Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:1970

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
10-03-2017
Datum publicatie
30-03-2017
Zaaknummer
5100745 CV EXPL 16-16577
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Huurrecht, schending verplichting hoofdverblijf te houden. Verhuurder beroept zich op een zoeklichtmelding en anonieme verklaringen. Daarmee is voldaan aan de stelplicht, maar ook niet meer dan dat. Nu huurder gemotiveerd heeft betwist elders hoofdverblijf te hebben, zal verhuurder tot de aangeboden bewijslevering worden toegelaten. Daarbij gelden de gewone regels uit rechtsvordering, dat de anonieme getuigen daadwerkelijk bedreigd worden is onvoldoende concreet gemaakt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 5100745 CV EXPL 16-16577

vonnis van: 10 maart 2017

fno.: 8622

vonnis van de kantonrechter

I n z a k e

de stichting de stichting stichting Ymere

gevestigd te Amsterdam

eiseres

nader te noemen: Ymere

gemachtigde: mr. R.N.E. Visser

t e g e n

[gedaagde]

wonende te [woonplaats]

gedaagde

nader te noemen: [gedaagde]

gemachtigde: mr. B.G. Meijer

De volgende processtukken bevinden zich in het dossier:

- de dagvaarding van 17 mei 2016 met producties;

- de conclusie van antwoord met producties;

- het tussenvonnis van 15 juli 2016.

De comparitie heeft plaats gevonden op 7 februari 2017. Voorafgaand daaraan heeft [gedaagde] nog foto’s van de woning in het geding gebracht. Ter comparitie is Ymere verschenen bij [naam 1] bijgestaan door de gemachtigde. [gedaagde] is met zijn gemachtigde verschenen. Partijen hebben ter zitting hun standpunten toegelicht. Na verder debat is vonnis gevraagd en is een datum voor vonnis bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING


Uitgangspunten

Feiten

1. Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend of niet (voldoende) weersproken, alsmede op grond van de overgelegde en in zoverre niet bestreden inhoud van de bewijsstukken, staat in dit geding het volgende vast:

1.1.

Met ingang van 4 september 1993 huurt [gedaagde] van Ymere de zelfstandige woonruimte aan de [adres] , hierna: het gehuurde.

1.2.

De huurprijs bedraagt thans € 346,17 per maand. Het gehuurde is een zogenoemde sociale huurwoning.

1.3.

In de huurovereenkomst staat onder meer het volgende vermeld:
3.1 De huurder/huurster is verplicht de woning tot zijn/haar hoofdverblijf te maken en te houden (…)
3.4 voor onderverhuur of ingebruikgeving van de gehele woning is schriftelijke toestemming van het woningbedrijf vereist (…)

1.4.

Op 8 januari 2016 ontving Ymere een anonieme zoeklichtmelding met de volgende inhoud:
[gedaagde] verhuurt al sinds wij ons kunnen heugen onder aan verschillende mensen. Zelf woont hij hier sporadisch, dit wordt bepaald door zijn vermoedens of hij al dan niet in de gaten wordt gehouden door de gemeente en de woningbouwvereniging. Soms woont hij dan zelfs samen met de onderhuurders. Er is al meerdere malen een poging tot controle gedaan, maar wanneer er al mensen in de woning onderhuren, weigeren de meeste mensen uit de flat, waaronder wijzelf, deze mensen (vaak gezinnen) te verlinken. Nu is er weer een overgang gaande: betreffend gezin heeft gisterenavond het appartement verlaten, wegens te hoge huurkosten. [gedaagde] rekent namelijk een veel hogere huurprijs dan hijzelf hoeft te betalen. Met andere woorden: nu is de tijd dat [gedaagde] in overgang zit. (…) u zult het huis onbewoond en leeggehaald aantreffen.

1.5.

Ymere heeft vervolgens onderzoek gedaan en drie omwonenden hebben ten overstaan van een notaris een verklaring afgelegd. Die notaris is op de hoogte van de identiteit van deze omwonenden. De verklaringen luiden als volgt:
Ik woon reeds geruime tijd in de buurt en (…) de heer [gedaagde] , is ons bekend. Naar mijn beste weten verhuurt hij de woning reeds gedurende een aantal jaren onder aan derden. Zo heeft er gedurende ongeveer een jaar een licht getinte man gewoond. Vervolgens heeft er een gezin met één kind en soms een oma gewoond. (…) ten slotte heeft er een licht getinte vrouw met haar dochter gewoond. Gezien het aantal zichtbare verhuizingen ga ik ervan uit dat de betreffende onderhuurders hierbij hun eigen spullen meenemen. (…)

en
Ik woon al geruime tijd in de buurt en wil graag het volgende vertellen: Ik weet niet de naam van de huurder van [adres] , maar het is een licht getinte man met een kaal hoofd. Hij heeft er een aantal jaren gewoond, maar ineens was hij weg. Sindsdien verbleef er een verpleegster en nadien een licht getinteman in de woning. De post werd door hem (die Surinaamse man met een kaal hoofd) met de auto op gehaald, waarna hij weer wegreed. (…)
en
ik woon al geruime tijd in de buurt, maar ken de huurder van de woning niet persoonlijk. Het is een kale Surinaamse man van ongeveer veertig, vijfenveertig jaar die toen hij er kwam wonen de woning zelf bewoonde, maar sinds een jaar of tien wordt de woning bewoond door derden. Er hebben zich diverse verhuizingen voorgedaan. Ik kon dat goed zien omdat gebruik werd gemaakt van de hijsbalk om de goederen naar boven en beneden te kunnen krijgen. Zo heeft er onder andere een Nederlandse blonde vrouw in gewoond, die werkzaam was in het ziekenhuis en een Surinaamse man. De post van de oorspronkelijke huurder wordt sindsdien door hemzelf of iemand anders met de auto opgehaald (…)

Vordering en verweer

2. Ymere vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van het gehuurde op straffe van een dwangsom en betaling van de buitengerechtelijke kosten en proceskosten.

3. Ymere stelt hiertoe dat [gedaagde] meermalen heeft onderverhuurd en voorts niet zijn hoofdverblijf in het gehuurde houdt, zodat sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de verplichtingen uit de huurovereenkomst. De verklaringen die Ymere aan haar vorderingen ten grondslag legt zijn anoniem, omdat de omwonenden bang zijn voor represailles.

4. [gedaagde] voert verweer. Daarop zal hierna, voor zover van belang, worden ingegaan.

Beoordeling

5. De vorderingen van Ymere zijn gebaseerd op een anonieme zoeklichtmelding en drie schriftelijke verklaringen van anonieme getuigen. Daarmee heeft Ymere haar stellingen voldoende onderbouwd, maar ook niet meer dan dat. De getuigenverklaringen zijn immers niet verifieerbaar en vinden evenmin steun in ander bewijs. De identiteit van de gehoorde getuigen en hun exacte woonadres kan in deze zaak van belang zijn voor de beoordeling van de getuigenis. Ook de redenen van wetenschap van de feiten waarover de getuigen verklaren, kunnen van belang zij voor de beoordeling van de getuigenis. In beginsel dienen deze redenen van wetenschap dan ook bekend te zijn bij alle partijen die betrokken zijn bij deze procedure. Het enkele feit dat de notaris voor wie de verklaringen zijn afgelegd wel van de identiteit van de getuigen op de hoogte is, maakt het vorenstaande niet anders.

6. Nu [gedaagde] de stellingen van Ymere gemotiveerd heeft betwist, zal Ymere worden toegelaten tot de door haar aangeboden bewijslevering. Als Ymere dat bewijs wil leveren door het horen van getuigen, zijn – vanzelfsprekend – de wettelijke regels uitgangspunt. Ingevolge het bepaalde in artikel 165 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is een ieder die daartoe op wettige wijze is opgeroepen verplicht een getuigenis af te leggen. Deze verplichting, die berust op het algemene maatschappelijke belang dat de waarheid in rechte aan het licht komt ten dienste van een goede rechtsbedeling, houdt in dat de opgeroepen getuige ter terechtzitting dient te verschijnen en daar een verklaring dient af te leggen. Het grote belang van de waarheidsvinding brengt mee dat slechts in bijzondere gevallen een uitzondering kan worden gemaakt op deze verplichting. De getuige kan aan zijn verschijning in beginsel dan ook geen bijzondere voorwaarden verbinden. De kantonrechter ziet geen aanleiding in deze zaak een uitzondering op voornoemde uitgangspunten te maken. Weliswaar hebben twee van de drie getuigen tegenover de notaris verklaard dat [gedaagde] mensen zou bedreigen, maar dat is onvoldoende concreet.

7. De zaak wordt naar de rol verwezen om Ymere in de gelegenheid te stellen zich uit te laten over de vraag of, en zo ja hoe, zij bewijs wil leveren. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

BESLISSING

De kantonrechter:

laat Ymere toe tot het bewijs van de stelling dat [gedaagde] zijn hoofdverblijf niet meer had in het gehuurde en dat hij het gehuurde bij herhaling aan derden heeft onderverhuurd of in gebruik gegeven;

bepaalt dat Ymere zich ter rolzitting van vrijdag 7 april 2017 om 10.00 uur bij akte moet uitlaten of, en zo ja op welke wijze, zij bewijs wil leveren;

bepaalt dat als Ymere bewijs wil leveren door schriftelijke bewijsstukken, zij deze bewijsstukken dadelijk bij die akte in het geding moet brengen;

bepaalt dat als Ymere bewijs wil leveren door het horen van getuigen, zij in die akte opgave moet doen van naam en woonplaats van de te horen getuigen en van de verhinderdata van alle betrokkenen voor de komende vier maanden, waarbij wordt opgemerkt dat Ymere te zijner tijd zelf moet zorgen voor behoorlijke oproeping van de getuigen;

bepaalt dat als Ymere bewijs wil leveren door het horen van getuigen, een getuigenverhoor zal plaatsvinden op de terechtzitting van mr. C.W. Inden in het gerechtsgebouw te Amsterdam aan de Parnassusweg 220;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Aldus gewezen door mr. C.W. Inden, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 maart 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.