Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:412

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
23-01-2017
Datum publicatie
27-01-2017
Zaaknummer
4437796 CV EXPL 15-24223
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHAMS:2018:3107, Overig
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Uitleg franchise- of licentieovereenkomst. Voortzettingsbeding ten aanzien van huurrechten van de bedrijfsruimte op A-locatie. Haviltex en bedoeling van partijen, logische uitleg.

Toets misbruik van recht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/486
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht - team kanton

zaaknummer: 4437796 CV EXPL 15-24223

vonnis van: 23 januari 2017

fno.: 245

Vonnis van de kantonrechter

I n z a k e

de besloten vennootschap CoffeeCompany Holding BV

gevestigd te Joure, gemeente de Friese Meren

eiseres in conventie, verweerster in reconventie

nader te noemen: CoffeeCompany

gemachtigde: mr. R.G. Meester

t e g e n

de besloten vennootschap Dam Spirit BV

gevestigd te Amsterdam

gedaagde in conventie, eiseres in reconventie

nader te noemen: Dam Spirit

gemachtigde: mr. J.H. Kolenbrander

VERDER VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Op 29 augustus 2016 is in deze zaak een rolmededeling gewezen. Voor het verloop van de procedure wordt kortheidshalve daar naar verwezen. Vervolgens zijn de volgende stukken gewisseld:
- akte na comparitie tevens akte overlegging producties zijdens CoffeeCompany

- de akte uitlating partijen tevens houdende overleggen producties zijdens Dam Spirit


Daarna is vonnis bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Feiten

1. Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend of niet (voldoende) weersproken, alsmede op grond van de overgelegde en in zoverre niet bestreden inhoud van de bewijsstukken, staat in dit geding het volgende vast:

1.1.

CoffeeCompany, dochteronderneming van D.E. Masterblenders 1753, is een onderneming die zich bezig houdt met het opzetten en exploiteren van (een formule voor) koffiehuizen, die bekend zijn onder de naam The Coffee Company. De onderneming bestaat uit meerdere koffiehuizen in diverse steden in Nederland. Coffee Company exploiteert zelf koffiehuizen en heeft licentieovereenkomsten met franchisenemers.

1.2.

Dam Spirit huurt (sinds 1999 of in elk geval) sinds 2004 bedrijfsruimte op de begane grond van een pand gelegen aan de Dam 8-10 te Amsterdam (verder de bedrijfsruimte). Op de bedrijfsruimte zat vanaf de aanvang van de huur een horecavergunning. De directeur/groot aandeelhouder van Dam Spirit is [naam 1] .

1.3.

Dam Spirit heeft in de bedrijfsruimte tussen 1 december 2005 tot en met 30 november 2013 als franchisenemer van CoffeeCompany in de bedrijfsruimte een Coffee Company geëxploiteerd. Partijen hebben daartoe een op 10 april 2006 getekende licentieovereenkomst gesloten (verder de licentie-overeenkomst). De duur van de overeenkomst bedroeg 5 jaar en eindigde dus op 1 december 2010.

1.4.

Middels een allonge, gedateerd op 5 juli 2011 (verder de Allonge), is de licentieovereenkomst voor drie jaar verlengd, van 1 december 2010 tot en met 30 november 2013. Alle bepalingen van de licentieovereenkomst zijn van kracht gebleven, behoudens (wijzingen in) artikel 11.3, 23.1.b., 23.1.c en 23.1.d, terwijl ook de gehanteerde staffel met betrekking tot de franchisefee is aangepast.

1.5.

In een e-mail van 9 oktober 2013 heeft CoffeeCompany Dam Spirit voorgesteld de licentieovereenkomst wederom te verlengen, onder dezelfde voorwaarden als bepaald in de allonge. In dezelfde e-mail heeft CoffeeCompany meegedeeld dat zij de vestiging zelf wil voortzetten, indien partijen geen overeenstemming zouden bereiken over verlenging van de overeenkomst. Partijen hebben over de voorwaarden waaronder de licentieovereenkomst verlengd zou moeten worden langdurig overlegd maar geen overeenstemming bereikt. De licentie-overeenkomst is daardoor per 30 november 2013 geëindigd.

1.6.

Bij brief van 29 november 2013 heeft Dam Spirit aan CoffeeCompany gevraagd binnen 5 dagen een lijst van goederen te verstrekken, welke zij retour wilde hebben en dat als Dam Spirit niet tijdig vernam, de goederen aan derden zouden worden verkocht. CoffeeCompany heeft Dam Spirit geen lijst verstrekt.

1.7.

Artikel 18 van de licentieovereenkomst bepaalt:

“GEHEIMHOUDING, NON-CONCURRENTIEBEDING

18.1.

De Coffee Company-partner verplicht zich jegens Coffee Company gedurende de looptijd van de overeenkomst tot volledige geheimhouding van al hetgeen de Coffee Company-partner ter kennis is gekomen in het kader van de uitoefening van de onderhavige overeenkomst, betreffende de werkzaamheden en relaties van Coffee Company en met Coffee Company gelieerde bedrijven. Deze verplichting geldt voor onbeperkte duur voor het gebruik en de openbaarmaking van alle informatie, kennis, knowhow en technologische voorsprong, die Coffee Company als vertrouwelijke informatie aangeeft, met uitzondering van de informatie die buiten toedoen van de Coffee Company-partner reeds voordien tot het publieke domein behoorden Deze geheimhoudingsplicht dient de Coffee Company-partner op te leggen aan het personeel en al diegenen die betrokken (zullen) zijn bij de exploitatie van zijn bedrijf. Coffee Company zal eveneens geheimhouding betrachten omtrent vertrouwelijke informatie van de Coffee Company-partner.

18.2.

De Coffee Company-partner zal, behoudens schriftelijke toestemming van Coffee Company gedurende de looptijd van deze overeenkomst rechtstreeks noch indirect soortgelijke activiteiten uitoefenen. De Coffee Company-partner zal gedurende een periode van één jaar na beëindiging van de overeenkomst binnen de vestigingsplaats (te weten: in de huidige locatie of op het overeengekomen terrein) niet direct of indirect, zelfstandig of in dienstverband of in de vorm van een vennootschap werkzaam zijn of financiële dan wel andere zakelijke belangen hebben bij activiteiten die soortgelijk zijn aan de door de Coffee Company-partner in het kader van deze overeenkomst uitgeoefende activiteiten.

1.8.

Artikel 27 van de licentieovereenkomst bepaalt :

“GEVOLGEN VAN BEËINDIGING

27.1.

Met de beëindiging c.q. ontbinding van de onderhavige overeenkomst tussen partijen —al dan niet tussentijds— komt er, ongeacht de directe grond tot beëindiging c.q. ontbinding, een einde aan al hetgeen waartoe de Coffee Company-partner op grond van deze overeenkomst gerechtigd is, waaronder het recht tot gebruik van de Coffee Company-uitingen van Coffee Company.

27.2.

Coffee Company is gerechtigd om bij opzegging van de onderhavige overeenkomst de Coffee Company onderneming zelf voort te zetten op het vestigingspunt waar de Coffee Company-partner werkzaam is geweest. Coffee Company heeft de verplichting om bij opzegging van de onderhavige overeenkomst 60 dagen voor het tijdstip van beëindiging van de onderhavige overeenkomst de Coffee Company-partner op de hoogte stellen van het recht van Coffee Company de Coffee Company-onderneming zelf voort te zetten op hetzelfde vestigingspunt.

27.3.

Ingeval deze mededeling door welke oorzaak dan ook niet in de in lid 2 gestelde termijn gedaan kan worden(bijvoorbeeld bij onmiddellijke ontbinding van de overeenkomst), zal Coffee Company zo spoedig mogelijk en binnen een redelijke termijn de Coffee Company-partner berichten.

27.4.

Indien de Coffee Company geen gebruik wenst te maken van haar recht tot voortzetting, is de Coffee Company-partner verplicht om binnen dertig dagen na het tijdstip van beëindiging van de overeenkomst al hetgeen zich in of aan het vestigingspunt bevindt, waardoor dat vestigingspunt zich onderscheidt als een Coffee Company-vestiging, daaruit of daarvan te verwijderen en verwijderd te houden.

27.5.

Voorts is de Coffee Company-partner verplicht om binnen dertig dagen na het tijdstip van de beëindiging van de overeenkomst alle door Coffee Company aan de Coffee Company-partner ter hand gestelde stukken en/of goederen in verband met de uitvoering van de onderhavige overeenkomst, hoe ook genaamd, aan Coffee Company ter hand te stellen op een door Coffee Company aan te geven wijze. Bij gebreke van teruggave is Coffee Company gemachtigd zelf tot terughalen en/ of verwijderen van genoemde zaken over te gaan, zulks op kosten van de Coffee Company-partner.

27.6.

Partijen zullen over en weer binnen dertig dagen na beëindiging van de overeenkomst aan de andere partij alle noodzakelijke gegevens verschaffen terzake van eventuele vergoedingen, op het tijdstip van beëindiging verschuldigd, welke vergoedingen binnen die termijn zullen worden betaald c.q. verrekend.

27.7.

De Coffee Company-partner is verplicht na afloop van de onderhavige overeenkomst het gebruik van handelsnaam, merken, modellen en andere elementen uit het licentiepakket onmiddellijk te staken en gestaakt te houden, alsmede zorg te dragen tot wijziging dan wel beëindiging van de inschrijving dienaangaande in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel en voortaan alles te vermijden wat de indruk zou kunnen wekken, dat hij nog tot uitoefening van de Coffee Company-onderneming of tot gebruik van de daaraan verbonden naam, het beeldmerk en andere kenmerken gerechtigd zou zijn.

27.8.

In geval van beëindiging van de overeenkomst komen alle functies in commissies, Coffee Company partnerraad et cetera van de Coffee Company-partner binnen de Coffee Company-organisatie te vervallen.

27.9.

Bij beëindiging van de licentieovereenkomst, overdracht overeenkomstig artikel 29 van de overeenkomst of bij de opheffing van zijn onderneming om welke reden dan ook, verbindt de Coffee Company-partner zich ertoe zonder kosten de overname van zijn huurovereenkomst aan Coffee Company aan te bieden, die de mogelijkheid heeft om overname van de lopende huurovereenkomst te aanvaarden of te weigeren. Ingeval Coffee Company de lopende huurovereenkomst aanvaardt, zal de Coffee Company-partner al het nodige doen om tot in de plaatsstelling van Coffee Company als huurder te geraken. De Coffee Company-partner machtigt Coffee Company door deze om mede namens hem een verzoekschrift in te dienen tot in de plaatsstelling. De mogelijk daaraan verbonden (externe) kosten komen ten laste van Coffee Company.

27.10.

lngeval de huurovereenkomst niet aan Coffee Company wordt overgedragen is het de Coffee Company-partner toegestaan de huurovereenkomst voort te zetten, evenwel met uitsluiting van het voortzetten in welke vorm dan ook met een partij die een soortgelijke formule exploiteert.”
(vetgedrukt, kantonrechter)

1.9.

Op grond van artikel 33 van de licentieovereenkomst staat op overtreding van (onder meer) artikel 18 van de licentieovereenkomst een boete van € 25.000,- per overtreding en van € 500,- per dag of gedeelte daarvan dat de nalatigheid voortduurt.

1.10.

Na afloop van de licentieovereenkomst is Dam Spirit vanaf 4 december 2013 eerst in de vestiging warme dranken, waaronder koffie, blijven verkopen onder de naam “Hot Chocolate”.

1.11.

