Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:1945

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
16-03-2017
Datum publicatie
29-03-2017
Zaaknummer
EA VERZ 16-1542
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontslag op staande voet niet rechtsgeldig. Billijke vergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2017-0374
AR 2017/1627
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

Clusternummer: C104923

zaaknummer: 5593019 EA VERZ 16-1542 en 5598351 EA VERZ 16-1553

beschikking van: 16 maart 2017

func.: 21925

beschikking van de kantonrechter

i n z a k e

[verzoekster]

wonende te [woonplaats]

verzoekster

nader te noemen: [verzoekster]

gemachtigde: mr. J.A.P.M. van Dal

t e g e n

GroupM B.V.

gevestigd te Amsterdam

verweerster

nader te noemen: GroupM

gemachtigde: mr. J.L. van Schouten

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

[verzoekster] heeft op 14 december 2016 een verzoek ingediend, dat primair strekt tot vernietiging van het ontslag op staande voet. Subsidiair verzoekt [verzoekster] om ten laste van GroupM aan haar een billijke vergoeding en een transitievergoeding toe te kennen. Dit verzoek is geregistreerd onder nummer EA VERZ 16-1542.

GroupM heeft een verweerschrift ingediend. Tevens heeft zij op 19 december 2016 een zelfstandig tegenverzoek gedaan ex artikel 7:671b BW en daarbij verzocht de arbeidsovereenkomst tussen partijen voorwaardelijk te ontbinden zonder toekenning van een vergoeding. Dit verzoek is geregistreerd onder nummer EA VERZ 16-1553.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 16 februari 2017. [verzoekster] is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Voor GroupM zijn verschenen de heer [naam 1] , CAO Benelux & Nordics Kinetic, en mevrouw
[naam 2] , HR-manager, bijgestaan door de gemachtigde. Partijen hebben ter zitting hun standpunt toegelicht, [verzoekster] mede aan de hand van een pleitnota. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen partijen ter toelichting van hun standpunt naar voren hebben gebracht.

Beschikking is bepaald op heden.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Uitgangspunten

1. Uitgegaan wordt van het volgende:

1.1.

GroupM is een bedrijf dat zich bezig houdt met mediastrategie, mediaplanning en media-inkoop.

1.2.

[verzoekster] , geboren op [geboortedatum] 1981, is op [datum] 2010 in dienst getreden bij GroupM, aanvankelijk in de functie van [functie] , laatstelijk in de functie van Business Development Director Kinetic Zone, tegen een salaris van € 4.046,00 bruto per maand, te vermeerderen met 8,3% vakantiebijslag en diverse emolumenten.

1.3.

Kinetic Zone is een onderdeel van GroupM.

1.4.

Kinetic Zone bestaat uit [verzoekster] en drie teamleden.

1.5.

In de arbeidsovereenkomst van [verzoekster] is onder 12 het volgende vermeld:
GEHEIMHOUDING
Werknemer verplicht zich zowel tijdens alsook na beëindiging van het dienstverband tot absolute geheimhouding jegens een ieder omtrent alles wat bij uitoefening van zijn functie te zijner kennis is gekomen in verband met de relaties, zaken en belangen van werkgever. Werknemer verbindt zich voorts alle op de onderneming betrekking hebbende correspondentie en andere bescheiden in de ruimste zin, alsmede daarvan gemaakte afschriften, aantekeningen of elektronisch vastgelegde gegevens, bij het einde van het dienstverband onverwijld aan werkgever ter hand te stellen c.q. aan werkgever ter beschikking te stellen. Werknemer verplicht zich bovendien tot geheimhouding van zijn inkomensbestanddelen.

1.6.

[verzoekster] had een vakantie gepland om op 10 december 2016 drie weken met vakantie naar Sri Lanka te gaan.

1.7.

Bij brief van 30 november 2016 heeft [naam 1] in navolging op een gesprek met [verzoekster] van die ochtend het volgende aan haar bevestigd:
In verband met een herinrichting van en wijziging in de dienstverlenging van Kinetic Zone, komt jouw functie, Business Development Director Kinetic Zone, te vervallen. Nadat dit duidelijk werd hebben wij een uitgebreide inventarisatie van andere mogelijkheden voor jou binnen Kinetic, en de GroupM groep gemaakt, echter we zijn helaas tot de conclusie moeten komen dat die er niet zijn. Om die reden zien we geen andere mogelijkheid dan de arbeidsovereenkomst te beëindigen.
Zoals met je besproken zouden wij een voorstel doen voor de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Daartoe tref je in de bijlage een vaststellingsovereenkomst aan met de voorwaarden voor beëindiging.
We benadrukken hierbij nogmaals uitdrukkelijk, dat de herinrichting van en wijziging in de dienstverlening van Kinetic Zone en het vervallen van jouw functie en voorstel om tot beëindiging te komen strikt vertrouwelijk dienen te worden behandeld. Hier dient door jou dan ook alleen met een adviseur over gesproken te worden die evenzeer aan deze vertrouwelijkheid is gebonden.
We stemmen graag in overleg met je af hoe we communicatie zullen vormgeven, nadat we tot overeenstemming zijn gekomen.
We zien je reactie graag uiterlijk maandag 5 december tegemoet.

1.8.

Voorafgaande en tijdens de onderhandelingen tussen GroupM en [verzoekster] liep er met de OR een WOR-adviestraject omtrent een verregaande herinrichting van GroupM. In dat kader hebben drie OR-leden hun positie beschikbaar gesteld, hetgeen voor veel onrust zorgde binnen de organisatie.

1.9.

Bij brief van 5 december 2016 heeft de gemachtigde van [verzoekster] op voornoemde brief gereageerd en daarbij onder meer opgemerkt dat Kinetic en GroupM onderdeel uitmaken van de organisatie WWP en dat conform artikel 25 van de Wet op de ondernemingsraden de OR advies dient uit te brengen over de voorgenomen reorganisatie. Omdat [verzoekster] een spreekverbod heeft gekregen kan zij de OR niet persoonlijk benaderen. Daarom verzoekt de gemachtigde het bedoelde advies aan haar toe te zenden. Tevens doet zij daarbij een tegenvoorstel tot beëindiging van het dienstverband op betere voorwaarden.

1.10.

Bij brief van 6 december 2016 heeft de gemachtigde van GroupM onder meer het volgende aan [verzoekster] bericht:
Al enige tijd is het voor GroupM/Kinetic duidelijk dat Zone als aparte Business Unit geen bestaansrecht meer heeft. De opbrengsten wegen niet op tegen de kosten en investeringen in management en tijd.
Zulks is besproken met de aandeelhouder. Vanuit dat overleg is de beslissing genomen dat Zone geïntegreerd wordt binnen GroupM/Kinetic en dat er geen actief new business meer gegenereerd zal worden. Hiermee komt de functie van uw cliënte te vervallen.
Gezien de beperkte omvang van dit besluit is zulks niet advies-plichtig richting de OR. (…)
Naast al het bovenstaande is het zeer van belang dat onrust in de organisatie wordt voorkomen en dat communicatie in gezamenlijk overleg zal plaatsvinden. Veelal gaat berichtgeving een eenzijdig eigen leven leiden. Vandaar de vertrouwelijkheidsver-plichting. Nadere toelichting lijkt mij overbodig.
Het komt mij voor dat mede gezien ook de vakantie van uw cliënte, het zaak is om snel te schakelen. Vandaar dat cliënte graag uiterlijk a.s. woensdag 17.00 uur wil vernemen of uw cliënte akkoord is.
Er ligt een zeer goed voorstel. Mocht dit niet worden geaccepteerd, zal ik een UWV procedure gaan starten. Cliënte vertrouwt erop dat zulks niet noodzakelijk zal hoeven te zijn.

1.11.

Bij brief van 7 december 2016 (per e-mail om 12.01 uur) heeft de gemachtigde van [verzoekster] een tegenvoorstel gedaan om tot beëindiging van het dienstverband te komen. Daarbij is het volgende opgemerkt:
Bovenstaand voorstel is niet verder onderhandelbaar en geldig tot uiterlijk donderdag
8 december 17.00 uur. Daarna komt dit aanbod automatisch te vervallen. Indien uw cliënte bovenstaand aanbod afwijst, ziet cliënte zich genoodzaakt haar collega’s aankomende vrijdag 9 december te informeren over de ontstane situatie. Bij acceptatie van dit tegenbod zal cliënte haar collega’s informeren over haar vertrek na terugkomst van haar vakantie.

1.12.

Bij brief van 7 december 2016 heeft GroupM [verzoekster] op staande voet ontslagen. In die brief is het volgende aan [verzoekster] bericht:
Hedenmiddag is er rond 17.30 uur met u een (telefonisch) gesprek gevoerd met [naam 1] en [naam 2] .
Aanleiding daarvoor was het feit dat in de brief van 7 december 2016 van uw advocaat staat vermeld: Indien uw cliënte bovenstaand aanbod afwijst, ziet cliënte zich genoodzaakt haar collega’s aankomende vrijdag 9 december te informeren over de ontstane situatie.
Voortdurend hebben wij u kenbaar gemaakt dat er een strikte vertrouwelijkheidsver-plichting bestaat ten aanzien van mededelingen over de herinrichting van Kinetic Zone en het feit dat uw arbeidsplaats daardoor vervalt. Dit om commotie en onrust in de organisatie te voorkomen. Bovendien vloeit dit ook rechtstreeks voort uit uw geheimhoudingsverplichting als opgenomen in de arbeidsovereenkomst.
U heeft ons door de bovenvermelde zinsnede onder druk willen zetten en ons willen dwingen akkoord te gaan met uw buitenproportionele voorstel.
In het gesprek van hedenmiddag hebben wij u gevraagd wat de bedoeling van de zinsnede was. Letterlijk werd aan u gevraagd of het de bedoeling was ons te chanteren. Uw letterlijke reactie was dat dit inderdaad zo was.
Voor ons staat op grond van al het voorgaande het volgende vast:
1. U heeft zich schuldig gemaakt aan (een poging tot) afdreiging, een strafbaar feit en/of
2. U heeft zich schuldig gemaakt aan (een poging tot) het willens en wetens overtreden van uw geheimhoudingsverplichting uit de arbeidsovereenkomst, een strafbaar feit en/of
3. U heeft ons onder druk gezet en gedwongen akkoord te gaan met uw voorstel door te dreigen intern informatie te verstrekken waarvan u wist en/of zou moeten weten dat deze informatie onder de opgelegde vertrouwelijkheidsverplichting viel en/of onder uw geheimhoudingsverplichting uit de arbeidsovereenkomst en/of
4. heeft u uw verplichtingen voortvloeiende uit de arbeidsovereenkomst grovelijk veronachtzaamd en/of
5. bent u ons vertrouwen volledig onwaardig geworden en/of
6. heeft u gehandeld en u gedragen op een wijze dat van ons redelijkerwijs niet langer gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren
De bovengenoemde punten apart alsmede in onderlinge samenhang zijn voor ons dringende redenen die maken dat wij u per heden met onmiddellijke ingang ontslaan op staande voet. U dient per omgaande alle goederen en/of bescheiden bij ons in te leveren.

Verzoek

2. Bij verzoekschrift verzoekt [verzoekster] de kantonrechter bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad, primair het ontslag op staande voet te vernietigen en GroupM te veroordelen tot doorbetaling van het overeengekomen salaris en andere emolumenten, vermeerderd met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente. Daarnaast verzoekt [verzoekster] toelating tot haar werkzaamheden, waarbij aan GroupM de verplichting wordt opgelegd om mee te werken aan een mediationtraject, alsmede een excuusbrief van GroupM aan [verzoekster] . Subsidiair verzoekt [verzoekster] om GroupM te veroordelen tot betaling van een billijke vergoeding, bestaande uit drie componenten, zijnde een eindafrekening (1) met inachtneming van een opzegtermijn van twee maanden, betaling van sales commissie, bonus, eindejaarsuitkering en pensioenopbouw, tezamen begroot op € 23.454,95 bruto, en een materiele schadevergoeding (2), zijnde de aangeboden transitievergoeding ad € 15.000,- en een extra transitievergoeding ad
€ 20.000,-, tezamen € 35.000,- bruto, totaal € 58.454, 95 bruto, alsmede een immateriële schadevergoeding (3). Tot slot verzoekt [verzoekster] GroupM te veroordelen in de kosten van de procedure.

3. Aan dit verzoek legt [verzoekster] ten grondslag dat het ontslag van 7 december 2016 een rechtsgeldige, dringende reden ontbeert. Daartoe heeft zij, kort samengevat, het volgende aangevoerd. Vanwege de aangekondigde ontslagprocedure valt haar ontslag niet onder de ‘bijzonderheden’ die zij geheim behoorde te houden. Een werknemer die te horen krijgt dat hij/zij ontslagen wordt, mag daarvan verslag doen aan zijn/haar collega’s. Dat is geen chantage. Over de inhoud van de reorganisatie kon [verzoekster] geen verslag doen omdat zij die niet kende. Overrompeld door de koerswijziging van het bedrijf en haar aanstaande vakantie is [verzoekster] gaan onderhandelen met GroupM. Door haar zijn geen mededelingen gedaan aan derden. Aan onderhandelen is geen vormvereiste gesteld. [verzoekster] mag daarin aangeven wat zij wil en hoe zij het wil. Slechts de norm van goed werknemerschap geldt hier. [verzoekster] heeft in het gesprek met [naam 1] en [naam 2] gezegd dat ze de passage bedoelde zoals in de brief staat. Zij heeft nooit de bedoeling noch de bewustwording gehad GroupM te benadelen. Nog voordat zij een kans kreeg rustig na te denken en met haar advocaat te overleggen werd haar ontslag op staande voet gegeven. [verzoekster] kan geen enkel verwijt worden gemaakt.

Verweer

4. GroupM heeft verweer gevoerd dat strekt tot afwijzing van de verzoeken. Zij voert daartoe, samengevat, het volgende aan. Juist vanwege de ontwikkelingen binnen GroupM en de onrust bij de medewerkers is aan [verzoekster] in de aanzegging van het ontslag het volgende kenbaar gemaakt en schriftelijk bevestigd:
“We benadrukken hierbij nogmaals uitdrukkelijk, dat de herinrichting van en wijziging in de dienstverlening van Kinetic Zone en het vervallen van jouw functie en voorstel om tot beëindiging te komen strikt vertrouwelijk dienen te worden behandeld. Hier dient door jou dan ook alleen met een adviseur over gesproken te worden die evenzeer aan deze vertrouwelijkheid is gebonden.”
Daarnaast vloeit strikte geheimhouding voort uit het geheimhoudingsbeding zoals opgenomen in artikel 12 van de arbeidsovereenkomst. GroupM had een zeer gerechtvaardigd en groot belang bij geheimhouding. [verzoekster] heeft op geen enkele wijze meegedeeld het daarmee niet eens te zijn. Hetgeen [verzoekster] heeft gesteld in de brief van 7 december 2016 is niet voor tweeërlei uitleg vatbaar. [verzoekster] stelt thans dat zij het bedoelde zoals in de brief staat. Zij heeft hiervan geen afstand gedaan. [verzoekster] probeert zich persoonlijk te bevoordelen door gebruik te maken van een “zwakke plek” bij GroupM om haar zodoende te dwingen of onder druk te zetten om met het voorstel van [verzoekster] akkoord te gaan. Dit is voor geen enkele werkgever acceptabel. Er is sprake van dringende redenen door de daden, eigenschappen en/of gedragingen van [verzoekster] , zoals genoemd in de brief van GroupM van 7 december 2016 (zie hiervoor onder 1.12.). De in die brief genoemde redenen rechtvaardigen een ontslag op staande voet. Gezien het handelen van [verzoekster] is een transitie- en/of billijke vergoeding niet geïndiceerd. Er is geen sprake van ernstig verwijtbaar handelen aan de zijde van GroupM. Het is juist [verzoekster] die ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. GroupM verzoekt om [verzoekster] te veroordelen om aan GroupM te betalen een vergoeding van € 4.381,82 zoals bedoeld in artikel 7:677 lid 2 en 3a BW, nu [verzoekster] een dringende reden heeft gegeven om de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen.

(Voorwaardelijk) zelfstandig tegenverzoek

5. GroupM verzoekt de arbeidsovereenkomst tussen partijen voorwaardelijk te ontbinden voor het geval op enig moment in rechte onherroepelijk komt vast te staan dat de arbeidsrelatie niet reeds is beëindigd door het op 7 december 2016 gegeven ontslag op staande voet, zonder vergoeding ten gunste van [verzoekster] , en met veroordeling van [verzoekster] in de proceskosten.

6. GroupM stelt daartoe, kort samengevat, dat voor ontbinding een redelijke grond bestaat op grond van ernstig verwijtbaar handelen van [verzoekster] en/of een volledig verstoorde arbeidsverhouding en/of herplaatsing op geen enkele wijze in de rede ligt. Nu sprake is van ernstig verwijtbaar handelen heeft [verzoekster] geen aanspraak op enige beëindigingsvergoeding, waaronder een transitievergoeding.

7. [verzoekster] heeft verweer gevoerd dat strekt tot afwijzing van het verzoek.

8. Bij de beoordeling zal, voor zover relevant, verder worden ingegaan op de standpunten van partijen.

Beoordeling

9. Het verzoek is tijdig ingediend, zodat [verzoekster] daarin kan worden ontvangen.

10. In deze zaak draait het allereerst om de vraag of sprake is van een dringende reden voor het ontslag op staande voet. Maatgevend daarbij zijn de aan [verzoekster] gemaakte verwijten zoals vermeld in de brief van 7 december 2016 van GroupM (zie hiervoor onder 1.12.), nu die als dringende reden aan het ontslag ten grondslag zijn gelegd.

11. Bij de beoordeling van de rechtsgeldigheid van een ontslag op staande voet dienen alle omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang bezien, in aanmerking te worden genomen. Het ontslag op staande voet is een ultimum remedium met verstrekkende gevolgen.

12. Tussen partijen is niet in geschil dat in de brief van 7 december 2016 van de gemachtigde van [verzoekster] de volgende zinssnede is opgenomen: Indien uw cliënte bovenstaand aanbod afwijst, ziet cliënte zich genoodzaakt haar collega’s aankomende vrijdag 9 december te informeren over de ontstane situatie. De feitelijke grondslag van de dringende reden staat in zoverre vast. De vraag is echter of deze zinssnede en het daaropvolgende telefoongesprek de beschuldigingen kunnen dragen, die GroupM daarop grondt en of die rechtvaardigen dat de arbeidsovereenkomst wegens een dringende reden met onmiddellijke ingang eindigt. Hierover wordt het volgende overwogen.

13. Naar aanleiding van bovenstaande zinssnede hebben de leidinggevende [naam 1] en [naam 2] van P&O met [verzoekster] diezelfde dag telefonisch een gesprek gehad. Daarbij waren [naam 2] en [verzoekster] op kantoor en voerden zij via de speaker een gesprek met [naam 1] . In dat gesprek stelt GroupM aan [verzoekster] te hebben gevraagd of het haar bedoeling was om GroupM te chanteren, waarop volgens GroupM de reactie van [verzoekster] was dat dit inderdaad zo was. [verzoekster] betwist deze woorden te hebben uitgesproken en stelt te hebben gezegd dat ze het bedoelde zoals in de brief staat. GroupM heeft daar tegenover geen aanknopingspunten gesteld die de gestelde bedoeling onderbouwen. De beschuldiging dat [verzoekster] zich schuldig heeft gemaakt aan (poging) tot afdreiging is dus niet vast komen te staan.

14. GroupM meent dat, ook indien ervan wordt uitgegaan dat [verzoekster] in het gesprek met [naam 1] en [naam 2] heeft gezegd, dat ze het bedoelde zoals in de brief staat en zij hiervan geen afstand heeft gedaan, sprake is van dringende redenen door de daden, eigenschappen en/of gedragingen van [verzoekster] die een ontslag op staande voet rechtvaardigen. De kantonrechter deelt deze visie niet. Daartoe geldt het volgende.

15. Het door GroupM gestelde belang bij strikte vertrouwelijkheid ten aanzien van mededelingen over het komen te vervallen van de functie van [verzoekster] om onrust en commotie in de organisatie te voorkomen, gaat de strekking van het tussen partijen geldende geheimhoudingsbeding te buiten. Anders dan GroupM veronderstelt is de vertrouwelijkheid waarop GroupM zich beroept niet tussen partijen overeengekomen, maar door GroupM eenzijdig bepaald. Uit niets blijkt dat [verzoekster] uit was op onrust of commotie, of dat daarop een reëel risico bestond. Er zijn door [verzoekster] geen mededelingen gedaan aan derden over de reorganisatie of over het verval van haar functie, zoals door [verzoekster] onbetwist naar voren is gebracht.

16. Veronderstellenderwijs ervan uitgaande dat de litigieuze uitlating van haar gemachtigde aan [verzoekster] is toe te rekenen, en het door [verzoekster] informeren van haar collega’s over “de ontstane situatie” onder de strekking valt van het in de arbeidsovereenkomst opgenomen geheimhoudingsbeding, is die gedraging niet te kwalificeren als een dringende reden in het licht van de omstandigheden, die hieronder worden besproken.

17. Voorafgaand aan het ontslag op staande voet waren partijen in onderhandeling over een beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Deze beëindiging was [verzoekster] op
30 november 2016 aangezegd. Reden van de beëindiging was volgens GroupM het komen te vervallen van de functie van [verzoekster] . Van de hiervoor aangevoerde bedrijfseconomische redenen is bij de ontslagaanzegging op 30 november 2016 geen verifieerbare onderbouwing gegeven, noch is op basis van de ter beschikking gestelde informatie in voldoende mate na te gaan of de voor een bedrijfseconomisch ontslag geldende wettelijke regels in acht zijn genomen.

18. GroupM heeft niet betwist dat P&O in het gesprek op 1 december rond 15.00 uur heeft laten blijken aan [verzoekster] dat een niet constructief gesprek consequenties heeft voor het financieel aanbod van GroupM. Met andere woorden: GroupM schuwde er zelf niet voor om [verzoekster] onder druk te zetten om akkoord te gaan met de door haar voorgestelde regeling.

19. Op 10 december 2016, derhalve 10 dagen na de ontslagaanzegging wegens bedrijfseconomische redenen, had [verzoekster] een vakantie voor de duur van drie weken gepland naar een veraf gelegen bestemming.

20. Aan het einde van de dag heeft GroupM op 7 december 2016 [verzoekster] na een telefoongesprek op staande voet ontslagen. Niet is gebleken dat voldoende zorgvuldigheid is betracht bij de wijze waarop [verzoekster] tijdens voornoemd telefoongesprek door haar leidinggevende is bevraagd omtrent haar eigen bedoelingen. Met name nu de gewraakte zinsnede onderdeel is van een brief van de gemachtigde van [verzoekster] tijdens een onderhandeling tussen de gemachtigden, en niet een uitlating betreft van [verzoekster] zelf, had het in de rede gelegen om de gemachtigde bij dit telefoongesprek te betrekken. Dit heeft GroupM niet gedaan. Voor zover GroupM zich erop heeft beroepen dat de gemachtigde van [verzoekster] onbereikbaar was, kan dat GroupM niet baten. De overgelegde e-mailcorrespondentie van 7 december 2016 maakt voldoende duidelijk dat de gemachtigde door een webinar niet in de gelegenheid was om op het door GroupM gewenste moment telefonisch contact te hebben. Niet valt in te zien waarom een gesprek over de zinsnede, die GroupM kennelijk zo hoog op nam, niet de volgende dag (donderdag 8 december) kon plaatsvinden.

21. Bovenstaande omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, en afgewogen tegen de aard en de ernst van de dringende reden, rechtvaardigen geen ontslag op staande voet als ultimum remedium. GroupM had kunnen kiezen voor minder verstrekkende maatregelen, zoals bijvoorbeeld een schorsing in afwachting van het hiervoor bedoelde gesprek.

22. Geconcludeerd moet worden dat de opzegging in strijd is met het bepaalde in artikel 7:671 BW en artikel 7:677 BW en derhalve niet rechtsgeldig is.

23. [verzoekster] heeft gesteld in de opzegging te berusten, aangezien sprake is van een onhoudbare situatie op de werkvloer. Derhalve behoeft op het primaire verzoek niet te worden beslist. Nu daarmee vaststaat dat het dienstverband is beëindigd, behoeft op het zelfstandig tegenverzoek van GroupM dat strekt tot voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst evenmin te worden beslist.

24. Subsidiair maakt [verzoekster] aanspraak op een billijke vergoeding. Uit artikel 7:681 lid 1, onderdeel a, BW volgt dat de kantonrechter op verzoek van de werknemer een billijke vergoeding kan toekennen, indien de werkgever heeft opgezegd in strijd met artikel 7:671 BW. Ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever is niet vereist. Het zogenoemde "muizengaatje", dat geldt voor de billijke vergoeding in artikel 7:671b lid 8 onder c is niet van toepassing. Een opzegging die, zoals in dit geval, niet rechtsgeldig wordt geacht, is als zodanig al ernstig verwijtbaar, omdat dan is opgezegd in strijd met artikel 7:671 BW, aldus de wetsgeschiedenis over artikel 7:681 lid 1, onderdeel a, BW. Dit betekent dat het verzoek van [verzoekster] om toekenning van een billijke vergoeding zal worden toegewezen.

25. De kantonrechter verstaat het verzoek van [verzoekster] aldus dat zij verzoekt om toekenning van een billijke vergoeding, waarin de transitievergoeding en een vergoeding wegens onregelmatige opzegging zijn inbegrepen. Nu [verzoekster] niet afzonderlijk heeft verzocht om bedoelde vergoedingen, en zij op grond van de betrokken wettelijke bepalingen daarop recht heeft, omdat GroupM heeft opgezegd in strijd met artikel 7:671 BW, zal de kantonrechter de hoogte van deze vergoedingen betrekken bij het vaststellen van de billijke vergoeding. Anders dan GroupM heeft betoogd is er geen sprake van dat [verzoekster] ernstig verwijtbaar heeft gehandeld.

26. Bij de bepaling van de billijke vergoeding neemt de kantonrechter in aanmerking dat er geen dringende reden voor het ontslag van [verzoekster] bestond. Een ontslag op staande voet heeft een diffamerend karakter. Nu GroupM geen minder verstrekkende maatregelen heeft genomen, hoewel dat gelet op de omstandigheden wel van haar mocht worden verwacht, heeft zij [verzoekster] in een onhoudbare werksituatie geplaatst waardoor voortzetting van het dienstverband voor [verzoekster] onmogelijk is geworden en [verzoekster] zich genoodzaakt ziet te berusten in de beëindiging van het dienstverband. Hierdoor is de arbeidsovereenkomst vroegtijdig geëindigd als gevolg waarvan [verzoekster] schade lijdt, die voor rekening van GroupM komt. Die schade bestaat uit een directe terugval in inkomsten, de benadeling in de pensioenopbouw als ook de ontneming van de mogelijkheid van [verzoekster] om haar inkomsten via bonus, salescommissie en provisie te verhogen. Voorts acht de kantonrechter voldoende aannemelijk geworden dat [verzoekster] zich door het ontslag zo vlak voor haar vakantie mentaal moet herpakken om daarna te solliciteren voor een nieuwe baan, waarbij het een feit van algemene bekendheid is dat die sollicitaties een paar maanden in beslag nemen alvorens die tot resultaat leiden.

27. Als onvoldoende gemotiveerd betwist gaat de kantonrechter ervan uit dat [verzoekster] bij een rechtsgeldige opzegging recht zou hebben op een eindafrekening, zoals in het verzoekschrift onder 45 gespecificeerd, uitkomende op totaal € 23.454,95 bruto. Voorts zou [verzoekster] bij een opzegging van de arbeidsovereenkomst op grond van artikel 7:673 BW aanspraak hebben gehad op een transitievergoeding. Deze vergoeding bedraagt volgens de opgave van GroupM in de aangeboden vaststellingsovereenkomst d.d. 30 november 2016 € 9.747,- bruto. De door [verzoekster] overigens geleden schade als hiervoor onder 26 genoemd wordt verder naar billijkheid begroot op de helft van de transitievergoeding, afgerond op € 5.000,- bruto. Voor toekenning van immateriële schade bestaat geen grond.

28. De kantonrechter komt op grond van voorgaande optelsom uit op een billijke vergoeding van, afgerond, € 38.500,- bruto. Dienovereenkomstig zal worden beslist.

29. GroupM zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten gevallen aan de zijde van [verzoekster] .

BESLISSING

De kantonrechter:

veroordeelt GroupM om aan [verzoekster] een billijke vergoeding te betalen van
€ 38.500,00 bruto;

veroordeelt GroupM in de proceskosten gevallen aan de zijde van [verzoekster] begroot op € 223,00 voor griffierecht en € 400,00 voor salaris van de gemachtigde;

veroordeelt GroupM tot betaling van een bedrag van € 50,00 aan nasalaris, te verhogen met een bedrag van € 68,00 onder de voorwaarde dat betekening van de beschikking heeft plaatsgevonden en GroupM niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan de beschikking heeft voldaan, een en ander voor zover van toepassing, inclusief btw;

verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het anders of meer verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. F.J. Lourens, kantonrechter en op 16 maart 2017 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter