verwondingen van het 26-jarige slachtoffer.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/654209-14

Datum uitspraak: 22 juni 2017

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 8 juni 2017.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie,
mr. K.F.E. den Hartog, en van wat de raadsvrouw van verdachte, mr. P.M.A.C. van de Wouw, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 19 augustus 2014 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, meermalen, althans eenmaal (met kracht) met een metalen staaf en/of een deegroller en/of een stoelpoot en/of een stok, althans met een hard of zwaar voorwerp op/tegen het hoofd en/of elders tegen het lichaam van die [slachtoffer] geslagen en/of (met kracht) een vuistslag in/tegen het gezicht, althans op/tegen het hoofd van die [slachtoffer] heeft gegeven, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden;

of

[medeverdachte] op of omstreeks 19 augustus 2014 te Amsterdam opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, meermalen, althans eenmaal (met kracht) met een metalen staaf en/of een deegroller en/of een stoelpoot en/of een stok, althans met een hard of zwaar voorwerp op/tegen het hoofd en/of elders tegen het lichaam van die [slachtoffer] geslagen en/of (met kracht) een vuistslag in/tegen het gezicht, althans op/tegen het hoofd van die [slachtoffer] heeft gegeven, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 19 augustus 2014 te Amsterdam opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, immers heeft verdachte samen met zijn mededader(s)

- gezegd en/of geroepen dat zij op zoek waren naar die [slachtoffer] en/of dat zij die [slachtoffer] zouden gaan slaan en/of

- tegen die [medeverdachte] gezegd: "Als je wilt kun je wraak nemen" en/of

- is verdachte samen met zijn mededader(s) terwijl zij (een) stok(ken) en/of (een) sta(a)(f)(ven) bij zich droegen naar de kamer van die [slachtoffer] gegaan en/of

- ( vervolgens) die kamer van die [slachtoffer] zijn binnengegaan en/of

- tegen het lichaam van die [slachtoffer] getrapt en/of geschopt en/of

- niet ingegrepen terwijl er fors geweld op die [slachtoffer] werd uitgeoefend;

Subsidiair:

hij op of omstreeks 19 augustus 2014 te Amsterdam tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, aan een persoon (te weten [slachtoffer] ), opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk, zwaar lichamelijk letsel (te weten ernstig hersenletsel), heeft toegebracht, door deze opzettelijk, na kalm beraad en rustig overleg, althans opzettelijk met een metalen staaf en/of een deegroller en/of een stoelpoot en/of een stok, althans met een hard of zwaar voorwerp op/tegen het hoofd en/of elders tegen het lichaam van die [slachtoffer] te slaan en/of (met kracht) een vuistslag in/tegen het gezicht, althans op/tegen het hoofd van die [slachtoffer] te geven, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden;

of

[medeverdachte] op of omstreeks 19 augustus 2014 te Amsterdam aan een persoon (te weten [slachtoffer] ), opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk, zwaar lichamelijk letsel (te weten ernstig hersenletsel), heeft toegebracht, door deze opzettelijk, na kalm beraad en rustig overleg, althans opzettelijk met een metalen staaf en/of een deegroller en/of een stoelpoot en/of een stok, althans met een hard of zwaar voorwerp op/tegen het hoofd en/of elders tegen het lichaam van die [slachtoffer] te slaan en/of (met kracht) een vuistslag in/tegen het gezicht, althans op/tegen het hoofd van die [slachtoffer] te geven, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 19 augustus 2014 te Amsterdam opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, immers heeft verdachte samen met zijn mededader(s)

- gezegd en/of geroepen dat zij op zoek waren naar die [slachtoffer] en/of dat zij die [slachtoffer] zouden gaan slaan en/of

- tegen die [medeverdachte] gezegd: "Als je wilt kun je wraak nemen" en/of

- is verdachte samen met zijn mededader(s) terwijl zij (een) stok(ken) en/of (een) sta(a)(f)(ven) bij zich droegen naar de kamer van die [slachtoffer] gegaan en/of

- ( vervolgens) die kamer van die [slachtoffer] zijn binnengegaan en/of

- tegen het lichaam van die [slachtoffer] getrapt en/of geschopt en/of

- niet ingegrepen terwijl er fors geweld op die [slachtoffer] werd uitgeoefend;

Meer subsidiair:

hij op of omstreeks 19 augustus 2014 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen opzettelijk mishandelend [slachtoffer] , meermalen, althans eenmaal (met kracht) met een metalen staaf en/of een deegroller en/of een stoelpoot en/of een stok, althans met een hard of zwaar voorwerp op/tegen het hoofd en/of elders tegen het lichaam van die [slachtoffer] heeft geslagen en/of (met kracht) een vuistslag in/tegen het gezicht, althans op/tegen het hoofd van die [slachtoffer] heeft gegeven tengevolge waarvan [slachtoffer] is overleden, althans zwaar lichamelijk letsel heeft bekomen;

of

[medeverdachte] op of omstreeks 19 augustus 2014 te Amsterdam opzettelijk mishandelend [slachtoffer] , meermalen, althans eenmaal (met kracht) met een metalen staaf en/of een deegroller en/of een stoelpoot en/of een stok, althans met een hard of zwaar voorwerp op/tegen het hoofd en/of elders tegen het lichaam van die [slachtoffer] heeft geslagen en/of (met kracht) een vuistslag in/tegen het gezicht, althans op/tegen het hoofd van die [slachtoffer] heeft gegeven tengevolge waarvan [slachtoffer] is overleden, althans zwaar lichamelijk letsel heeft bekomen

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 19 augustus 2014 te Amsterdam opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, immers heeft verdachte samen met zijn mededader(s)

- gezegd en/of geroepen dat zij op zoek waren naar die [slachtoffer] en/of dat zij die [slachtoffer] zouden gaan slaan en/of

- tegen die [medeverdachte] gezegd: "Als je wilt kun je wraak nemen" en/of

- is verdachte samen met zijn mededader(s) terwijl zij (een) stok(ken) en/of (een) sta(a)(f)(ven) bij zich droegen naar de kamer van die [slachtoffer] gegaan en/of

- ( vervolgens) die kamer van die [slachtoffer] zijn binnengegaan en/of

- tegen het lichaam van die [slachtoffer] getrapt en/of geschopt en/of

- niet ingegrepen terwijl er fors geweld op die [slachtoffer] werd uitgeoefend.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Vrijspraak

De rechtbank acht – anders dan de officier van justitie – het ten laste gelegde niet bewezen. Verdachte dient daarvan te worden vrijgesproken.

De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van moord, nu niet bewezen kan worden dat hij heeft gehandeld met voorbedachte raad.

Volgens de officier van justitie kan de onder primair, impliciet subsidiair ten laste gelegde doodslag wel bewezen worden, waarbij verdachte gehandeld heeft tezamen en in vereniging met medeverdachte [verdachte] .

Medeverdachte [verdachte] heeft het slachtoffer met een hard, danwel zwaar voorwerp op het hoofd geslagen. Dat volgt volgens de officier van justitie uit de verklaring van ooggetuige [naam ooggetuige] en uit de verklaringen van verschillende getuigen die de verdachten hebben gezien met voorwerpen/stokken in hun handen, terwijl zij op zoek waren naar het latere slachtoffer en riepen dat zij wraak wilden nemen. Het slachtoffer is na de klap op de grond gevallen, direct in coma geraakt en een aantal dagen later overleden. Verdachte heeft zich tijdens het incident gedragen als leider van de groep, opruiende woorden geuit en heeft het slachtoffer, terwijl hij op de grond lag, tegen het lichaam geschopt.

Volgens de officier van justitie staat vast dat het slachtoffer is overleden ten gevolge van de klap van [verdachte] . Uit het schouwverslag is gebleken dat het slachtoffer is overleden ten gevolge van ernstig hersenletsel dat is ontstaan door uitwendig mechanisch geweld van buitenaf. Dit wordt bevestigd in het sectierapport. De door de pathologen beantwoorde aanvullende vragen leiden niet tot een andere conclusie ten aanzien van de doodsoorzaak. Dat de klap van [verdachte] de ‘fatale klap’ voor het slachtoffer is geweest volgt volgens de officier van justitie tevens uit de omstandigheid dat het slachtoffer na een eerdere vechtpartij die avond, waarbij hij bewusteloos op straat heeft gelegen, normaal (zij het dronken) gedrag vertoonde. Er kan niet overtuigend worden vastgesteld dat anderen het slachtoffer zodanig hebben mishandeld, dat dit tot zijn dood heeft geleid. De officier van justitie concludeert, onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 27 maart 2012 (NJ 2012/301, LJN BT6362), dat het gedrag van [verdachte] en verdachte een onmisbare schakel heeft gevormd in de gebeurtenissen die tot de dood van het slachtoffer hebben geleid en tevens dat aannemelijk is dat de dood van het slachtoffer met een aanzienlijke mate van waarschijnlijkheid door het gedrag van verdachten is veroorzaakt. Het is een feit van algemene bekendheid dat met een hard voorwerp op een vitaal lichaamsdeel als het hoofd slaan de dood tot gevolg kan hebben. Het gedrag van verdachten is dan ook geschikt om tot de dood van het slachtoffer te leiden.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat verdachte moet worden vrijgesproken.

Feiten en omstandigheden

De rechtbank gaat uit van de navolgende feiten en omstandigheden.

Op 19 augustus 2014 heeft in de vluchtgarage in Amsterdam Zuidoost een drietal vechtpartijen plaatsgevonden tussen verschillende bewoners. Bij elk van de vechtpartijen was het latere slachtoffer betrokken. Alle betrokkenen waren onder invloed van alcohol. Vast staat dat het slachtoffer na de derde vechtpartij buiten bewustzijn is geraakt en niet meer bij kennis is gekomen. Hij is op 24 augustus 2014 in het ziekenhuis ten gevolge van ernstig hersenletsel overleden.

