Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:2373

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
30-03-2017
Datum publicatie
14-04-2017
Zaaknummer
5757565 KK EXPL 17-203
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Connexxion Taxi Services moet het loon van een taxichauffeur grotendeels doorbetalen over de periode dat het bedrijf hem op non-actief heeft gesteld (zie nieuwsbrief 11). Connexxion had hem een loonstop opgelegd omdat hij geen rijbewijs had maar dat was niet terecht oordeelt de kantonrechter. De taxichauffeur is gedeeltelijk arbeidsongeschikt en volgt een re-integratieproject. Hij heeft alle stappen ter verlening van zijn rijbewijs tijdig genomen en was afhankelijk van zijn artsen. Dat de taxichauffeur niet op eerdere oproepen voor een herkeuring van het CBR heeft gereageerd kan hem niet worden verweten omdat hij toen in een behandelcentrum was opgenomen. Omdat de taxichauffeur echter bij zijn terugkeer na een vakantie eind 2016 niet direct een aanvraag voor een nieuw rijbewijs heeft ingediend wordt dat deel van zijn loon tot 16 januari 2017 afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/2002
AR-Updates.nl 2017-0463
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 5757565 KK EXPL 17-203

vonnis van: 30 maart 2017

vonnis van de kantonrechterkort geding

I n z a k e

[bewindvoerder] , in haar hoedanigheid van bewindvoerder van [eiser]

wonende te [woonplaats]

eiser

nader te noemen: [eiser]

gemachtigde: mr. E.B. van de Loo

t e g e n

de besloten vennootschap Connexxion Taxi Services B.V.

gevestigd te Amsterdam

gedaagde

nader te noemen: Connexxion

vertegenwoordigd door G.C.E.M. van Eekhout

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Bij dagvaarding van 28 februari 2017 met producties heeft [eiser] een voorziening gevorderd.

Ter terechtzitting van 23 maart 2017 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. [eiser] is in persoon verschenen, vergezeld door de gemachtigde. Connexxion is verschenen bij [naam 1] en G.C.E.M. van Eekhout. Connexxion heeft op voorhand stukken in het geding gebracht. Partijen hebben ter zitting hun standpunten mede aan de hand van een pleitnota toegelicht. Na verder debat is vonnis gevraagd en is een datum voor vonnis bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Uitgangspunten

1. Als uitgangspunt geldt het volgende.

1.1.

[eiser] is sedert 30 maart 2011 bij Connexxion in dienst, laatstelijk in de functie van taxichauffeur voor 24 uur per week.

1.2.

Artikel 16.1 van de arbeidsovereenkomst luidt:
“Deze arbeidsovereenkomst zal zonder gerechtelijke tussenkomst dan wel opzegging worden beëindigd indien de werknemer niet (meer) in het bezit is van een geldig rijbewijs of de bevoegdheid ontzegd is.”

1.3.

Het rijbewijs van [eiser] was geldig tot 23 oktober 2016.

1.4.

[eiser] heeft diabetes en is sedert 4 mei 2015 tengevolge hiervan als ook vanwege psychische problemen gedeeltelijk arbeidsongeschikt.

1.5.

In geval van diabetes dient voor de verlenging van het rijbewijs een Eigen Verklaring en een door een arts ingevuld Geneeskundig verslag bij het Centraal Bureau Rijvaardigheid te worden aangeleverd. Voor dit laatste wordt eerst een rijbewijskeuring door de arts van het CBR verricht.

1.6.

Op 29 oktober 2015 heeft [eiser] de Eigen Verklaring bij het CBR ingediend.

1.7.

[eiser] heeft op 11 juli 2016 bij het CBR een herkeuring gehad. Het CBR had onder meer nadere informatie nodig van de psycholoog van [eiser] . Volgens een verklaring van de bedrijfsarts was de verwachting dat [eiser] de uitslag van deze keuring over 4 weken zou ontvangen.

1.8.

[eiser] is vanaf 29 augustus 2016 zijn werkzaamheden gestart in volledige uren aangepast eigen werk.

1.9.

Bij e-mail van 2 september 2016 heeft [naam 2] , psycholoog GGZ aan een medewerker geschreven:
“Cliënt, dhr. [eiser] , [geboortedatum] , belt vandaag opnieuw omdat zijn rijbewijs verlengd moet worden en dhr. [naam 3] , kennelijk arts CBR, nog geen info heeft binnengekregen…”

1.10.

Connexxion heeft de loonbetalingsverplichting van [eiser] stopgezet per 24 oktober 2016 omdat het rijbewijs van [eiser] was verlopen en hij zijn werk als chauffeur derhalve niet kon uitoefenen.

1.11.

Bij brief van 4 november 2016 heeft [eiser] tegen de loonstop bezwaar gemaakt.

1.12.

Het CBR heeft bij brief van 11 november 2016 aan [eiser] gemeld dat hij medisch geschikt is bevonden om te rijden en dat hij pas een nieuw rijbewijs kan aanvragen als hij het definitieve besluit van CBR zou ontvangen.

1.13.

Bij brief van 5 december 2015 heeft [eiser] het definitieve besluit van het CBR ontvangen. Het CBR heeft daarbij vermeld dat het huidige rijbewijs ongeldig is verklaard per 12 december 2016 en dat het nieuwe rijbewijs is ingegaan per 30 november 2016. Verder heeft zij [eiser] erop gewezen dat hij zelf een nieuw rijbewijs moet aanvragen.

1.14.

[eiser] heeft van 8 tot en met 22 december 2016 verlof opgenomen.

1.15.

[eiser] is sedert 17 januari 2017 in het bezit van een geldig rijbewijs. Connexxion heeft de loonstop per deze datum beëindigd.

1.16.

Bij brief van 10 februari 2016 heeft [eiser] Connexxion aangemaand het salaris over de periode 24 oktober 2016 tot en met 16 januari 2017 te betalen.

1.17.

Connexxion heeft hieraan geen gevolg gegeven.

1.18.

Bij beschikking van deze rechtbank van 31 januari 2017 is [eiser] onder bewind gesteld met benoeming van [bewindvoerder] tot bewindvoerder.

Vordering

2. [eiser] vordert dat Connexxion bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeeld zal worden om een hem te betalen:

2.1.

het loon van 24 oktober 2016 tot en met 16 januari 2017 ad € 3.147,72 bruto vermeerderd met emolumenten en vakantiegeld;

2.2.

de wettelijke verhoging ex art. 7:625 BW ad 50% hierover;

2.3.

de wettelijke rente over a en b vanaf de dag van het verzuim tot aan de dag van de voldoening;

2.4.

de kosten van de procedure.

3. [eiser] stelt hiertoe dat hij zich heeft ingespannen om tijdig zijn rijbewijs te verlengen. Volgens [eiser] heeft hij zich ruim een jaar voordat het rijbewijs zou verlopen gemeld bij het CBR en zijn behandelaars en is hij op geen enkel moment nalatig geweest. [eiser] stelt verder dat Connexxion hem weinig steun heeft geboden bij het regelen van de aanvraag van de verlenging, hetgeen van haar, gelet op zijn psychische problemen, mocht worden verwacht. Hij wijst erop dat Connexxion, hoewel de kosten voor het verlengen van het rijbewijs voor haar rekening komen, deze niet heeft willen voorfinancieren, terwijl [eiser] (ook) in financiële problemen verkeerde. Volgens [eiser] is Connexxion direct tot op non-actief stelling overgegaan zonder hem vervangende werkzaamheden aan te bieden. Gelet op het bovenstaande dient het volgens [eiser] voor risico van Connexxion te komen, dat hij niet beschikte over een geldig rijbewijs. Connexxion dient hem daarom het salaris c.s. vanaf 24 oktober 2016 aan hem te betalen.

Verweer

4. Connexxion voert aan dat [eiser] vanaf 24 oktober 2016 zijn werkzaamheden niet meer kon uitoefenen en dat zij daarom niet gehouden was het loon te betalen. Volgens haar is [eiser] nalatig geweest om tijdig in het bezit van een geldig rijbewijs te komen, alhoewel zij hem daar veelvuldig op heeft gewezen. Zij heeft [eiser] geen andere werkzaamheden aangeboden aangezien zij deze werkzaamheden, die volgens haar ook nauwelijks voorhanden zijn, reserveert voor werknemers die bij haar re-integreren.

Beoordeling

5. In dit kort geding dient te worden beoordeeld of de in deze zaak aannemelijk te achten omstandigheden een ordemaatregel vereisen dan wel of de vordering van [eiser] in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft dat het gerechtvaardigd is op de toewijzing daarvan vooruit te lopen door het treffen van een voorziening zoals gevorderd. Het navolgende behelst dan ook niet meer dan een voorlopig oordeel over het geschil tussen partijen.

6. [eiser] vordert doorbetaling van loon vanaf 24 oktober 2016 tot 16 januari 2016. Connexxion stelt zich op het standpunt dat [eiser] geen recht heeft op loon over deze periode omdat het aan [eiser] is te wijten dat hij zijn rijbewijs niet tijdig heeft verlengd.

7. Tussen partijen staat vast dat bekend was dat het rijbewijs van [eiser] zou verlopen op 23 oktober 2016 en dat [eiser] op 29 oktober 2015 de Eigen Verklaring bij het CBR heeft ingediend. Niet is gebleken dat het indienen van deze verklaring, ongeveer een jaar voordat het rijbewijs zou verlopen, als niet tijdig kan worden aangemerkt, zodat er voorshands van wordt uitgegaan dat [eiser] dat tijdig heeft gedaan.

8. Ook staat tussen partijen vast dat [eiser] , omdat hij diabetes patiënt is, diende te worden herkeurd door de arts van het CBR. Deze herkeuring heeft op 11 juli 2016 plaatsgevonden. Volgens Connexxion had dit eerder kunnen plaatsvinden, omdat [eiser] niet was verschenen op oproepen van het CBR in februari, maart en mei 2016. [eiser] heeft betwist deze oproepen ontvangen te hebben. Gelet op het feit dat [eiser] in die periode was opgenomen in een behandelcentrum, kon hem in redelijkheid niet worden tegengeworpen dat hij niet op de oproepen heeft gereageerd. Er wordt daarom voorshands vanuit gegaan dat het niet aan [eiser] is te wijten dat de herkeuring eerst op 11 juli 2016 heeft plaatsgevonden.

9. Verder staat vast dat het CBR nadere informatie nodig van de psycholoog van [eiser] . Uit de e-mail van de psycholoog van 6 september 2016 kan worden afgeleid dat [eiser] aan de psycholoog herhaalde malen heeft verzocht de informatie door te sturen. [eiser] had psychische problemen waardoor hij niet in staat was zijn zaken behoorlijk te regelen. Dit was bij Connexxion bekend. Gelet hierop had het op de weg van Connexxion gelegen om, nu de afgifte van het advies op zich liet wachten, [eiser] er duidelijk op te wijzen dat voor de voortgang van de herkeuring informatie van de specialist noodzakelijk is, dan wel hem moeten bijstaan bij het regelen daarvan. Niet is gebleken dat Connexxion daaraan na 11 juli 2016 heeft voldaan. De kantonrechter acht het daarom aannemelijk dat de rechter in een bodemprocedure zal oordelen dat het niet hebben van een rijbewijs tot 12 december 2016, de datum die in de definitieve uitslag van het onderzoek van het CBR d.d. 5 december 2016 staat genoemd als datum waarop het rijbewijs haar geldigheid had verloren, een omstandigheid is die voor rekening van de werkgever dient te komen.

10. Vast staat dat [eiser] verlof heeft opgenomen van 8 december tot en met 22 december 2016. Nu Connexxion ter zitting heeft toegezegd dat zij deze dagen van de verlofdagen van [eiser] zal afboeken, zal het salaris tot en met 22 december 2016 worden toegewezen.

11. Vaststaat dat het CBR op 5 december 2016 aan [eiser] heeft meegedeeld dat het rijbewijs geldig was tot 12 december 2016 en dat [eiser] zelf een nieuw rijbewijs moest aanvragen. [eiser] heeft niet, althans onvoldoende onderbouwd waarom hij niet meteen na zijn vakantie een nieuwe aanvraag heeft ingediend. De kantonrechter acht het daarom aannemelijk dat in een bodemprocedure zal worden geoordeeld dat [eiser] de bedongen arbeid niet kon verrichten wegens een omstandigheid die voor rekening van de werknemer komt. Het gevorderde salaris c.a vanaf 23 december 2016 tot 16 januari 2016 zal derhalve worden afgewezen.

12. De wettelijke verhoging ex art. 7:625 BW zal voorshands in redelijkheid worden beperkt tot 25%.

12. Connexxion zal als de voor het grootste gedeelte in het ongelijk gestelde partij met de proceskosten worden belast.

BESLISSING

De kantonrechter:

veroordeelt Connexxion tot betaling aan [bewindvoerder] in haar hoedanigheid van bewindvoerder van [eiser] tot betaling van het loon vanaf 24 oktober 2016 tot en met 23 december 2016, vermeerderd met emolumenten en vakantiegeld;

veroordeelt Connexxion tot betaling aan [bewindvoerder] in haar hoedanigheid van bewindvoerder van [eiser] van de wettelijke verhoging ex art. 7:625 BW ad 25% over het onder I toegewezene;

veroordeelt Connexxion tot betaling aan [bewindvoerder] in haar hoedanigheid van bewindvoerder van [eiser] van de wettelijke rente over het onder I en II toegewezene vanaf de datum van verschuldigd zijn tot aan de dag van de voldoening;

veroordeelt Connexxion in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van [eiser] begroot op:
€ 78,00 voor het griffierecht
€ 400,00 voor salaris gemachtigde
-----------------
€ 478,00 voor zover van toepassing, inclusief btw;

veroordeelt Connexxion tot betaling van een bedrag van € 50,00 aan nasalaris, te verhogen met een bedrag van € 68,00 onder de voorwaarde dat betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden en Connexxion niet binnen 14 dagen na aanschrijving vrijwillig aan het vonnis heeft voldaan, een en ander voor zover van toepassing, inclusief btw;

verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Aldus gewezen door mr. C.L.J.M. de Waal, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 maart 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.