Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:3805

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
14-06-2017
Datum publicatie
19-06-2017
Zaaknummer
C/13/605644 / HA ZA 16-355
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Renteswap. CAP with Knock-in Floor. Geen sprake van dwaling, misbruik van omstandigheden, dan wel schending van de zorgplicht. Rentevisie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/3146
NTHR 2017, afl. 5, p. 304
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/607010 / HA ZA 16-355

Vonnis van 14 juni 2017

in de zaak van

de commanditaire vennootschap

BORGERSWOLDHOEVE,

gevestigd te Veendam,

eiseres,

advocaat mr. P. Lettinga te Groningen,

tegen

de naamloze vennootschap

ABN AMRO BANK N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. F.R.H. van der Leeuw te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Borgerswoldhoeve en Abn Amro genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 22 april 2016 van Borgerswoldhoeve, met producties,

  • -

    de conclusie van antwoord van Abn Amro, met producties,

  • -

    het tussenvonnis van 29 juni 2016,

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 5 januari 2017, met de daarin genoemde processtukken,

  • -

    de brief van mr. van Dijken van 16 januari 2017 met opmerkingen naar aanleiding van het proces-verbaal.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[naam 1] is sinds 1 januari 2006 de enige vennoot van Borgerswoldhoeve. Borgerswoldhoeve houdt zich onder meer bezig met het verzorgen van bruiloften, (bedrijfs)feesten, vergaderingen, cursussen en trainingen. Eind 2007 kreeg Borgerswoldhoeve de mogelijkheid het bedrijfspand, dat zij daarvoor huurde, voor een bedrag van € 525.000,- te kopen.

2.2.

Op 29 februari 2008 is tussen Borgerswoldhoeve enerzijds en Abn Amro anderzijds een kredietovereenkomst tot stand gekomen waarbij een kredietfaciliteit ter beschikking is gesteld van in totaal € 640.084,48, bestaande uit:

a. een rekening-courant krediet van € 58.000,- (was € 45.000,-);

b. een borgstellingskrediet, zijnde een 6-jarige lening van pro resto € 10.210,09 (“lening 2”);

c. een 6-jarige lening van pro resto € 7.374,39 (“lening 3”);

d. een 10-jarige lening met als hoofdsom € 357.000,- (“lening 4”). Het rentetarief bedroeg 3-maands EURIBOR met een debiteurenopslag van 125 basispunten. De lening diende op 1 mei 2008 geheel te zijn opgenomen en op 1 januari 2018 geheel te worden afgelost;

e. een borgstellingskrediet 12-jarige lening met als hoofdsom € 207.500,- (“lening 5”). Het rentetarief bedroeg 3-maands EURIBOR met een debiteurenopslag van 125 basispunten. De lening diende op 1 mei 2008 geheel te zijn opgenomen en diende in 48 maandelijkse termijnen te worden afgelost.

De leningen 4 en 5 dienden in het bijzonder ter financiering van de aankoop van het bedrijfspand.

2.3.

Bij de kredietovereenkomst was de brochure “Informatie Treasurydienstverlening Abn Amro” gevoegd. Daarin is onder meer het volgende opgenomen.

“7. Derivatenrisico’s

[…]

Renterisico:

De rentestijgingen en –dalingen kunnen zowel een positief of negatief effect hebben op de waarde van uw positie of gedane investering.”

[…]

“9 Kosten van voortijdige beëindiging

Indien u – om welke reden dan ook – een derivatentransactie wilt of moet beëindigen voordat de looptijd is verstreken, kan dit aanzienlijke kosten met zich meebrengen. Een derivatentransactie is altijd gerelateerd aan een onderliggende waarde. De waarde van een derivatentransactie is dan ook afhankelijk van de fluctuaties in de prijs, dan wel de koers van de onderliggende waarde.

Indien een transactie vervroegd moet worden beëindigd, wordt gekeken of die transactie op dat moment een positieve, dan wel een negatieve waarde heeft (waardering tegen marktwaarde). In geval van een positieve waarde zal ABN AMRO deze met u verrekenen. Bij beëindiging van een transactie met een negatieve waarde dient u een bedrag aan ABN AMRO te betalen.”

2.4.

Bij brief van 7 maart 2008 heeft Abn Amro de door Borgerswoldhoeve op 29 februari 2008 aangegane Cap with Knock-in Floor (hierna: “Cap KIF”) bevestigd. Hierin is onder meer het volgende opgenomen:

( a) Transactiedatum : 29 februari 2008;

( b) Ingangsdatum: 1 mei 2008;

( c) Einddatum: 1 april 2018;

( d) Initiële hoofdsom: € 564.500,-;

( e) Contractrente Cap: 4,8%;

( f) Contractrente Knock-in-Floor: 4,8%;

( g) Knock- in strike niveau: 3,95%;

( h) Referentierente: 3-maands EURIBOR-rente.

Verder staat in de swapbevestiging onder punt 3 het volgende vermeld:

“Verdere bepalingen:

Op iedere Fixatiedatum wordt de Referentierente vergeleken met de Contractrente, van de Cap en het Knock-in strike niveau.

Wanneer de referentierente hoger is dan de Contractrente van de Cap, vergoedt de Verkoper aan het eind van de betreffende renteperiode het verschil tussen de Referentierente en de Contractrente van de Cap, verrekend over de Hoofdsom, aan de Koper van de Cap.

Wanneer op de Fixatieatum de Referentierente hoger is dan het Knock-in Strike niveau en lager dan of gelijk aan het Cap niveau vindt er geen verrekening plaats uit hoofde van de Transactie.

Wanneer op de Fixatiedatum de Referentierente lager is of gelijk aan het Knock-in strike niveau vergoedt de Verkoper van de Knock-in Floor aan het eind van de betreffende renteperiode het verschil tussen de contractrente van de Knock-in Floor en de Referentierente verrekend over de Hoofdsom aan de koper van de Knock-in Floor.”

Op 24 april 2008 heeft Borgerswoldhoeve de swapbevestiging ondertekend.

2.5.

Bij brief van 30 maart 2016 heeft mr. Adema namens Borgerswoldhoeve de Cap KIF primair buitengerechtelijk vernietigd op grond van dwaling, dan wel misbruik van omstandigheden. Subsidiair heeft Borgerswoldhoeve de Cap KIF buitengerechtelijk ontbonden wegens wanprestatie, dan wel onrechtmatige daad. Daarbij is aanspraak gemaakt op terugbetaling van een bedrag van € 241.705,-, vermeerderd met wettelijke rente, uit hoofde van onverschuldigde betaling, dan wel nakoming van de ongedaanmakingsverplichting. Tevens heeft Borgerswoldhoeve Abn Amro aansprakelijk gesteld voor de geleden en nog te lijden schade.

3 Het geschil

3.1.

Borgerswoldhoeve vordert na vermindering van eis, voor zover mogelijk bij uitvoerbaar bij voorraad, te verklaren vonnis dat de rechtbank:

I. Primair, subsidiair, meer subsidiair en uiterst subsidiair:

verklaart voor recht dat de Cap KIF bij brief van mr. Adema door Borgerswoldhoeve rechtsgeldig is vernietigd, dan wel ontbonden dan wel deze zal vernietigen, dan wel ontbinden, en zal bepalen dat Borgerswoldhoeve de negatieve waarde en/of boete voortvloeiende uit de beëindiging van de Cap KIF niet is verschuldigd aan Abn Amro.

II. Abn Amro Bank veroordeelt om aan Borgerswoldhoeve te betalen:

Primair:

a. alle bedragen die Abn Amro uit hoofde van de Cap Kif van Borgeswoldhoeve heeft geïncasseerd en nog zal incasseren, welke bedragen op 1 januari 2016 zijn begroot op

€ 144.613,-, te vermeerderen met de wettelijke rente;

b. de hogere rentelasten ten bedrage van € 17.909,-, te vermeerderen met de wettelijke rente;

c. het gemiste rendement ten bedrage van € 46.508,-, te vermeerderen met de wettelijke rente;

d. de kosten van de deskundige;

e. de buitengerechtelijke incassokosten;

f. de overige schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

g. de kosten van deze procedure, inclusief de nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente.

Subsidiair:

a. een schadevergoeding ten bedrage van € 110.827,-, te vermeerderen met de wettelijke rente;

b. de hogere rentelasten ten bedrage van € 17.909,-, te vermeerderen met de wettelijke rente;

c. het gemiste rendement ten bedrage van € 18.588,-, te vermeerderen met de wettelijke rente;

d. de kosten van de deskundige;

e. de buitengerechtelijke incassokosten;

f. de overige schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

g. de kosten van deze procedure, inclusief de nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente.

3.2.

Borgerswoldhoeve heeft aan de vorderingen - zakelijk weergegeven - ten grondslag gelegd dat Abn Amro haar juiste en volledige informatie had dienen te verstrekken over (A) de rentevisie, (B) de kenmerken en risico’s behorende bij het aangaan van een Cap KIF in combinatie met een geldlening en (C) de mogelijke alternatieve financieringsmogelijkheden met hun bijbehorende kenmerken en risico’s, hetgeen Abn Amro heeft nagelaten. Daardoor heeft Borgerwoldhoeve gedwaald bij het aangaan van de overeenkomst, althans heeft Abn Amro misbruik van omstandigheden gemaakt. Abn Amro is op deze gronden tevens toerekenbaar tekort geschoten in de nakoming van haar verplichtingen, althans heeft zij in de precontractuele fase onrechtmatig jegens Borgerswoldhoeve gehandeld. Bij een juiste voorstelling van zaken zou zij de Cap KIF nimmer hebben gesloten, aldus Borgerswoldhoeve.

3.3.

Abn Amro voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Een Cap KIF is een product dat afzonderlijk van de kredietovereenkomst wordt gesloten en werkt op basis van een bandbreedte. Het product bestaat uit een rentecap en een Knock-in Rente Floor, beide met dezelfde overeengekomen uitoefenprijs, in het geval van Borgerswoldhoeve 4,8%. Deze (identieke) uitoefenprijzen vormen de bovenkant van de bandbreedte. De onderkant van de bandbreedte wordt de zogeheten knock-in trigger genoemd. Ook dit is een rentepercentage dat partijen overeenkomen en bedraagt in het onderhavige geval 3,95%. Als de referentierente (3-maands EURIBOR-rente) onder het overeengekomen Cap niveau blijft, maar hoger is dan de overeengekomen Knock-in trigger, dan vindt er geen verrekening plaats, hetgeen erop neerkomt dat Borgerswoldhoeve feitelijk de overeengekomen referentierente (3-maands EURIBOR-rente) betaalt. Als de referentierente (3-maands EURIBOR-rente) daalt tot onder het niveau van de Knock-in trigger, dan betaalt Borgerswoldhoeve aan Abn Amro het verschil tussen de overeengekomen Cap rente van 4,8% en de referentierente (3-maands EURIBOR-rente), verrekend over de hoofdsom. Stijgt de referentierente (3-maands EURIBOR-rente) tot boven het overeengekomen Cap niveau, dan betaalt Abn Amro aan Borgerswoldhoeve het verschil tussen de Cap rente van 4,8% en de referentierente (3-maands EURIBOR-rente), verrekend over de hoofdsom. Borgerswoldhoeve is derhalve beschermd tegen rentestijgingen boven de 4,8% en zij kan profiteren van een rentedaling tussen de 4,8% en de 3,95%. Indien de 3-maands EURIBOR-rente daalt onder de 3,95%, dan betaalt Borgerswoldhoeve feitelijk de overeengekomen contractrente van 4,8% voor de cap. Zij profiteert derhalve niet indien de 3-maands EURIBOR-rente lager is dan 3,95%. Integendeel; in dat geval betaalt zij juist de hogere Cap rente van 4,8%.

4.2.

Borgerswoldhoeve heeft aan de vorderingen in de eerste plaats ten grondslag gelegd, dat Abn Amro haar voorafgaand aan het afsluiten van de Cap KIF heeft voorgehouden dat de kans groot was dat de variabele rente (ook op de lange termijn) zou gaan stijgen. Abn Amro heeft Borgerswoldhoeve vervolgens geadviseerd en zelfs verplicht dit renterisico af te dekken met een Cap KIF. Abn Amro heeft haar echter een onjuiste rentevisie voorgehouden. Op grond van meerdere indicatoren had Abn Amro ten tijde van het afsluiten van de Cap KIF al wetenschap (moeten hebben) van een grote kans op een wereldwijde recessie en een daarmee samenhangende dalende variabele rente. Die indicatoren zijn de macro economische omstandigheden, de vorm van de Yield curve en de ontwikkeling van de spread tussen de lange en de korte rente vanaf 2005. Borgerswoldhoeve heeft daartoe verwezen naar een presentatie van de heer [naam 2] , werkzaam als partner bij ZETA Corporate Finance B.V. Daarnaast heeft Borgerswoldhoeve als producties 25a tot en met 25c de rentevisies van Abn Amro van januari, februari en maart 2008 overgelegd, waarin staat vermeld dat de verwachting is dat de 3-maands Euribor-rente zal gaan dalen tot 3,7% in het vierde kwartaal van 2009. Daarmee was op het moment van het afsluiten van de Cap KIF al duidelijk dat de Borgerswoldhoeve vanaf juli 2008 de veel hogere Cap rente van 4,8% zou moeten betalen. Indien Borgerswoldhoeve dit had geweten dan had zij de Cap KIF niet afgesloten, aldus Borgerswoldhoeve.

4.3.

Borgerswoldhoeve heeft in de tweede plaats aan haar vorderingen ten grondslag gelegd dat Abn Amro haar ten onrechte niet heeft geïnformeerd over alle wezenlijke kenmerken en risico’s behorend bij het aangaan van de Cap KIF in combinatie met de geldlening. Zo had Abn Amro Borgerswoldhoeve bij het aangaan van deze overeenkomst op de hoogte moeten stellen van onder meer:

a. De risico’s die zijn verbonden aan een Cap KIF;

b. Dat een Cap KIF risicovol en speculatief is;

c. Dat een Cap KIF een zeer complex financieel product is;

d. Dat de individuele opslag niet is gemaximeerd en gewoon kan worden verhoogd door de Abn Amro;

e. Dat er beperkt geprofiteerd kan worden van een dalende EURIBOR-rente tot het Knock-in strike niveau van 3,95%;

f. Dat indien de EURIBOR-rente op of onder de 3,95% komt dat dan de Cap-rente van 4,8% moet worden betaald;

g. Dat de Cap KIF bij vervroegde aflossing niet automatisch mee verandert;

h. Dat de renteswap bij voortijdige beëindiging kan leiden tot een betalingsverplichting van de negatieve waarde van de Cap KIF;

i. Dat de looptijden van de Cap KIF (10 jaar) en de Geldlening (10 en 12 jaar) niet parallel lopen.

4.4.

In de derde plaats heeft Borgerswoldhoeve aan haar vorderingen ten grondslag gelegd, dat haar evenmin alternatieve financiële producten zijn gepresenteerd, waardoor zij de geadviseerde combinatie van de Cap KIF en de geldlening niet kon vergelijken met andere financiële producten. Abn Amro had haar een rentecap moeten adviseren. Met dat product was Borgerswoldhoeve namelijk niet alleen beschermd tegen een stijging van de Euribor-rente boven de cap-rente, maar kon Borgerswoldhoeve – in tegenstelling tot de Cap KIF – tevens volledig profiteren van een dalende Euribor-rente. Abn Amro heeft nimmer gesproken over de kosten van een rentecap en op welke wijze deze mee zouden kunnen worden gefinancierd. Bij een juiste voorstelling van zaken zou Borgerswoldhoeve de Cap KIF nimmer hebben afgesloten, maar zou zij hebben gekozen voor een rentecap. Bij het vaststellen van de omvang van de gevorderde schadevergoeding dient derhalve de feitelijke situatie te worden vergeleken met de hypothetische situatie, waarbij Borgerswoldhoeve een rentecap van 4,8% zou hebben afgesloten, aldus Borgerswoldhoeve.

4.5.

De rechtbank overweegt dat naar vaste rechtspraak op de bank, als bij uitstek deskundig te achten professionele financiële dienstverlener, die een (financieel) product adviseert, onder omstandigheden een (bijzondere) zorgplicht rust die mede ertoe strekt de cliënt te beschermen tegen de gevaren van eigen lichtvaardigheid of gebrek aan inzicht. Deze vloeit voort uit de eisen van redelijkheid en billijkheid die aan een bank, in aanmerking genomen haar maatschappelijke functie en haar deskundigheid, gesteld mogen worden. De omvang van die zorgplicht is daarmee steeds afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval, waaronder ook de van toepassing zijnde publiekrechtelijke regels. Deze zorgplicht behelst onder meer dat de bank, mede afhankelijk van de aard en complexiteit van het te verstrekken advies en of te adviseren product, vooraf voldoende onderzoek moet doen naar de financiële mogelijkheden, de deskundigheid en doelstellingen van de cliënt, om in te kunnen schatten of en, zo ja, in hoeverre en op welke wijze zij de cliënt dient te informeren over de werking en kenmerken van een voorgenomen transactie of toegepaste constructie en hem moet waarschuwen voor de (bijzondere) risico’s die daaraan verbonden zijn, alsook voor het feit dat een door hem voorgenomen transactie of toegepaste (beleggings-)strategie mogelijk niet past bij zijn financiële mogelijkheden of doelstellingen, zijn risicobereidheid of zijn deskundigheid (vgl. Hoge Raad 3 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU4914).

4.6.

Daarnaast is uitgangspunt dat degene die een overeenkomst aangaat, moet voorkomen dat hij de overeenkomst sluit onder invloed van een onjuiste voorstelling van zaken. Van hem mag worden verlangd dat hij de verstrekte documentatie voldoende grondig bestudeert en vragen stelt indien deze stukken onduidelijkheden bevatten.

4.7.

Ten aanzien van de vraag of aan de hierboven weergegeven vereisten is voldaan overweegt de rechtbank het volgende. Vast staat dat er op 28 februari 2008 een informatie- en voorlichtingsgesprek heeft plaatsgevonden tussen Borgerswoldhoeve, in de persoon van de heer [naam 1] , en [naam 3] en [naam 4] , namens Abn Amro. Borgerswoldhoeve heeft niet betwist dat tijdens dit gesprek het “Intakeformulier Treasury” en het “Cliëntenprofiel Treasury” door [naam 1] zijn ingevuld en ondertekend. In laatstgenoemd document wordt gewaarschuwd voor de mogelijk te vergoeden negatieve waarde bij voortijdige beëindiging van een rentederivaat. Abn Amro heeft in de conclusie van antwoord voorts gesteld dat in dit gesprek, aan de hand van de presentatie die als productie 2 bij dagvaarding is overgelegd, de kenmerken van een rentederivaat zijn besproken en de producten renteswap en rentecap zijn toegelicht. In dat kader is uitgelegd hoe beide producten werken en welke risico’s daaraan zijn verbonden, waaronder het nadeel dat marktveranderingen de waarde van de Renteruil negatief kunnen beïnvloeden. Vervolgens is het product Cap KIF besproken aan de hand van illustraties op een aantal A4-tjes, waarop [naam 4] heeft laten zien welk effect het had als de rente door de Knock-in Floor zou treden en dat Borgerswoldhoeve dan het Cap tarief diende te betalen. Abn Amro heeft niet meer de beschikking over deze A4-tjes. De rechtbank stelt vast dat deze stellingen van Abn Amro overeenkomen met de verklaring die [naam 4] ter comparitie heeft afgelegd. Hij heeft verklaard dat hij in het gesprek onder meer de werking van de Euribor, de werking van de kapitaalmarkt en de werking van rente op korte en lange termijn heeft toegelicht. Daarnaast heeft hij verteld dat er een alternatief was voor een renteswap. Deze heeft hij ook uitgetekend en daarbij heeft hij uitgelegd hoe het product in elkaar zat, en welke percentages men zou gaan betalen. Hij weet zeker dat dit bij Borgerswoldhoeve aan de orde is gekomen. In zijn beleving was het een helder verhaal. Hij heeft gevraagd of er vragen waren, maar die waren er niet. De dag daarna heeft hij nog telefonisch contact gehad om het product af te sluiten, maar er waren geen vragen aan de zijde van de heer [naam 1] , aldus [naam 4] .

4.8.

Borgerswoldhoeve heeft bij dagvaarding reeds erkend dat de Cap KIF op een aantal A4-tjes ter plekke is toegelicht. De heer [naam 1] heeft ter comparitie voorts verklaard dat het hem duidelijk was dat hij met de Cap KIF vastigheid kreeg en dat hij voordelen kon behalen indien hij binnen de bandbreedte bleef. Hij weet, zo verklaarde hij, niet meer alles van destijds. In het licht van de verklaring van [naam 4] heeft Borgerswoldhoeve, op wie ingevolge artikel 150 Rv. de stelplicht en de bewijslast rust, naar het oordeel van de rechtbank de stelling dat Abn Amro haar destijds onvoldoende heeft voorgelicht over de werking en de risico’s van de Cap KIF en in het bijzonder over het feit welk effect het zou hebben indien de rente onder de Knock-in Floor zou treden (zie r.o. 4.3. de punten a, b, c, e, f en h) onvoldoende onderbouwd. Er dient dan ook vanuit te worden gegaan dat Abn Amro in zoverre aan haar zorgplicht heeft voldaan en haar mededelingsplicht als bedoeld in artikel 6:228 lid 1 aanhef sub b BW niet heeft geschonden. Evenmin valt hetgeen Borgerswoldhoeve heeft gesteld te kwalificeren als misbruik van omstandigheden. Er is geen sprake van zodanig bijzondere omstandigheden dat Abn Amro had moeten begrijpen dat zij Borgerswoldhoeve van het aangaan van de Cap KIF had moeten weerhouden. Indien de stukken, dan wel de gegeven toelichting, voor Borgerswoldhoeve onduidelijk waren, dan had het op haar weg gelegen daarover nadere vragen te stellen.

Ervan uitgaande dat Borgerswoldhoeve in de onjuiste veronderstelling heeft verkeerd dat de Cap KIF bij vervroegde aflossing automatisch mee zou veranderen, dan acht de rechtbank niet aannemelijk dat Borgerswoldhoeve, bij een juiste voorstelling van zaken, de overeenkomst niet zou hebben gesloten. Borgerswoldhoeve zou immers, naar zij heeft gesteld, bij een juiste voorstelling van zaken gekozen hebben voor een rentecap. Bij een rentecap daalt de hoofdsom bij tussentijdse aflossingen evenmin. Borgerswoldhoeve heeft evenmin vergoeding gevorderd van schade die zij dientengevolge zou hebben geleden (zie r.o. 4.3. punt g).

De stelling dat de individuele opslag niet is gemaximeerd en kan worden verhoogd faalt reeds bij gebreke van een concrete onderbouwing van de bevoegdheid daartoe (zie r.o. 4.3. punt d.).

Tenslotte blijkt uit de kredietovereenkomst en de bevestiging van de renteswap onomstotelijk dat de looptijden niet (geheel) parallel lopen (zie r.o. 4.3. punt i).

Gezien het vorenstaande liggen de vorderingen voor afwijzing gereed voor zover daaraan ten grondslag is gelegd, dat Borgerswoldhoeve onvoldoende is geïnformeerd over dan wel gewaarschuwd voor de specifieke kenmerken en risico’s van de Cap KIF.

4.9.

Tussen partijen is niet in geschil dat de premie voor het aangaan van de rentecap destijds ongeveer € 40.000,- zou hebben bedragen. Abn Amro heeft onbetwist gesteld, dat Borgerswoldhoeve niet over de financiële middelen beschikte om de premie van de cap ineens te betalen. Daarnaast was Borgerswoldhoeve reeds maximaal gefinancierd, aldus Abn Amro. Daarmee staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat een rentecap destijds geen reëel alternatief was geweest. Voor zover Borgerswoldhoeve aan haar vorderingen ten grondslag heeft gelegd dat Abn Amro haar een rentecap had moeten adviseren, kan dit evenmin tot toewijzing daarvan leiden.

4.10.

Ten aanzien van de stelling van Borgerswoldhoeve dat Abn Amro haar een onjuiste rentevisie heeft voorgehouden overweegt de rechtbank het volgende. Tussen partijen is niet in geschil dat uit de overgelegde rentevisies van het Economisch Bureau van Abn Amro van januari tot en met maart 2008 blijkt dat de verwachting was dat de (variabele) Euribor-rente zou gaan dalen en dat de lange termijnrente zou gaan stijgen. Abn Amro heeft ter zitting onbetwist gesteld dat bij het afsluiten van een rentederivaat uitsluitend van belang is wat de verwachting is ten aanzien van de ontwikkeling van de lange termijnrente. Uit voornoemde rentevisies blijkt dat de verwachting was dat die zou gaan stijgen en zij heeft op basis daarvan een Cap KIF geadviseerd, aldus Abn Amro.

Daartegenover heeft Borgerswoldhoeve naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende feiten en/of omstandigheden gesteld die de conclusie rechtvaardigen dat voor haar destijds de ontwikkeling van de Euribor-rente relevant was. Gesteld, noch gebleken is immers dat Borgerswoldhoeve uitsluitend een financiering wilde op basis van een variabele rente. Integendeel; Borgerswoldhoeve heeft ter comparitie desgevraagd verklaard, dat zij van tevoren niet had nagedacht over de vraag of zij een vaste rente of een variabele rente wilde. Zij heeft verder verklaard dat er in haar ogen twee mogelijkheden waren, vast of variabel en dat zij met de Cap KIF vastigheid kreeg. Daaruit maakt de rechtbank op dat zij deze vastigheid ook wenste, daar zij de Cap KIF heeft afgesloten.

De stelling van Borgerswoldhoeve dat aan het sluiten van de kredietovereenkomst de voorwaarde was verbonden dat het renterisico zou worden afgedekt, waardoor haar naar de rechtbank begrijpt de mogelijkheid van een financiering op basis van uitsluitend een variabele rente is ontnomen, slaagt evenmin. Abn Amro heeft gemotiveerd betwist dat zij deze voorwaarde heeft gesteld. Deze voorwaarde staat evenmin vermeld in de kredietovereenkomst.

Tenslotte is een rentecap die Abn Amro volgens Borgerswoldhoeve had dienen te adviseren eveneens een rentederivaat waarvoor, naar Abn Amro onbetwist heeft gesteld, de ontwikkeling van de lange termijnrente bepalend is.

De stelling van Borgerswoldhoeve dat Abn Amro haar een onjuiste rentevisie heeft voorgehouden slaagt dan ook niet, noch daargelaten dat niet vast staat of Abn Amro Borgerswoldhoeve destijds heeft medegedeeld dat naar verwachting de Euribor-rente zou gaan stijgen, dan wel dat naar verwachting de lange termijnrente zou gaan stijgen.

4.11.

Gezien het vorenstaande zullen de vorderingen worden afgewezen. Het bij wege van verweer gedane beroep op verjaring dan wel dat te laat is geklaagd behoeven dan ook geen bespreking meer.

4.12.

Borgerswoldhoeve zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Abn Amro worden begroot op:

- griffierecht € 3.903,00

- salaris advocaat € 4.000,00 (2 punten × tarief € 2.000)

Totaal € 7.903,00

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt Borgerswoldhoeve in de proceskosten, aan de zijde van Abn Amro tot op heden begroot op € 7.903,00, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van veertien dagen te rekenen vanaf de datum van dit vonnis.

5.3.

veroordeelt Balkema Holding in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Balkema Holding niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

5.4.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.E. van der Pol en in het openbaar uitgesproken op 14 juni 2017.