Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:2066

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
28-03-2017
Datum publicatie
31-03-2017
Zaaknummer
KG ZA 17-148 AB/MB
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Kort geding. Vorderingen op grond van misleidende reclame afgewezen. Certificaat is niet hetzelfde als keurmerk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/623574 / KG ZA 17-148 AB/MB

Vonnis in kort geding van 28 maart 2017

in de zaak van

de rechtspersoon naar vreemd recht

DYSON TECHNOLOGY LIMITED,

gevestigd te Malmesbury, Wiltshire, Verenigd Koninkrijk,

eiseres bij dagvaarding van 16 februari 2017,

advocaat mr. G.S.P. Vos te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MIELE NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Vianen,

gedaagde,

advocaat mr. R.M. van Rompaey te Utrecht.

Partijen zullen hierna Dyson en Miele worden genoemd.

1 De procedure

Ter terechtzitting van 14 maart 2017 heeft Dyson gesteld en gevorderd overeenkomstig de in kopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. Miele heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen. Beide partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht. Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

Ter zitting waren aanwezig, voor zover hier van belang:

aan de zijde van: Dyson: [naam 1] , [naam 2] en mr. Vos;

aan de zijde van Miele: [naam 3] , [functie] , [naam 4] , [functie] , en mr. Van Rompaey.

2 De feiten

2.1.

Dyson is een producent van huishoudelijke apparaten, in 1985 opgericht door de uitvinder van de ‘zakloze stofzuiger’, [naam 5] . Dyson is (met aan haar gelieerde vennootschappen) inmiddels actief in meer dan 65 landen, waaronder Nederland.

2.2.

Miele is het Nederlandse onderdeel van de wereldwijd opererende Miele Group, die haar hoofdvestiging heeft in Duitsland. Ook deze groep houdt zich bezig met de productie van huishoudelijke apparatuur, waaronder stofzuigers.

2.3.

Miele heeft in augustus 2016 ook een zakloze stofzuiger op de markt gebracht, de Blizzard CX1. De Blizzard CX1 wordt aangeprezen op de website www.miele.nl en in filmpjes op You Tube. In de reclames en op de verpakking van de Blizzard CX1 wordt onder meer vermeld: “Gecertificeerd hygiënisch legen. Innovatieve scheiding van stof: volledig gescheiden legen van grof vuil en fijnstof zonder dat het opdwarrelt.”

Daarbij is het volgende logo vermeld:

Daaronder staat in een rood kader:

Gecertificeerd ‘hygiënisch legen’ ” en daaronder:

De unieke stofafscheiding van de Miele Blizzard CX1 is door IBR toonaangevend op prestatietests gecertificeerd.”

2.4.

IBR Laboratories (IBR) is een Amerikaans onderzoeksinstituut (met ook een vestiging in het Verenigd Koninkrijk) dat is gespecialiseerd in het meten van filterprestaties.

Miele ontleent haar claims aan een op haar verzoek door IBR uitgevoerde test, waarover IBR in december 2016 een rapport heeft uitgebracht (overgelegd als productie 9 door Dyson).

2.5.

Bij brief van 30 januari 2017 heeft Dyson Miele gesommeerd om de onder 2.3 genoemde claims over de Blizzard CX1 te staken en gestaakt te houden. Miele heeft aan die sommatie niet voldaan.

2.6.

Op vordering van (een dochteronderneming van) Dyson heeft Miele in Duitsland onder meer een ex parte verbod (dus zonder dat Miele verweer heeft kunnen voeren) gekregen voor vergelijkbare (in het Duits gestelde) uitingen over de Blizzard CX1. Miele heeft op 14 februari 2017 bij de Duitse rechter opheffing van dit verbod gevraagd. Op 21 maart 2017 stond de mondelinge behandeling daarvan gepland.

2.7.

Volgens een ongedateerde verklaring van [naam 6] , [functie] , een dochter van IBR, heeft Dyson hen benaderd om een test uit te voeren op verschillende zakloze stofzuigers, waaronder de Blizzard CX1, aan welk verzoek IBR heeft voldaan. Volgens de verklaring heeft IBR daartoe een test ontwikkeld en is deze in onafhankelijkheid uitgevoerd op basis van “(…) our knowledge and based on current international standards with which we are able to determine reasonable and meaningful results with regard to fine dust generated to the room before, during and after emptying the dust container.” Verder is in de verklaring vermeld dat IBR op basis van de testresultaten Miele toestemming heeft verleend voor het gebruiken van het logo van IBR, met daarbij de tekst “Certified clean emptying Miele Blizzard CX1 dust separation system allows certified hygienic dust bin emptying”.

3 Het geschil

3.1.

Dyson vordert samengevat - Miele te gebieden:

I. met onmiddellijke ingang de in de dagvaarding omschreven ‘misleidende handelspraktijken, misleidende mededelingen, ongeoorloofde vergelijkende reclame-uitingen en enig anderszins onrechtmatig handelen jegens Dyson’ te staken en gestaakt te houden, met dien verstande dat Miele zich in elk geval dient te onthouden van het openbaar (laten) maken van mededelingen waarin wordt gesteld of gesuggereerd dat:

a. de Blizzard CX1 een certificering dan wel keurmerk bezit voor hygiënisch legen;

b. de bedoelde certificering of keurmerk zou zijn toegekend door IBR;

c. de Blizzard CX1 in staat is grof vuil en fijnstof volledig te scheiden en

d. de Blizzard CX1 voorkomt dat stof opdwarrelt tijdens het legen;

II. om uiterlijk binnen 24 uur na de betekening van het te wijzen vonnis een rectificatie te plaatsen op de homepage van de website www.miele.nl, zoals nader omschreven in het petitum van de dagvaarding;

III. om uiterlijk binnen 2 dagen na betekening van het te wijzen vonnis

a. a) op haar eigen kosten bij haar professionele afnemers alle geleverde stofzuigers van het type Blizzard CX1 inclusief hun verpakking terug te roepen; en

b) aan deze afnemers een brief te schrijven met de in het petitum van de dagvaarding vermelde inhoud, met op de brief duidelijk zichtbaar de naam en het logo van de Blizzard CX1

IV. om uiterlijk binnen 7 dagen na de betekening van het te wijzen vonnis

a. a) de advocaten van Dyson te informeren over de omvang en volledigheid van de onder III bedoelde terugroepactie en verzending en afhandeling van de begeleidende brief; en

b) hen kopieën van alle verzonden brieven toe te sturen;

c) hen een door een registeraccountant opgestelde schriftelijke rapportage toe te sturen waaruit blijkt dat alle professionele afnemers de brief daadwerkelijk hebben ontvangen;

Dit alles op straffe van dwangsommen en met veroordeling van Miele in de proceskosten en in de nakosten.

3.2.

Miele voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Miele heeft allereerst aangevoerd dat Dyson in haar vorderingen niet ontvankelijk moet worden verklaard, omdat niet Dyson, maar de Nederlandse vennootschap Dyson B.V. de entiteit is, die mogelijk in haar (concurrentie)belangen wordt geschaad door de uitingen van Miele. Dit verweer wordt verworpen. Dyson heeft terecht aangevoerd dat ook haar belangen als hoofdondernemer ten behoeve van de lokale bedrijven rechtstreeks in het geding zijn, als een van die bedrijven wordt benadeeld. Dyson is daarom ontvankelijk in haar vorderingen. Zij heeft daarbij ook een spoedeisend belang, aangezien op zo kort mogelijke termijn een einde dient te worden gemaakt aan onrechtmatige concurrentie, indien daarvan sprake is.

4.2.

Dyson heeft zich ter juridische onderbouwing van haar vorderingen gebaseerd op de artikelen 6:162 (onrechtmatige daad), 6:193a tot en met 193j (oneerlijke handelspraktijken) en 6:194 en 194a (misleidende (vergelijkende) reclame) van het Burgerlijk Wetboek (BW).

4.3.

Miele heeft aangevoerd dat Dyson zich in elk geval niet kan beroepen op de bepalingen inzake de oneerlijke handelspraktijken (6:193a e.v. BW), aangezien deze alleen bescherming bieden aan consumenten. Ook dit verweer gaat niet op. Weliswaar richten deze bepalingen zich tot de consument, maar zij zijn een uitwerking van de Richtlijn nr. 2005/29/EG en in die Richtlijn (hierna: de Richtlijn) staat expliciet benoemd dat concurrenten moeten worden beschermd tegen oneerlijke B2C (Business to Consumer) handelspraktijken. Nu uit de wetsgeschiedenis niet is gebleken dat de nationale wetgever een expliciete keuze heeft gemaakt om op dit punt af te wijken van de Richtlijn, is richtlijnconforme uitleg het uitgangspunt, wat meebrengt dat ook Dyson een beroep kan doen op de artikelen 6:193a-j BW, in elk geval in die zin dat een handelen in strijd met deze bepalingen ook onrechtmatig handelen jegens Dyson kan opleveren.

4.4.

Dyson heeft allereerst bepleit dat Miele onrechtmatig handelt omdat zij de indruk wekt een soort ‘keurmerk’ te bezitten voor het ‘hygiënisch legen’ van de opvangbak van haar stofzuiger, terwijl een dergelijk keurmerk niet bestaat.

Ingevolge artikel 6:193g BW wordt onder alle omstandigheden als een misleidende handelspraktijk aangemerkt het aanbrengen van een vertrouwens-, kwaliteits- of ander soortgelijk label zonder daarvoor de vereiste toestemming te hebben verkregen. Dit geldt ook voor beweren dat een product door een openbare of particuliere instelling is aanbevolen, erkend of goedgekeurd, terwijl dat niet het geval is, of iets dergelijks beweren, zonder dat aan de voorwaarde voor de aanbeveling erkenning of goedkeuring is voldaan.

Iets dergelijks is hier echter niet aan de orde. Miele claimt alleen dat het ‘hygiënisch legen’ door haar stofzuiger is gecertificeerd door IBR. Van belang is dat IBR, zoals (ook) Dyson expliciet heeft erkend, een gerenommeerd instituut is op het gebied van het meten van filter- prestaties bij, onder meer, stofzuigers. Nu IBR bij monde van [naam 6] schriftelijk haar instemming heeft verleend met de claim van Miele, en zij heeft verklaard dat de claim is gebaseerd op een in onafhankelijkheid door IBR uitgevoerde test, is deze claim dus genoegzaam onderbouwd. Daarom kan niet worden gesproken van misleiding of van strijd met een van de artikelen betrekking hebbend op misleidende reclame en/of oneerlijke handelspraktijken. Anders dan Dyson heeft betoogd kan een ‘certificaat’ in dit verband niet een op een worden gelijkgesteld met een ‘keurmerk’. Een certificaat houdt niet meer in dan een ‘schriftelijk stuk’, een soort van ‘getuigschrift’. Dat IBR Miele expliciet toestaat om het IBR logo te gebruiken in combinatie met de teksten “certified clean emptying” en “dust separation system allows certified hygienic dust bin emptying” – op basis van een volgens het IBR door haar ontwikkelde en in onafhankelijkheid afgenomen test die, anders dan Dyson heeft gesteld, (wederom volgens IBR) wel degelijk de Blizzard CX1 betrof –rechtvaardigt dan ook dit woordgebruik. Anders dan Dyson heeft bepleit, is voor het gebruik van de term ‘gecertificeerd’ niet vereist dat daaraan een keurmerk volgens een bepaalde officiële standaard of kwalificaties ten grondslag ligt.

4.5.

Dat volgens Dyson de door het IBR uitgevoerde test de nodige gebreken vertoont en dat het rapport volgens haar de conclusie dat Miele op het gebied van “hygiënisch legen” van de opvangbak goed presteert niet kan dragen, doet aan het voorgaande niet af. Weliswaar lijkt de kritiek van Dyson op het eerste gezicht niet geheel onterecht, nu (voor de niet in stofzuigerfiltersystemen gespecialiseerde lezer) niet uit het rapport blijkt hoe en waarom aan de daarin vermelde testgegevens de genoemde conclusies zijn verbonden, maar (het door beide partijen gerespecteerde en deskundig bevonden instituut) IBR gaat daar kennelijk wel van uit. Nu de claim van Miele met name inhoudt dat zij op het punt van “hygiënisch legen” op basis van de test beschikt over een certificaat afkomstig van IBR is dat, zoals uit het voorgaande volgt, terecht en (dus) niet onrechtmatig.

4.6.

Dyson heeft verder een groot punt gemaakt van de claim van Miele dat de Blizzard CX1 de mogelijkheid biedt tot het “volledig gescheiden legen van grof vuil en fijnstof zonder dat het opdwarrelt”. Dit is volgens Dyson een misleidende en onjuiste mededeling, aangezien hiermee in haar optiek wordt gesuggereerd dat de opvangbak met grof vuil 100% vrij is van fijnstof, terwijl dat niet het geval is. Met name de consument die op zoek is naar een stofzuigersysteem waarbij zo min mogelijk fijnstof vrijkomt, bijvoorbeeld in verband met allergieën, zou daarmee op het verkeerde been worden gezet, aldus Dyson.

Ook deze zienswijze van Dyson wordt niet gedeeld. Vooralsnog is aannemelijk dat de gemiddelde consument die een stofzuiger gaat aanschaffen de term “volledig gescheiden legen” aldus zal opvatten dat het “grof vuil” en het fijnstof in verschillende (geheel gescheiden) compartimenten van de opvangbak terecht komen, wat – dat is niet in geschil – ook daadwerkelijk zo is. Dyson heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de gemiddelde consument op grond van deze mededeling zou menen dat het compartiment waarin het grof vuil wordt opgevangen 100% fijnstof-vrij zou zijn, aangezien dat niet erg voor de hand ligt. Niet goed denkbaar is immers dat zich op grof vuil in het geheel geen kleine stofdeeltjes bevinden. Dyson had haar in dit verband vergaande stelling (dat de consument wel uitgaat van 100% fijnstof-vrij grof vuil) op zijn minst nader hebben moeten onderbouwen, maar heeft dat nagelaten. Ook deze claim van Miele kan daarom voorshands niet als misleidend of onjuist worden gekwalificeerd.

4.7.

Ook de stelling dat Miele zich schuldig zou hebben gemaakt aan onrechtmatige vergelijkende reclame wordt vooralsnog verworpen. In de uitingen waartegen Dyson zich met name heeft verzet komt een directe of indirecte vergelijking met de concurrenten van Miele immers niet voor.

4.8.

Het voorgaande leidt tot afwijzing van de gevraagde voorzieningen, met veroordeling van Dyson als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van dit geding.

4.9.

Bij deze uitkomst zullen aan de omstandigheid dat Dyson in de dagvaarding geen melding heeft gemaakt van (de inhoud van) het verweer van Miele geen gevolgtrekkingen worden verbonden. Wel wordt opgemerkt dat Dyson, in het licht van het bepaalde in artikel 21 en artikel 111 lid 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering het in de dagvaarding niet had moeten laten bij de vermelding dat Dyson in een (vergelijkbare) gerechtelijke procedure in Duitsland een ex parte verbod heeft gekregen, maar dat zij ook had moeten meedelen dat Miele daarvan inmiddels opheffing heeft gevorderd; daarnaast past het niet dat Dyson niet heeft vermeld dat Miele op 10 februari 2017 – dus ruim voor het uitbrengen van de dagvaarding – (afwijzend) heeft gereageerd op de sommatiebrief van Dyson.

(De raadsman van) Dyson mag bekend worden verondersteld met het bestaan van die brief en de stukken betreffende de opheffingsprocedure in Duitsland en had daarvan melding moeten maken, ook als deze in zijn optiek ‘geen noemenswaardige verweren’ inhielden, zoals hij ter terechtzitting heeft verklaard. Dit is immers ter beoordeling aan de rechter.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

weigert de gevraagde voorzieningen;

5.2.

veroordeelt Dyson in de kosten van dit geding, tot heden aan de zijde van Miele begroot op:

– € 618,- € 618,- aan griffierecht en

– € 618,- € 1.224,- aan salaris advocaat;

5.3.

verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. Beukenhorst, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. M. Balk, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 28 maart 2017.1

1type: MBcoll: MA