Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:1234

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
07-02-2017
Datum publicatie
09-03-2017
Zaaknummer
C/13/622934 / JE RK 17-80
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Kinderrechter verleent machtiging gesloten jeugdhulp ten aanzien van momenteel vermiste minderjarige.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FJR 2017/33.4
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Familie- en Jeugdrecht

Zittingsplaats: Amsterdam

zaakgegevens : C/13/622934 / JE RK 17-80

datum uitspraak: 7 februari 2017

Beschikking machtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak van

JEUGDBESCHERMING REGIO AMSTERDAM, de gecertificeerde instelling, hierna te noemen de GI, gevestigd te Amsterdam.

betreffende

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] .

[moeder] , wonende te [woonplaats] , is de moeder.

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: de minderjarige en de moeder.

Het verdere procesverloop

Het blijkt uit de volgende stukken:

  • -

    het verzoekschrift van de GI van 27 januari 2017;

  • -

    de beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 27 januari 2017;

  • -

    de instemmende verklaring van de gekwalificeerde gedragswetenschapper van 27 januari 2017.

Op 7 februari 2017 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.

Gehoord zijn:

- de raadsvrouw van de minderjarige, mr. H. Amrani;

- de moeder;

- [naam 1] , namens de GI.

De minderjarige is niet verschenen.

De feiten en het verzoek

Het ouderlijk gezag over [minderjarige] wordt uitgeoefend door de moeder.

[minderjarige] is momenteel vermist.

Bij beschikking van de kinderrechter te Amsterdam van 24 februari 2016 is [minderjarige] met ingang van 23 februari 2016 voorlopig onder toezicht gesteld. Bij beschikking van de kinderrechter te Amsterdam van 27 mei 2016 is [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 17 mei 2017.

Bij beschikking van 27 januari 2017 is een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp verleend voor de duur van twee weken.

Het verzoek van de GI om aansluitend een machtiging te verlenen voor verblijf in een gesloten accommodatie voor de duur van de ondertoezichtstelling, is aangehouden en is thans aan de orde.

De standpunten

Ter zitting heeft de GI gepersisteerd bij het verzoek en dit mondeling toegelicht. Het plan om [minderjarige] met een voorwaardelijke machtiging te plaatsen op de [instelling 1] was in een vergevorderd stadium. [minderjarige] is helaas nog steeds vermist, maar de politie is actief aan het zoeken. [minderjarige] neemt nu ook geen contact meer op met haar moeder. Dat baart veel zorgen. Mocht [minderjarige] worden gevonden, dan zal zij eerst worden geplaatst in [instelling 2] , maar vervolgens zal zij zo snel mogelijk worden doorgeplaatst naar een geschikte plaats. Een mogelijkheid is [instelling 3], een gezinshuis in Spanje. De GI geeft aan erg bezorgd te zijn over de situatie van [minderjarige] .

De raadsvrouw heeft naar voren gebracht dat zij sinds 17 januari 2017 geen contact meer heeft gehad met [minderjarige] . Zij maakte bij haar laatste gesprek een positieve indruk en was gemotiveerd om met een voorwaardelijke machtiging geplaatst te worden. Zij heeft aangegeven niet in het loverboy-circuit te zitten. Indien het verzoek wordt toegewezen is [instelling 2] voor haar niet de juiste plek om lang te verblijven. Er wordt nu gedacht aan een plaatsing in het buitenland.

De moeder heeft aangegeven dat zij zich grote zorgen maakt om [minderjarige] . Een (gesloten) plaatsing in Nederland is zinloos. Het beste is dan misschien om haar in Spanje te plaatsen. Moeder hoopt dat [minderjarige] snel terugkomt.

De verdere beoordeling

Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet kan een machtiging slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken.

De kinderrechter is van oordeel dat aan deze criteria wordt voldaan. [minderjarige] is al meerdere keren in [instelling 2] geplaatst in verband met gedragsproblemen. Daar is zij meerdere keren weggelopen. Er bestaat de angst dat zij in een loverboynetwerk terecht is gekomen. Er was sprake van een stijgende lijn en een open plaatsing in het kader van een voorwaardelijke machtiging was aan de orde. Echter, [minderjarige] is weer weggelopen. In november heeft zij een forse brandwond opgelopen, waarbij het ziekenhuis ernstig twijfelt aan de juistheid van het verhaal van [minderjarige] over de toedracht. [minderjarige] gaat niet meer naar school en stage en er zou sprake zijn van drugsgebruik. Op dit moment is [minderjarige] echter vermist en heeft niemand zicht op haar situatie. Er zijn grote zorgen over haar veiligheid. De kinderrechter acht het van belang dat [minderjarige] zo snel mogelijk wordt gevonden en dat zij vervolgens op een veilige plek wordt geplaatst. De plaatsing in [instelling 2] dient gelet op haar achtergrond zo kort mogelijk te zijn. Vanuit [instelling 2] dient dan ook met voortvarendheid te worden gekeken naar welke plek [minderjarige] het beste kan worden doorgeplaatst. De kinderrechter zal de spoedmachtiging handhaven tot heden en de machtiging gesloten jeugdhulp verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten tot 17 mei 2017.

De beslissing

De kinderrechter:

- handhaaft de spoedmachtiging gesloten jeugdhulp van 27 januari 2017 tot heden;

- verleent een machtiging gesloten jeugdhulp met ingang van 7 februari 2017 tot
17 mei 2017.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.P.G. Rietbergen, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. P. Tanis als griffier en in het openbaar uitgesproken op 7 februari 2017.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Amsterdam