Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:1088

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
17-02-2017
Datum publicatie
24-02-2017
Zaaknummer
EA VERZ 16-1575
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontbindingsverzoek wegens verstoorde arbeidsverhouding. Werkneemster kaart pestgedrag aan, werkgeefster verwijt werkneemster onder meer dat zij pesten niet kan bewijzen. Het was echter aan werkgeefster dit op te pakken en onderzoek te doen. Werkneemster wordt vervolgens ziek en is twee jaar later hersteld. Het was dan aan werkgeefster alsnog stappen te ondernemen om terugkeer in het eigen werk mogelijk te maken. Dat is niet gebeurd. Verzoek wordt afgewezen en tegenverzoek wedertewerkstelling toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2017-0210
AR 2017/1018
Prg. 2017/100

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 5608775 EA VERZ 16-1575

beschikking van: 17 februari 2017

func.: 8622

beschikking van de kantonrechter

I n z a k e

het zelfstandig bestuursorgaan Sociale Verzekeringsbank

gevestigd te Amstelveen

verzoekster

nader te noemen: SVB

gemachtigde: mr. F. van den Berg

t e g e n

[verweerster]

wonende te [woonplaats]

verweerder

nader te noemen: [verweerster]

gemachtigde: mr. J.M.G. Weststeijn

Op 22 december 2016 heeft SVB een verzoek ingediend, dat strekt tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verweerster] . [verweerster] heeft op 13 januari 2017 een verweerschrift ingediend met een zelfstandig verzoek tot wedertewerkstelling.

Ter terechtzitting van 27 januari 2017 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Voorafgaand daaraan hebben partijen nog nadere producties in het geding gebracht. Namens SVB zijn verschenen mevrouw [naam 1] , de heer [naam 2] en mevrouw
[naam 3] , vergezeld door de gemachtigde. [verweerster] is met zijn gemachtigde verschenen. Partijen hebben ter zitting hun standpunten toegelicht, de gemachtigden hebben pleitaantekeningen overgelegd. Na verder debat is beschikking bepaald op heden.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Feiten

1. Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend of niet (voldoende) weersproken, alsmede op grond van de overgelegde en in zoverre niet bestreden inhoud van de stukken, staat in dit geding het volgende vast:

1.1.

[verweerster] is op [datum] 2010 bij SVB in dienst getreden op basis van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht. Zij heeft de functie Integrale Auditor A.

1.2.

SVB heeft een gedragscode voor integriteit. Hierin staat onder meer:
Ongewenste omgangsvormen tasten de waardigheid en/of lichamelijke integriteit van een medewerker aan. (…) Iedere medewerker maakt voor zichzelf uit of hij een opmerking of handeling als vervelend en dus ongewenst ervaart. Zowel de beleving van de individuele medewerker, als algemene normen en waarden van gepast gedrag zijn daarbij doorslaggevend.

(…)

Het kan voorkomen dat het niet mogelijk of wenselijk is om de situatie bij je direct leidinggevende aan te kaarten. In dat geval kun je ook naar je naast hogere leidinggevende stappen, die actie zal ondernemen. De schending wordt in de “lijn” opgepakt.

Als de situatie niet wordt aangepakt door je leidinggevenden, dan kun je melding doen bij de Commissie Integer Handelen. (…)

1.3.

Op 5 maart 2014 heeft [verweerster] per sms aan de toenmalig directeur
van haar afdeling, [naam 1] (verder: [naam 1] ) het volgende laten weten:
ik hoor al een aantal dagen, dat jullie gehoord hebben, dat ik gedrogeerd zou zijn ooit. Ging er in eerste instantie vanuit, dat dit geëtter zou zijn, maar inmiddels hoor ik zoveel mensen hierover, dat ik aan je wil vragen. Ik weet hier zelf niets vanaf, maar vindt wel een ernstige zaak natuurlijk als dit waar is. Graag zou ik van je willen weten of dit gerucht klopt en wanneer dit gebeurt zou zijn.

[naam 1] heeft dezelfde dag laten weten het verhaal van [verweerster] niet te herkennen.

1.4.

Op 18 maart 2014 heeft een bespreking plaatsgevonden over de sms van [verweerster] . Daarbij waren aanwezig [verweerster] , [naam 1] en [naam 2] , destijds direct leidinggevende van [verweerster] . Het verslag dat SVB van het gesprek heeft opgemaakt vermeldt:
besproken is dat [verweerster] meent dat collega’s achter haar rug over haar roddelen in verband met verdovende middelen. Zij ontleent dit aan het feit dat zij op een

gegeven moment onverwacht bij de lift stond en dat het gesprek tussen een

aantal collega’s stil viel, tevens vindt zij dat ze met de nek wordt aangekeken.

[verweerster] heeft de desbetreffende collega’s niet gevraagd of haar vermoedens terecht zijn. Zij weet dus niet zeker of dit aan de orde is. [naam 1] en [naam 2] hebben aangegeven dat zij dit niet weten en niet eerder hebben gehoord. Tevens geven zij aan dat zij het zich niet voor kunnen stellen, maar dat als het waar is er zeker iets aan gedaan moet worden. Verder is besproken dat [naam 1] en [naam 2] het ernstige beschuldigingen vinden, maar tevens dat [verweerster] deze op dit moment niet hard kan maken en dat het uiten van deze beschuldigingen zonder bewijs niet professioneel is. [verweerster] geeft aan de betreffende personen alsnog te benaderen en dat terugkoppelt aan [naam 1] en [naam 2] . Overall is besproken dat deze ontwikkelingen vraagtekens zetten bij de professionaliteit van [verweerster] . Het feit dat ze vermoedens heeft en deze niet eerst met betrokkenen bespreekt, voordat zij [naam 1] heeft benaderd, het sturen van een SMS in plaats van bij iemand langslopen en het missen van zelfreflectie spelen daarbij een belangrijke rol. Een vervolgafspraak wordt gepland over circa twee weken, waarbij [verweerster] in de tussentijd de betreffende collega’s benadert.

1.5.

[verweerster] heeft zich op 15 juli 2014 ziek gemeld.

1.6.

In een probleemanalyse van 25 augustus 2014 vermeldt de bedrijfsarts:
Uw medewerker, Mw. [verweerster] heeft medisch gezien op dit moment geen tot marginaal benutbare mogelijkheden. Uw medewerkster verzuimt als gevolg van de werkgerelateerde factoren. In ervaring van uw medewerkster is er sprake van pesten op het werk. Mijn advies is om in aanwezigheid van een onafhankelijke derde met elkaar gesprekken aan te gaan over de werkgerelateerde factoren. Als géén voortgang in de gesprekken wordt geboekt ondanks inschakeling van een onafhankelijk interne derde persoon, dan kunt u mediation bij ons aanvragen Mijn inziens is uw medewerkster momenteel niet in staat om voortgang gesprek aan te gaan. Mijn advies is om het voortgang gesprek voorlopig uitstellen.

1.7.

Na sommatie op straffe van een loonstop door SVB, had [verweerster] op 9 november 2014 een intakegesprek bij een mediator.

1.8.

Op 4 december 2014 adviseerde de bedrijfsarts als volgt:
Op basis van de beschikbare informatie ben ik tot conclusie gekomen dat uw medewerkster voorlopig niet in staat is om aan Mediationgesprekken deel te nemen.
Mijn advies is om pas op de plaats te maken en verder medisch herstel, meer stabiele situatie afwachten.
De mediation heeft geen vervolg gekregen.

1.9.

Op 22 februari 2016 is [verweerster] begonnen met haar reïntegratie, door op tijdelijke basis bij de afdeling Finance en Control werkzaamheden te verrichten.

1.10.

Op 26 mei 2016 rapporteerde de bedrijfsarts:
De gesprekken met de leidinggevende om te komen tot passende oplossingen voor de werkgerelateerde problematiek zijn de afgelopen periode niet gecontinueerd. (…)
Gezien de toenemende belastbaarheid kan inmiddels ook gestart worden met haar eigen takenpakket.

1.11.

Op 14 juni 2016 liet de gemachtigde van [verweerster] in een e-mail aan SVB weten:
Daarnaast kan ik u berichten dat cliënte zich vrijdag gaat beter melden met gevolg dat zij per maandag 20 juni 2016 haar eigen werkzaamheden kan verrichten voor 100%. Zij hoeft dan ook niet tot 1 juli 2016 de passende werkzaamheden uit te voeren. U bent verplicht haar in haar eigen functie te plaatsen, omdat zij immers haar eigen werkzaamheden weer kan hervatten en dit stelt ook de Arboarts. (…)

1.12.

SVB reageerde hierop als volgt bij brief van 17 juni 2016:
Met haar eis tot terugkeer gaat uw cliënte geheel en al voorbij aan de gebeurtenissen, welke zich met betrekking tot haar als medewerker van de SVB, in het bijzonder medewerker van de Audit Dienst, hebben voltrokken in de afgelopen jaren. (…)
Een en ander heeft er toe geleid dat bij mij en het management het vertrouwen in uw cliënte als goed medewerker van de Audit Dienst ernstig is geschonden. Vorenstaande leidt de SVB ertoe, dat ik met u en uw cliënte in gesprek wens te gaan over de ontstane situatie. (…) Terugkeer van uw cliënte naar de functie van Integrale Auditor bij de Audit Dienst is in ieder geval zolang genoemd gesprek niet heeft plaatsgevonden geen reële optie voor de SVB, omdat de situatie binnen de Audit Dienst hetzelfde is als de situatie waarmee uw cliënte problemen had.

1.13.

De arbeidsdeskundige van het UWV heeft op 18 juni 2016 gerapporteerd naar aanleiding van een WIA aanvraag van [verweerster] . In dit rapport staat onder meer:
Zijn de inspanningen van de werkgever voldoende geweest?
Nee, want werknemer wordt voor haar eigen werk geschikt bevonden, terwijl het eigen werk niet aangeboden wordt en tevens is er geen spoor 2 traject ingezet.
Heeft de werkgever hiervoor een deugdelijke grond?
Nee, want de werkgever geeft aan dat zij op dit moment met elkaar in gesprek zijn, en de uitkomst nog niet duidelijk is. Gezien het feit dat er geen medische beperkingen meer zijn, zijn er geen belemmeringen meer om het eigen werk aan te bieden.

1.14.

[verweerster] was op 18 juli 2016 volledig hersteld voor haar eigen werk.

1.15.

Op 9 augustus 2016 heeft een gesprek tussen partijen plaatsgevonden. Na dat gesprek is [verweerster] vrijgesteld van werk.

Verzoek en verweer, tegenverzoek

2. SVB verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verweerster] , vanwege een verstoorde arbeidsverhouding. [verweerster] heeft blijk gegeven van een diep geworteld wantrouwen jegens SVB. Haar verwijten aan het adres van collega’s heeft zij nooit onderbouwd. Ook heeft zij zich nooit tot de Integriteitscommissie van SVB gewend, alhoewel zij wel op die mogelijkheid is gewezen. Het is dan ook aan [verweerster] te wijten dat de arbeidsverhouding is verstoord.

3. [verweerster] voert verweer. In samenhang daarmee heeft [verweerster] een verzoek tot wedertewerkstelling, subsidiair tot toekenning van een transatievergoeding en billijke vergoeding, gedaan. Hierop zal hierna, voor zover van belang, worden ingegaan.

Beoordeling

4. Niet ter discussie staat dat [verweerster] op 18 juli 2016 na twee jaar ziekte weer hersteld was voor haar eigen werk. Uitgangspunt is dan dat zij door SVB tot dat werk moet worden toegelaten.

5. SVB heeft aan die verplichting niet voldaan. De gronden die zij daarvoor aanvoert houden geen stand. Zowel ter zitting als in het gesprek van 18 maart 2014 neemt SVB – kort gezegd – het standpunt in dat [verweerster] haar (zware) beschuldigingen over pesten eerst moe(s)t bewijzen. Door dat niet te doen zou zij ernstig verwijtbaar hebben gehandeld. SVB miskent hiermee dat het aankaarten door [verweerster] van door haar ervaren ongewenst gedrag juist het startpunt had moeten zijn van nader onderzoek, waarbij SVB als werkgever vanuit een neutrale positie het voortouw had moeten nemen. Dit volgt ook uit de eigen gedragscode van SVB. Uitkomst van dergelijk onderzoek zou kunnen zijn dat daadwerkelijk van pestgedrag sprake is, maar ook dat [verweerster] zich het pestgedrag heeft ingebeeld, zoals SVB stelt. Waar het echter om gaat is dat daadwerkelijk actie wordt ondernomen en dat heeft SVB niet gedaan. Door zich passief op te stellen en steeds te benadrukken dat [verweerster] bepaalde stappen moest ondernemen en dat zij door dat niet te doen onprofessioneel handelde, was het juist SVB die verwijtbaar handelde. Ook [verweerster] had stappen moeten ondernemen, zij stelt dat ook gedaan te hebben maar SVB betwist dat. Gezien de houding die SVB van aanvang af heeft gehad, kan [verweerster] echter hoe dan ook onvoldoende verweten worden dat verder onderzoek niet van de grond is gekomen.

6. Vervolgens werd [verweerster] ziek op een moment dat het meningsverschil tussen partijen over het door haar ervaren pestgedrag niet was opgelost. SVB heeft dan ook terecht ingezet op mediation. Die is in 2014 niet van de grond gekomen, omdat – zo bevestigt de bedrijfsarts – [verweerster] daartoe eind 2014 niet in staat was. Niet valt echter in te zien waarom SVB dit traject op een later moment niet weer had kunnen oppakken. Zeker toen [verweerster] weer werkzaamheden zou gaan verrichten had SVB stappen kunnen en moeten zetten om uiteindelijk terugkeer in de eigen functie voor [verweerster] mogelijk te maken. Dat dit onmogelijk was of door de bedrijfsarts werd geblokkeerd is onvoldoende onderbouwd. Uiteindelijk heeft SVB in juni 2016 aangedrongen op een gesprek, waarbij zij heeft benadrukt dat het vertrouwen in [verweerster] door haar toedoen ernstig was geschonden. Nog los van het feit dat dit gezien hetgeen hiervoor is overwogen misplaatst was, is het een weinig vruchtbaar uitgangspunt voor terugkeer in de eigen functie. Door [verweerster] vervolgens tijdens het laatste gesprek van 9 augustus 2016 op non-actief te stellen heeft SVB nader overleg en herstel van vertrouwen – en daarmee voortzetting van de arbeidsovereenkomst – nog verder bemoeilijkt.

7. Voor zover van een verstoorde arbeidsverhouding al sprake is, is SVB hier dan ook zelf voor verantwoordelijk. [verweerster] betwist dat de verhouding zodanig verstoord is dat herstel niet meer mogelijk is en zij is bereid alsnog aan dat herstel te werken. Hieruit volgt dat van SVB gevergd kan worden de verhouding alsnog te herstellen, zodat aan de vereisten voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst niet is voldaan. [verweerster] dient alsnog tot haar eigen functie te worden toegelaten.

8. Het verzoek zal worden afgewezen en het tegenverzoek tot wedertewerkstelling zal worden toegewezen. De dwangsom zal worden gematigd en beperkt als hierna te noemen. SVB zal in de proceskosten worden veroordeeld, gezien de samenhang zal slechts één kostenveroordeling worden uitgesproken.

BESLISSING

De kantonrechter:

in de zaak van het verzoek:

wijst het verzoek van SVB af;

in de zaak van het tegenverzoek:

veroordeelt SVB om [verweerster] uiterlijk twee dagen na betekening van deze beschikking te werk te stellen in haar eigen functie van Integrale Auditor A, met alle daarbij behorende taken en bevoegdheden, op straffe van een dwangsom van
€ 500,00 per dag of dagdeel dat aan deze veroordeling niet wordt voldaan, met een maximum van € 40.000,00;

veroordeelt SVB in de proceskosten aan de zijde van [verweerster] , begroot op € 545,-- aan salaris gemachtigde.

veroordeelt SVB tot betaling van een bedrag van € 50,00 aan nasalaris, te verhogen met een bedrag van € 68,00 onder de voorwaarde dat betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden en SVB niet binnen 14 dagen na aanschrijving vrijwillig aan het vonnis heeft voldaan, een en ander voor zover van toepassing, inclusief btw;

verklaart de veroordeling onder II uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.W. Inden, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 17 februari 2017.