Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:3962

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
07-06-2017
Datum publicatie
08-06-2017
Zaaknummer
HA ZA 16-846
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Krant hoeft publicaties over link tussen vastgoedhandelaren en zware crimineel niet te verwijderen en geen rectificatie te plaatsen.

Publicaties waren niet onzorgvuldig en niet onrechtmatig. Geen schending privacy, want publicatie over zaken.

Afweging art. 6:162 BW en art. 10 EVRM.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2017-0515
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/614117 / HA ZA 16-846

Vonnis van 7 juni 2017

in de zaak van

1 [eiser sub 1] ,

wonende te [plaats] ,

2. [eiser sub 2],

wonende te [plaats] ,

eisers,

advocaat mr. M.Ch. Kaaks te Amsterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HET PAROOL B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

2. [gedaagde sub 2],

wonende te [plaats] ,

3. [gedaagde sub 3],

wonende te [plaats] ,

4. [gedaagde sub 4],

wonende te [plaats] ,

gedaagden,

advocaat mr. C. Wildeman te Amsterdam.

Partijen zullen hierna afzonderlijk als [eiser sub 1] en [eiser sub 2] , resp. Het Parool, [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] worden aangeduid. Gedaagden worden gezamenlijk Het Parool B.V. c.s. genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 16 november 2016

  • -

    de akte overlegging producties van [eiser sub 1] en [eiser sub 2] van 10 april 2017

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 24 april 2017

  • -

    de brief van de advocaat van [eiser sub 1] en [eiser sub 2] van 11 mei 2017.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Het Parool is een dagblad, dat behalve aan nationale en internationale nieuwsfeiten aandacht aan gebeurtenissen en situaties in Amsterdam besteedt. [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 3] treden daarbij geregeld als verslaggevers op. [gedaagde sub 2] is hoofdredacteur van Het Parool.

2.2.

[eiser sub 1] en [eiser sub 2] hebben sinds 1996 gezamenlijk een vastgoedportefeuille in Amsterdam. Bij de uitvoering van hun projecten maken zij gebruik van diverse aannemers. Een van hen was gedurende enige tijd [naam 1] (hierna: [naam 1] ).

2.3.

Na wegens drugshandel enkele jaren celstraf te hebben ondergaan, richtte [naam 1] in 2005 AMT Onderhoudsbedrijf B.V. (hierna: AMT) op. Hij bood zijn diensten aan [eiser sub 1] en [eiser sub 2] aan. Tevens huurde hij van hen voor zijn bedrijf een werkplaats met kantoor grenzend aan hun kantoor. Het door [naam 1] gehuurde had een eigen ingang; men kon echter ook binnendoor elkaars bedrijfsruimte bereiken. [eiser sub 1] en [eiser sub 2] verstrekten [naam 1] daarnaast ten behoeve van zijn woonhuis in Purmerend een hypothecaire geldlening. Per 1 augustus 2007 zegde [naam 1] de huur van zijn bedrijfsruimte op. Op 16 oktober 2007 werd AMT in staat van faillissement verklaard.

2.4.

In 2007 begonnen [eiser sub 1] en [eiser sub 2] met de verbouwing van de panden [straat 1] , sinds 2006 hun eigendom. Aanvankelijk verrichtte AMT de werkzaamheden daar; na haar faillietverklaring geschiedde dat met behulp van oud-werknemers van [naam 1] .

2.5.

Op [straat 1] werd een luxe bovenwoning (hierna: de bovenwoning) gecreëerd. De bovenwoning, die voor de verhuur was bestemd, omvatte de etages drie, vier en vijf. De bovenwoning was in twee afzonderlijke eenheden verdeeld (etage drie en etage vier/vijf), maar had één gezamenlijke toegang. Het beheer was, net als bij andere woningen van [eiser sub 1] en [eiser sub 2] , in handen van BRV Beheer B.V., die op hetzelfde adres als [eiser sub 1] en [eiser sub 2] kantoor hield. Op 18 maart 2008 sloot BRV voor de (gemeubileerde) bovenwoning namens [eiser sub 1] en [eiser sub 2] als verhuurders schriftelijk een huurovereenkomst met [naam 2] .

2.6.

Op 28 augustus 2010 hield de politie de voortvluchtige crimineel [naam 3] in de bovenwoning aan. [naam 3] , die [naam 1] uit de gevangenis kende, bleek daar enkele jaren te hebben verbleven.

2.7.

Op 30 augustus 2010 publiceerde Vrij Nederland een artikel onder de titel “Huurbaas [naam 3] ‘wist van niets’”. In dit artikel staat onder meer:

De vrijdag opgepakte crimineel [naam 3] verschool zich in een woning van [eiser sub 2] . De Vinkeveense vastgoedbelegger schrok zich rot toen hij hoorde waar de wereldwijd gezochte crimineel werd gearresteerd. […] ‘We hebben het [pand] opgeknapt en laten verhuren door bemiddelingsbedrijf BRV Beheer. Met de bewoners hebben we niets te maken.’”

Twee weken later berichtte Vrij Nederland in een artikel getiteld “Onderduiken doe je niet alleen” onder meer:

Volgens bronnen uit het milieu is de woning heringericht door de Amsterdamse aannemer [naam 1] […] Feit is dat [naam 1] verschillende klussen opknapte voor vastgoedhandelaar [eiser sub 2] . […] [naam 3] zat in 2003 enkele maanden vast wegens wapenbezit. Volgens een kennis van [naam 1] hield deze sindsdien contact met [naam 3] . […]

2.8.

In augustus 2015 werden [eiser sub 1] en [eiser sub 2] in een consortium met een aantal zakenpartners geselecteerd voor de aankoop van de panden [straat 2] en [straat 3] . In beide waren voorheen politiebureaus gevestigd. Deze waren eigendom van de (later Nationale) Politie.

2.9.

De [straat 2] en de [straat 3] liggen in het postcodegebied [postcode] . Bij het verlenen van (bouw)vergunningen in dit deel van de stad past de gemeente Amsterdam onder de vlag van de zgn. Bibob-screening en de Van Traa-screening criteria toe. Daarmee probeert zij te voorkomen dat panden direct of indirect in handen komen van of worden gefinancierd door criminelen. De politie hanteerde deze screeningcriteria voor de voormalige politiebureaus niet, maar verrichtte een eigen onderzoek naar de kandidaat-kopers.

2.10.

Medio januari 2016 voerden [eiser sub 1] en [gedaagde sub 3] een aantal gesprekken met elkaar. Aanleiding was het verzoek van [gedaagde sub 3] , met het oog op mogelijke publicaties in Het Parool, om inlichtingen over het onderzoek dat de politie had uitgevoerd, nadat [eiser sub 1] en [eiser sub 2] en hun zakenpartners zich voor de aankoop van de voormalige politiebureaus hadden gemeld.

2.11.

Op 21 januari 2016 legde [gedaagde sub 3] een concept-artikel voor Het Parool aan [eiser sub 1] en [eiser sub 2] voor. Hun advocaat sommeerde Het Parool bij brief van 22 januari 2016 van publicatie van dit artikel af te zien.

2.12.

Op 23 januari 2016 publiceerde Het Parool een artikel van de hand van [gedaagde sub 3] onder de kop Link kopers politiepand met crimineel. In dit artikel, dat grotendeels overeenkomt met het hiervoor onder 2.11. genoemde concept, staat onder meer het volgende:

Een nachtmerrie zou het zijn, als de beroemde politiebureaus [straat 3] en [straat 2] op de Wallen in handen zouden vallen van ‘malafide kopers’. De politie en de gemeente kondigden bij de verkoop van de panden dan ook aan potentiële kopers streng te zullen screenen. Maar is dat goed gegaan? Over de contacten van de mannen die samen met [korpschef [naam 4] ] op de verkoopakte staan, is één en ander op te merken. Twee van de kopers, vastgoedmannen [eiser sub 1] en [eiser sub 2] , zijn de eigenaren van het appartement waar topcrimineel [naam 3] tussen 2006 en 2010 onderdook tijdens zijn jarenlange vlucht voor de politie. Zij onderhielden bovendien nauwe banden met de man die [naam 3] hielp tijdens zijn vlucht: aannemer [naam 1] . Desondanks konden in augustus de politiepanden kopen, voor 9,5 miljoen euro.

[…]

Begin 2006 worden een aantal handelingen verricht die later cruciaal zullen blijken voor de vlucht van [naam 3] . [eiser sub 1] en [eiser sub 2] kopen de panden op de [straat 1] en [naam 1] begint [AMT], dat hij onderbrengt in de inpandige garage van het kantoor van [eiser sub 1] en [eiser sub 2] […].

[naam 1] verbouwt de zolderverdieping van de [straat 1] , waar [naam 3] komt te wonen. […] Ook privé zijn geldstromen: in dezelfde tijd koopt de vrouw van [naam 1] een huis. De financiers: [eiser sub 1] en [eiser sub 2] , op persoonlijke titel.

[…]

In die tijd beschikt [naam 1] over veel geld. Dagelijks neemt hij grote geldbedragen op van de bankrekening van zijn bedrijf: de ene dag achtduizend euro, de volgende dag negenduizend. […] In een jaar trekt hij ruim zes ton uit AMT, waarvan een ton volstrekt niet is te herleiden. Mogelijk is de rekening van tevoren gespekt en wordt [naam 3] met dat geld onderhouden. In elk geval overhandigt [naam 1] met regelmaat de huur van de [straat 1] : 3200 euro per maand, contant. Ook ene ‘ [naam 2] ’ levert geld af, maar wie zij is, is onbekend. […]

In die jaren zijn de drie panden voor [eiser sub 1] en [eiser sub 2] een intensief project. […] Een bouwvakker die in die tijd aan de panden werkt, kan op een dag door een raam naar binnen kijken. “Daar zag ik hem zitten. [naam 3] . Toen dacht ik wel even: oké … Ik herkende hem omdat ik hem wel eens bij [naam 1] op kantoor had gezien. Daar liepen [eiser sub 1] en [eiser sub 2] ook in en uit.” […]

De truc met het contante geld dat [naam 1] uit AMT trekt, gaat lang goed. Totdat bij de politie een tip binnenkomt dat ‘bolle [naam 1] naar [naam 3] gaat om geld te brengen’. De methode wordt te riskant en [naam 1] kan […] AMT niet meer gebruiken. De geldopnames stoppen en AMT gaat prompt failliet. […]

[naam 1] gaat verder met een andere bv, en blijft gewoon kantoor houden bij [eiser sub 1] en [eiser sub 2] . De banden tussen de drie heren zijn dan nog uitstekend. Ook na zijn faillissement blijft [naam 1] voor hen werken. In 2009 krijgt de vrouw van [naam 1] een tweede hypotheek op hun huis in Purmerend. Opnieuw treden [eiser sub 1] en [eiser sub 2] als geldverstrekkers op. Maar [naam 1] komt danig in de knel. Ook zijn nieuwe bedrijfjes gaan failliet. […] Terwijl de druk op [naam 1] toeneemt, moet hij [naam 3] blijven onderhouden. […]

Als het stof van de arrestatie is opgetrokken, worden in 2010 in Vrij Nederland vragen gesteld. [eiser sub 2] voert het woord en zegt geschrokken te zijn van het nieuws. “We hebben het opgeknapt en laten verhuren door bemiddelingsbedrijf BRV Beheer. Met de bewoners hebben wij niet direct te maken.” Dat is merkwaardig: BRV is het bedrijf dat wordt ingezet om de portefeuille van [eiser sub 1] en [eiser sub 2] te beheren.

Bovendien blijkt nu dat het bewuste bemiddelingskantoor óók is ingeschreven op het kantoor van [eiser sub 1] en [eiser sub 2] . Het bedrijf beheert uitsluitend woningen uit hun portefeuille. Wie de eigenaren zijn, is niet te achterhalen: administratiekantoren beheren de vennootschap. Eén ding is zeker: het telefoonnummer van BRV Beheer is hetzelfde als dat van de bv waarmee [eiser sub 1] en [eiser sub 2] de politiepanden kochten. […]

Toen in oktober 2014 werd besloten dat politiebureaus werden verkocht, bedong de gemeente bij de politie dat kopers aan een integriteitsscreening zouden worden onderworpen. De panden vallen in [postcode] , de angst voor louche kopers was groot. Voor de bureaus Beurs- en [straat 3] melden zich allerlei geïnteresseerden […]. Maar de voorkeur gaat naar [eiser sub 1] en [eiser sub 2] , terwijl zij tot zijn verdwijning nauwe banden met [naam 1] onderhielden die zijn vriend [naam 3] jaren in hun pand verborgen hield.”

2.13.

[gedaagde sub 3] twitterde op 23 januari 2016:

Wie kochten de beroemde politiebureaus op de Wallen? De kopers hebben een link met zware criminaliteit.”

2.14.

Naar aanleiding van het Paroolartikel van 23 januari 2016 stelde het raadslid [naam 5] (hierna: [naam 5] ) in de gemeenteraad van Amsterdam vragen aan burgemeester [burgermeester] (hierna: de burgemeester). [naam 5] zei op 28 januari 2016 in de vergadering van de raad onder meer het volgende:

Het gaat over het artikel dat afgelopen zaterdag in Het Parool stond over de verkoop van de zogenaamde politiepanden in het [postcode] gebied. De nieuwe eigenaren [eiser sub 1] en [eiser sub 2] . En uit dat artikel blijkt dat er een behoorlijk innige zakelijke relatie is tussen deze investeerders en aannemer [naam 1] . [naam 1] is een veroordeelde crimineel en die heeft ook banden onderhouden met meneer [naam 3] , een voortvluchtige crimineel die is opgepakt. En [naam 3] heeft zelfs ook in één van de panden gewoond van deze nieuwe pandeigenaren, [eiser sub 1] en [eiser sub 2] . En aannemer [naam 1] is financieel ook geholpen. Dat roept aardig wat vragen op kunt u begrijpen, ook als [postcode] -woordvoerder, maar het roept ook veel vragen op over de betrouwbaarheid en integriteit van deze nieuwe eigenaren van deze politiepanden. […]

2.15.

De burgemeester antwoordde in dezelfde raadsvergadering onder meer als volgt:

[…] Ik wil beginnen met te zeggen dat ik de vraag goed begrijp, want toen ik het artikel las, had ik ook verbazing. […] De panden zijn eigendom van wat de Nationale Politie is geworden, dus wij waren geen eigenaar. En dat is van belang, want sinds 2013 mag je in het kader van de wet Bibob ook een vastgoedtransactie aan een Bibob toets onderwerpen, maar alleen als je eigenaar bent. […] De Nationale Politie heeft ervoor gekozen om niet een Bibob-toets te doen, maar vooral te kijken in de eigen politieregisters en bij de belastingdienst en dat is een ander type screening. […] Een Bibob-toets begint eigenlijk heel breed en omvat veel meer dan die politieregisters en de belastingdienst. […] En deze mensen, deze mensen zijn er doorheen gekomen. En dat was misschien wel niet gebeurd, maar ik moet heel voorzichtig zijn, misschien wel niet gebeurd, bij een Bibob-toets. Maar ik moet daar ontzettend voorzichtig mee zijn. Maar ik kan er ook ontzettend voorzichtig in zijn. Want […] men is nu eigenaar van het politiebureau en heeft een omgevingsvergunning aangevraagd, omdat er verbouwd moet gaan worden en men wil daar een bepaalde bestemming realiseren. Dat ligt allemaal in volle toets bij de gemeente. En bij de omgevingsvergunning mag de gemeente wel een Bibob-toets doen en dat gaan wij ook volop doen. […]”

2.16.

Op 28 januari 2016 berichtte Het Parool – met [gedaagde sub 3] als auteur – onder meer het volgende:

[burgermeester] gaf antwoord op vragen van […] [naam 5] . Die wilde weten hoe het screeningsproces van de kopers was verlopen. Vastgoedondernemers [eiser sub 1] en [eiser sub 2] kochten de panden voor 9,5 miljoen euro van de Nationale Politie. De gemeente gaf toestemming voor de verkoop. Dat is opvallend: [eiser sub 1] en [eiser sub 2] zijn de eigenaars van het pand waar [naam 3] tussen 2006 en 2010 onderdook voor politie en justitie én hadden nauwe banden met de man die [naam 3] tijdens zijn vlucht ondersteunde. [naam 3] wordt door justitie beschouwd als een kopstuk van de Amsterdamse onderwereld. De connectie tussen de nieuwe eigenaren en zware criminaliteit bleek uit onderzoek van Het Parool. […]”

2.17.

Op 23 juni 2016 berichtte Het Parool – met [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] als auteurs – onder meer het volgende:

De Nationale Politie gaat potentiële kopers van politiepanden voortaan zelf controleren aan de hand van de wet Bibob. […] Dat schrijft burgemeester [burgermeester] in een brief aan de gemeenteraad. De PvdA en de SP hadden vragen gesteld naar aanleiding van het nieuws in deze krant dat twee kopers van de gesloten politieposten bureau [straat 3] en bureau [straat 2] op de Wallen banden hadden met crimineel [naam 3] . Het ging om vastgoedinvesteerders [eiser sub 2] en [eiser sub 1] . […]”

2.18.

In de raadsvergadering van 22 september 2016 zei de burgemeester onder meer het volgende:

[…] [H]et artikel in het Parool spreekt over twee mensen die kennis hadden aan een aannemer die op zijn beurt kennis had aan een nogal zware crimineel – om het zo even te zeggen. En dat maakt het natuurlijk heel bijzonder. Dat politiepanden zouden kunnen worden verkocht aan mensen die kennis hebben aan iemand die kennis heeft aan een hele zware crimineel. […]”

2.19.

In de loop van 2016 trokken [eiser sub 1] en [eiser sub 2] zich terug uit het consortium dat de beide voormalige politiebureaus had gekocht. De gemeente verstrekte de overgebleven leden van het consortium een omgevingsvergunning voor deze percelen.

3 Het geschil

3.1.

[eiser sub 1] en [eiser sub 2] vorderen het volgende:

I. primair verklaring voor recht dat de artikelen in Het Parool, resp. op www.parool.nl van 23 januari, 28 januari en 23 juni 2016 (hierna: de Paroolartikelen) jegens hen onrechtmatig zijn, en dat de daarin vervatte uitlatingen:

- “[…] twee kopers van de panden van de gewezen politiepanden Bureau [straat 3] en Bureau [straat 2] op de Wallen (hadden) banden met crimineel [naam 3] . Het ging om vastgoedinvesteerders [eiser sub 2] en [eiser sub 1] […]”; en

- “[…] De connectie tussen de nieuwe eigenaren en zware criminaliteit bleek uit onderzoek van Het Parool”;

en de door [gedaagde sub 3] verstuurde tweet: “Wie kochten de beroemde politiebureaus op de Wallen? De kopers hebben een link met zware criminaliteit”;

jegens [eiser sub 1] en [eiser sub 2] onrechtmatig zijn;

subsidiair verklaring voor recht dat de in de Paroolartikelen geuite bewering dat [eiser sub 1] en [eiser sub 2] aan zware criminaliteit zijn gelieerd en banden met crimineel [naam 3] hadden, onrechtmatig jegens hen is;

II. primair veroordeling van Het Parool de Paroolartikelen binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis offline te halen, opdat ze niet meer via internet worden openbaar gemaakt en niet langer digitaal opvraagbaar zijn; althans

subsidiair veroordeling van Het Parool het ertoe te leiden dat de Paroolartikelen onvindbaar zijn via zoekmachine Google, althans ze te anonimiseren;

meer subsidiair bevel aan Het Parool het ertoe te leiden dat de Paroolartikelen niet langer in de zoekresultaten van Google.nl en Google.com worden getoond gebruikmakend van de zoektermen “ [eiser sub 1] ”, “ [eiser sub 1] ”, “ [eiser sub 2] ” en/of “ [eiser sub 2] ”;

III. veroordeling van Het Parool c.s. tot plaatsing binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis van de hiernavolgende rectificatietekst, althans een door de rechtbank in goede justitie vast te stellen rectificatie, in de zaterdageditie van de papieren versie van Het Parool, alsmede op de website www.parool.nl, in lettertype Arial, minimale lettergrootte 12, vetgedrukt, duidelijk leesbaar in zwarte tekst op een witte achtergrond omlijnd kader zonder wijziging, toevoeging of commentaar, op de voorpagina en op de homepage van www.parool.nl, zodanig dat de rectificatietekst schermvullend zichtbaar is op schermen met een resolutie tussen 1024*768 pixels en 1920*1080 pixels, en dat deze rectificatie bij ieder bezoek aan de website in een pop-up venster zal worden getoond gedurende een termijn van drie (3) weken, en permanent in het digitale archief van Het Parool bij alle Paroolartikelen, indien en voor zover deze niet overeenkomstig het primair onder II gevorderde offline zijn geplaatst;

RECTIFICATIE inzake vastgoedinvesteerders [eiser sub 1] en [eiser sub 2]

Onder meer in het artikel “ Link kopers politiepand met crimineel ” van 23 januari 2016 en twee daaropvolgende publicaties, heeft Het Parool gesuggereerd dat de kopers van onder meer het voormalig politiebureau aan de [straat 3] eind 2015, gelieerd zou zijn aan zware criminaliteit. Deze verdachtmakende suggestie is lichtvaardig en vindt geen steun in de feiten. De rechtbank Amsterdam heeft bepaald dat Het Parool hierdoor onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiser sub 2] en [eiser sub 1] , en heeft bij vonnis van [DATUM] Het Parool bevolen deze rectificatie te publiceren.

Het Parool

Hoofdredactie

IV. hoofdelijke veroordeling van Het Parool c.s. tot een vergoeding wegens immateriële schade van € 10.000,- aan zowel [eiser sub 1] als [eiser sub 2] ;

V. hoofdelijke veroordeling van Het Parool c.s. tot vergoeding van materiële schade op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

VI. veroordeling van Het Parool tot verbeurte van een dwangsom van € 25.000,- voor elke dag dat zij verzuimt het bevel onder II of III geheel of gedeeltelijk na te komen;

VII. hoofdelijke veroordeling van Het Parool c.s. in de kosten van het geding;

alles bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.

3.2.

[eiser sub 1] en [eiser sub 2] leggen, kort samengevat, het volgende aan hun vorderingen ten grondslag:

3.2.1.

In de Paroolartikelen zijn zij ernstig verdacht gemaakt door de herhaalde bewering dat zij banden met zware criminaliteit zouden hebben. Zij zouden bij de koop van de voormalige politiebureaus niet goed zijn gescreend. Als dat wel was gebeurd, zouden zij wegens hun banden met de crimineel [naam 3] niet zijn geaccepteerd, zo beweert Het Parool c.s. Deze verdachtmakingen zijn gepubliceerd op basis van hypotheses of vooringenomenheid, zonder dat ze door feiten kunnen worden gerechtvaardigd. Er is immers geen enkel aanknopingspunt voor de aantijging dat [eiser sub 1] en [eiser sub 2] banden met zware criminaliteit zouden hebben gehad, en al helemaal niet met de crimineel [naam 3] .

3.2.2.

[eiser sub 1] en [eiser sub 2] voelen zich door de Paroolartikelen in hun eer en goede naam aangetast. Zij beroepen zich op het recht op eerbiediging van hun persoonlijke levenssfeer en op hun onschuldpresumptie. Deze door de Grondwet en de relevante internationale verdragen gegarandeerde rechten wegen in dit geval zwaarder dan de uitingsvrijheid van Het Parool.

3.2.3

[eiser sub 1] en [eiser sub 2] lijden als gevolg van de Paroolartikelen ernstige reputatie- en vermogensschade. Dat zal ook in de toekomst het geval zijn, temeer nu de Paroolartikelen, bijvoorbeeld door middel van het googelen van hun namen, nog altijd op internet te vinden zijn. Zij hebben dan ook belang bij een verklaring voor recht dat de Paroolartikelen jegens hen onrechtmatig zijn, bij een rectificatie, bij een vordering tot verwijdering, althans het onvindbaar maken daarvan, en bij een vordering tot vergoeding van materiële en immateriële schade.

3.2.4.

