Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:1596

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
14-02-2017
Datum publicatie
14-03-2017
Zaaknummer
5343010 EA VERZ 16-1075
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arbeidsrecht. Rechtsmacht.

Bevoegdheid kantonrechter t.a.v. geschil rond de beëindiging van het dienstverband met een medewerker van Maison Descartes, een door de Franse Staat gesubsidieerde instelling, onderdeel van de Franse Ambassade in Nederland.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2017-0294
AR 2017/1313

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht - team kanton

zaaknummer: 5343010 EA VERZ 16-1075

beschikking van: 14 februari 2017

func.: 245

Beschikking van de kantonrechter

I n z a k e

[verzoeker]

wonende te [woonplaats]

verzoeker

nader te noemen: [verzoeker]

gemachtigde: eerst mr. E.M. van den Berg (USG Legal Professionals), later mr. W. Bonnet

t e g e n

de Franse Republiek, h.o.d.n. Institut Français des Pays-Basvertegenwoordigd door Agent Judiciaire de L’Etat

gevestigd te Parijs, Frankrijk,
mede gevestigd te ’s-Gravenhage en Amsterdam
verweerder

nader te noemen: Institut Français

gemachtigde: eerst mr. B. Pieterz, later mr. F.M. Brisdet

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

[verzoeker] heeft bij verzoekschrift van 31 augustus 2016 de kantonrechter primair verzocht om – kort gezegd – de opzegging van de arbeidsovereenkomst door Institut Français te vernietigen en Institut Français te veroordelen tot loondoorbetaling en wedertewerk-stelling. Daarnaast heeft [verzoeker] verzocht voor de duur van de procedure voorzieningen te treffen, bestaande uit - wederom kort gezegd - voorlopige loondoorbetaling en wedertewerkstelling.

Institut Français heeft op 3 oktober 2016 een verweerschrift ingediend, houdende een formeel verweer, namelijk beroep op de onbevoegdheid van de kantonrechter en de niet-ontvankelijkheid van [verzoeker] (exceptie van onbevoegdheid en niet-ontvankelijkheid).

Er is een mondelinge behandeling bepaald. Voorafgaand aan de zitting heeft [verzoeker] aanvullende producties ingediend. Op 11 oktober 2016 heeft [verzoeker] een “akte rectificatie benaming verweerster” genomen. Daarop heeft Institut Français bij brief van 12 oktober 2016 gereageerd.

Op 18 oktober 2016 is de zaak mondeling behandeld. [verzoeker] is verschenen met zijn gemachtigde. Institut Français is verschenen bij [naam 1] , en de gemachtigde. Ook [ambassadeur] , ambassadeur van de Franse Republiek in Nederland was op de zitting aanwezig. Beide partijen hebben vervolgens op de mondelinge behandeling hun standpunt nader toegelicht aan de hand van een pleitnota. De kantonrechter heeft vragen gesteld en de griffier heeft aantekeningen gemaakt, die in het dossier zijn opgenomen.

Daarna is de zaak aangehouden om te bezien of partijen tot overeenstemming konden komen. Met partijen is besproken, dat - zo partijen er niet uitkwamen - de kantonrechter eerst een beslissing zou geven omtrent de bevoegdheid en daarna de behandeling zou worden voortgezet. Omtrent die bevoegdheid mochten beide partijen in dat geval nog een akte nemen.

Zowel [verzoeker] als Institut Français hebben de kantonrechter bericht dat een schikking niet kon worden bereikt. [verzoeker] heeft daarbij zijn verzoek met betrekking tot de voorlopige voorzieningen ingetrokken.

[verzoeker] heeft daarop een ‘akte indienen producties’ genomen. Institut Français heeft eerst een brief (inhoudende bezwaar) en vervolgens een ‘reactie op de akte’ ingediend. Er zijn nog brieven gewisseld op 22 en 23 december 2016.

Daarna is (tussen-)beschikking bepaald.

GRONDEN VAN DE BESCHIKKING

Feiten

1. Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend of niet (voldoende) weersproken, alsmede op grond van de overgelegde en in zoverre niet bestreden inhoud van de stukken, staat in dit geding het volgende vast:

1.1.

[verzoeker] , geboren op [geboortedatum] 1955 (en thans derhalve 61 jaar oud), heeft de Portugese nationaliteit. [verzoeker] heeft vanaf [datum] 1982 tot [datum] 2016 voor Institut Français als conciërge en later (mede) als senior (geluids-) technicus werkzaamheden verricht.

1.2.

Institut Français is een onderdeel van de Franse ambassade, en daarmee een dienst van de Franse Republiek. Institut Français is gehuisvest aan de Vijzel-gracht te Amsterdam, in een pand locaal bekend als Maison Descartes. Het Institut Français heeft als doel - kort gezegd - het verspreiden van de Franse cultuur en taal, middels (commerciële) taallessen en activiteiten. De financiering geschiedt (bijna volledig) door de Franse Republiek.

1.3.

Ten tijde van de indiensttreding van [verzoeker] bij Institut Français woonde en werkte hij in Nederland. [verzoeker] heeft 34 jaar gewoond en gewerkt in Maison Descartes. Het laatstgenoten salaris van [verzoeker] bedroeg € 3.567,- bruto per maand, voor een 37,5-urige werkweek.

1.4.

De arbeidsovereenkomst en de verdere aanhangsels van [verzoeker] zijn onder-tekend door de directeur van het Institut Français. In de arbeidsovereenkomst is in artikel 8 opgenomen dat la réglementation interne relative à l’emploi des personnels de l’Institut Français des Pays Bas (verder: het Intern Reglement) op het dienstverband van toepassing is. In artikel 9 van de arbeidsovereenkomst is bepaald dat Nederlands recht op de arbeidsovereenkomst van toepassing is en dat de lokale rechter bevoegd is.

1.5.

In het Interne Reglement is voorts in artikel 1 vastgelegd dat de arbeidsver-houding tussen de dienst van de Franse Staat in Nederland en een lokaal geworven werknemer, integraal is onderworpen aan de bepalingen van het Nederlandse privaatrecht.

1.6.

Het Intern Reglement bepaalt daarnaast in artikel 1:
Voor elk geschil in verband met genoemde arbeidsverhouding, en met name de uitvoering van de arbeidsovereenkomst, is de kantonrechter (Rechtbank, Parnassusweg 220, 1076 AV Amsterdam) exclusief bevoegd. In dit verband doet de instelling uitdrukkelijk afstand van de immuniteit van rechtsmacht zoals geregeld in het Verdrag van Wenen d.d. 18 april 1967 over diplomatieke betrekkingen en van 24 april 1963 over consulaire betrekkingen.

1.7.

Daarnaast wordt in artikel 3 van het Interne Reglement, zomede in artikel 27 daarvan, expliciet verwezen naar het Nederlandse Burgerlijk (arbeids-)recht.

1.8.

Het dienstverband is door Institut Français bij brief van 12 mei 2016 opgezegd tegen 30 juni 2016. De opzeggingsbrief is ondertekend door de directeur van Institut Français. Daarbij heeft Institut Français bedrijfseconomische redenen aangevoerd. Vanaf 30 juni 2016 betaalt Institut Français geen salaris meer aan [verzoeker] .

1.9.

Institut Français had geen toestemming van het UVW, noch de instemming van [verzoeker] . [verzoeker] heeft bezwaar gemaakt tegen de opzegging en heeft zich vanaf 1 juli 2016 bereid en beschikbaar gehouden voor werkzaamheden en maakt aanspraak op loon. Institut Français heeft vastgehouden aan het einde van het dienstverband.

1.10.

[verzoeker] heeft daarop tijdig een verzoek ex artikel 7:681 BW gedaan. Het verzoekschrift van [verzoeker] vermeldt het adres van het gebouw Maison Descartes en is in kopie verstuurd aan de toenmalige advocaat van Institut Français, die met (de gemachtigde van) [verzoeker] heeft gecorrespondeerd namens Institut Français en namens de Franse Republiek.

1.11.

Naar Frans recht mag slechts de zogenoemde Agent Judiciaire de L’Etat (verder Agent Jud.), voorheen geheten de Agent Judiciaire de Trésor Public, de Franse Republiek vertegenwoordigen. De Agent Jud. is gevestigd in Parijs. Er is geen kopie van het verzoekschrift verstuurd aan de Franse Ambassade in Den Haag of naar de Agent Jud. in Parijs.


Verzoek van [verzoeker] ex artikel 7:681 BW

2. [verzoeker] verzoekt - kort gezegd en voor zover thans van belang - vernietiging van de opzegging op de voet van artikel 7:681 BW. [verzoeker] maakt daarbij aanspraak op doorbetaling van zijn salaris, naast bijkomende vorderingen, waaronder een wedertewerkstelling.

3. [verzoeker] stoelt zijn vorderingen op de stelling dat Institut Français het dienstverband niet zonder toestemming of zonder instemming had mogen beëindiging, waardoor de opzegging vernietigd behoort te worden.

Formele verweren van Institut Français

4. Institut Français voert - kort gezegd - primair het verweer dat het verzoekschrift nietig is, omdat het een essentieel gebrek bevat. Het vermeldt niet de juiste wederpartij. Institut Français heeft geen eigen rechtspersoonlijkheid en kan niet zelfstandig in rechte worden betrokken. De Franse Republiek had als wederpartij in het verzoekschrift moeten worden opgenomen.

5. Daarnaast meent Institut Français dat de kantonrechter onbevoegd is, dan wel dat [verzoeker] niet-ontvankelijk is. De Franse Republiek, de wederpartij van [verzoeker] , beroept zich daarbij op immuniteit van jurisdictie. De Nederlandse rechter heeft geen rechtsmacht over de Franse Republiek, aldus Institut Français.

6. Institut Français heeft naast deze formele aspecten ook inhoudelijk verweer gevoerd. Dit verweer zal, gelet op de afspraak met partijen, thans (nog) niet aan de orde komen.

Beoordeling van de formele verweren van Institut Français

Nietigheid verzoekschrift

7. Anders dan door Institut Français bepleit wordt geoordeeld dat het verzoekschrift op de gronden daartoe door Institut Français aangevoerd, niet door nietigheid wordt getroffen. Nog daargelaten dat een fout of omissie in een verzoekschrift in beginsel geen nietigheid meebrengt, heeft Institut Français niet gesteld op grond van welke rechtsregel het verzoekschrift ‘nietig’ zou zijn. Een onjuiste tenaamstelling in een verzoekschrift impliceert in elk geval geen nietigheid, maar leidt hooguit tot afwijzing van het verzoek.

8. In onderhavig geval geldt bovendien dat de Franse Republiek zichzelf steeds onder de benaming Institut Français als wederpartij van [verzoeker] heeft gepresenteerd en niet eerder, ook niet bij monde van haar gemachtigden, kenbaar heeft gemaakt dat die benaming in haar visie onvolledig was. Nu voorts onbetwist is dat de Franse Republiek tijdig van het verzoekschrift op de hoogte was c.q. is geweest, [verzoeker] tijdig aanvulling van de tenaamstelling heeft verzocht en Institut Français c.q. de Franse Republiek niet heeft onderbouwd hoe zij in haar belangen is geschaad door de onvolledige tenaamstelling, zal dit verweer worden gepasseerd.

9. Daarnaast zal de volledige naam in de aanhef van dit verzoekschrift worden vermeld, zodat de juiste en volledige naam van Institut Français in deze procedure wordt gebruikt. Het verzoek tot aanvulling van de tenaamstelling zijdens [verzoeker] wordt derhalve gehonoreerd.

Bevoegdheid Nederlandse rechter

10. Als tweede exceptief verweer heeft Institut Français opgeworpen dat de Nederlandse rechter geen bevoegdheid heeft om van de zaak kennis te nemen, nu er sprake is van immuniteit van jurisdictie. De Franse Republiek is immers een vreemde staat, die soeverein is ten opzichte van andere staten. Institut Français stelt dat zij, als onderdeel van de Franse Republiek, op grond van artikel 1 Rv jo artikel 13 wet AB niet voor de Nederlandse rechter kan worden opgeroepen en dat [verzoeker] zijn verzoek tegen de Franse Staat bij de Franse rechter had moeten indienen.

10. De kantonrechter overweegt in dat verband als volgt.

10. Het geschil tussen partijen heeft betrekking op het Institut Français in Amsterdam. Institut Français beweegt zich zelfstandig op de Nederlandse arbeidsmarkt. De werkzaamheden van [verzoeker] bestonden uit conciërgetaken voor het gebouw van Institut Français en lichte administratieve en/of ict-werkzaamheden. [verzoeker] woonde reeds in Nederland en is hier geworven door Institut Français voor Maison Descartes. [verzoeker] heeft in Amsterdam niet consulaire werkzaamheden verricht. Dat [verzoeker] rechtstreeks met de publieke taak van de Franse Republiek te maken had, een typische overheidstaak vervulde, is door Institut Français wel gesteld maar onvoldoende onderbouwd.

10. Ingevolge artikel 20 lid 1 en artikel 21 lid 1 sub b.i van de Herschikte EEX-Verordening (zoals deze sinds 10 januari 2015 luidt) kan Institut Français, en daarmee de Franse Republiek, in Nederland voor een gerecht worden opgeroepen indien zij hier te lande een filiaal, agentschap of andere vestiging heeft. Voor de uitleg van de begrippen in deze regeling, die er toe strekken de werknemer als zwakkere partij te beschermen, knoopt de kantonrechter aan bij HvJ EU 19 juli 2012, C-154/11, NJ 2013/334, Mahamdia/Democratische Volksrepubliek Algerije.

10. Nu een ambassade in een geschil over een door die ambassade namens de zendstaat gesloten arbeidsovereenkomst moet worden aangemerkt als ‘vestiging’ in de zin van artikel 20 lid 1 Herschikte EEX-Verordening, geldt naar het oordeel van de kantonrechter hetzelfde voor de ambassade/Institut Français van de Franse Republiek in Nederland, temeer aangezien Institut Français zelfstandig de arbeidsovereenkomst met [verzoeker] heeft gesloten en voor de feitelijke uitvoering geheel zelfstandig is opgetreden.

10. Met betrekking tot het beroep op immuniteit van jurisdictie van de Franse Republiek geldt voorts dat artikel 5 EEX-Verdrag - waarbij de Franse Republiek partij is - (en artikel 8 van de Guide du recrutement local van de Franse Republiek) bepaalt dat een Overeenkomstsluitende Staat geen beroep kan doen op immuniteit naar aanleiding van de rechtsmacht van een rechter in een andere Overeenkomstsluitende Staat, indien het geschil betrekking heeft op een arbeidsovereenkomst tussen de Staat en een natuurlijk persoon, wanneer de arbeid wordt verricht op het grondgebied van de Staat van het Forum. Van belang is voorts dat Institut Français zelf, in artikel 1 van het Interne Reglement, expliciet afstand heeft gedaan van haar beroep op immuniteit.

10. Artikel 13 Wet Algemene Bepalingen brengt hierin geen verandering. Institut Français heeft ook niet aangevoerd welke specifieke uitzondering in het volkenrecht zich verzet tegen het accepteren van de lokale jurisdictie door een vreemde Staat. De verwijzing naar de soevereiniteit van de Franse Republiek is daartoe onvoldoende; dat zou - indien gevolgd - immers dan altijd aan de orde zijn.

10. De slotsom hiervan is dat Institut Français kan worden opgeroepen voor de bevoegde Nederlandse rechter. Nu de werkzaamheden in Amsterdam worden verricht en in (de arbeidsovereenkomst en) het Interne Reglement een keuze is gemaakt voor de rechtbank te Amsterdam en [verzoeker] bovendien zijn arbeid gewoonlijk in Amsterdam verrichtte, is de kantonrechter te Amsterdam bevoegd van het verzoek kennis te nemen.

10. De formele verweren van Institut Français zullen gezien het bovenstaande worden gepasseerd. De kantonrechter verklaart zich bevoegd van de zaak kennis te nemen en overigens is [verzoeker] ook ontvankelijk in zijn verzoek.

Het toepasselijke recht

19. Zowel in de arbeidsovereenkomst van [verzoeker] , als in het Interne Reglement is expliciet gekozen voor Nederlands recht. Dit is ook niet door Institut Français betwist. De zaak zal dan ook naar Nederlands recht worden behandeld en beoordeeld.

Voortzetting van de zaak

20. Zoals met partijen besproken zal een tweede mondelinge behandeling worden bepaald, alwaar de zaak verder inhoudelijk zal worden besproken. Daartoe worden partijen verzocht binnen twee weken na heden verhinderdata in de maand maart 2017 op te geven, zodat een datum voor de voortgezette mondelinge behandeling kan worden bepaald.

20. Daarbij geeft de kantonrechter partijen mee, dat zij ieder (raadsman en partij tezamen) 10 werkdagen als verhindering kunnen opgeven. Worden meer verhinderdata opgegeven, zal daarmee zo nodig geen rekening worden gehouden.

Kostenveroordeling

22. De kantonrechter zal de beslissing omtrent de proceskosten aanhouden tot aan haar eindbeslissing.

BESLISSING

De kantonrechter:

verklaart zich bevoegd van de verzoeken van [verzoeker] kennis te nemen;

bepaalt dat de mondelinge behandeling wordt voortgezet;

verzoekt partijen binnen 14 dagen na dagtekening dezes verhinderdata op te geven, zodat daartoe een nieuwe datum kan worden vastgesteld;

houdt iedere verdere beslissing aan.


Aldus gegeven door mr. M.V. Ulrici, kantonrechter, op 14 februari 2017 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter