Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:2164

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
03-04-2017
Datum publicatie
07-04-2017
Zaaknummer
5624478 CV EXPL 17-278
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Kledingwinkel Pauw moet een vrouw 389 euro – de prijs van jurk – terugbetalen omdat er een vlek zat op de jurk die zij daar had gekocht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/1837
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 5624478 CV EXPL 17-278

vonnis van: 3 april 2017

vonnis van de kantonrechter

I n z a k e

[eiseres]

wonende te [woonplaats]

eiseres in conventie, verweerster in reconventie

nader te noemen: [eiseres]

gemachtigde: W.B.C. Ebbinkhuijsen

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Pauw B.V.

gevestigd te Amsterdam

gedaagde in conventie, eiseres in reconventie

nader te noemen: Pauw

gemachtigde: P. Rustenburg

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 27 december 2016, met producties;

  • -

    het schriftelijke verweer van Pauw;

  • -

    het vonnis van 23 januari 2017, waarin een bijeenkomst van partijen is bevolen.

Op 6 maart 2017 heeft een bijeenkomst van partijen plaatsgevonden. [eiseres] is verschenen, vergezeld door W.B.C. Ebbinkhuijsen. Namens Pauw is verschenen mevrouw [naam 1] (medewerkster van Pauw), vergezeld door P. Rustenburg. Partijen zijn gehoord en hebben vragen van de kantonrechter beantwoord. [eiseres] heeft een pleitnota in het geding gebracht. De griffier heeft aantekeningen van deze zitting gemaakt.

Daarna is vonnis bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

1 Feiten en omstandigheden

1.1.

Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staan de volgende feiten en omstandigheden vast:

1.2.

Op 13 juli 2016 heeft [eiseres] in een winkel van Pauw, gevestigd aan het Gelderlandplein te Amsterdam, een jurk gekocht ter waarde van € 389,-. De jurk was bestemd om te worden gedragen op haar verjaardagsfeest van [geboortedag] 2016.

1.3.

Toen [eiseres] de jurk op [geboortedag] 2016 wilde aantrekken voor het feest, merkte zij dat zich een vlek op de jurk bevond. Zij heeft direct telefonisch contact opgenomen met de winkel en gesproken met de bedrijfsleidster, maar het was niet mogelijk om op een dergelijke korte termijn een oplossing te vinden. Vervolgens heeft [eiseres] de jurk op het feest gedragen.

1.4.

Op 11 oktober 2016 heeft [eiseres] zich met de jurk gemeld bij de winkel. Daar heeft zij gesproken met de medewerkster mevrouw [naam 1] . Deze medewerkster heeft onderzocht of het mogelijk was om een identiek exemplaar van de jurk te leveren, maar dit bleek niet mogelijk. Vervolgens heeft zij op de aankoopbon genoteerd “bedrag wordt teruggestort [naam 1] ”. [eiseres] heeft de jurk in de winkel achtergelaten.

1.5.

Op 12 oktober 2016 heeft Pauw telefonisch meegedeeld dat zij het aankoopbedrag niet zal retourneren.

1.6.

Op 13 oktober 2016 heeft [eiseres] een brief aan Pauw gestuurd, met het verzoek om binnen twee weken het gebrek te herstellen, althans een identieke jurk te leveren, bij gebreke waarvan de koopovereenkomst zal worden ontbonden. Hieraan heeft Pauw geen gehoor gegeven. Bij brief van 31 oktober 2016 heeft [eiseres] de koopovereenkomst ontbonden.

2 Vordering en verweer in conventie

2.1.

[eiseres] vordert – samengevat – ontbinding van de koopovereenkomst, € 389,- in hoofdsom, € 16,30 aan kosten aangetekende brieven, € 104,31 aan kosten deurwaarder, te vermeerderen met de wettelijke rente en de proceskosten.

2.2.

Pauw voert verweer tegen de vordering. Zij betwist dat de vlek op de jurk, die een schroeiplek betreft, reeds aanwezig was toen [eiseres] de jurk kocht. [eiseres] heeft de jurk ook gepast voor de aankoop. Verder heeft mevrouw [naam 1] op 11 oktober 2016 weliswaar toegezegd het aankoopbedrag te retourneren, maar het ging om een voorwaardelijke toezegging op basis van verkeerde informatie. Zij wist niet dat [eiseres] de jurk had gedragen.

2.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan.

3 Vordering en verweer in reconventie

3.1.

Pauw vordert [eiseres] te verplichten zich te onthouden van negatieve uitspraken over Pauw, op straffe van een dwangsom die zal worden doorgestort naar Unicef.

3.2.

[eiseres] voert verweer tegen de vordering. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan.

4 Beoordeling in conventie en reconventie

4.1.

Voorop wordt gesteld dat artikel 7:17 van het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat een afgeleverde zaak aan de overeenkomst moet beantwoorden. Dit is niet het geval wanneer de jurk, zoals [eiseres] stelt, reeds bij aankoop een vlek had. Aangezien het hier een consumentenkoop betreft, is bovendien artikel 7:18 BW van toepassing, waarvan lid 2 luidt:

“Bij een consumentenkoop wordt vermoed dat de zaak bij aflevering niet aan de overeenkomst heeft beantwoord, indien de afwijking van het overeengekomene zich binnen een termijn van zes maanden na aflevering openbaart, tenzij de aard van de zaak of de aard van de afwijking zich daartegen verzet.

Uit dit artikel volgt in beginsel dat nu [eiseres] ongeveer drie maanden na aankoop van de jurk de vlek heeft geconstateerd, het vermoeden geldt dat deze vlek reeds bij aankoop van de jurk aanwezig was. Dit vermoeden geldt niet indien de aard van de zaak of de aard van de afwijking zich daartegen verzet. De aard van de afwijking ziet bijvoorbeeld op de situatie dat duidelijk is dat de afwijking is ontstaan door de handelwijze van de koper. Het wettelijke vermoeden heeft wel effect indien deze duidelijkheid ontbreekt.

4.2.

Bij de beoordeling of sprake is van de hiervoor genoemde uitzondering op het wettelijke vermoeden spelen de navolgende omstandigheden een rol. Ter zitting heeft Pauw de jurk getoond. Te zien was dat de vlek op de jurk een glanzende plek van ongeveer enkele centimeters lang en een halve centimeter breed betreft en dat die zich op de zijkant van de jurk bevindt. Gelet op de omvang van de vlek en de plaats daarvan op de jurk, is het niet onaannemelijk dat de vlek bij het passen van de jurk door [eiseres] en de verkoopster van de winkel over het hoofd is gezien. Partijen zijn het erover eens dat de vlek op de jurk een schroeiplek lijkt te zijn. Alhoewel Pauw heeft betoogd de kleding niet te strijken maar gebruik te maken van stoomapparatuur, valt niet volledig uit te sluiten dat de vlek, op welke wijze dan ook, voor de aflevering van de jurk is ontstaan. Bovendien heeft [eiseres] een aannemelijke verklaring gegeven voor het feit dat zij de vlek op de jurk pas drie maanden na de aankoop heeft waargenomen, namelijk omdat zij de jurk pas toen voor het eerst uit haar kast heeft gehaald om te kunnen dragen op haar verjaardagsfeest. Deze verklaring strookt met het feit dat zij vlak voor het feest telefonisch contact heeft opgenomen met de winkel. Al deze omstandigheden tezamen maken dat geen sprake is van de hiervoor in artikel 7:18 lid 2 BW genoemde uitzondering, zodat de hoofdregel geldt. Dit betekent dat wordt vermoed dat de vlek zich reeds bij aankoop van de jurk op de jurk bevond en dat daarmee de zaak bij aflevering niet aan de overeenkomst heeft beantwoord. Het is vervolgens aan Pauw om bewijs van het tegendeel te leveren. Ter zitting heeft Pauw verklaard dit bewijs niet te kunnen leveren, zodat hiertoe ook geen gelegenheid zal worden gegeven.

4.3.

Aangezien het niet mogelijk was om de vlek uit de jurk te verwijderen of een nieuwe identieke jurk te leveren, was [eiseres] bevoegd om de koopovereenkomst ingevolge artikel 7:22 BW te ontbinden en dient Pauw het aankoopbedrag van € 389,- terug te betalen aan [eiseres] . Dat [eiseres] de jurk wel op het feest heeft gedragen doet hier niet aan af. Omdat de koopovereenkomst reeds door [eiseres] is ontbonden wordt de gevorderde ontbinding afgewezen. Het gevorderde bedrag van € 389,- wordt wel toegewezen. Ook de gevorderde kosten van de aangetekende brieven, alsmede de gevorderde rente, zullen worden toegewezen.

4.4.

De vordering in reconventie van Pauw dat [eiseres] zich dient te onthouden van negatieve uitspraken over Pauw, wordt bij gebreke aan stellingen die ten grondslag liggen aan deze vordering, afgewezen.

4.5.

Pauw zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten in conventie en reconventie worden veroordeeld, zoals hierna in de beslissing vermeld. Het gevorderde salaris gemachtigde wordt niet toegewezen, omdat geen sprake is van een professionele gemachtigde. De door [eiseres] gevorderde kosten deurwaarder, zijnde explootkosten, worden als proceskosten toegewezen en de daarover gevorderde rente wordt toegewezen vanaf 14 dagen na de datum van betekening van het vonnis.

5 BESLISSING

De kantonrechter:

In conventie

veroordeelt Pauw om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 389,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf vijf werkdagen na 27 december 2016 tot de dag der algehele voldoening;

veroordeelt Pauw om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 16,30 aan kosten aangetekende brieven, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf vijf werkdagen na 27 december 2016 tot de dag der algehele voldoening;

veroordeelt Pauw in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op € 327,31 (€ 223,- aan griffierecht en € 104,31 aan explootkosten deurwaarder), inclusief eventueel verschuldigde btw, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 104,31 met ingang van de vijftiende dag na de betekening van dit vonnis tot de dag der algehele voldoening;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

In reconventie

wijst de vordering af;

veroordeelt Pauw in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op nihil.

Aldus gewezen door mr. C. Kraak, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 april 2017, in tegenwoordigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter