Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:1366

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
16-02-2017
Datum publicatie
14-03-2017
Zaaknummer
13/684551-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Diefstal en ongewenst vreemdeling

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VERKORT VONNIS

Parketnummer: 13/684551-16

Datum uitspraak: 16 februari 2017

Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats 1] (Marokko) in 1978,

thans uit andere hoofde gedetineerd in het “ [detentieplaats] .

gedagvaard als:

[alias] , geboren te [geboorteplaats 2] (Algerije) op [geboortedatum] 1981.

1 Onderzoek ter terechtzitting

1.1

Dit verkort vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 16 februari 2017.

1.2

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie,

mr. R.A. Kloos, en van wat de raadsman van verdachte, mr. W.J. Morra, naar voren heeft gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 12 november 2016 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een of meer verpakking(en) scheermesjes en/of sokken en/of een jas, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Hema ( [filiaal] ), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde feit en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

De rechtbank acht bewezen dat verdachte

op 12 november 2016 te Amsterdam, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen verpakkingen scheermesjes en sokken en een jas, toebehorende aan Hema ( [filiaal] ).

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5 Bewijs

De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Indien tegen dit verkort vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort vonnis gehecht.

6 Strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straf

De officier van justitie heeft bij requisitoir gevorderd dat verdachte ter zake van het door hem bewezen geachte feit zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 52 dagen, met aftrek van voorarrest. De inbeslaggenomen jas dient te worden teruggegeven aan de rechthebbende.

De raadsman heeft een straf bepleit niet langer dan het voorarrest.

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een winkeldiefstal bij de Hema. Winkeldiefstal is een ergerlijk feit, dat naast schade vaak veel hinder veroorzaakt voor de gedupeerde bedrijven. In het algemeen wekt diefstal gevoelens op van onrust en onveiligheid bij de benadeelden.

Voorts is komen vast te staan dat verdachte, blijkens zijn strafblad (zie de Justitiële Documentatie van 25 januari 2017), eerder is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten, waaronder meerdere vermogensdelicten, hetgeen hem er kennelijk niet van heeft weerhouden het onderhavige feit te plegen.

De rechtbank heeft tevens kennis genomen van het reclasseringsrapport van 3 januari 2017, opgemaakt door [reclasseringsmedewerker] . Genoemd rapport houdt, zakelijk weergegeven, het volgende in:

Er is sprake van een delictpatroon ten aanzien van vermogensdelicten. Verdachte bevindt zich in Nederland in een uitzichtloze situatie door zijn status als ongewenst verklaard vreemdeling. Verdachte heeft door deze status zeer beperkt de mogelijkheid tot het doen van aanspraak op sociale voorzieningen. Er is sprake van dak- en thuisloosheid, het ontbreken van reguliere inkomsten en overmatig middelengebruik werkt sterk recidive verhogend. Hulpverlening binnen een ambulant kader is door zijn status als ongewenst verklaard vreemdeling niet mogelijk. Eventueel reclasseringstoezicht kan niet worden vormgegeven door het ontbreken van mogelijkheden met betrekking tot sociale voorzieningen. Het is niet mogelijk om een taakstraf op te leggen nu verdachte geen geldige verblijfsvergunning en geen ziektekostenverzekering heeft. Gezien zijn delictsverleden ziet de reclassering alleen de mogelijkheid van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf of een ISD-maatregel.

Nu aan verdachte al de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders

(ISD-maatregel) is opgelegd bij uitspraak van 8 juli 2016 door de rechtbank (13/741008-16) en deze maatregel al is aangevangen, is de rechtbank van oordeel dat de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf als enige passende mogelijkheid overblijft. Gelet op hetgeen volgens de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) bij vergelijkbare zaken, een winkeldiefstal met (frequente)recidive, kan worden opgelegd, bestaat er aanleiding om bij de straftoemeting af te wijken van wat de officier van justitie heeft gevorderd. De rechtbank is dan ook van oordeel dat aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van dertig dagen, met aftrek van het voorarrest, moet worden opgelegd.

9 Beslag

Onder verdachte is het volgende voorwerp in beslag genomen:

- 1 STK jas, kleur: zwart, Hema gewatteerd, 5286418

De rechtbank is van oordeel dat voornoemd inbeslaggenomen voorwerp dient te worden teruggegeven aan de Hema ( [filiaal] te Amsterdam), nu uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat deze onderneming als rechthebbende kan worden aangemerkt.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht.

11 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Diefstal.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [naam verdachte] (gedagvaard als [alias] ), daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 30 (dertig) dagen.

Beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Gelast de teruggave aan Hema ( [filiaal] te Amsterdam) van:

- 1 STK jas, kleur: zwart, Hema gewatteerd, 5286418

Dit vonnis is gewezen door

mr. R.A. Overbosch, voorzitter,

mrs. F.W. Pieters en V.V. Essenburg, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M. van der Mark, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 16 februari 2017.