Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:2896

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
19-04-2017
Datum publicatie
28-08-2017
Zaaknummer
C/13/624699 / KG ZA 17-247
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Verwijderen informatie uit zoekresultaten

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/624699 / KG ZA 17-247 AB/JvS

Vonnis in kort geding van 19 april 2017

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiser bij dagvaarding van 1 maart 2017,

advocaat mr. L.J. Gravendeel te Hilversum,

tegen

de rechtspersoon naar het recht van de staat Californië (Verenigde Staten)

GOOGLE INC.,

gevestigd te Mountain View (Verenigde Staten),

gedaagde,

advocaat mr. D. Verhulst te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [eiser] en Google worden genoemd

1 De procedure

Ter terechtzitting van 5 april 2017 heeft [eiser] gesteld en gevorderd overeenkomstig de in kopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. Bij aangehechte akte van 4 april 2017 heeft [eiser] zijn eis gewijzigd, zoals hierna onder 3.1. vermeld. Google heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening. Beide partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht. Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

Ter zitting waren aanwezig:

aan de zijde van [eiser] : [eiser] , mr. Gravendeel en zijn kantoorgenoot
mr. M. Hafkamp;

aan de zijde van Google: mr. Verhulst en haar kantoorgenoot
mr. R.D. Chavannes.

2 De feiten

2.1.

[eiser] is ondernemer. Hij bezit een sportschool en een sportschoenenzaak. Daarnaast organiseert hij pokertoernooien.

2.2.

[eiser] werd op enig moment in verband gebracht met het witwassen van geld via de vennootschap [naam 1] en drugsgerelateerde delicten. Op [datum] heeft de krant MaltaToday een artikel over deze kwestie gepubliceerd met als titel ‘[titel]’. In het artikel staat onder meer dat de Nederlandse politie in het kader van een drugsonderzoek vier huizen heeft doorzocht en [eiser] heeft gearresteerd. Tijdens het daaropvolgende onderzoek in Nederland en Malta zou zijn gebleken dat [eiser] de begunstigde (‘[begunstigde]’) was van de Maltese Vennootschap [naam 1] . [naam 1] zou miljoenen aan cash hebben ontvangen, waarmee onder meer creditcarduitgaven van [eiser] zouden zijn gedekt. [naam 1] was volgens het artikel verder betrokken bij een carrousel van financiële transacties - met allerlei vennootschappen in verschillende landen - die doorgaans wordt gebruikt om de herkomst van geld te verhullen. Het artikel vermeldt verder de betrokkenheid van [naam 2] - parlementslid voor de Maltese ‘ [naam 4] ’ en zoon van [naam 2] . Volgens de krant was hij één van de directeuren van [naam 3] , de vennootschap die feitelijk de verdachte transacties van [naam 1] uitvoerde, op instructie van [eiser] . Het artikel vermeldt dat de Nederlandse strafzaak tegen [eiser] bij gebrek aan bewijs is geseponeerd, maar stelt dat een onderzoek in Malta niet van de grond kwam, terwijl er wel belastende informatie over [naam 1] zou zijn gevonden. De journalisten uiten het vermoeden dat de betrokkenheid van [naam 2] daarmee te maken heeft, wat in Malta bekend staat als ‘ [naam 5] ’. Het artikel is thans nog op de website van MaltaToday te lezen, onder de URL:

[url]

2.3.

De onthullingen in MaltaToday hebben tot verdere publiciteit geleid. Op 12 oktober 2016 publiceerde de Maltese journalist, en voormalig Europarlementslid, [naam 6] op zijn blog over de hypocrisie dat [naam 2] eerder - in een andere context - had gepleit voor een grote mate van verantwoordelijkheid van een fiduciair voor een cliënt. De publicatie opent met een grote portretfoto van [eiser] tijdens een pokertoernooi en verwijst naar [eiser] als degene die werd verdacht van witwassen en aan wie [naam 2] fiduciaire diensten had verleend. Diezelfde dag publiceerde MaltaToday het vervolgbericht dat gedurende de afgelopen vier jaar
€ 5.3 miljoen zou zijn overgemaakt naar de bankrekening van [naam 1] , voornamelijk vanuit Griekse en Cypriotische vennootschappen. Deze transacties vormden volgens het artikel de ‘smoking gun’ die aanleiding gaf tot het Nederlandse strafrechtelijk onderzoek. Opdracht tot die transacties zou per fax zijn gegeven door [naam 3] ’s directeur [naam 7] . Bij het artikel is een deel van het verzoek om informatie aan de [naam 9] afgebeeld, met daarin de naam van [eiser] , samen met een bankafschrift van [naam 1] dat aan de Maltese politie zou zijn verstrekt. Het bericht werd diezelfde dag overgenomen door andere media, bijvoorbeeld door het financiële weblog [internetsite] .

2.4.

Vervolgens is op Malta op last van de premier een onderzoekscommissie ingesteld, bestaande uit drie voormalige rechters, die moest achterhalen waarom het politieonderzoek naar [naam 1] destijds was gestaakt, wat opnieuw tot publiciteit leidde.

2.5.

Google Search is een door Google op het internet aangeboden zoekmachine. Google Search helpt de internetgebruiker om aan de hand van één of meer opgegeven zoektermen uit alle informatie op het internet de meest relevante informatie te verkrijgen. De naar aanleiding van de opgegeven zoektermen weergegeven zoekresultatenlijst geeft hyperlinks (URL’s) weer die verwijzen naar webpagina’s, afbeeldingen of locaties.

2.6.

Op 21 oktober 2016 heeft [eiser] via een daartoe bestemd onlineformulier aan Google (onder meer) verzocht de onder rechtsoverweging 2.2. genoemde URL niet meer als resultaat te tonen bij het invoeren van zijn volledige naam op Google Search. Google heeft dat verzoek geweigerd bij e-mail van 21 oktober 2016.

2.7.

Op 24 januari 2017 heeft (de advocaat van) [eiser] via een daartoe bestemd onlineformulier Google gesommeerd de onder rechtsoverweging 2.2. genoemde URL niet meer als resultaat te tonen bij het invoeren van zijn volledige naam op Google Search. Bij e-mail van 7 februari 2017 heeft Google - kort gezegd - geantwoord dat zij niet aan het verzoek zal voldoen, nu de opgegeven URL gegevens over [eiser] bevat die relevant, in het algemeen belang, niet verouderd en niet bovenmatig zijn.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert na vermindering van eis - samengevat- primair te bepalen dat Google wordt bevolen om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis, de vindbaarheid tussen de volledige naam van [eiser] en het onder 2.2 genoemde artikel uit de door haar zoekmachines (www.google.nl en www.google.eu) opgeleverde zoekresultaten te (doen) verwijderen, dit op straffe van verbeurte van een dwangsom. Subsidiair vordert [eiser] een in goede justitie te bepalen maatregel te treffen op grond waarvan de vindbaarheid tussen de volledige naam van [eiser] en het artikel uit de door Google’s zoekmachines (www.google.nl en www.google.eu) opgeleverde zoekresultaten wordt verwijderd. Een en ander met veroordeling van Google in de kosten van deze procedure, met dien verstande dat de proceskosten moeten worden overgemaakt op de bankrekening van Stichting Beheer Derdengelden Gravendeel advocaten.

3.2.

[eiser] stelt ter toelichting op zijn vordering - samengevat en voor zover voor deze procedure van belang - het volgende. Hij beroept zich met betrekking tot zijn vorderingen op de Wet Bescherming Persoonsgegevens (Wbp), het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en het Costeja-arrest (Hof van Justitie EU 13 mei 2014, zaaknummer C-131/12), alsmede op onrechtmatig handelen van Google. De zware beschuldiging van strafbare handelingen, die niet op feiten steunt, terwijl het Openbaar Ministerie kenbaar heeft gemaakt de zaak te hebben geseponeerd, heeft een negatief effect op zijn persoonlijke levenssfeer en zijn hoedanigheid als ondernemer. Volgens [eiser] laat het artikel na inzichtelijk te maken op welk feitenmateriaal de uitlatingen zijn gebaseerd, ook omdat er geen hoor en wederhoor is toegepast. Volgens [eiser] gaat het om onjuiste, irrelevante en ontoereikende informatie. [eiser] stelt daarnaast dat van hem een dusdanig negatief beeld wordt geschetst, dat sprake is van (een poging tot) karaktermoord. Mede gelet op de gevolgen die dit voor [eiser] als persoon en in zijn professionele hoedanigheden heeft of kan hebben, moeten de uitlatingen in het artikel als onrechtmatig worden aangemerkt. Ten slotte stelt [eiser] dat hij niet kan worden aangemerkt als een ‘public figure’.

3.3.

Google heeft daarentegen - samengevat - aangevoerd dat zij begrijpt dat [eiser] niet wil dat een artikel over hem te vinden is, waarin staat dat hij verdachte is geweest in een drugsonderzoek, begunstigde was van een vennootschap en betrokken was bij ondoorzichtige transacties, en dat hem in een Maltees politieonderzoek mogelijk de hand boven het hoofd werd gehouden door een betrokken politicus, maar dat dit niet van doorslaggevende betekenis is. Door zich als Amsterdamse ondernemer en pokeraar in te laten met malafide huurders, mee te doen aan een web van transacties dat doorgaans wordt geassocieerd met het verhullen van geld; door zich te associëren met een Griekse zakenman die is veroordeeld voor fraude en door gebruik te maken van de diensten (en de naam) van een Maltees politicus, heeft [eiser] het publieke domein betreden toen deze personen in opspraak kwamen. [eiser] is daarmee, of hij dat nu wil of niet, een publiek figuur geworden, aldus Google. Daar komt volgens Google bij dat de berichtgeving beperkt blijft tot de zakelijke/financiële activiteiten die in het publiek domein zijn geraakt. Het artikel vermeldt geen details over [eiser] ’s privéleven.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De vraag of Google als exploitant van de zoekmachine gehouden is om op verzoek van [eiser] ervoor te zorgen dat de onder 2.2. vermelde URL na het intypen van zijn naam niet meer in de lijst van zoekresultaten verschijnt, moet worden beantwoord aan de hand van het Costeja-arrest (HvJ EU 13 mei 2014, zaak C-131/12), zoals uitgelegd door de Hoge Raad bij arrest van 24 februari 2017 (ECLI:NL:HR:2017:316). Het komt erop neer dat [eiser] op basis van zijn door de artikelen 7 en 8 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie gewaarborgde grondrechten in beginsel kan verlangen dat op hem betrekking hebbende informatie niet meer door opneming in een resultatenlijst van een zoekmachine ter beschikking wordt gesteld van het grote publiek. Dat zal echter niet het geval zijn indien de inmenging in zijn grondrechten wegens bijzondere redenen, zoals de rol die hij in het openbare leven speelt, wordt gerechtvaardigd door het overwegende belang dat het publiek erbij heeft om toegang tot de informatie te krijgen.

4.2.

Anders dan Google heeft betoogd vormt dit het te hanteren criterium en niet ‘een nadere afweging’ nadat eerst is vastgesteld dat is voldaan aan de voorwaarden van de artikelen 36 of 40 Wbp. De overwegingen uit het Costeja-arrest waarnaar zij in dat verband verwijst hebben betrekking op de beantwoording van de in dat arrest aan de orde zijnde (samengestelde) vraag 2. Die ging erom - voor zover nu van belang - of de exploitant desgevraagd ook koppelingen moet verwijderen, wanneer de publicatie ervan op door derden gepubliceerde webpagina’s op zichzelf rechtmatig is. Hier gaat het om de beantwoording van vraag 3, naar de draagwijdte van de door richtlijn 95/46 gegarandeerde rechten van de betrokkene. Blijkens rechtsoverweging 90 van het Costeja-arrest werd het standpunt van Google ook in die zaak verdedigd, gelet op de uitspraak evenwel zonder succes.

4.3.

Vast staat dat [eiser] geen publieke functie heeft. Het enkele feit dat hij een sportschool en een sportschoenenzaak bezit is onvoldoende om hem aan te merken als ‘public figure’. Dat [eiser] mogelijkerwijs bewondering geniet voor zijn zakelijk succes als ondernemer en het feit dat hij in eigen beheer pokertoernooien organiseert maken dat niet anders. Ook brengt de omstandigheid dat de naam van [eiser] wordt genoemd in verband met een Maltese politicus die in opspraak is geraakt niet mee dat hij daardoor (ook) een ‘public figure’ is geworden. Google heeft daarnaast onvoldoende duidelijk gemaakt waarom het publiek er belang bij heeft om bij het intypen van de volledige naam van [eiser] informatie uit het artikel te verkrijgen. Hierbij is verder van belang dat het gaat om informatie die gevoelig is voor het privéleven van [eiser] , terwijl de strafzaak tegen hem - bij gebrek aan bewijs - door het Openbaar Ministerie is geseponeerd. Overigens blijft de informatie over ‘ [naam 5] ’ voor het publiek beschikbaar. Google kan de informatie waar het hier om gaat dus aan het publiek blijven aanbieden, alleen niet meer als op de naam van [eiser] wordt gezocht.

4.4.

De slotsom is dat de vordering van [eiser] toewijsbaar is zoals hierna is vermeld. Google heeft onweersproken aangevoerd dat www.google.eu niet meer is dan een doorgeefluik. Zij zal worden veroordeeld om de twee maatregelen te nemen die in dit soort gevallen gebruikelijk zijn voor haar, te weten ervoor zorgen dat de hiervoor onder 2.2. bedoelde URL niet meer wordt getoond aan gebruikers die vanuit Nederland zoeken op “ [naam 8] ” en ook dat dit zoekresultaat wordt verwijderd van alle lokale EU/EFTA versies van Google Search. Google zal hiervoor een termijn worden gegund van veertien dagen na betekening van dit vonnis. De gevorderde dwangsom zal worden gemaximeerd, zoals hierna vermeld.

4.5.

Google zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten worden veroordeeld, aan de zijde van [eiser] tot heden begroot op:

- dagvaarding Nederland € 102,16

- dagvaarding Amerika € 81,68 ($ 95,00)

- griffierecht € 287,00

- salaris advocaat € 816,00

------------------- +

Totaal € 1.286,84

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

beveelt Google om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis ervoor te zorgen dat de hiervoor onder 2.2. bedoelde URL niet meer wordt getoond aan gebruikers die vanuit Nederland zoeken op “ [naam 8] ” en ook dat dit zoekresultaat wordt vewijderd van alle lokale EU/EFTA versies van Google Search,

5.2.

veroordeelt Google om aan [eiser] een dwangsom te betalen van € 5.000,00 voor iedere dag dat zij niet voldoet aan het bevel onder 5.1., met een maximum van
€ 50.000,00, welk bedrag zal moeten worden overgeboekt op de derdenrekening van Stichting Beheer derdengelden Gravendeel advocaten te weten op NL27ABNA0503926132,

5.3.

veroordeelt Google in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op € 1.286,84, over te maken naar dezelfde derdenrekening,

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. Beukenhorst, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. J. van Sintemaartensdijk, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 19 april 2017.1

1 type: JvS coll: MV