[eiser sub 1] en [eiser sub 2] achten zowel Het Parool als zijn hoofdredacteur aansprakelijk, evenals de beide auteurs [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] , nu redacteuren beschuldigingen ook blijken te twitteren.

3.3.

Het Parool c.s. voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling – uitvoerbaar bij voorraad – van [eiser sub 1] en [eiser sub 2] in de kosten van dit geding, waaronder inbegrepen het nasalaris als bedoeld in artikel 237 lid 4 Wetboek van Rechtsvordering.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Bij de bepaling van het antwoord op de vraag of de Paroolartikelen tegen [eiser sub 1] en [eiser sub 2] onrechtmatig zijn, gelden de volgende uitgangspunten. Het toewijzen van de vorderingen van [eiser sub 1] en [eiser sub 2] zou neerkomen op een beperking van de uitingsvrijheid van Het Parool, vastgelegd in artikel 10 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM). Zo’n beperking is alleen toegestaan, als ze bij wet is voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk is ter bescherming van bijvoorbeeld de goede naam of rechten van anderen (artikel 10 lid 2 EVRM).

Van een beperking die bij wet is voorzien, is sprake, als de Paroolartikelen onrechtmatig in de zin van artikel 6:162 BW zijn. Het antwoord op de vraag welk recht – de uitingsvrijheid of het recht op bescherming van de eer en goede naam – in het concrete geval zwaarder weegt, wordt gevonden door een afweging van alle ter zake dienende omstandigheden van het geval. Daarbij komt aan de positie van de pers bijzondere betekenis toe, gelet op enerzijds haar taak informatie en ideeën van publiek belang te verspreiden en haar vitale rol van publieke waakhond te vervullen, en anderzijds het recht van het publiek informatie en ideeën te ontvangen.

Bij de afweging van de belangen speelt voorts een belangrijke rol dat een journalist de zorgvuldigheid in acht dient te nemen die vanwege de aard en de strekking van de publicatie is geboden. Tevens heeft Het Parool belang erbij zich in het openbaar kritisch, informerend, opiniërend en waarschuwend over misstanden die de samenleving raken, te kunnen uitlaten. Daarbij moet naar objectieve en evenwichtige berichtgeving worden gestreefd. Dat brengt onder meer mee dat hoor en wederhoor wordt toegepast.

Het belang van [eiser sub 1] en [eiser sub 2] is erin gelegen dat zij niet lichtvaardig worden blootgesteld aan voor hen schadelijke publiciteit en/of aan beschuldigingen die geen of onvoldoende steun in het beschikbare feitenmateriaal vinden.

4.2.

Voorop staat dat de vraag aan wie de algemeen bekende voormalige politiebureaus in hartje Amsterdam zouden worden verkocht, een zaak van publiek belang was. Ten eerste zou het voor de Nationale Politie als eigenaar van panden een blamage zijn, als zou blijken dat ze zijn verkocht aan criminelen of aan personen of bedrijven die contacten met criminelen hebben en/of voor de financiering van de panden van criminaliteit afkomstig geld gebruiken. Ten tweede zou een dergelijke gang van zaken schadelijk voor de gemeente Amsterdam zijn, mede gezien haar beleid de criminaliteit in het als “ [postcode] ” bekend staande deel van de stad terug te dringen. Het Parool had en heeft dan ook, als “Amsterdamse krant”, recht en belang mogelijke misstanden in dit verband aan het licht te brengen.

4.3.

Vast staat dat [eiser sub 1] en [eiser sub 2] banden met – de destijds als aannemer opererende – [naam 1] onderhielden. Hij huurde van hen bedrijfsruimte die hun eigendom was en vanuit hun kantoor binnendoor toegankelijk was, zij gaven hem opdrachten en zij hielpen hem tot tweemaal toe bij de financiering van zijn woonhuis, de tweede keer na het faillissement van zijn aannemingsbedrijf. Dit alles geschiedde, nadat [naam 1] een gevangenisstraf had ondergaan.

4.4.

Namens [eiser sub 1] en [eiser sub 2] verhuurde een door hen voor al hun verhuurobjecten ingeschakeld bemiddelingsbedrijf, dat hetzelfde adres als zij gebruikte, de bovenwoning waarin [naam 3] een aantal jaren zijn schuilplaats had. [naam 3] zat daar dankzij [naam 1] , die hem uit de gevangenis kende en hem, gelet op de in zoverre niet bestreden inhoud van de Paroolartikelen, hand- en spandiensten verleende om het leven op zijn onderduikadres mogelijk te maken. Daarbij werd de huur, een in vergelijking met de gemiddelde huurprijs voor een woning in Amsterdam hoog bedrag, contant betaald.

4.5.