Bij dagvaarding van 29 april 2014 heeft CoffeeCompany Dam Spirit in kort geding gedagvaard wegens overtreding van - kort gezegd - non-concurrentie-clausule van artikel 18 van de licentieovereenkomst. In die procedure heeft CoffeeCompany tevens gevorderd dat Dam Spirit op grond van artikel 27 van de licentieovereenkomst haar onderneming en de huurovereenkomst aan CoffeeCompany zou overdragen, alsmede de boete van artikel 33 van de licentieovereenkomst (€ 25.000,-). De kantonrechter te Amsterdam heeft de vordering van CoffeeCompany op grond van artikel 18 jo 33 licentieovereen-komst (de non-concurrentie en de boete) toegewezen en de vordering op grond van artikel 27 van de overeenkomst (de overdracht van de onderneming en de huurovereenkomst) afgewezen. Dit oordeel is in hoger beroep door het hof Amsterdam bevestigd.

1.12.

Dam Spirit is per 8 mei 2014 gestopt met de verkoop van warme dranken en heeft de onderneming voortgezet onder de naam “Dam Good Ice”. De verbeurde boete van € 25.000,- heeft Dam Spirit aan CoffeeCompany voldaan. Vanaf januari 2015 exploiteert Dam Spirit weer een koffieschenkerij in de bedrijfsruimte, onder de naam Dam Good Coffee.

1.13.

Bij brief van 26 februari 2015 heeft CoffeeCompany Dam Spirit gesommeerd de nog onder Dam Spirit bevindende eigendommen, waaronder een lichtbak (Twirl), zes parasols en drie zonweringen te retourneren. Daarnaast maakte CoffeeCompany aanspraak op betaling van € 8.947,75 voor twee onbetaald gebleven facturen uit 2013 van in totaal € 7.425,99, vermeerderd met de wettelijke rente van € 744,95 en buitengerechtelijke kosten van € 776,81.

1.14.

Dam Spirit heeft de facturen niet voldaan en de gevraagde goederen niet geretourneerd. Zij heeft de parasols en een deel van de lichtreclame weggegooid e/o geretourneerd aan de leverancier. Dam Spirit heeft na 1 december 2014 strippenkaarten, koffiekaartjes, omzet-staffels en dergelijke geretourneerd, waardoor Coffee-Company € 6.603,49 aan Dam Spirit diende te voldoen. Dam Spirit heeft zich beroepen op verrekening van beide vorderingen.

Vordering en verweer

In conventie

2. CoffeeCompany vordert in conventie, feitelijk:
I. een gebod aan Dam Spirit om haar huurrechten van de bedrijfsruimte aan CoffeeCompany aan te bieden, alsmede al het nodige te doen om een indeplaatsstelling van CoffeeCompany als huurder te realiseren, op straffe van een dwangsom;
II. verbod om de indeplaatsstelling te frustreren, ook op straffe van een dwangsom;
III. een verklaring voor recht dat CoffeeCompany gerechtigd is tot voortzetting en overname van de onderneming van Dam Spirit in de bedrijfsruimte, tegen boekwaarde dan wel tegen een door een deskundige te bepalen waarde:
IV. een voorschot op een schadevergoeding van € 50.000,00, wegens het missen van de exploitatie vanaf 1 december 2013 tot heden en verdere bepaling via een schadestaat-procedure;
V. veroordeling tot betaling van de facturen van € 7.425,99, vermeerderd met de wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke kosten;
VI. veroordeling van Dam Spirit tot teruggave van de goederen zoals de lichtbak, lichtreclame, parasols en zonweringen, op straffe van een dwangsom;
alles met veroordeling van Dam Spirit in de kosten van de procedure.

3. CoffeeCompany stelt hiertoe, samengevat en zakelijk weergegeven, dat bij beëindiging van de franchise met Dam Spirit, CoffeeCompany op grond van artikel 27 lid 2 van de licentieovereenkomst (het door CoffeeCompany genoemde ‘voortzettingsbeding’) het recht heeft de onderneming zelf voort te zetten, zo zij dat wenst. CoffeeCompany heeft bij e-mail van 9 oktober 2014 van dat recht gebruik gemaakt en dus is Dam Spirit gehouden haar onderneming en de huurrechten aan CoffeeCompany over te dragen. CoffeeCompany heeft recht en belang van het voortzettingsbeding gebruik te maken en nu Dam Spirit weigert deze verplichting na te komen, dient zij daartoe te worden veroordeeld.

4. Ten aanzien van de overige vorderingen stelt CoffeeCompany dat Dam Spirit haar eigendommen niet heeft teruggegeven en twee facturen onbetaald heeft gelaten. Deze goederen zijn deels door Dam Spirit onrechtmatig hergebruikt. Dam Spirit heeft een deel van de lichtbak in haar nieuwe naam opgenomen. Pas naar aanleiding van de dagvaarding heeft Dam Spirit de lichtbak verwijderd/aangepast, maar het hergebruikte deel is nimmer aan CoffeeCompany geretourneerd .

5. Dam Spirit meent dat de vorderingen van CoffeeCompany afgewezen dienen te worden en verweert zich als volgt. Dam Spirit betwist de lezing die CoffeeCompany aan de licentieovereenkomst geeft, met name voor wat betreft het voortzettings-beding. Uitdrukkelijk is afgesproken dat er feitelijk maar één geval zou zijn waarin CoffeeCompany aanspraak zou kunnen maken op het voortzettingsbeding, namelijk als sprake zou zijn van wanprestatie aan de zijde van Dam Spirit én om die reden CoffeeCompany voortijdig de licentieovereenkomst had opgezegd.

6. Als er sprake zou zijn van een andere wijze van beëindiging, dan zou CoffeeCompany géén aanspraak kunnen maken op het voortzettingsbeding, opgenomen in (nu) artikel 27 van de licentieovereenkomst. En er is geen sprake van een opzegging van de licentie-overeenkomst; er is sprake van een aflopen van rechtswege. De achterliggende reden was dat [naam 1] c.q. Dam Spirit haar bedrijfsruimte niet prijs wilde geven als de samenwerking niet zou lopen, zoals beide partijen hoopten. Het is de broodwinning van Dam Spirit c.q. [naam 1] .

7. Bovendien, als het voortzettingsbeding uitgelegd zou moeten worden zoals Coffee-Company voorstaat, had zij voor 1 oktober 2013 haar recht dienen uit te oefenen. Dat is 60 dagen is voor het einde van rechtswege per 1 december 2013. CoffeeCompany heeft dat echter niet gedaan. Zij heeft eerst op 9 oktober 2013 per e-mail Dam Spirit over het uitoefenen van het voortzettingsbeding bericht en dat is te laat, aldus steeds Dam Spirit.

8. Voor wat betreft de overige vorderingen stelt Dam Spirit dat zij een tegenvordering op CoffeeCompany heeft ten bedrage van € 6.603,49, zodat na verrekening slechts een bedrag van € 822,50 resteert. Dit bedrag heeft Dam Spirit behouden en verrekend met de schade die zij heeft geleden omdat CoffeeCompany haar lastig blijft vallen met ongefundeerde vorderingen.

In reconventie

9. Dam Spirit vordert in reconventie:
A. primair ontbinding van de licentieovereenkomst per datum vonnis, met veroor-deling van CoffeeCompany tot een schadevergoeding van € 100.000,- en
subsidiair verklaring voor recht dat CoffeeCompany ten koste van Dam Spirit is verrijkt, met veroordeling van CoffeeCompany tot een schadevergoeding van € 100.000,- en
meer subsidiair verklaring voor recht dat CoffeeCompany onrechtmatig heeft gehandeld, ook weer met een schadevergoeding van € 100.000,- ;
B. verklaring voor recht dat CoffeeCompany misbruik van procesrecht heeft gemaakt, danwel onrechtmatig jegens Dam Spirit heeft gehandeld, met een ander te bepalen schadevergoeding (na specificatie bij akte);
C. veroordeling van CoffeeCompany tot betaling van het bedrag van € 6.603,49 dan wel te bepalen dat Dam Spirit dit bedrag mag verrekenen;
D. verklaring voor recht dat de artikelen 27 leden 2,3 en 9 van de licentieovereenkomst onredelijk bezwarend zijn en zijn vernietigd door Dam Spirit;

en
E. voorwaardelijk - indien de uitleg van de licentieovereenkomst van CoffeeCompany dient te worden gevolgd - deze bepalingen te vernietigen op grond van dwaling;
alles met veroordeling van CoffeeCompany in de buitengerechtelijke kosten (nodig voor het verweer) en de proceskosten

10. Dam Spirit heeft daartoe aangevoerd, samengevat en zakelijk weergegeven, dat zij na het einde van de licentieovereenkomst heeft bemerkt dat CoffeeCompany een veel te hoog bedrag heeft berekend voor de bonen, die Dam Spirit gehouden was af te nemen bij een door CoffeeCompany aangewezen derde voor een door CoffeeCompany vast gesteld bedrag. Dam Spirit heeft tenminste een bedrag van € 100.000,- meer betaald dan als zij zelf de inkoop had mogen doen en dus is dit bedrag te veel betaald voor de bonen. Dit is in strijd met de franchiseovereenkomst, zodat CoffeeCompany te kort is geschoten c.q. gehandeld heeft in strijd met de redelijkheid en billijkheid.

10. Nu met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de vorderingen van Coffee-Company met betrekking tot de overdracht en het voortzetten van de onderneming van Dam Spirit afgewezen zullen worden, én ook de vorderingen rond de betaling afgewezen zal worden, nu aantoonbaar verrekening dient plaats te vinden, is er volgens Dam Spirit sprake van misbruik van procesrecht. CoffeeCompany drijft Dam Spirit willens en wetens op kosten, die slechts gedeeltelijk door een proceskosten-veroordeling zullen worden gedekt. Bovendien heeft de directeur van CoffeeCompany [naam 1] meermalen gedreigd kapot te zullen procederen. En dat is precies wat CoffeeCompany thans beoogt met deze kansloze procedure.

10. Zo CoffeeCompany aanspraak zou kunnen maken op het voortzetten van de onderneming van Dam Spirit, verzoekt Dam Spirit de licentieovereenkomst op dit punt te vernietigen. Deze vordering doet Dam Spirit derhalve voorwaardelijk.

13. CoffeeCompany meent dat de vorderingen van Dam Spirit afgewezen moeten worden en verweert zich als volgt. Allereerst stelt CoffeeCompany dat Dam Spirit tijdens de loop van de licentieovereenkomst zich nimmer heeft beklaagd over de hoogte van de inkoopprijs van de bonen of op andere wijze CoffeeCompany wanprestatie heeft verweten. Pas nadat CoffeeCompany zich heeft beroepen op het voortzettingsbeding, openbaart de onvrede van Dam Spirit zich. CoffeeCompany kan niet inzien op welk punt zij haar verplichtingen uit de licentieovereenkomst niet - goed - is nagekomen. Dam Spirit onderbouwt de tekortkomingen van CoffeeCompany dan ook onvoldoende. Dam Spirit heeft juist veel profijt gehad van de ondersteuning, de kennis en de ervaring van/door CoffeeCompany.

13. CoffeeCompany is niet verplicht een bedongen inkoopvoordeel door te geven aan haar franchisenemers. Zij heeft geen algemene verplichting te komen tot een beperking van kosten. Het streven van CoffeeCompany is zich te onderscheiden in kwaliteit, niet in de laagste prijs. Bovendien wordt de inkoopprijs van de bonen bepaald door een veelheid van factoren, niet alleen door de prijs bij een tussenpersoon. Dat Dam Spirit precies dezelfde bonen op het oog heeft, wordt daarbij door CoffeeCompany betwijfeld en betwist.

13. Van misbruik van recht is geen sprake. CoffeeCompany heeft onverplicht het hoger beroep afgewacht en zich niet direct na het vonnis van de kantonrechter op de goe-deren van Dam Spirit verhaald. Dat had zij kunnen doen. CoffeeCompany had en heeft belang bij het concurrentieverbod, dat door Dam Spirit werd overtreden. Coffee-Company wordt ten onrechte door Dam Spirit afgeschilderd als een zeer onredelijke partij. Bovendien was sprake van een kort geding, niet van een bodemprocedure. Een kort geding heeft geen kracht van gewijsde.

13. Ten onrechte acht Dam Spirit zich - volgens CoffeeCompany - bevoegd om te beslissen over de goederen van CoffeeCompany, terwijl tot aan de dagvaarding in de onderhavige procedure Dam Spirit gebruik heeft gemaakt van een deel van die goederen. Ondanks de toezeggingen van (de gemachtigde van) Dam Spirit zijn de goederen nimmer retour gekomen.

Beoordeling

17. Naar het oordeel van de kantonrechter zijn de vorderingen in conventie en reconventie dusdanig verweven, dat deze gezamenlijk beoordeeld kunnen worden.

18. De kantonrechter is allereerst met partijen van oordeel dat de uitleg van bepalingen in een overeenkomst niet alleen kan worden beantwoord op grond van slechts de zuiver taalkundige uitleg van die bepalingen. Het komt aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Dat geldt in het algemeen en voor de onderhavige overeenkomst is dat niet anders.

18. Voortzettingsbeding
De kern van het geschil dat partijen verdeeld houdt wordt gevormd door de vraag of op grond van de licentieovereenkomst Dam Spirit gehouden is haar onderneming en de huurrechten van de bedrijfsruimte aan CoffeeCompany over te dragen. De kanton-rechter acht dat niet het geval. Geoordeeld wordt dat de uitleg die CoffeeCompany aan artikel 27 van de licentieovereenkomst geeft, voor de kantonrechter niet volgt uit de tekst van de bepaling, niet uit de door partijen ingebrachte (veelheid aan) stukken en gelet op alle omstandigheden van geval haar evenmin logisch voorkomt.

18. De licentieovereenkomst is niet opgezegd, maar van rechtswege geëindigd en als partijen gewenst hadden dat ook in die situatie voortzettingsrechten aan Coffee-Company zou toekomen, had men dat expliciet in de overeenkomst moeten opnemen. De huurrechten waren reeds voor de licentieovereenkomst in bezit van Dam Spirit en vertegenwoordigden voor haar een dusdanige waarde, dat het niet logisch is dat Dam Spirit bereid was bij aflopen van de licentieovereenkomst, deze rechten aan CoffeeCompany af te staan. Een verplichte overdracht van de onderneming en de huurrechten is geen redelijke uitleg van de bepaling, is niet in overeenstemming met de bedoeling van partijen zoals deze uit alle stukken volgt en hetgeen partijen rond de tot standkoming van de licentieovereenkomst aan de kantonrechter hebben meegedeeld.

18. Maar zelfs indien de zienswijze van CoffeeCompany dient te worden gevolgd, dan nog zou dat niet leiden tot toewijzing van haar vorderingen op dit punt. Immers, Coffee-Company heeft niet 60 dagen voor het tijdstip van beëindiging van de licentieovereen-komst Dam Spirit op de hoogte gesteld van haar wens het recht om de onderneming voort te zetten, uit te oefenen.

18. Dat betekent dat de vorderingen van CoffeeCompany onder I, II, II en IV in conventie worden afgewezen en dat de voorwaarde, verbonden aan de vordering onder E in reconventie niet is vervuld, zodat die geen beoordeling meer behoeft. Bij de vordering onder D in reconventie heeft Dam Spirit geen belang (meer).

18. Verrekening van de facturen
Dam Spirit heeft erkend de twee facturen van CoffeeCompany ad € 7.425,99 onbetaald te hebben gelaten en CoffeeCompany heeft de verschuldigdheid van het bedrag ad € 6.603,49 voor door Dam Spirit de geretourneerde kaarten onvoldoende weersproken. De bedragen kunnen onderling worden verrekend zodat zijdens Dam Spirit resteert te betalen het bedrag van € 822,50.

18. Dit bedrag zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf de dag der sommatie, zijnde 26 februari 2015 (vgl rov 1.13). Daarmee is op de vordering onder V. in conventie en de vordering sub C in reconventie beslist. Ook de buitengerechtelijke kosten zal de kantonrechter toewijzen, nu de vordering van CoffeeCompany eerder opeisbaar was dan die van Dam Spirit en laatstgenoemde destijds geen reden had de rekeningen niet te voldoen. Toegewezen wordt het gevorderde en in hoogte niet betwiste bedrag van € 776,81 aan buitengerechtelijke kosten.

18. De retournering van goederen
Dam Spirit heeft gesteld dat de parasols, de zonweringen en de lichtreclame aan de leverancier zijn geretourneerd, althans niet meer in haar bezit zijn. Toewijzing va de vordering onder VI. kan derhalve reeds op die grond niet plaatsvinden. Voorts geldt dat Dam Spirit bij brief van 29 november 2013 CoffeeCompany heeft verzocht op te geven welke goederen zij geretourneerd wilde hebben. CoffeeCompany heeft op die brief niet gereageerd, maar pas bij brief van 26 februari 2015 aanspraak op teruggave van de goederen gemaakt. Zodoende heeft Dam Spirit er ook geen rekening meer mee hoeven te houden dat er goederen geretourneerd moesten worden, waarvan bovendien onduidelijk is gebleven welke waarde deze goederen voor CoffeeCompany vertegenwoordigen.

18. Ontbinding licentieovereenkomst
Met CoffeeCompany is de kantonrechter van oordeel dat Dam Spirit onvoldoende duidelijk heeft gemaakt op welke onderdelen van de tussen partijen geldende licentieovereenkomst CoffeeCompany te kort is geschoten in de nakoming en wel zodanig dat ontbinding van die overeenkomst gerechtvaardigd is. Het enkele feit dat Dam Spirit koffiebonen voor een lager bedrag kan inkopen bij dezelfde leverancier als die CoffeeCompany gebruikte, is daartoe onvoldoende. De overige verwijten heeft Dam Spirit onvoldoende met (te bewijzen) feiten en omstandigheden onderbouwd. De redelijkheid en billijkheid kunnen geen afzonderlijke grondslag vormen voor toewijzing van de vordering onder A in reconventie. Bovendien is de licentieovereenkomst reeds van rechtswege geëindigd.

18. Misbruik van procesrecht
Ook de vordering van Dam Spirit met betrekking tot misbruik van procesrecht zal worden afgewezen. de vorderingen van CoffeeCompany zijn niet dermate onwaarschijnlijk, dat CoffeeCompany niet had mogen proberen deze geldend te maken. De afwijzing in kort geding - in twee instanties - maakt dat niet anders. CoffeeCompany heeft het recht het geschil aan de bodemrechter voor te leggen.

18. Samenvatting
Dit alles impliceert dat de vorderingen over en weer worden afgewezen, met uitzondering van een (klein) deel van de betalingsvordering van CoffeeCompany.

18. Gelet op deze uitkomst van de procedure, worden de proceskosten onderling gecompenseerd, in conventie en reconventie.

BESLISSING

De kantonrechter:

In conventie:

veroordeelt Dam Spirit tot betaling aan CoffeeCompany van een bedrag van
€ 822,50 aan hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf 26 februari 2015, en € 776,81 aan buitengerechtelijke kosten;

verklaart de veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

wijst de vorderingen voor het overige af;

In reconventie:

wijst de vorderingen af;

In conventie en reconventie

compenseert de proceskosten in dier voege dat ieder der partijen de eigen kosten draagt.

Aldus gewezen door mr. M.V. Ulrici, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 januari 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.

Griffier Kantonrechter