De eerste vechtpartij vond in de namiddag plaats in de kamer van verdachte, waar het latere slachtoffer naar verluidt blikjes bier van hem wilde stelen. Verdachte heeft het slachtoffer hierop een vuistslag gegeven op zijn hoofd, waarna het slachtoffer bloedde uit zijn lip. Medeverdachte [verdachte] heeft het slachtoffer vervolgens de kamer uitgezet.

De tweede vechtpartij vond rond 19.30 uur plaats buiten de vluchtgarage. De ruzie was wederom tussen verdachte en het slachtoffer. Medeverdachte [verdachte] probeerde de vechtenden uit elkaar te halen. Het slachtoffer heeft tijdens deze vechtpartij een vuistslag tegen zijn gezicht gekregen van [naam ooggetuige] . Het slachtoffer is hierdoor op de stenen gevallen en even buiten bewustzijn geweest. Hij is wakker geworden en naar zijn kamer gegaan.

De derde vechtpartij vond plaats op de kamer van [naam ooggetuige] en het slachtoffer. Verdachte, medeverdachte [verdachte] en [naam 1] zijn de kamer van [naam ooggetuige] en het slachtoffer ingegaan, waar medeverdachte [verdachte] het slachtoffer een vuistslag heeft gegeven.

Na de klap van [verdachte] is het slachtoffer omgevallen, buiten bewustzijn geraakt en niet meer wakker geworden.

Het slachtoffer is op 24 augustus 2014 in het ziekenhuis overleden. Uit het schouwverslag van 25 augustus 2014 en het sectierapport van 6 november 2014 blijkt dat het slachtoffer is overleden ten gevolge van ernstig hersenletsel ontstaan door uitwendig mechanisch geweld van buitenaf. Ten tijde van het overlijden waren het subdurale hematoom en de hersenkneuzing enkele dagen oud. Er was sprake van uitgebreide bloeduitstortingen links in de schedelhuid en in de linkerslaapspier. Voorts was links in de rugspieren een bloeduitstorting van 2 bij 4 cm.

Medeplegen/medeplichtigheid mishandeling

De rechtbank constateert dat het ten laste gelegde ziet op het derde incident op de kamer van [naam ooggetuige] en het slachtoffer.

De rechtbank is allereerst van oordeel dat niet bewezen kan worden dat verdachte, zoals de officier van justitie betoogt, het slachtoffer bij het incident heeft geschopt. Dit volgt enkel uit de verklaring van [naam 1] . Dat verdachte als leider van de groep heeft opgetreden en opruiende woorden heeft geuit blijkt evenmin ondubbelzinnig uit het dossier. Behalve de aanwezigheid van verdachte in de kamer van het slachtoffer ten tijde van de klap die door de medeverdachte werd uitgedeeld, blijkt niet van betrokkenheid van verdachte bij die klap. Er kan niet worden vastgesteld dat zijn aanwezigheid een zodanige bijdrage heeft geleverd dat op grond daarvan medeplegen kan worden aangenomen.

In de zaak tegen medeverdachte [verdachte] heeft de rechtbank vastgesteld dat geen causaal verband kan worden aangenomen tussen de vuistslag die [verdachte] tijdens het derde incident aan het slachtoffer heeft gegeven en het hersenletsel dat heeft geleid tot de dood van het slachtoffer. De rechtbank heeft om die reden niet bewezen geacht dat medeverdachte [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan moord, doodslag of zware mishandeling. De gegeven vuistslag is door de rechtbank gekwalificeerd als een mishandeling.

De rechtbank ziet zich thans voor de vraag gesteld of verdachte, terwijl hij geen geweldshandelingen heeft verricht, als medepleger danwel medeplichtige kan worden aangemerkt van de mishandeling van het slachtoffer bij het derde incident. De rechtbank beantwoordt deze vraag – anders dan de officier van justitie – ontkennend, omdat de aanwezigheid van verdachte niet zodanig heeft bijgedragen aan het geweld dat op grond daarvan medeplegen of medeplichtigheid kan worden aangenomen.

5 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Gelast de teruggave aan verdachte van:

6. 1.00 STK trui grijs, 4819159;

9. 2.00 STK sok wit, 4819158;

10. 1.00 STK broek zwart, 4819160;

11. 1.00 STK ondergoed grijs, 4819161;

12. 1.00 STK jas rood, sportjack, 4819162.

Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van:

1. STK papier wit, 4817363;

2. 1.00 STK hout, stoelpoot, 4817360;

7. 1.00 STK pijp, 4817659;

8. 1.00 STK keukenartikel, deegroller, 4817660.

Dit vonnis is gewezen door

mr. R.A. Sipkens, voorzitter,

mrs. C.F. de Lemos Benvindo en I. Verstraeten-Jochemsen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C. Heijnen, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 22 juni 2017.