De Paroolartikelen, in het bijzonder het meest uitgebreide artikel van 23 januari 2016, moeten tegen deze achtergrond worden beoordeeld. In het artikel van 23 januari 2016 beschrijft [gedaagde sub 3] de banden tussen [eiser sub 1] en [eiser sub 2] enerzijds en [naam 1] anderzijds, evenals de onderlinge band tussen [naam 1] en [naam 3] . Voor zover [eiser sub 1] en [eiser sub 2] stellen dat zij in dit artikel rechtstreeks met [naam 3] in verband worden gebracht, valt dat in dit artikel niet te lezen. De weergave van de uitlating van een – anonieme – bouwvakker die hen en [naam 3] mogelijk op enig moment in één en dezelfde ruimte heeft gezien, is slechts een illustratie van de wijze waarop de kantoren onderling met elkaar waren verbonden en het gemak waarmee men bij elkaar kon binnenlopen.

4.6.

Ook de kop Link kopers politiepand met crimineel hoeft, gelet op de inhoud van het artikel, niet te worden geïnterpreteerd als een uiting waarmee een rechtstreekse band tussen [eiser sub 1] / [eiser sub 2] en [naam 3] wordt gesuggereerd. Deze kop zou ook kunnen worden gelezen in de zin dat [naam 1] de link tussen [eiser sub 1] en [eiser sub 2] enerzijds en [naam 3] anderzijds vormde. Dat dekt de lading van het artikel.

4.7.

Het enige, ook in het artikel beschreven, aanknopingspunt tussen [eiser sub 1] / [eiser sub 2] en [naam 3] is het feit dat laatstgenoemde een aantal jaren in een woning heeft verbleven die [eiser sub 1] en [eiser sub 2] in eigendom hadden. Maar dat is dan ook tegelijk de relevantie van de publicatie, omdat daarmee vaststond dat [naam 3] woonde in een pand van degenen die, samen met anderen, de twee voormalige politiebureaus hadden gekocht.

4.8.

Dat het artikel van 23 januari 2016 in de hiervoor weergegeven zin moet worden opgevat, vindt zijn bevestiging in de wijze waarop (ook) de burgemeester en raadslid [naam 5] het, gezien hun uitlatingen in de raadsvergaderingen, interpreteerden. Van andere interpretaties, bijvoorbeeld in de zin dat [naam 3] rechtstreeks contact met [eiser sub 1] en [eiser sub 2] had, is niet gebleken. De burgemeester en [naam 5] toonden zich ook uiterst behoedzaam in het vermijden van opmerkingen in die richting en verwezen daarbij meermalen naar het artikel van 23 januari 2016.

4.9.

De vraag is vervolgens of (de) andere uitingen van Het Parool c.s. waartegen [eiser sub 1] en [eiser sub 2] hun vordering richten, wel moeten worden gelezen in de zin dat daarin een directe band tussen hen en [naam 3] wordt gesuggereerd. Dit betreft volgens [eiser sub 1] en [eiser sub 2] de volgende uitlatingen (genoemd in hun petitum, zoals hiervoor onder 3.1. onder I weergegeven):

( a) “[…] twee kopers van de panden van de gewezen politiepanden Bureau [straat 3] en Bureau [straat 2] op de Wallen (hadden) banden met crimineel [naam 3] . Het ging om vastgoedinvesteerders [eiser sub 2] en [eiser sub 1] […]” (uit het artikel van 23 juni 2016 van de hand van [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] );

( b) “[…] De connectie tussen de nieuwe eigenaren en zware criminaliteit bleek uit onderzoek van Het Parool” (uit het artikel van 28 januari 2016 van de hand van [gedaagde sub 3] ) ;

( c) : “Wie kochten de beroemde politiebureaus op de Wallen? De kopers hebben een link met zware criminaliteit” (de tweet van [gedaagde sub 3] van 23 januari 2016).

4.10.

Deze drie uitlatingen moeten worden gezien in samenhang met, wat de in 4.9. onder (a) en (b) betreft, de rest van de tekst van de beide artikelen en met, wat de tweet van [gedaagde sub 3] en de beide andere citaten betreft, de overige relevante publicaties, waaronder in het bijzonder het hiervoor besproken artikel van 23 januari 2016, dezelfde datum als die van [gedaagde sub 3] tweet.

4.11.

Het artikel van 28 januari 2016 (waaruit citaat (b) komt) geeft een met de inhoud van het artikel van 23 januari 2016 overeenstemmende samenvatting en doet dan kort verslag van de reactie van de burgemeester. Het artikel maakt duidelijk dat [eiser sub 1] en [eiser sub 2] “nauwe banden (hadden) met de man die [naam 3] tijdens zijn vlucht ondersteunde”. De daarop volgende zin “De connectie tussen de nieuwe eigenaren en zware criminaliteit bleek uit het onderzoek van Het Parool” (citaat (b)) kan in die context dus niet worden gelezen in de zin dat [eiser sub 1] en [eiser sub 2] rechtstreekse banden met [naam 3] onderhielden.

4.12.

Het artikel van 23 juni 2016 (waaruit citaat (a) komt) heeft betrekking op de brief van de burgemeester aan de gemeenteraad over, onder meer, het besluit van de Nationale Politie in het vervolg net als de gemeente de zgn. Bibob-screening toe te passen. Verder geeft het artikel kort de voorgeschiedenis weer. Hoewel de hiervoor in rechtsoverweging 4.9. onder (a) geciteerde uitlating op zichzelf de indruk wekt dat [eiser sub 1] en [eiser sub 2] banden met [naam 3] onderhielden, valt uit de context en de verwijzing naar de voorgeschiedenis in voldoende mate af te leiden dat deze uitlating moet worden gelezen in dezelfde betekenis als de eerdere publicaties en niet letterlijk moet worden genomen.

4.13.

De tweet van [gedaagde sub 3] , ten slotte, verscheen op dezelfde dag als en in nauwe samenhang met het uitgebreide artikel, dat hiervoor al is besproken. Om die reden kan deze tweet niet worden gelezen in de zin dat [eiser sub 1] en [eiser sub 2] een rechtstreekse band met [naam 3] onderhielden. Ook hier zou de link [naam 1] kunnen zijn. Vast staat dat hij nauwe banden met [naam 3] en dus met zware criminaliteit had.

4.14.

De conclusie is dan ook dat geen van de drie Paroolartikelen en geen van de geciteerde uitlatingen iets anders weergeven dan wat tussen partijen vaststaat: dat [eiser sub 1] en [eiser sub 2] banden met [naam 1] hadden en [naam 1] op zijn beurt met [naam 3] . Deze conclusie vindt haar bevestiging in de omstandigheid dat niet is gebleken dat enige persoon of instantie aan een andersluidende interpretatie voor [eiser sub 1] en [eiser sub 2] nadelige gevolgen heeft verbonden. Het feit dat [eiser sub 1] en [eiser sub 2] zich uit het eerder genoemde consortium hebben teruggetrokken, maakt dit niet anders. Niet gebleken immers is dat iemand hen vanwege de inhoud van de Paroolartikelen daartoe heeft gedwongen.

4.15.

Kan van de gewraakte uitlatingen dus niet worden gezegd dat zij [eiser sub 1] en [eiser sub 2] in hun eer en goede naam aantasten, de vraag is nog of zij wel hun persoonlijke levenssfeer schenden. Ook als een uitlating niet onwaar is, hoeft dit nog niet te betekenen dat degene over wie ze wordt gedaan, zich hoeft te laten welgevallen dat ze met naam en toenaam wordt gepubliceerd. Daarbij geldt onder meer dat zogenaamde public figures meer publiciteit moeten dulden dan gewone burgers.

4.16.

De vraag of [eiser sub 1] en [eiser sub 2] als public figures moeten worden beschouwd, kan in het midden blijven. De uitingen van Het Parool c.s. betreffen immers niet hun persoonlijke leven, maar hun zakelijke bestaan als vastgoedinvesteerders. Bovendien had Vrij Nederland al in 2010 gepubliceerd over het feit dat [naam 3] zijn schuilplaats in een aan hen toebehorend pand had gehad. Voor zover hun persoonlijke levenssfeer al in het geding was, weegt het belang van de bescherming daarvan niet op tegen het belang van Het Parool c.s. bij de publicatie van de in de Paroolartikelen vervatte beschouwingen over de verkoop van de voormalige politiebureaus. Van een onrechtmatige inbreuk op hun persoonlijke levenssfeer is dan ook geen sprake.

4.17.

Wat hiervoor is overwogen, brengt mee dat de door [eiser sub 1] en [eiser sub 2] aan Het Parool c.s. verweten uitlatingen tegenover hen niet onrechtmatig zijn. Hun vordering onder I zal dan ook worden afgewezen. Nu van onrechtmatigheid geen sprake is, bestaat ook geen reden Het Parool te verplichten de besproken artikelen offline te halen of verwijzingen daarnaar te verwijderen, een rectificatie te plaatsen en materiële of immateriële schade aan [eiser sub 1] en [eiser sub 2] te vergoeden. Ook de onder II, III, IV, V en VI weergegeven vorderingen zullen daarom worden afgewezen.

4.18.

Aangezien [eiser sub 1] en [eiser sub 2] in het ongelijk worden gesteld, zullen zij in de kosten van het geding worden veroordeeld. Deze worden als volgt berekend:

Salaris advocaat (2 punten) € 904,00

Griffierecht € 618,00

Totaal € 1.522,00

4.19.

De nakosten worden begroot en toegewezen als hierna volgt.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst de vorderingen af;

5.2.

veroordeelt [eiser sub 1] en [eiser sub 2] in de kosten van dit geding, aan de zijde van Het Parool c.s. tot aan deze uitspraak begroot op € 1.522,00 (vijftienhonderd tweeëntwintig euro);

5.3.

veroordeelt [eiser sub 1] en [eiser sub 2] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [eiser sub 1] en [eiser sub 2] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis hebben voldaan en vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak;

5.4.

verklaart dit vonnis wat de kostenveroordelingen betreft uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.F. Korthals Altes en in het openbaar uitgesproken op 7 juni 2017.1

1 type: coll: