Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:10678

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
18-12-2017
Datum publicatie
05-11-2019
Zaaknummer
6400163 EA 17-926
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek van werkgever om arbeidsovereenkomst te ontbinden voor het geval komt vast te staan dat de arbeidsovereenkomst niet door opzegging van werkneemster is geëindigd, en voor recht te verklaren dat werkneemster geen recht heeft op een transitievergoeding, alles met veroordeling van werkneemster in de kosten van het geding. Verzoeken werkgever worden toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2019-1204
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 6400163 EA 17-926

beschikking van: 18 december 2017

func.: 493

beschikking van de kantonrechter

i n z a k e

de besloten vennootschap Cool Cat Fashion B.V.

gevestigd te Houten

verzoekster

gemachtigde: mr. E.M.Y. Sørensen

t e g e n

[verweerster]

wonende te [woonplaats]

verweerster

gemachtigde mr. K. Wiersma.

Partijen worden hierna ook Cool Cat en [verweerster] genoemd.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Cool Cat heeft op 18 oktober 2017 een voorwaardelijk verzoek ingediend op de voet van artikel 7:671b BW, met producties. [verweerster] heeft op 24 november 2017 een verweerschrift met tegenverzoeken ingediend, eveneens met producties. Daarna hebben beide partijen nog nadere producties ingediend. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 4 december 2017. Beide partijen zijn bij die gelegenheid verschenen, Cool Cat in de persoon van [medewerker Cool Cat 1] ( [functie] ) en [medewerker Cool Cat 2] ( [functie] ) vergezeld door de gemachtigde en mr. K. Kapel, [verweerster] in persoon vergezeld door een tolk en haar gemachtigde. Partijen hebben ter zitting hun standpunt nader toegelicht aan de hand van overgelegde pleitnota’s. Na verder debat is een datum voor de beschikking bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Uitgangspunten

1. Uitgegaan wordt van het volgende.

1.1.

[verweerster] , thans 51 jaar oud, is op 1 maart 2016 in dienst getreden van Cool Cat als [functie] . In deze functie was zij [functieomschrijving] .

1.2.

Het laatstverdiende brutoloon bedraagt € 15.432,00 bruto per maand. Met toepassing van de 30% regeling voor expats - [verweerster] is afkomstig uit het Verenigd Koninkrijk - bedroeg het netto salaris € 8.123,15 per maand. Daarnaast heeft Cool Cat voor [verweerster] een regeling getroffen op grond waarvan de kosten van de internationale school van haar kinderen uit haar bruto salaris konden worden betaald en betaalde Cool Cat het vervoer van de kinderen van en naar de school per taxi. [verweerster] had verder het gebruik van een auto van de zaak.

1.3.

Vanwege de duur van haar verblijf in Nederland zou de 30% regeling voor [verweerster] per 1 november 2017 komen te vervallen, met als gevolg dat haar netto salaris zou afnemen tot € 6.418,63.

1.4.

[verweerster] is op 31 maart 2017 door Cool Cat geattendeerd op het aflopen van de 30% regeling.

1.5.

[verweerster] heeft Cool Cat gevraagd om haar tegemoet te komen. Per e-mail van 28 september 2017 heeft zij laten weten dat zij als netto salaris een bedrag van
€ 7.000,- nodig heeft. Zij heeft Cool Cat verschillende mogelijkheden voorgehouden om dit te bereiken.

1.6.

Cool Cat heeft de mogelijkheden onderzocht en [verweerster] per e-mail van 4 oktober 2017 laten weten dat er geen enkele mogelijkheid is die haar niet meer geld kost en dat haar financiële situatie dit niet toestaat.

1.7.

Per WhatsApp bericht van eveneens 4 oktober 2017 heeft [verweerster] Cool Cat onder meer het volgende geschreven: ‘As if Coolcat can’t afford to support me I can give [medewerker Cool Cat 1] my resignation letter tomorrow, then I can leave the business at the end of October’.

1.8.

Cool Cat (in de persoon van [medewerker Cool Cat 2] ) heeft hierop dezelfde dag per WhatsApp geantwoord: ‘You have to resign at the end of the Month and then your resignation period starts counting. You have to look in your contract hoe long this period is. Probably one month. So thant means you can leave at 1st of december’.

1.9.

Hierop heeft [verweerster] gereageerd met de mededeling: ‘Thank you [medewerker Cool Cat 2] but as this subjecting has been ongoing and your delays has prevented me making a decision I will take the 1st October as a date to resign from thanks [verweerster]’.

1.10.

Per e-mail van 5 oktober 2017 heeft [verweerster] daaraan toegevoegd: ‘the letter is dated 1st October’.

1.11.

Per e-mail van eveneens 5 oktober 2017 heeft [medewerker Cool Cat 2] een meeting voorgesteld om de laatste werkdag van [verweerster] te bepalen.

1.12.

Op 6 oktober 2017 hebben [verweerster] en [medewerker Cool Cat 2] met elkaar gesproken. Daarna heeft Cool Cat alsnog ingestemd met een einddatum van 31 oktober 2017 en met het opnemen van twee weken vakantie door [verweerster] , zodat haar laatste werkdag 18 oktober 2017 zou zijn.

1.13.

Hoewel daarvan sprake is geweest (zie onder 1.7 en 1.10) heeft [verweerster] geen opzeggingsbrief overhandigd.

1.14.

Per e-mail van 6 oktober 2017 heeft [verweerster] Cool Cat in de persoon van [medewerker Cool Cat 1] onder meer het volgende bericht: ’I now understand the issues with the Werkkostenregeling option that was proposed by my tax advisor. However it has become clear that I still benefit for this year, with no additional costs to Coolcat. It is next year Juni 2018 that financial it becomes difficult With this clarity, I am glad that I am still able te stay with Coolcat in the meantime and have the opportunity to complete some of the big projects started’.

1.15.

[medewerker Cool Cat 1] heeft in antwoord hierop per e-mail van eveneens 6 oktober 2017, onder meer aan [verweerster] geschreven: ‘You told me y’day you had resigned with [medewerker Cool Cat 2] , ktr) and that you were on your way to Germany.. Today I receive the info that all handovers are fixed and your last day has been agreed, and now you are glad you can stay? Coolcat and its MT need members who are there for the right reasons and prepared to run the extra mile given the situation that we are in’.

1.16.

Op 10 oktober 2017 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen partijen. Bij die gelegenheid heeft Cool Cat [verweerster] vrijgesteld van werk.

1.17.

Na afloop van het gesprek heeft [verweerster] Cool Cat per e-mail van 10 oktober 2017 laten weten dat zij niet heeft opgezegd en geen opzegbrief heeft overhandigd. Zij laat verder weten dat zij bereid is het werk te hervatten.

1.18.

Per e-mail van dezelfde dag heeft [medewerker Cool Cat 2] uiteengezet waarom volgens Cool Cat wel degelijk sprake is van een opzegging en dat zij [verweerster] aan de opzegging houdt.

1.19.

Per abuis heeft Cool Cat nog het salaris over de maand november 2017 aan [verweerster] overgemaakt.

Verzoeken en verweren

2. Cool Cat verzoekt voor het geval komt vast te staan dat de arbeidsovereenkomst met [verweerster] niet door haar opzegging is geëindigd om deze op de kortst mogelijke termijn te ontbinden en voor recht te verklaren dat [verweerster] geen recht heeft op een transitievergoeding, alles met veroordeling van [verweerster] in de kosten van het geding.

3. Cool Cat stelt daartoe dat uit de feitelijke gang van zaken blijkt dat [verweerster] ondubbelzinnig heeft opgezegd en dit tot drie maal toe heeft bevestigd. Van een in emotie gedane uitlating is geen sprake. De opzegging berustte op financiële overwegingen. [verweerster] heeft in dit verband aan verschillende personen gesproken over haar toekomstplannen. Zij zou naar Duitsland vertrekken met haar kinderen die in Neurenberg op de internationale school konden. Zij zou aan een “spouse program” bij het bedrijf waar haar man in Duitsland werkt kunnen deelnemen. Cool Cat was destijds niet bekend dat [verweerster] van haar man gescheiden was. De opzegging is door Cool Cat aanvaard. Cool Cat heeft zich erbij neergelegd dat daarbij niet de geldende opzegtermijn in acht genomen werd en heeft er ook nog mee ingestemd dat [verweerster] de laatste twee weken vakantie opnam. Het vertrek van [verweerster] was aldus geregeld, inclusief haar werkoverdracht en laatste werkdag. Gezien haar leeftijd, haar ervaring en haar functie binnen de organisatie van Cool Cat moet [verweerster] geacht worden de consequenties van haar handelen te beseffen en te dragen.

4. Bovendien heeft [verweerster] een spelletje gespeeld met Cool Cat door tegenover [medewerker Cool Cat 1] te verklaren dat [medewerker Cool Cat 2] haar ontslagbrief had en andersom. Cool Cat is verbijsterd dat [verweerster] hierover heeft gelogen tegen haar [functie] en de [functie] . Cool Cat voelt zich niet serieus genomen. [verweerster] heeft Cool Cat voor een acuut probleem geplaatst door op termijn van twee weken te willen vertrekken. Voor iemand in haar positie geeft dat geen pas. Het vertrouwen in haar is hierdoor weg. [verweerster] heeft door de hele gang van zaken blijk ervan gegeven slechts oog te hebben voor haar eigen belangen. Met haar onder 1.14 aangehaalde e-mail heeft zij Cool Cat geschoffeerd door te zeggen dat ze nog wel tot juni 2018 kon blijven. De arbeidsrelatie is door een en ander volledig en duurzaam verstoord geraakt. Mede gezien haar hoge positie is een terugkeer van [verweerster] in de organisatie uitgesloten, ook in een andere functie. Het gebleken gebrek aan betrokkenheid en loyaliteit staat daaraan in de weg. Van een billijke vergoeding kan geen sprake zijn, nu Cool Cat zich niet schuldig heeft gemaakt aan ernstig verwijtbaar handelen, aldus steeds Cool Cat.

5. [verweerster] verweert zich tegen het verzoek van Cool Cat. Zij stelt zich op het standpunt dat zij niet heeft opgezegd en dat er ook geen aanleiding is voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst. [verweerster] was niet uit op salarisverhoging in verband met het einde van de 30% regeling. Het ging haar om de betaling van het schoolgeld van de kinderen. Ingeval zij die kosten uit haar netto salaris moest betalen, zou zij terugvallen naar € 4.755,75 netto per maand. Daarover is misverstand ontstaan. In de wetenschap dat ze na afloop van de 30% regeling € 6.418,- netto per maand zou gaan verdienen, heeft [verweerster] Cool Cat gevraagd om dat te verhogen naar € 7.000,- netto per maand. Met het opgeven/inwisselen van verschillende voorwaarden kon het maandsalaris volgens [verweerster] al worden opgeschroefd naar € 6.800,-. In dit verband was [verweerster] bereid € 5.500,- aan vervoerskosten voor haar dochter te laten varen en de dochter op de fiets naar school, te laten gaan. Cool Cat had op deze voortstellen gewoon nee kunnen zeggen en daarmee was de kous af geweest, in plaats van [verweerster] in de waan te laten dat partijen samen een oplossing zouden zoeken. Op 4 oktober 2017 heeft [verweerster] aangegeven dat zij zich genoodzaakt zou zien om op te zeggen als er echt niets aan te doen zou zijn. De opzeggingsbrief genoemd in de WhatsApp van die datum is echter nooit overhandigd en opzegging heeft dan ook niet plaatsgevonden, ook naderhand niet. Op 6 oktober 2017 heeft [verweerster] nog geprobeerd uit te leggen dat er tot juni 2018 niets aan de hand is, aangezien zij tot die datum gewoon kon profiteren van de belastingvrijstelling voor internationale schoolgelden. Zij kwam dan ook tot de conclusie dat zij gelukkig Cool Cat niet hoeft te verlaten. Inmiddels lijkt Cool Cat te hebben ingezien dat er van opzegging geen sprake is. [verweerster] ontving op 23 november 2017 immers nog gewoon haar salaris over die maand.

6. Bij wijze van tegenverzoek vraagt [verweerster] primair te bepalen dat van opzegging geen sprake is en dat haar arbeidsovereenkomst met Cool Cat door is blijven lopen, dan wel dat geen sprake is geweest van een duidelijke en ondubbelzinnige verklaring gericht op het einde van het dienstverband, dan wel dat de opzegging is gedaan op basis van een onjuiste voorstelling van zaken die Cool Cat haar voorspiegelde, met als gevolg dat zij heeft gedwaald en haar opzegging met toepassing van artikel 7:686a lid 3 BW moet worden vernietigd op grond van artikel 6:228 lid 1 sub a BW. Daarnaast verzoekt [verweerster] Cool Cat te veroordelen tot doorbetaling van salaris en emolumenten, toelating tot de werkzaamheden en het doen van een mededeling binnen de organisatie in verband daarmee, een en ander op straffe van een dwangsom. Subsidiair, ingeval geoordeeld mocht worden dat [verweerster] wel rechtsgelding heeft opgezegd, verzoekt [verweerster] de terugbetalingsregeling ter zake van de schoolgelden terzijde te schuiven en Cool Cat op straffe van een dwangsom te veroordelen tot afgifte van een positieve referentie. Bij toewijzing van het ontbindingsverzoek verzoekt [verweerster] voorts om haar een billijke vergoeding van € 320.000,- toe te kennen inclusief een vergoeding voor reputatieschade. In alle gevallen verzoekt [verweerster] vergoeding van haar kosten van rechtsbijstand tot een bedrag van € 20.000,- en om Cool Cat te veroordelen tot betaling van € 8.602,50 aan openstaande transportkosten van de kinderen.

Beoordeling

7. Anders dan [verweerster] betoogt, volgt uit de onder 1 weergegeven feiten naar het oordeel van de kantonrechter dat zij duidelijk en ondubbelzinnig heeft opgezegd, omdat Cool Cat haar niet financieel tegemoet wilde komen in het kader van de afloop van de 30% regeling. Naar Cool Cat terecht stelt, blijkt uit niets dat sprake is geweest van emotionele uitlatingen, maar veeleer van een zakelijke en berekenende opstelling. Met Cool Cat is de kantonrechter van oordeel dat zij [verweerster] , mede gezien haar achtergrond en ervaring, dan ook zonder nader onderzoek naar haar bedoeling (of de vraag of [verweerster] zich de consequenties realiseerde) aan deze opzegging mocht houden. Cool Cat heeft onvoldoende weersproken gesteld dat op 6 oktober 2017 een beëindigingsdatum is afgesproken en een laatste werkdag, namelijk 18 oktober 2017, en dat afspraken zijn gemaakt over de overdracht van de werkzaamheden. Daar kon [verweerster] niet zomaar eenzijdig op terugkomen en Cool Cat heeft er ook geen misverstand over laten bestaan dat zij [verweerster] aan de opzegging hield. [verweerster] is niet voor niets vrijgesteld van werk op 10 oktober 2017 en Cool Cat heeft ook niet voor niets op 18 oktober 2017 het onderhavige voorwaardelijke verzoek ingediend. De salarisbetaling in november 2017 was dan ook evident een vergissing, waaraan [verweerster] niet het vertrouwen kon ontlenen dat Cool Cat alsnog instemde met voortzetting van het dienstverband.

8. Dit betekent dat het dienstverband tussen partijen met ingang van 1 november 2017 door opzegging is geëindigd. Van dwaling aan de zijde van [verweerster] is naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake geweest. [verweerster] was ermee bekend - zij had dit zelf door haar belastingadviseur laten berekenen - dat het einde van de 30% regeling tot de onder 1.3 genoemde daling van haar netto salaris zou leiden en zij heeft gevraagd om het ertoe te leiden dat dit zou worden opgetrokken naar € 7.000,-. Dat zij heeft aangeboden daarvoor de auto van de zaak, vakantiedagen of andere emolumenten op te geven, is niet komen vast te staan. Zij heeft Cool Cat slechts voorgehouden dat de vervoerskosten van haar dochter konden vervallen, omdat die op de fiets naar school kon, en gesuggereerd dat met eventuele toekomstige bonussen verrekend zou kunnen worden. Het is begrijpelijk dat Cool Cat daarvoor niet gevoelig was. Kosten die niet (meer) worden gemaakt, behoeven immers geen vergoeding. Uitzicht op bonussen is er gezien de moeilijke financiële positie van Cool Cat niet. De stelling dat de kou uit de lucht zou zijn geweest als Cool Cat gewoon nee had gezegd op het verzoek om het netto salaris op te trekken, is niet concludent. Cool Cat heeft daar immers nee tegen gezegd, hetgeen voor [verweerster] nu juist aanleiding was om haar “resignation” aan te kondigen. Het lijkt er meer op dat [verweerster] aldus druk op de ketel heeft willen zetten.

9. Aangezien niet valt uit te sluiten dat Cool Cat daarbij belang heeft, zal ondanks voormeld oordeel over de geldigheid van de opzegging het voorwaardelijke verzoek tot ontbinding worden toegewezen. De kantonrechter acht het verzoek gegrond. De arbeidsverhouding tussen partijen is door de opstelling van [verweerster] zodanig verstoord geraakt dat voortzetting van het dienstverband van Cool Cat niet meer kan worden gevergd. [verweerster] heeft geen open kaart gespeeld over het advies van haar belastingadviseur en minst genomen onduidelijkheid laten bestaan over het al dan niet overhandigen van een opzeggingsbrief aan haar CEO, dan wel aan de HR manager. Van iemand in haar positie binnen het bedrijf met een voorbeeldrol mocht bovendien meer loyaliteit worden verwacht. Door geen opzegtermijn in acht te willen nemen en ook nog eens twee weken vakantie op te nemen, heeft [verweerster] er blijk van gegeven weinig oog te hebben voor het belang van haar werkgever bij een zorgvuldige overdracht van haar taken. Alle omstandigheden in aanmerking genomen, is begrijpelijk dat Cool Cat geen vertrouwen meer heeft in [verweerster] . Herplaatsing elders binnen de organisatie is daarom ook niet aan de orde.

10. Het verstoord raken van de arbeidsrelatie is niet aan Cool Cat te wijten. Voor een billijke vergoeding is dus geen plaats. Hetzelfde geldt voor de overige verzoeken van [verweerster] . [verweerster] heeft niet gedwaald over de afname van haar netto salaris of het schoolgeld van de kinderen en is door Cool Cat niet in de waan gebracht dat haar salaris kon worden opgetrokken. Wat er zij van de mogelijkheid van vernietiging van een opzegging wegens dwaling, ziet de kantonrechter daarvoor dan ook geen aanleiding. De kosten van rechtsbijstand moeten voor rekening van [verweerster] blijven. Terugkeer naar het werk is niet aan de orde. Cool Cat heeft toegezegd dat de openstaande transportkosten van de kinderen zullen worden voldaan, naar de kantonrechter aanneemt met verrekening met het onverschuldigd betaalde salaris over november 2017. Cool Cat heeft voorts toegezegd een neutrale referentie af te zullen geven. Daar zal [verweerster] genoegen mee moeten nemen. Het niet nader onderbouwde verzoek om de terugbetalingsregeling ter zake van het schoolgeld terzijde te schuiven, is niet voor toewijzing vatbaar. Tussen partijen is niet in geschil dat [verweerster] geen aanspraak heeft op een transitievergoeding.

11. De slotsom is dat de verzoeken van Cool Cat worden toegewezen als na te melden en dat de verzoeken van [verweerster] worden afgewezen. [verweerster] wordt als de in het ongelijk gestelde partij met de proceskosten belast.

BESLISSING

De kantonrechter:

voor het geval de arbeidsovereenkomst tussen partijen niet door opzegging zijdens [verweerster] is beëindigd:

- ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 februari 2018;

en in elk geval voorts:

  • -

    verklaart voor recht dat [verweerster] geen aanspraak heeft op een transitievergoeding;

  • -

    wijst de verzoeken van [verweerster] af;

  • -

    veroordeelt [verweerster] in de kosten van het geding, aan de zijde van Cool Cat tot op heden begroot op € 117,- aan griffierecht en € 500,- aan salaris gemachtigde, inclusief eventueel verschuldigde btw;

  • -

    veroordeelt [verweerster] tot betaling van € 50,00 aan nasalaris, te verhogen met € 68,00 aan betekeningskosten indien betekening heeft plaatsgevonden en [verweerster] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan de kostenveroordeling heeft voldaan, een en ander voor zover van toepassing, inclusief btw;

- verklaart de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gegeven door mr. A.W.J. Ros, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 december 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.