Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:3893

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
01-06-2017
Datum publicatie
14-06-2017
Zaaknummer
AWB - 17 _ 2906
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Het verzoek van de stadsnomaden om op het terrein aan de Noordzeeweg te mogen blijven, is afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 17/2906

uitspraak van de voorzieningenrechter van 1 juni 2017 in de zaak van

[verzoeker 1] ,

[verzoeker 2] ,

[verzoeker 3] ,

[verzoeker 4] ,

[verzoeker 5] ,

[verzoeker 6] ,

[verzoeker 7] ,

[verzoeker 8] ,

[verzoeker 9] ,

allen te [woonplaats] ,

hierna: de stadsnomaden

(gemachtigde: mr. B. Mous),

tegen

het algemeen bestuur van de bestuurscommissie stadsdeel Nieuw West,

hierna: het stadsdeel

(gemachtigden: mr. J. van den Berg en mr. J. Pot).

Belanghebbende: Wind Groep Holland B.V, te Heemskerk

(gemachtigde: J.M.C. Schouten).

Procesverloop

Bij brief van 10 mei 2017 heeft het stadsdeel aan de stadsnomaden laten weten dat zij moeten verhuizen van het terrein aan de Noordzeeweg naar een nieuwe locatie aan de Westhavenweg te Amsterdam.

De stadsnomaden hebben hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Het onderzoek op de zitting heeft plaatsgevonden op 30 mei 2017. Namens de stadsnomaden zijn [verzoeker 1] en [verzoeker 9] verschenen. Zij hebben zich op de zitting laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde, de heer [naam 1] (voorzitter van de daklozenvakbond) en [naam 2] (woordvoerder). Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.

De belanghebbende is met bericht van verhindering niet verschenen.

Overwegingen

Standpunt stadsnomaden

1. Volgens de stadsnomaden is het nieuwe terrein aan de Westhavenweg te klein voor het stallen van hun caravans en aanbouwen. De (brand)veiligheid vereist ook dat er meer ruimte moet zijn tussen de caravans. Als de caravans dicht op elkaar staan bestaat de kans op brandoverslag. Ook zijn er zorgen over de snelweg A10. Die ligt vlak bij het terrein. Het verkeer op de snelweg kan te maken krijgen met rookoverlast door de vuurtjes die de stadsnomaden stoken. Daarnaast bestaat het risico dat gedrogeerde stadsnomaden en of hun huisdieren de A10 op lopen. Volgens Veeninga hebben de stadsnomaden geïnvesteerd in grotere caravans. Deze grotere caravans moeten ook op de nieuwe locatie geplaatst kunnen worden. [naam 1] heeft op de zitting gezegd dat het ‘draaiboek stadnomaden’ van de gemeente Amsterdam voorschrijft dat voor het stallen van caravans tenminste 25 tot 30 m2 per caravan nodig is. Omdat de stadsnomaden, een groep van 38-40 personen, beschikken over 50 objecten waarin wordt gewoond en gewerkt, is het terrein aan de Westhavenweg met een oppervlakte van 600-900 m2 te klein. De stadsnomaden verzoeken de voorzieningenrechter daarom te bepalen dat zij op de locatie aan de Noordzeeweg mogen blijven totdat een goed alternatief is gevonden voor een nieuwe locatie.

Standpunt van het stadsdeel

2.1

Van den Berg heeft op de zitting gezegd dat de gedoogbeschikking voor verblijf op de locatie Noordzeeweg afliep op 28 februari 2017. Met de brief van 10 mei 2017 heeft het stadsdeel laten weten dat de stadsnomaden uiterlijk op 22 mei 2017 moeten verhuizen naar een andere locatie die hiervoor in gereedheid is gebracht. Omdat de stadsnomaden weigeren te vertrekken heeft het stadsdeel op 24 mei 2017 laten weten dat zij het voornemen hebben om op te treden tegen het strijdig gebruik van het terrein aan de Noordzeeweg als de stadsnomaden dat terrein niet vóór 6 juni 2017 hebben verlaten. Zij hebben tot 1 juni 2017 de tijd om een zienswijze in te dienen. Daarna wordt pas een handhavingsbesluit genomen. Het bezwaar van de stadsnomaden tegen de brief van 10 mei 2017 is niet gericht tegen een besluit en zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.2

Van den Berg heeft verder op de zitting gezegd dat in het beleid van de gemeente over de stadsnomaden is bepaald dat zij elk jaar verhuizen naar een ander terrein in de stad. De stadsnomaden zijn hiervan op de hoogte. De groep stadsnomaden is beperkt tot 30-32 personen. Hun namen zijn bekend bij de gemeente. Het is niet de bedoeling dat andere personen zich ook bij deze groep aansluiten. Dit om te voorkomen dat de groep steeds groter wordt. Met de brandweer en Rijkswaterstaat is overleg geweest over de nieuwe locatie. Het terrein aan de Westhavenweg is een voldoende geschikt alternatief ook al is het terrein een stuk kleiner. Van den Berg benadrukt dat het niet makkelijk is om een geschikt terrein te vinden dat ‘om niet’ (zonder dat daar een vergoeding tegenover staat) beschikbaar is. Het staat de stadsnomaden daarnaast ook vrij om naar een andere locatie buiten de stad te gaan als zij de ruimte te krap vinden, aldus Van den Berg.

Oordeel van de voorzieningenrechter

3.1

De voorzieningenrechter stelt vast dat op de zitting duidelijk is geworden dat de stadsnomaden bekend zijn met het roulatiebeleid van de gemeente en dat zij zich niet verzetten tegen een (jaarlijkse) verhuizing naar een andere locatie. Er zijn wel zorgen over de geschiktheid van het nieuwe terrein aan de Westhavenweg, vanwege de ligging en grootte ervan. Uit wat het stadsdeel op de zitting heeft gezegd, blijkt echter dat het terrein op de nieuwe locatie groot genoeg is voor 30-32 stadsnomaden. In de door [naam 1] op de zitting aangewezen passage van het ‘draaiboek stadsnomaden’ staat namelijk beschreven dat er

25 tot 30 m2 aan ruimte beschikbaar moet zijn voor het plaatsen van een kleine caravan met daarvoor een tafel en een stoel. Daarnaast is ook gebleken dat zowel de brandweer als Rijkswaterstaat akkoord zijn gegaan met een verblijf van de groep van 30-32 personen met caravans op dit terrein. Deze instanties voorzien dus geen onoverkomelijke problemen. Er ontbreekt een onderbouwing dat het terrein aan de Westhavenweg totaal ongeschikt is om te worden gebruikt als nieuwe locatie voor de stadsnomaden.

3.2

De stadsnomaden hebben ook bezwaar tegen de hekken op de nieuwe locatie. Daarover moeten zij in gesprek gaan met het stadsdeel waaronder de nieuwe locatie valt.

3.3

De voorzieningenrechter is verder van oordeel dat de brief van 10 mei 2017 dient te worden opgevat als een vooraankondiging en niet als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Van den Berg heeft op de zitting erkend dat het in het kader van een heldere communicatie misschien beter was geweest om in plaats van deze brief meteen een voornemen tot handhaving te nemen. Met de brief van 10 mei 2017 zijn de stadsnomaden echter wel tijdig gewaarschuwd dat zij moeten verhuizen vóórdat er (een voornemen tot) een handhavingsbesluit is genomen. Zij hebben daardoor ruim voldoende tijd gekregen om zich voor te bereiden op de verhuizing. Dat de stadsnomaden zeggen dat zij te weinig tijd hebben gekregen, volgt de voorzieningenrechter alleen al om die reden niet.

Conclusie

4. De voorzieningenrechter wijst het verzoek van de stadsnomaden om op het terrein aan de Noordzeeweg te mogen blijven af. Zij ziet geen aanleiding tot een veroordeling in de proceskosten of een vergoeding van het griffierecht.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.H. Waller, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. W. Niekel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 juni 2017.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.