Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:3849

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
05-01-2017
Datum publicatie
06-04-2018
Zaaknummer
C/13/618883 / KG ZA 16-1365
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kortgeding. Vordering afgewezen. Geen voorafgaande toestemming in de zin van artikel 36 ABV voor contractoverneming nu geen sprake is van overgang van onderneming. Wel toestemming achteraf voor contractoverneming nu nooit uitdrukkelijk is geprotesteerd tegen de overname. Betalingen zijn zonder voorbehoud verricht gedurende negen maanden. Er zijn voor bedrijfsmatige activiteiten kredieten aangegaan, zodat eiseres niet als onwetende/onmachtige consument kan worden aangemerkt. Niet valt in te zien waarom zij niet eerder een protest tegen de overdracht kon uiten of een voorbehoud bij haar betalingen van rente en aflossing kon maken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/618883 / KG ZA 16-1365 CB/AB

Vonnis in kort geding van 5 januari 2017

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiseres in conventie bij dagvaarding van 23 november 2016,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. M.C. de Jong te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BEA B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

verweerster in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. R.L. de Graaff te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [eiseres] en Bea Zorg worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Ter terechtzitting van 5 december 2016, waar [eiseres] met mr. De Jong en dhr. [directeur van] – directeur van Bea Zorg – aanwezig waren, heeft [eiseres] gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. Bea Zorg heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen en vervolgens in reconventie gevorderd overeenkomstig de op voorhand toegezonden conclusie van antwoord, tevens houdende conclusie van eis in reconventie. De voorzieningenrechter heeft daarop met verwijzing naar het Procesreglement Kort Gedingen rechtbanken Sector civiel/familie beslist dat de eis in reconventie niet zal worden toegestaan, nu ingevolge artikel 7.1 van Het Procesreglement een eis in reconventie alleen door een gedaagde die bij advocaat ter zitting verschijnt kan worden ingesteld. Beide partijen hebben producties in het geding gebracht. [eiseres] heeft haar standpunt toegelicht aan de hand van een pleitnota. Vervolgens heeft de voorzieningenrechter bepaald dat de behandeling van de zaak zal worden voortgezet op 15 december 2016, teneinde een medewerker van Zorgkantoor Zorg en Zekerheid, dhr. [informant] , als informant ter zitting te horen.

1.2.

Ter terechtzitting van 15 december 2016, alwaar Bea Zorg wel werd bijgestaan door een advocaat, is verder debat gevoerd. [eiseres] heeft haar eis gewijzigd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte akte. Bea Zorg heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen en vervolgens in reconventie gevorderd overeenkomstig de eveneens in fotokopie aan dit vonnis gehechte conclusie van antwoord tevens houdende conclusie van eis in reconventie. [eiseres] heeft de vordering in reconventie bestreden en geconcludeerd tot afwijzing daarvan. Beide partijen hebben producties in het geding gebracht, [eiseres] tevens een pleitnota. Vervolgens hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

Ter zitting van 15 december 2016 waren aanwezig [eiseres] , vergezeld door [naam 1] , voormalig begeleidster van [eiseres] bij ’s Heeren Lo en Streetcornerwork, met mr. De Jong en aan de zijde van Bea Zorg: [directeur van] , met mr. De Graaff. Tevens waren aanwezig [informant] , werkzaam bij Zorgkantoor Zorg en Zekerheid, en [bedrijfsjuriste] , bedrijfsjuriste bij Zilveren Kruis Achmea. De voorzieningenrechter heeft [naam 1] , [informant] en [bedrijfsjuriste] ter terechtzitting als informanten gehoord.

1.3.

Vervolgens heeft bij mr. De Jong de voorzieningenrechter een fax van

2 januari 2017 met nadere informatie omtrent [eiseres] doen toekomen. In reactie hierop heeft mr. De Graaff bij fax van 3 januari 2017 bezwaar gemaakt tegen het inbrengen van voornoemde fax. Nu de behandeling ter terechtzitting reeds is gesloten zal de voorzieningenrechter de brief van mr. De Jong van 2 januari 2017 buiten beschouwing laten

2 De feiten

2.1.

[eiseres] is een 22-jarige vrouw met een verstandelijke beperking. Voorts lijdt [eiseres] aan een angststoornis en heeft zij problemen binnen primair steungroep/ studie, scholing en haar sociale omgeving.

2.2.

Bea Zorg is een zorginstelling die aan een zestiental mensen met een (licht) verstandelijke beperking of die psychische problemen hebben zorg aanbiedt in de vorm van professionele ondersteuning om zelfstandig te kunnen (blijven) wonen.

2.3.

Op 1 juli 2016 hebben [eiseres] en Bea Zorg een zorgovereenkomst gesloten. Op de destijds tussen partijen gesloten zorgovereenkomst zijn de algemene leverings- en betalingsvoorwaarden van Bea Zorg (hierna: de Algemene Voorwaarden) van toepassing. De algemene voorwaarden bevatten – voor zover relevant - de volgende bepalingen:

“(…)

Artikel 6 Beëindiging en opzegging

(…)

2. De zorgaanbieder kan de overeenkomst schriftelijk opzeggen met inachtneming van 1 maand opzegtermijn op grond van zodanig gewichtige redenen, dat voortzetting van de zorg- en dienstverlening in redelijkheid niet kan worden verlangd. De zorgvrager is verplicht om alle (financiële) verplichtingen na te komen tot aan het einde van de overeenkomst.

Onder gewichtige deze redenen wordt in ieder geval verstaan:

  1. Dat de zorgvrager zijn (financiële) verplichtingen uit de overeenkomst niet naleeft

  2. De zorgvrager weigert zijn medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor een goede uitvoering van de overeenkomst

  3. Het niet naleven van de huisregels en gemaakte afspraken

  4. De zorgvrager (agressieve)gedragingen vertoont jegens medewerkers die voortzetting van de zorg- en dienstverlening niet meer mogelijk maken

  5. (…)”

2.4.

Op 1 april 2016 is tussen Bea Zorg en [eiseres] een Eigenbijdrage overeenkomst gesloten (hierna: de EB-overeenkomst) betreffende de woonruimte aan de [adres] te [woonplaats] (hierna: de woning). Daarbij is overeengekomen dat [eiseres] een eigen bijdrage van € 325,- per maand aan Bea Zorg dient te betalen. De EB-overeenkomst bevat – onder meer – de volgende bepalingen:

8 Beëindiging door opzegging

Beëindiging van de eigenbijdrage overeenkomst door opzegging van de zorgovereenkomst:

  • -

    Bij het opzeggen van de zorgovereenkomst met een opzegtermijn van 1 maand verlaat je de woning per einddatum

  • -

    Wanneer je zorgovereenkomst eindigt of afloopt

  • -

    Bij drie officiële waarschuwingen van de zorgverlener dien je de woning te verlaten”

2.5.

De afgelopen maanden zijn er tussen partijen problemen gerezen omtrent de houding van [eiseres] jegens haar begeleiders. In september 2016 hebben partijen afspraken met elkaar gemaakt, welke bij brief van 5 september 2016 van Bea Zorg aan [eiseres] zijn bevestigd. De brief luidt, voor zover relevant:

“(…)

Zoals op maandag 5 september al mondeling is verkondigd wil ik je deze schriftelijk mededelen dat Bea Zorg voornemend is om de observatieperiode te verlengen tot 30 september 2016.

Wij verwachten van u dat u met deze verlenging zich begeleidbaar zult opstellen. Dit houd in dat u tijdens de begeleidingsafspraken aanwezig dient te zijn. En de huisregels dient na te leven.

Overigens dient u de achterstallige eigen bijdrage voor uit te voldoen. Op dit moment heeft u een achterstand van € 975,-

Mocht het geval zijn dat de situatie zich niet verbeterd dan is Bea Zorg voornemend om uw zorgovereenkomst per 31 oktober 2016 met u te beëindigen. Met inachtneming van een opzegtermijn, namelijk 30 september tot en met 31 oktober 2016. (…)”

2.6.

Bij brief van 1 oktober 2016 heeft Bea Zorg de zorgovereenkomst met [eiseres] opgezegd. De brief luidt als volgt:

“(…)

Zoals eerder schriftelijk aan u kenbaar is gemaakt bent u op de hoogte gebracht dat indien u de door u bekende afspraken niet na leeft dat uw zorgovereenkomst per 31 oktober 2016 stopt. De afspraken waren als volgt:

  • -

    Naleven van de algemene regels

  • -

    Betalingen van eigenbijdrage aan Bea Zorg ( €1300,- )

  • -

    Begeleidbaar opstellen

Tot heden bent u deze afspraken niet nagekomen en delen u mede dat wij genoodzaakt zijn om uw zorgovereenkomst te beëindigen met inachtneming van een maand opzegtermijn, namelijk 30 september tot en met 31 oktober 2016. (…)”

2.7.

Bij brieven van 5, 19 en 31 oktober 2016 heeft Bea Zorg [eiseres] gesommeerd de eigen bijdrage van € 325,- per maand met betrekking tot de woning over de maanden juli, augustus, september en oktober 2016 te voldoen. Hieraan heeft [eiseres] geen gehoor gegeven.

2.8.

Onder de in het geding gebrachte stuken bevindt zich een Toestemmings-verklaring inzake overdracht van 24 oktober 2016 waarin [eiseres] zich akkoord heeft verklaard met het versturen van haar overdrachtsrapportage aan ’s Heeren Loo.

2.9.

In een brief van 4 november 2016 van de advocaat van [eiseres] aan Bea Zorg staat, voor zover van belang, het volgende vermeld:

“(…)

Uw organisatie, (…) Beazorg (…) is met Cliënte een zorgovereenkomst aangegaan. Onder deze zorgovereenkomst heeft Beazorg aan Cliënte een woonruimte beschikbaar gesteld aan de [adres] (…) [woonplaats] .

U stelt zich op het standpunt dat deze zorgovereenkomst beëindigd zou zijn. U verondersteld, (…) dat u op grond daarvan in uw recht staat om de toegang te ontzeggen tot de woning.

Op dit moment heb ik geen bewijs gezien ter onderbouwing van uw standpunt.

Derhalve is het standpunt van Cliënte dat haar onrechtmatig de toegang tot de woning is ontzegd per 31 oktober 2016. Cliënte stelt u aansprakelijk voor alle geleden en te lijden schade die zij als gevolg hiervan lijdt en zal lijden, onder meer bestaande uit de kosten voor alternatieve woonruimte en reiskosten.

Ik verzoek en voorzover nodig sommeer ik u om Cliënte per direct en uiterlijk maandag 7 november 2016 weer toegang te verlenen tot de woonruimte, waarbij ik u tevens een boete opleg van EUR 250 per dag voor de duur dat ontzegging van toegang tot de woning voortduurt, met een maximum van EUR 25.000.

(…)

Tot slot wijs ik u op uw bijzondere zorgplicht voor uw cliënten. U vervult een cruciale rol in het faciliteren van een terugkeer in de samenleving van in het bijzonder kwetsbare personen. Als het goed is helpt u hen weer op eigen benen te staan en hun draai weer te vinden.

Daarvan blijkt in onderhavige kwestie in ieder geval niets. (…) Ik acht het onbegrijpelijk dat u er willens en wetens voor kiest om een cliënt die zo kwetsbaar is, op deze manier op straat te zetten.

Voorts, indien u ervoor kiest om niet mee te werken aan het verzoek van Cliënte, vraag ik toch uw medewerking door per direct toegang te verlenen aan Cliënte,– of een derde, indien u dit wenst – teneinde haar persoonlijke bezittingen vandaag nog uit de woning te kunnen halen.

(…)”

2.10.

In reactie hierop heeft Bea Zorg de advocaat van [eiseres] bij e-mail van 7 november 2016 – voor zover relevant – het volgende geschreven:

“(…)

U wijst mij in de brief op mijn verantwoordelijkheid als zorgaanbieder. (…)

Voor het overgaan tot zorgbeëindiging zijn er wel degelijk meerdere gesprekken en afspraken gemaakt met uw cliënte ter voorkoming van zorgbeëindiging. Haar ondersteuner vanuit Mee en ook het zorgkantoor is hierbij betrokken geweest. Zij heeft gedurende de zorgperiode laten zien dat ze een zorgmijder is en het haar meer gaat om verblijf. Wij zijn geen verhuurder, wij zijn een overeenkomst met haar aangegaan voor zorg met verblijf. Hiernaast kwam zij na herhaaldelijke verzoeken, haar betalingsverlichtingen en afspraken niet na. Doorslaggevende redenen voor zorg beëindiging waren haar dreigementen en valse beschuldigingen naar mij en medewerkers toe. Door de zorgovereenkomst met uw cliënte aan te houden kon ik mijn veiligheid van mijn medewerkers niet waarborgen.

Ook uw conclusie dat wij haar op straat hebben gezet, slaat kant noch wal. Wij hebben haar meerdere malen ondersteuning aangeboden voor het vinden van een andere verblijfsplek. Zij heeft dit aanbod continue afgewezen. Sterker nog ze heeft ons verteld dat ze vanaf 31-10-2016 bij haar vriend terecht kon en dat ze zich had aangemeld bij ‘s Heerenloo (zorginstelling) en dat ze hier op 04-11-2016 terecht zou kunnen. Haar ondersteuner vanuit MEE zou haar hier verder bij ondersteunen. Ook een medewerker van het zorgkantoor heeft toegezegd dat ze m.i.v. 04-11-2016 terecht zou kunnen bij ’s Heerenloo. Met deze informatie hebben wij erop vertrouwd dat ze een vervolgplek zou hebben.

Wij hebben op haar verzoek een zorgoverdracht uitgevoerd naar de zorginstelling ’s Heerenloo.

Zij wist 1 maand van te voren dat ze de woning op 31-10-2016 moet verlaten. Wij hebben een afspraak gemaakt op die dag om de verhuizing te laten plaatsvinden. Zij is deze afspraak niet nagekomen. Dezelfde dag heeft ze wederom contact opgenomen met (doods)bedreigingen en allerlei valse beschuldigingen. Dit heeft ons ertoe gedwongen om op dezelfde dag de toegang tot de woning te verbieden. Toen ons op die dag duidelijk werd dat ze tot aan 4-11-2016 geen verblijfsplek zou hebben, hebben we op dezelfde dag nog gezocht en mogelijkheden tot tijdelijke verblijfsplekken gemaild. Uw cliënte heeft niet inhoudelijk op deze mail gereageerd, wel heeft ze ons verwezen naar [naam 2] .

Hierna hebben we afspraken met uw cliënte gemaakt omtrent het ophalen van haar spullen via haar voormalige advocate mw. [naam 2] . Deze zijn eveneens niet nagekomen. Wel blijft uw cliënte bellen met ons kantoor, met gebruik van andere namen, met allerlei bedreigingen. (…) Wij hebben hier ook al melding van gemaakt bij de politie. Ook is haar ontzegging tot toegang tot de woning (vanwege haar dreigementen) gemeld bij de politie.

Uiteraard wil ik de gelegenheid bieden om de spullen van cliënte te kunnen ophalen,.Gezien de aanhoudende dreigementen van haar kant wil ik voorstellen dat er een derde hiervoor ingeschakeld wordt.

(…)”

2.11.

Bij e-mail van 8 november 2016 heeft de advocaat van [eiseres] Bea Zorg nogmaals gesommeerd de zorgovereenkomst na te komen en [eiseres] per direct toegang te verlenen tot de woning of tot een andere door [eiseres] geaccepteerde woonruimte. Hieraan heeft Bea Zorg geen gehoor gegeven.

2.12.

[eiseres] verblijft sinds 31 oktober 2016 bij een vriendin. Bea Zorg heeft de spullen van [eiseres] die zich in het appartement bevonden in verhuisdozen ingepakt en opgeslagen bij Boxx Opslagverhuur te Amsterdam.

3 Het geschil in conventie

3.1.

[eiseres] vordert – na wijziging van eis –

I. Bea Zorg te veroordelen tot nakoming van de overeenkomst door onmiddellijk of zo snel het de voorzieningenrechter moge behagen aan [eiseres] toegang te doen verlenen tot de woning dan wel tot een alternatieve door [eiseres] geaccepteerde woonruimte, waarbij voor het overige alle gemaakte afspraken tussen partijen uit de zorgovereenkomst worden voortgezet;

II. Tot vaststelling van een voorschot uit hoofde van schadevergoeding van de door [eiseres] geleden schade met ingang van 1 november 2016 tot het moment dat [eiseres] weer toegang wordt verleend tot de woning of tot een alternatieve door [eiseres] geaccepteerde woonruimte, te begroten op € 12.500,- in verband met misgelopen zorg door schuld van Bea Zorg, dan wel Bea Zorg te veroordelen tot betaling van een in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 november 2016 tot aan de dag der algehele voldoening;

III. Een en ander met veroordeling van Bea Zorg in alle kosten van dit geding, de buitengerechtelijke kosten daaronder begrepen.

3.2.

Bea Zorg voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 Het geschil in reconventie

4.1.

Bea Zorg vordert – samengevat – [eiseres] te veroordelen tot betaling van de onbetaald gelaten facturen voor de Eigen bijdragen, tot op heden begroot op

€ 1.300,-, te vermeerderen met de wettelijke rente. Voorts vordert Bea Zorg [eiseres] te veroordelen tot ondertekening van het declaratieformulier over de maand oktober 2016, kosten rechtens.

4.2.

[eiseres] voert geen verweer.

4.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5 De beoordeling in conventie

Zorgovereenkomst

5.1.

In deze procedure is aan de orde de vraag of Bea Zorg de tussen haar en [eiseres] gesloten zorgovereenkomst dient na te komen.

5.2.

Een vordering tot nakoming kan in kort geding alleen worden toegewezen, indien voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter het standpunt van eiser zal volgen, bijvoorbeeld als gedaagde een kennelijk ongegrond verweer voert, en indien van eiser niet kan worden gevergd dat hij de uitslag van de bodemprocedure afwacht.

5.3.

Bea Zorg heeft zich – kort gezegd – op het standpunt gesteld dat zij de zorgovereenkomst op de juiste gronden heeft opgezegd bij brief van 1 oktober 2016.

5.4.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat de tussen partijen gesloten zorgovereenkomst een overeenkomst is voor onbepaalde tijd en dat een dergelijke overeenkomst op grond van het bepaalde in artikel 7:460 van het Burgerlijk Wetboek (BW) slechts opzegbaar is wegens gewichtige redenen. Beoordeeld dient te worden of voorshands voldoende aannemelijk is of Bea Zorg een gewichtige reden heeft om de zorgovereenkomst eenzijdig op te zeggen.

5.5.

Bea Zorg heeft in haar brief van 1 oktober 2016 en haar e-mail van

7 november 2016 als gewichtige redenen opgegeven dat [eiseres] zich gedurende de zorgperiode niet begeleidbaar opstelde en zij haar afspraken en betalingsverplichtingen niet nakwam. Voorts kon door het gedrag van [eiseres] de veiligheid van de medewerkers van Bea Zorg niet meer gewaarborgd worden, waardoor voortzetting van de zorgrelatie niet langer mogelijk was.

5.6.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat Bea Zorg voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij gewichtige redenen had om de zorgovereenkomst te beëindigen. Bea Zorg heeft onweersproken gesteld dat [eiseres] op 5 september 2016 een officiële waarschuwing heeft gekregen vanwege haar houding en het niet naleven van de contractuele verplichtingen, waarbij Bea Zorg heeft medegedeeld dat de zorgovereenkomst zal worden beëindigd als de situatie niet zou verbeteren. Uit het door Bea Zorg als productie 3 in het geding gebrachte incidentenrapport blijkt voorts genoegzaam dat [eiseres] zich gedurende haar verblijf diverse malen grensoverschrijdend heeft gedragen. Dit gedrag bestond onder andere uit het niet nakomen van afspraken en het zich agressief opstellen jegens haar begeleiders, als gevolg waarvan Bea Zorg de veiligheid van haar medewerkers niet meer kon waarborgen. De aard en ernst van deze gedragingen van [eiseres] , die door haar niet zijn betwist, in samenhang bezien met de zorgweigering en het niet nakomen van haar financiële verplichtingen, vormen gewichtige redenen voor beëindiging van de zorgovereenkomst.

5.7.

De voorzieningenrechter deelt voorts niet de visie van [eiseres] dat Bea Zorg bij de opzegging onvoldoende zorgvuldig te werk is gegaan, aangezien zij onvoldoende zou hebben zorg gedragen voor de continuïteit van de zorg en begeleiding door niet voor een aansluitend passend alternatief bij een andere zorginstelling te zorgen. Niet is gebleken dat partijen expliciet zijn overeengekomen dat Bea Zorg diende zorg te dragen voor (aansluitend) passende alternatieve opvang bij een andere zorginstelling, alvorens de zorgovereenkomst kon worden opgezegd. Aangezien [eiseres] de zorg bij Bea Zorg inkocht via een PGB, waarbij [eiseres] de vrijheid heeft om met een goedgekeurde zorgverlener van haar voorkeur een contract te sluiten, lag het op de weg van [eiseres] om uit te zien naar een andere passende zorgverlener. Bea Zorg heeft daarin als zorginstantie wel een taak, maar naar het voorshandse oordeel van de voorzieningenrechter is niet aannemelijk geworden dat Bea Zorg zich onvoldoende van die taak heeft gekweten.

5.8.

Bovendien leidt de voorzieningenrechter uit de stukken en het verhandelde ter zitting af dat Bea Zorg heeft aangeboden [eiseres] te ondersteunen bij het vinden van een alternatieve zorgverlener. In dat kader heeft er ook overleg plaatsgevonden met de voormalig begeleidster van [eiseres] , mevr. [naam 1] en dhr. [informant] van het zorgkantoor, waarna alle partijen ervan uit gingen dat er reeds een andere zorgverlener was gevonden. Het feit dat dit tot op heden nog niet heeft geleid tot het plaatsen van [eiseres] bij ’s Heeren Loo is in ieder geval deels te wijten aan het niet handelen van [eiseres] .

5.9.

De slotsom is dat de opzegging van Bea Zorg van 1 oktober 2016 rechtsgeldig is, en de overeenkomst per 31 oktober 2016 is geëindigd. De vordering tot nakoming van de tussen partijen gesloten zorgovereenkomst is dus niet toewijsbaar.

Schadevergoeding

5.10.

De vordering tot schadevergoeding zal worden afgewezen nu voorshands wordt aangenomen dat de zorgovereenkomst rechtsgeldig is beëindigd en Bea Zorg niet verantwoordelijk is voor het plaatsen van [eiseres] bij een alternatieve zorginstelling.

Proceskosten

5.11.

[eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij in conventie in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Bea Zorg worden begroot op € 1.929,- aan griffierecht en € 816,- aan advocaatkosten.

6 De beoordeling in reconventie

6.1.

De reconventionele vorderingen van Bea Zorg [eiseres] te veroordelen tot betaling van de onbetaald gelaten facturen Eigen Bijdrage en ondertekening van het declaratieformulier over de maand oktober 2016 zijn toewijsbaar, nu [eiseres] zich niet heeft verzet tegen toewijzing van voornoemde vorderingen en aannemelijk is dat de zorg aan [eiseres] gedurende de maand oktober 2016 wel is verleend.

6.2.

[eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij in reconventie in de proceskosten worden veroordeeld. Gelet op de samenhang tussen de vorderingen in conventie en reconventie worden de kosten in reconventie aan de zijde van Bea Zorg begroot op nihil.

7 De beslissing

De voorzieningenrechter

In conventie

7.1.

weigert de gevraagde voorzieningen,

7.2.

veroordeelt [eiseres] in conventie in de proceskosten, aan de zijde van Bea Zorg tot op heden begroot op € 2.745,-,

7.3.

verklaart dit vonnis voor wat betreft de proceskosten uitvoerbaar bij voorraad,

In reconventie

7.4.

veroordeelt [eiseres] om aan Bea Zorg te betalen een bedrag van € 1.300,- (zegge: een duizend driehonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de achtste dag na dit vonnis tot de dag van algehele voldoening,

7.5.

veroordeelt [eiseres] haar medewerking te verlenen aan ondertekening van het declaratieformulier met betrekking tot door Bea Zorg verleende zorg over de maand oktober 2016,

7.6.

verklaart dit vonnis in reconventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

7.7.

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van Bea Zorg tot op heden begroot op nihil,

7.8.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.M. Berkhout, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. A. Bank-Buijs, griffier, en in het openbaar uitgesproken 5 januari 2017.1

1 type: AB coll: MV