Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:2203

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
31-03-2017
Datum publicatie
07-04-2017
Zaaknummer
5677543 EA VERZ 17-72
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Werkgever beroept zich op het bestaan van een met de werknemer gesloten beeindigingsovereenkomst. Werknemer betwist dit en stelt dat de werkgever in strijd met artikel 7:671 BW heeft opgezegd en vordert billijke vergoeding en schadevergoeding ter hoogte van het loon over de opzegtermijn. De werkgever betwist dat zij de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd. De kantonrechter oordeelt dat de sms van de werknemer hier geen duidelijke en ondubbelzinnige verklaring is gericht op beeindiging met wederzijds goedvinden. Of de werkgever heeft opgezegd moet beoordeeld worden aan de hand van de algemene maatstaf van artikel 3:35 BW (ECLI:NL:HR:2005:AS8387; Grillroom Ramses II). Bovendien geldt dat voor de opzegging niet het gebruik van het woord opzegging vereist is, maar deze ingevolge artikel 3:37 BW vormloos kan geschieden. De werknemer moet uit de gedragingen van de werkgever kunnen opmaken dat de opzegging is beoogd. Dat heeft de werknemer in casu kunnen opmaken uit het feit dat hij niet meer werd ingeroosterd, hij na 1 december 2016 geen loon meer ontving en de werkgever overging tot het opmaken van een eindafrekening en betaling van de transitievergoeding. Dat de werkgever zich ten onrechte op het standpunt is blijven stellen dat dit was uit hoofde van de in haar visie tot stand gekomen beeindigingsovereenkomst, maakt dat niet anders. Toekenning van een billijke vergoeding van € 5.000,00 bruto waarbij rekening is gehouden met onfatsoenlijk gedrag van de werkgever om de totstandkoming van de beeindigingsovereenkomst te forceren, maar ook dat de arbeidsovereenkomst naar alle waarschijnlijkheid op afzienbare termijn tot een einde was gekomen omdat partijen daarover al in vergaande mate van onderhandeling waren. Daarnaast ook toekenning van schadevergoeding over de opzegtermijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/1835
AR-Updates.nl 2017-0414
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 5677543 EA VERZ 17-72

beschikking van: 31 maart 2017

func.: 656

beschikking van de kantonrechter

I n z a k e

[verzoeker]

wonende te [woonplaats]

verzoeker

nader te noemen: [verzoeker]

gemachtigde: mr. J.A. de Groot

t e g e n

de besloten vennootschap The Tara B.V.

gevestigd te Amsterdam

verweerder

nader te noemen: The Tara

gemachtigde: mr. W.A. van Sambeek

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

[verzoeker] heeft een verzoek ingediend primair tot betaling van een billijke vergoeding en schadevergoeding wegens het niet in acht nemen van de opzegtermijn en subsidiair, voor het geval er geen opzegging door The Tara heeft plaatsgevonden, tot betaling van (achterstallig) loon. The Tara heeft een verweerschrift/herzien verweerschrift ingediend.

Op 17 maart 2017 is de zaak mondeling behandeld. [verzoeker] is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. The Tara is verschenen bij de heer en mevrouw [naam 1] , bijgestaan door de gemachtigde. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Mr. De Groot heeft haar pleitnota overgelegd.

Beschikking is bepaald op heden.

Feiten

1. Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend of niet (voldoende) weersproken, alsmede op grond van de overgelegde en in zoverre niet bestreden inhoud van de stukken, staat in dit geding het volgende vast:

1.1.

[verzoeker] , geboren op [datum] 1980, is op [datum] 2014 in dienst getreden bij The Tara als barmedewerker, laatstelijk op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd tegen een salaris van € 10,00 bruto per uur, en op basis van een werkweek van 32 uur, hoewel in de praktijk sprake was van een wisselende arbeidsomvang.

1.2.

Het gemiddelde bruto maandloon – over 2016 berekend – bedroeg € 1.597,05.

1.3.

Op 8 oktober 2016 is er onenigheid ontstaan tussen [naam 2] van The Tara en [verzoeker] naar aanleiding van de eerdere weigering van [verzoeker] om op 7 oktober 2016 een extra avond te komen werken.

1.4.

The Tara heeft [verzoeker] vanaf 9 oktober 2016 niet meer ingeroosterd.

1.5.

Bij brief van 11 oktober 2016 heeft The Tara aan [verzoeker] geschreven: “Afgelopen zaterdag 8 oktober jl. hebben wij in The Tara, voor jouw dienst, een gesprek gehad. Hierin heb jij te kennen gegeven The Tara te willen verlaten. Na overleg met [naam 3] , hebben wij besloten hiermee in te stemmen en jou niet meer op te nemen in het rooster. Ten behoeve van de formele afhandeling van het dienstverband willen wij je verzoeken om dit schriftelijk te bevestigen, zodat de accountant de looneindafrekening ultimo oktober kan opmaken. (…)”

1.6.

Bij brief van 17 oktober 2016 heeft [verzoeker] aan The Tara geschreven dat hij niet heeft gezegd dat hij weg wilde, dat hij zich beschikbaar houdt voor het verrichten van zijn werkzaamheden en in het geval hij niet wordt ingeroosterd, aanspraak maakt op doorbetaling van zijn salaris.

1.7.

Op 21 oktober 2016 heeft The Tara aan [verzoeker] geschreven dat hij een waarschuwing krijgt vanwege zijn onbehoorlijk gedrag en dat The Tara een gesprek wil op 24 oktober 2016 waarbij The Tara nadere afspraken wil maken over zijn werkhouding.

1.8.

Op 24 oktober 2016 en 27 oktober 2016 hebben partijen gesproken over beëindiging van de arbeidsovereenkomst.

1.9.

The Tara heeft [verzoeker] per e-mail een in het Nederlands opgestelde beëindigingsovereenkomst gestuurd, uitgaande van beëindiging per 1 december 2016.

1.10.

Op 31 oktober 2016 heeft [verzoeker] per sms aan The Tara geschreven: “Hi [naam 4] , I’ve looked over the documents you guys sent. I’m happy enough to sign it, but I need my pay slips for 2016 first”.

1.11.

Op 18 november 2016 heeft [verzoeker] de salarisstroken ontvangen.

1.12.

Op 21 november 2016 heeft opnieuw een gesprek tussen partijen plaatsgevonden. Aan [verzoeker] is een andere versie van de beëindigingsovereenkomst voorgelegd, uitgaande van beëindiging per 1 november 2016.

1.13.

Bij e-mail van 28 november 2016 aan The Tara heeft de gemachtigde van [verzoeker] onder andere geschreven dat zij de zaak overneemt, met een reactie zal komen en dat [verzoeker] zich beschikbaar houdt voor het verrichten van werkzaamheden.

1.14.

Bij e-mail van 1 december 2016 heeft The Tara aan de gemachtigde geschreven dat zij verbaasd is over de e-mail van de gemachtigde omdat het [verzoeker] was die niet meer voor The Tara wilde werken, en The Tara aan zijn wens gehoor heeft gegeven, [verzoeker] daarom niet meer beschikbaar was voor werk en als hij van mening is veranderd, hij die dezelfde dag nog kan komen werken.

1.15.

Bij e-mail van 5 december 2016 heeft de gemachtigde van [verzoeker] aan The Tara geschreven: “Kortom, u dient een verbeterd voorstel voor uitdiensttreding te doen, waarin wel rekening is gehouden met onder meer de wettelijk geldende opzegtermijn, de transitievergoeding en daarnaast aanvullende compensatie voor het feit dat door toedoen van The Tara deze situatie is ontstaan. Gaat u daar niet toe over, verzoek ik u concreet aan te geven hoe The Tara van plan is de door haar toedoen verstoorde werkverhoudingen te herstellen, zodat cliënt kan terugkeren”. Voorts heeft de gemachtigde aanspraak gemaakt op betaling van het loon van [verzoeker] .

1.16.

Bij brief, per e-mail van 12 december 2016 verzonden, heeft The Tara aan de gemachtigde geschreven: “Onder verwijzing naar uw e-mail van 5 december jl. reageren wij als volgt. Nogmaals het initiatief kwam van meneer [verzoeker] zelf. Feit is dat meneer [verzoeker] zelf weg wilde en in onderling overleg in het gesprek van 24 oktober hebben wij aan zijn wens gehoor gegeven. Hij heeft zich daarom niet meer beschikbaar gesteld voor werk. Niet schriftelijk en ook niet mondeling. Dit volgt ook uit het feit dat hij het op het overleg gebaseerde voorstel blijkens de sms-berichten heeft geaccepteerd. Hij heeft er de nodige tijd over kunnen nadenken en nagedacht en was er daarna, zoals u ook heeft bevestigd, tevreden mee. Hij vraagt vervolgens in de sms-berichten nog expliciet hoe het staat met het tekenen van de overeenkomst. Er blijkt dus uit niets dat hij iets wil tekenen waar hij het niet mee eens is, ook blijkt niet dat hij zich benadeeld voelt of dat hij eieren voor zijn geld heeft gekozen vanwege een verstoorde situatie. Dit staat in schril contrast met wat u stelt namens de heer [verzoeker] . Feit is dat gezien het voorgaande een afspraak is gemaakt met de heer [verzoeker] die hij wilde tekenen. Wij zijn het gezien het voorgaande van mening dat wij nog steeds een afspraak hebben met de heer [verzoeker]”.

1.17.

De gemachtigde van [verzoeker] heeft tegen bovengenoemd standpunt geprotesteerd. Ondanks correspondentie nadien, heeft dit niet tot overeenstemming tussen partijen geleid.

Verzoek

2. [verzoeker] verzoekt de kantonrechter om, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking:

Primair

The Tara te veroordelen tot betaling van een billijke vergoeding ex artikel 7:681 BW ad € 15.000,00, althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag, onder verstrekking van een deugdelijke bruto/netto specificatie;

The Tara te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding ter hoogte van het loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging had behoren voort te duren ex artikel 7:672 lid 9 BW, ad € 3.194,10 bruto, te vermeerderen met de gebruikelijke emolumenten, onder verstrekking van een deugdelijke bruto/netto specificatie;

The Tara te veroordelen tot betaling van de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over de billijke vergoeding van sub I. en de schadevergoeding van sub II. vanaf 1 december 2016, althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen datum tot de dag der algehele voldoening;

Subsidiair (voorwaardelijk)in het geval de kantonrechter oordeelt dat er geen sprake is van een opzegging door The Tara:

te verklaren voor recht dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen voortduurt;

The Tara te veroordelen tot betaling van het achterstallige en toekomstige gebruikelijke bruto salaris ad € 1.597,05 per maand, te vermeerderen met de gebruikelijke emolumenten vanaf 1 december 2016 tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn geëindigd, onder gelijktijdige verstrekking van de salarisspecificaties waarin de betalingen zijn verwerkt;

The Tara te veroordelen tot betaling van de wettelijke verhoging van 50%, althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen percentage, ex artikel 7:625 BW over het achterstallig salaris van sub II;

The Tara te veroordelen tot betaling van de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over het achterstallig salaris van sub II. en de wettelijke verhoging van sub III., vanaf de dag van opeisbaarheid tot de dag der voldoening;

Primair en subsidiair

The Tara te veroordelen tot betaling van een bedrag ad € 207,05 bruto aan achterstallig loon over de maand november 2016, onder verstrekking van een deugdelijke bruto/netto specificatie;

The Tara te veroordelen tot betaling van een bedrag ad € 520,52 bruto aan wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW over het te laat betaalde salaris van november 2016, althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag;

The Tara te veroordelen tot verstrekking van een deugdelijke bruto/netto specificatie van de transitievergoeding, een en ander op straffe van een dwangsom ter hoogte van € 250,- per dag, althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag, met een maximum van 5.000,- te rekenen vanaf de tweede dag na de beschikking;

The Tara te veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten ad € 1.176,36 inclusief BTW, althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag;

The Tara te veroordelen tot betaling van de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over het achterstallig salaris van sub I. en de wettelijke verhoging van sub II., vanaf de dag van opeisbaarheid tot de dag der voldoening;

The Tara te veroordelen in de kosten van de onderhavige procedure in de hoofdzaak, het salaris gemachtigde daaronder begrepen.

3. Primair voert [verzoeker] aan dat The Tara de arbeidsovereenkomst op 12 december 2016 met terugwerkende kracht heeft opgezegd zonder de wettelijke voorschriften in acht te nemen. Verder heeft zij de transitievergoeding aan [verzoeker] betaald. Zij heeft dus ook daadwerkelijk opgezegd, hiervoor is niet een ondubbelzinnige en duidelijke verklaring vereist. [verzoeker] heeft in elk geval niet ingestemd met een beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Hij heeft de beëindigingsovereenkomst(en) niet getekend. Bovendien ontbreekt aan zijn kant een uitdrukkelijke en op de beëindiging van de arbeidsovereenkomst gerichte wilsverklaring, en deze kan zeker niet gevonden worden in de door [verzoeker] verzonden sms-berichten. Aan [verzoeker] is nota bene na het vermeende moment waarop overeenstemming zou zijn bereikt een gewijzigde beëindigingsovereenkomst toegezonden en hij heeft zich steeds beschikbaar gehouden voor het verrichten van werkzaamheden. [verzoeker] wilde zijn salarisspecificaties ontvangen en laten controleren of de berekening van de transitievergoeding klopte. The Tara had die berekening niet meegezonden. Hij heeft voorts niet zelf opgezegd of een beëindiging geïnitieerd. Wel werd [verzoeker] zwaar onder druk gezet om met de beëindiging in te stemmen, onder andere doordat de salarisbetalingen waren stopgezet. The Tara heeft [verzoeker] in strijd met het bepaalde van artikel 7:671 BW ontslagen en daarmee ook in strijd gehandeld met het beginsel van goed werkgeverschap. Dit rechtvaardigt de betaling van de billijke vergoeding en een vergoeding over de opzegtermijn die The Tara in acht had behoren te nemen.

4. Subsidiair, voor het geval er geen opzegging door The Tara heeft plaatsgevonden, is sprake van het voortduren van de arbeidsovereenkomst. [verzoeker] verzoekt daartoe een verklaring voor recht. Tevens is het (achterstallig) loon verschuldigd, de wettelijke rente en de wettelijke verhoging. [verzoeker] is gedwongen geworden om te zien naar ander werk, ook omdat hij geen WW-uitkering kreeg. Hij is vanaf 3 februari 2017 elders werkzaam en is vanaf die datum niet meer bereid en beschikbaar voor het verrichten van werkzaamheden bij The Tara.

Verweer

5. The Tara stelt zich allereerst op het standpunt dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen met wederzijds goedvinden met ingang van 1 december 2016 is geëindigd. Er is sprake van aanvaarding door [verzoeker] op 31 oktober 2016 van het door The Tara op 28 oktober 2016 aangeboden beëindigingsvoorstel en alle daarin vermelde essentialia. Er was geen voorwaarde voor ondertekening gesteld, noch waren de salarisspecificaties een voorwaarde voor instemming met de beëindigingsovereenkomst. Deze waren alleen nodig voor het UWV om de hoogte van zijn aanspraken vast te kunnen stellen. The Tara verwijst naar de sms van [verzoeker] waarin hij schrijft: “Hi [naam 4] . What’s the situation with signing the documents? I’ve also asked [naam 5] for my pay-slips, but I’ve yet to receive them all. I need them for the UWV along with the contract ...”. Hieruit blijkt dat ondertekening nog slechts een formaliteit is louter ten behoeve van de UWV aanvraag en dat er alleen om die reden nog salarisstroken zijn vereist. Verder heeft de gemachtigde van [verzoeker] in haar brief van 5 december 2016 de instemming bevestigd daar waar zij schrijft: “Door alle verwijten en aantijgingen die aan het adres van cliënt werden gemaakt (…) heeft cliënte nagedacht over een uitdiensttreding met wederzijds goedvinden. Na ontvangst van het voorstel heeft hij uiteindelijk eieren voor zijn geld gekozen en aangegeven tevreden genoeg daarmee te zijn”.

6. In elk geval heeft The Tara de arbeidsovereenkomst niet eenzijdig opgezegd, en dat kan ook niet uit de tekst van haar brief van 12 december 2016 worden opgemaakt. Voor zover geoordeeld zou worden dat de overeenkomst niet geëindigd is op basis van wederzijds goedvinden dan wel door middel van opzegging, volgt dat de arbeidsovereenkomst nog voortduurt. Evenwel is The Tara niet gehouden het loon te voldoen. [verzoeker] is niet in gegaan op de uitnodiging van The Tara in de e-mail van 1 december 2016 om zijn werkzaamheden te hervatten. Bovendien is [verzoeker] inmiddels elders werkzaam. [verzoeker] wil dan ook helemaal niet terugkeren naar de werkplek. The Tara betwist de gevorderde incassokosten nu de incassowerkzaamheden zagen op het verkrijgen van een billijke vergoeding en er geen sprake is van achterstallig loon dat door incassowerkzaamheden alsnog is voldaan. Het loon van november 2016 is iets later betaald als gevolg van de door [verzoeker] zelf gecreëerde verwarring en het opmaken van de eindafrekening. De wettelijke rente en verhoging zijn niet verschuldigd dan wel dienen gematigd te worden. De specificatie van de transitievergoeding is inmiddels ingebracht in de onderhavige procedure zodat ook die vordering moet worden afgewezen. Nu The Tara niets meer verschuldigd is, is moet [verzoeker] in de kosten van de procedure worden veroordeeld, niet The Tara.

Beoordeling

7. Voor de instemming door de werknemer met een aanbod van de werkgever tot het sluiten van een beëindigingsovereenkomst is een duidelijke en ondubbelzinnige wilsuiting vereist, gericht op de beëindiging van de dienstbetrekking met onderling goedvinden (artikel 3:33-3:35 BW). De sms van [verzoeker] van 31 oktober 2016 voldoet daar, naar het oordeel van de kantonrechter, niet aan. Welwiswaar geeft [verzoeker] te kennen dat hij “happy enough” is om de stukken te tekenen, maar dat hij eerst zijn salarisspecificaties over 2016 wil ontvangen (cursivering kantonrechter; “but I need my pay slips for 2016 first”). Op grond hiervan was er op 31 oktober 2016 geen duidelijke en ondubbelzinnige verklaring van de werknemer gericht op die beëindiging van de arbeidsovereenkomst en ook nog geen perfecte overeenstemming tussen partijen over de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Verder ontbreekt ook aan de zijde van The Tara een goede verklaring waarom zij – na de vermeende instemming van [verzoeker] – nadien een gewijzigde beëindigingsovereenkomst aan [verzoeker] heeft voorgelegd. De beëindigingsovereenkomsten zijn nimmer door [verzoeker] getekend. De toezending na 31 oktober 2016 van de salarisspecificaties – die [verzoeker] dus pas bijna drie weken later, op 18 november 2016 ontving - maakt niet dat de sms achteraf ineens wel als duidelijke en ondubbelzinnige verklaring kan worden aangemerkt. Datzelfde geldt ook voor een naderhand verstrekte toelichting van de gemachtigde van [verzoeker] (The Tara doelt op de door haar aangehaalde passage uit de brief van 5 december 2016), waarbij bovendien geldt dat de gemachtigde in die brief juist bevestigt dat [verzoeker] niet instemt met de voorgelegde beëindigingsovereenkomst.

8. Nu er geen sprake is van een instemming van [verzoeker] met de aan hem voorgelegde beëindigingsovereenkomst(en) moet de vraag beantwoord worden of The Tara de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd. Deze vraag moet beantwoord worden aan de hand van de algemene maatstaf van art. 3:35 BW (Hoge Raad 10 juni 2005; ECLI:NL:HR:2005: AS8387; Grillroom Ramses II). Bovendien geldt dat voor de opzegging niet het gebruik van het woord “opzegging” is vereist, maar de opzegging ingevolge artikel 3:37 lid 1 BW vormloos kan geschieden. De werknemer moet uit de gedragingen van de werkgever kunnen opmaken dat opzegging is beoogd. De kantonrechter is van oordeel dat [verzoeker] de opzegging heeft kunnen opmaken uit het feit dat hij niet meer werd ingeroosterd, hij na 1 december 2016 geen loon meer ontving en The Tara overging tot het opmaken van de eindafrekening per die datum en tot het uitbetalen van de transitievergoeding. Dat The Tara zich ten onrechte op het standpunt is blijven stellen dat zij dit heeft gedaan uit hoofde van de nakoming van de in haar visie tot stand gekomen beëindigingsovereenkomst, maakt dat niet anders.

9. Naar het oordeel van de kantonrechter is de opzegging van de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig nu een dringende reden ontbreekt en [verzoeker] evenmin met de opzegging heeft ingestemd. The Tara heeft aldus opgezegd in strijd met artikel 7:671 BW. Die opzegging is als zodanig al ernstig verwijtbaar, en het verzoek van [verzoeker] om toekenning van een billijke vergoeding moet dan ook worden toegewezen.

10. Over de hoogte van de toe te kennen billijke vergoeding overweegt de kantonrechter dat deze moet worden bepaald op een wijze die aansluit bij de uitzonderlijke omstandigheden van het geval, waarbij criteria als loon en lengte van het dienstverband geen rol hoeven te spelen. Er kan wel rekening worden gehouden met de financiële situatie van de werkgever. De kantonrechter vindt het onfatsoenlijk en in strijd met het goed werkgeverschap dat The Tara er toe is overgegaan om de totstandkoming van de beëindigingsovereenkomst te forceren en botweg het salaris van [verzoeker] stop te zetten. Dit heeft voor [verzoeker] tot gevolg gehad dat hij zonder baan en inkomen kwam te zitten en ook geen aanspraak heeft kunnen maken op een WW-uitkering. De kantonrechter houdt er rekening mee dat de arbeidsovereenkomst naar alle waarschijnlijkheid wel op afzienbare termijn tot een einde was gekomen nu partijen daarover al in vergaande mate in onderhandeling waren. De kantonrechter zal de billijke vergoeding vaststellen op een bedrag van € 5.000,00 bruto. Van dat bedrag moet The Tara een deugdelijke bruto/netto specificatie verstrekken.

11. Verder is de The Tara ingevolgde artikel 7:672 lid 9 BW een schadevergoeding verschuldigd ter hoogte van het loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging had behoren voort te duren, van € 3.194,10 bruto, te vermeerderen met de gebruikelijke emolumenten, onder verstrekking van een deugdelijke bruto/netto specificatie;

12. De gevorderde wettelijke rente over de billijke vergoeding en de schadevergoeding wordt toegewezen vanaf 1 december 2016 tot aan de datum van algehele voldoening.

13. Ter zitting heeft The Tara gesteld dat zij het restantbedrag van het loon over de maand november 2016 van € 207,05 bruto inmiddels heeft betaald, waarop [verzoeker] heeft gesteld dat hij daarover dan nog de wettelijke rente wenst te ontvangen. Deze zal worden toegewezen vanaf 1 december 2016 tot aan de dag van algehele voldoening.

14. Het te laat betalen van het loon over de maand november 2016 komt geheel voor rekening en risico van The Tara. Zij is daarover de wettelijke verhoging van artikel 7:625 BW verschuldigd. Deze wordt vastgesteld op 25%, derhalve op € 260,26. Ook hierover is de wettelijke rente verschuldigd vanaf 1 december 2016 tot aan de dag van algehele voldoening.

15. De verzochte overlegging van de specificatie van de transitievergoeding wordt afgewezen, nu deze al in de procedure is ingebracht.

16. De gevorderde buitengerechtelijke kosten worden toegewezen conform de staffel voor een bedrag van € 949,54. [verzoeker] heeft zijn vordering tot betaling van het achterstallig (restant)salaris alsmede de vergoedingen uit handen moeten geven en uit de overgelegde correspondentie blijkt genoegzaam van de werkzaamheden van de gemachtigde.

17. De proceskosten komen voor rekening van The Tara omdat zij in het ongelijk wordt gesteld.

BESLISSING

De kantonrechter:

veroordeelt The Tara tot betaling van een billijke vergoeding van € 5.000,00 bruto onder verstrekking van een deugdelijke bruto/netto specificatie;

veroordeelt The Tara tot betaling van schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging van € 3.194,10 bruto, te vermeerderen met de gebruikelijke emolumenten, onder verstrekking van een deugdelijke bruto/netto specificatie;

veroordeelt The Tara tot betaling van de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over de onder I. en II. genoemde vergoedingen vanaf 1 december 2016 tot de dag der algehele voldoening;

veroordeelt The Tara tot verstrekking van een deugdelijke bruto/netto specificatie over de maand november 2016;

veroordeelt The Tara tot betaling van een bedrag ad € 260,26 bruto aan wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW;

veroordeelt The Tara tot betaling van de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over het – inmiddels betaalde - achterstallig salaris van € 207,05 en de onder V. genoemde wettelijke verhoging, vanaf de dag van opeisbaarheid tot de dag der voldoening;

veroordeelt The Tara tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten van € 949,54 inclusief btw;

veroordeelt The Tara in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van [verzoeker] begroot op:
salaris € 400,00
griffierecht € 78,00
---------
totaal € 478,00
voor zover van toepassing, inclusief btw;

veroordeelt The Tara tot betaling van een bedrag van € 50,00 aan nasalaris, te verhogen met een bedrag van € 68,00 onder de voorwaarde dat betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden en The Tara niet binnen 14 dagen na aanschrijving vrijwillig aan het vonnis heeft voldaan, een en ander voor zover van toepassing, inclusief btw;

verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het anders of meer verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.D. Ruizeveld, kantonrechter en op 31 maart 2017 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

griffier kantonrechter