Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:1237

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
17-01-2017
Datum publicatie
22-03-2017
Zaaknummer
AWB 16 /653
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De Rechtbank heeft, nadat de rechtbank hierom heeft verzocht, niet de op de zaken betrekking hebbende stukken van verweerder ontvangen. Verweerder heeft de stukken niet ingestuurd omdat partijen in overleg waren en de verwachting was dat partijen overeenstemming zouden bereiken. Het eerst ter zitting overleggen van de desbetreffende stukken – zoals door verweerder ter zitting is voorgesteld – acht de rechtbank in strijd met de goede procesorde. De rechtbank gaat over tot toepassing van artikel 8:31 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Belastingblad 2017/211 met annotatie van J.P. Kruimel
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummers: AMS 16/508 en AMS 16/653

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 januari 2017 in de zaken tussen

de stichting Stichting [naam] , te Amstelveen, eiseres

(gemachtigde: [betrokkene] ),

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Amstelveen, verweerder

(gemachtigde: R. Meijer).

Procesverloop

Verweerder heeft bij beschikking krachtens artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) met dagtekening 31 januari 2015 de waarde van de onroerende zaken [straat en huisnummers] oneven te Amstelveen voor het kalenderjaar 2015 vastgesteld op € 102.000 per object en de waarde voor de onroerende zaak [adres] vastgesteld op € 3.330.000. In hetzelfde geschrift is ook de aanslag onroerende zaakbelastingen 2015 bekend gemaakt.

Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 14 december 2015 de bij beschikking vastgestelde waarde van de onroerende zaken [straat en huisnummers] oneven verlaagd tot € 20.000 per object en de waarde van de onroerende zaak [adres] gehandhaafd. Verweerder heeft de daarop gebaseerde aanslagen dienovereenkomstig verminderd.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De rechtbank heeft verweerder bij aangetekende brieven van 23 augustus 2016 verzocht binnen vier weken na verzending van de brief de op de zaken betrekking hebbende stukken in te dienen. In die brieven heeft de rechtbank verweerder op de hoogte gesteld dat bij het uitblijven van een reactie de rechtbank daaruit de gevolgtrekkingen kan maken die haar geraden voorkomen. Uit informatie van Post.nl is gebleken dat deze brieven op 24 augustus 2016 bij eiseres zijn bezorgd.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 november 2016.

Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. De rechtbank stelt vast dat de op de zaken betrekking hebbende stukken niet van verweerder zijn ontvangen. Ter zitting is gebleken dat ook eiseres niet beschikt over de op de zaak betrekking hebbende stukken.

2. Artikel 8:31 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat, indien een partij niet voldoet aan de verplichting stukken over te leggen, de rechtbank daaruit de gevolgtrekkingen kan maken die haar geraden voorkomen.

3. Ter zitting is aan de orde gesteld dat de op de zaak betrekking hebbende stukken niet zijn ontvangen en is verweerder gevraagd naar de reden van het ontbreken van de stukken. Verweerder heeft aangegeven dat partijen in overleg waren. Omdat de verwachting was dat partijen overeenstemming zouden bereiken, heeft verweerder besloten nog geen stukken in te sturen.

4. De rechtbank heeft partijen ter zitting in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de toepassing van artikel 8:31 van de Awb. Verweerder heeft aangevoerd de stukken ter zitting alsnog te willen overleggen. Eiseres heeft een eventuele toepassing van artikel 8:31 van de Awb aan de rechtbank overgelaten.

5. Bij de rechtbank is bekend dat het vaker voorkomt dat deze verweerder niet tijdig aan het verzoek tot het indienen van de op zaken betrekking hebbende stukken gehoor geeft. De rechtbank heeft dit eerder op een regulier overleg met verweerder ter sprake gebracht.

6. Niet in geschil is dat verweerder op de hoogte was van de mogelijke consequenties van het niet of niet tijdig indienen van de op de zaak betrekking hebbende stukken. Dat partijen nog in onderhandeling waren maakt niet dat de betreffende stukken niet ingezonden dienden te worden. Het eerst ter zitting overleggen van de desbetreffende stukken – zoals door verweerder ter zitting is voorgesteld – acht de rechtbank in strijd met de goede procesorde.

7. Gelet op het hierboven beschreven procesverloop en de overwegingen heeft de rechtbank besloten tot inhoudelijke beoordeling van het beroep over te gaan aan de hand van het dossier zoals dat tot op heden ter beschikking is van de rechtbank.

[adres] (zaaknummer AMS 16/508)

8. Eiseres is genothebbende krachtens eigendom van de onroerende zaak. De onroerende zaak [adres] betreft een niet-woning.

9. In geschil is de waarde van de niet-woning op de waardepeildatum 1 januari 2014.

10. Eiseres betwist dat de waarde van de onroerende zaak juist is vastgesteld.

11. De rechtbank constateert dat in het dossier een onderbouwing ontbreekt op grond waarvan kan worden vastgesteld dat verweerder per waardepeildatum 1 januari 2014 de juiste waarde aan de onroerende zaak heeft toegekend. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder niet inzichtelijk gemaakt hoe de waardebepaling van de onroerende zaak tot stand is gekomen. Verweerder is er dan ook niet in geslaagd voldoende aannemelijk te maken dat de door hem vastgestelde waarde niet hoger is dan de economische waarde op de waardepeildatum. Voor zover verweerder ter zitting de door hem voorgestane waarde nog heeft gemotiveerd, kan dat hem niet baten, omdat deze motivering zonder onderliggende stukken voor de rechtbank niet controleerbaar is.

12. Eiseres heeft de door verweerder vastgestelde waarde gemotiveerd bestreden en heeft in haar beroepschrift een waarde verdedigd van € 2.626.000. Gelet op de hiervoor geschetste gang van zaken en het bepaalde in artikel 8:31 van de Awb bepaalt de rechtbank dat de waarde van de onroerende zaak voor het belastingjaar 2015 op de door eiseres bepleite waarde dient te worden vastgesteld.

[straat en huisnummers] oneven (zaaknummer AMS 16/653)

13. Eiseres heeft in beroep aangevoerd dat er in de uitspraak op bezwaar ten aanzien van deze onroerende zaken ten onrechte geen proceskosten zijn toegekend voor het bijwonen van de hoorzitting door de gemachtigde van eiseres op 16 juli 2015.

14. De rechtbank overweegt dat verweerder niet heeft weersproken dat er op 16 juli 2015 een hoorzitting heeft plaatsgevonden en dat de gemachtigde van eiseres daarbij aanwezig was.

15. Nu verweerder in de uitspraak op bezwaar geen proceskosten heeft toegekend voor het bijwonen van de hoorzitting en niet in geschil is dat eiseres in haar bezwaarschrift heeft verzocht om vergoeding van deze proceskosten is het beroep ook op dit punt gegrond.

Conclusie

16. Gelet op het voorgaande is het beroep gegrond en wordt de bestreden uitspraak worden vernietigd. De rechtbank ziet aanleiding met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb zelf in de zaak te voorzien door de beschikking van 14 december 2015 te vernietigen en de waarde van de onroerende zaak voor het belastingjaar 2015, naar de waardepeildatum 1 januari 2014, vast te stellen op € 2.626.000.

17. De rechtbank stelt de proceskosten in bezwaar op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 492 (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift, 1 punt voor het verschijnen op de hoorzitting met een waarde per punt van € 246 en een wegingsfactor 1).

18. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten in beroep. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 990,- ( 1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 495,- en een wegingsfactor 1).

19. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoedt.

Beslissing

De rechtbank:

  • -

    verklaart het beroep gegrond;

  • -

    vernietigt de bestreden uitspraak op bezwaar voor zover deze ziet op de vastgestelde WOZ-waarde van de onroerende zaak [adres] ;

  • -

    vermindert de WOZ-waarde van de onroerende zaak [adres] tot een bedrag van € 2.626.000;

  • -

    bepaalt dat de aanslag onroerende zaakbelasting dienovereenkomstig wordt verlaagd;

  • -

    stelt de stelt de proceskosten in bezwaar vast op € 492,-;

  • -

    bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;

  • -

    draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 668,- aan eiseres te vergoeden;

  • -

    veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 990,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Vriethoff, rechter, in aanwezigheid van mr. S. van Douwen, griffier.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 januari 2016.

griffier

rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam.