Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:3097

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
31-03-2017
Datum publicatie
10-05-2017
Zaaknummer
AMS 17/874
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Indien een aanvraag om tegemoetkoming in planschade niet als kennelijk ongegrond wordt afgewezen, moet worden uitgegaan van een totale beslistermijn van 60 weken. Verweerder heeft de beslistermijn overschreden en is dwangsom verschuldigd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/2419
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 17/874

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 maart 2017 in de zaak tussen

de Stichting [naam stichting] , te Rijswijk, eiseres

(gemachtigde: [de persoon] ),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft bij beroepschrift van 9 februari 2017 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar verzoek om planschade.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Feiten en omstandigheden

2. Eiseres heeft op 17 maart 2015 een verzoek ingediend bij verweerder om een tegemoetkoming van de door eiseres geleden schade als gevolg van de vaststelling van het bestemmingsplan ‘ [naam bestemmingsplan] ’ op 25 mei 2011. Eiseres stelt dat haar object aan [het adres] te Amsterdam als gevolg van het in werking treden van het bestemmingsplan in waarde is gedaald. Bij haar verzoek heeft eiseres een planschaderisicoanalyse van december 2014 gevoegd waarin de gestelde schade is genoemd.

3. Op 4 juli 2016 heeft eiseres verweerder in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag. Vervolgens heeft eiseres op 8 februari 2017 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag.

Wettelijk kader

4.1

Voor het bepalen van de beslistermijn in deze zaak, als bedoeld in artikel 4:13, eerste lid van de Awb is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de Regeling planschadeverzoeken en advisering tegemoetkoming in planschade gemeente Amsterdam (hierna de Regeling planschade) bepalend.

4.2

Ingevolge artikel 6.1.3.1, eerste lid, van het Bro is het bestuursorgaan bevoegd de aanvraag binnen vier weken na ontvangst, onderscheidenlijk binnen acht weken nadat de termijn verstreken is gedurende welke de aanvrager de aanvraag kon aanvullen, af te wijzen, indien de aanvraag kennelijk ongegrond is.

4.3

Ingevolge artikel 6.1.3.6, eerste lid, van het Bro beslist het college binnen acht weken na ontvangst van het advies op het verzoek en maakt dit besluit binnen deze termijn bekend aan de aanvrager. Ingevolge het tweede lid kan het college de in het eerste lid bedoelde beslissing, onder opgaaf van redenen, eenmaal voor ten hoogste vier weken verdagen.

4.4

Ingevolge artikel 2 van de Regeling planschade verstrekt verweerder, binnen twaalf weken na het verstrijken van de termijnen als bedoeld in artikel 6.1.3.1 van het Bro, aan één of meerdere adviseurs gezamenlijk, de opdracht om ter zake van een aanvraag advies uit te brengen, tenzij toepassing wordt gegeven aan artikel 6.1.3.1 van het besluit of aan artikel 4:5 van de Awb.

4.5

Ingevolge artikel 6, zesde lid en zevende lid van de Regeling planschade brengt de adviseur uiterlijk na 28 weken een advies uit.

4.6

Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld (artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb). Het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen (artikel 6:12, tweede lid, van de Awb).

4.7

Artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb bepaalt dat indien het beroep gegrond is en nog geen besluit is bekendgemaakt, de bestuursrechter bepaalt dat het bestuursorgaan binnen twee weken na de dag waarop de uitspraak wordt verzonden alsnog een besluit bekendmaakt.
Op grond van het tweede lid verbindt de bestuursrechter aan zijn uitspraak een nadere dwangsom voor iedere dag dat het bestuursorgaan in gebreke blijft de uitspraak na te leven. Op grond van het derde lid kan de bestuursrechter in bijzondere gevallen of indien de naleving van andere wettelijke voorschriften daartoe noopt, een andere termijn bepalen of een andere voorziening treffen.

4.8

In artikel 4:17 van de Awb is bepaald dat als een beschikking niet op tijd wordt genomen, het bestuursorgaan een dwangsom verschuldigd is voor elke dag dat het in gebreke is voor ten hoogste 42 dagen. De dwangsom bedraagt de eerste veertien dagen € 20,- per dag, de daaropvolgende veertien dagen € 30,- per dag en de overige dagen € 40,- per dag. Het bestuursorgaan stelt de dwangsom vast binnen twee weken na de laatste dag waarover de dwangsom verschuldigd was (artikel 4:18, eerste lid, van de Awb).

Oordeel rechtbank

5.1

Indien een aanvraag om tegemoetkoming in planschade niet als kennelijk ongegrond wordt afgewezen, volgt uit het vorenstaande dat moet worden uitgegaan van een totale beslistermijn van 60 weken. Het verzoek om planschade is ontvangen op 17 maart 2015. De rechtbank stelt vast dat deze beslistermijn dan ook is verstreken op 3 mei 2016. Verweerder heeft tot op heden nog geen besluit genomen. Vast staat derhalve dat verweerder de beslistermijn heeft overschreden, zoals verweerder in het verweerschrift ook heeft erkend. De rechtbank stelt verder vast dat eiseres verweerder op 4 juli 2016 in gebreke heeft gesteld en dat sindsdien (meer dan) twee weken zijn verstreken.

5.2

Het beroep is kennelijk gegrond.


5.3 Nu vast staat dat verweerder in gebreke was, is verweerder een dwangsom verschuldigd. Verweerder heeft de hoogte van de dwangsom bij besluit van 7 maart 2017 vastgesteld op € 1260,-

.

5.4

De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb en in overeenstemming met het landelijke beleid (gepubliceerd op www.rechtspraak.nl) dat verweerder een dwangsom van € 100,- verschuldigd is voor elke dag waarmee de hiervoor genoemde termijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-.

5.5

Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoedt.

5.6

De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 123,75 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en een wegingsfactor 0,25). De rechtbank is van oordeel dat deze zaak van zeer licht gewicht is, omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden en of er een dwangsom verschuldigd is.

Beslissing

De rechtbank:

  • -

    verklaart het beroep gegrond;

  • -

    vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;

  • -

    draagt verweerder op binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een besluit op het verzoek van eiseres te nemen;

  • -

    bepaalt dat verweerder aan eiseres een dwangsom van € 100,- verbeurt voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;

  • -

    draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 333,- aan eiseres te vergoeden;

  • -

    veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 123,75.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.J. Otten, rechter, in aanwezigheid van D. Sevil, griffier.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 31 maart 2017.

de griffier

de rechter

afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden ingesteld bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.