Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:10592

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
16-08-2017
Datum publicatie
09-08-2018
Zaaknummer
13/684189-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Kraken is bewezen verklaard. Vrijspraak van diefstal electriciteit en goederen uit het pand. Gevangenisstraf van 2 weken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/684189-17 (Promis)

Datum uitspraak: 16 augustus 2017

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] [geboorteland] op [geboortedatum] 1971,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

ingeschreven op het [adres verdachte]

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 2 augustus 2017.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. M.F. Zaagsma en van wat de gemachtigd raadsvrouw van verdachte, mr. K. Cras naar voren heeft gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is – na wijziging op de zitting van 2 augustus 2017 – ten laste gelegd dat

1.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode tussen 11 april 2017 tot en met 19 april 2017 te Amstelveen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een pand [adres ] heeft weggenomen en/of heeft vernield

-diverse gereedschappen en/of

-een electrische kachel en/of

-een hoofdlamp en/of

-een haspel en/of

-een lamp en/of

-olie en/of

-kabels en/of

-leidingen en/of

-koper

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam 1] en/of [naam 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij hij, verdachte en/of zijn mededader(s), zich de toegang tot voornoemd pand heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

2.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode tussen 11 april 2017 tot en met 19 april 2017 te Amstelveen, in elk geval in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen in/uit een pand [adres ] stroom en/of electriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Liander BV, in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, waarbij hij, verdachte, zich de toegang tot voornoemd pand heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;

3.

hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 11 april 2017 tot en met 19 april 2017 te Amstelveen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in een woning/gebouw/bedrijfspand gelegen [adres ] , waarvan het gebruik door de rechthebbende was beëindigd wederrechtelijk is binnengedrongen en/of wederrechtelijk aldaar heeft vertoefd;

En/of

hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 11 april 2017 tot en met 19 april 2017 te Amstelveen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in een woning/besloten lokaal/besloten erf, gelegen aan [adres ] en in gebruik bij [naam 2] en/of [naam 1] , althans bij een ander of anderen dan bij verdachte en/of zijn mededader(s) wederrechtelijk is binnengedrongen.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1, 2 en 3 eerste en tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde feiten. Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde heeft de officier van justitie aangevoerd dat uit het dossier blijkt dat op verschillende plekken, zowel in de woning, als in de loods en de kassen goederen zijn weggenomen door middel van braak. Het dossier bevat voldoende bewijs dat verdachte die wegnemingshandelingen heeft verricht. Verdachte werd enkel met medeverdachte [medeverdachte] in de woning aangetroffen en zij hebben beiden een ongeloofwaardige verklaring afgelegd.

De officier van justitie heeft ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde aangevoerd, dat bewezen kan worden dat verdachte zonder toestemming van de eigenaar gebruik heeft gemaakt van de elektriciteit in de woning en dat hij daarvoor niet heeft betaald. Verdachte heeft zich de stroom wederrechtelijk toegeëigend. Niet kan bewezen worden dat verdachte ook de meterkast heeft vernield, waardoor de stroom buiten de meter om kon worden gebruikt.

Ten aanzien van het onder 3 eerste cumulatief/alternatief ten laste gelegde heeft de officier van justitie betoogd dat bewezen kan worden dat verdachte wederrechtelijk in de woning is binnengedrongen en aldaar heeft verbleven, terwijl het gebruik van die woning was gestaakt. Daarnaast kan ten aanzien van het onder 3 tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde bewezen worden dat verdachte wederrechtelijk de loods is binnengedrongen, terwijl die ruimte nog in gebruik was, aldus de officier van justitie.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft betoogd dat verdachte dient te worden vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten, nu wettig en overtuigend bewijs ontbreekt. Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde heeft de raadsvrouw bepleit dat hoewel verdachte is aangetroffen in een kast op de bovenverdieping in het woonhuis er verder geen enkel direct bewijs voorhanden is dat verdachte kan linken aan de diefstal van de goederen of waaruit het medeplegen van verdachte en medeverdachte [medeverdachte] blijkt. Ook is verdachte niet te linken aan de andere goederen die zich nog in de kas/loods bevonden en volgens de politie ‘klaar lagen om meegenomen te worden’, aldus de raadsvrouw.

De raadsvrouw heeft ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde aangevoerd dat het dossier onvoldoende aanknopingspunten bevat om tot medeplegen te komen van diefstal met braak van elektriciteit. Immers kan nergens uit blijken dat verdachte gedurende de ten laste gelegde periode zich in het huis heeft bevonden, noch dat hij enige bijdrage, laat staan een wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het verbreken van de elektriciteitsleidingen, dan wel het aanleggen van de stroomvoorziening, dan wel diefstal van stroom in de ten laste gelegde periode. Uit niets blijkt dat verdachte stroom heeft gebruikt.

Ten aanzien van het onder 3 eerste cumulatief/alternatief ten laste gelegde heeft de raadsvrouw bepleit dat uit de jurisprudentie blijkt dat voor een bewezenverklaring van artikel 138a Sr (kraken) door de rechtmatige eigenaar eerst de gelegenheid moet zijn gegeven aan verdachte om het pand te verlaten. Nu dit niet uit het dossier blijkt kan geen sprake zijn van wederrechtelijk binnendringen dan wel vertoeven in de woning.

De raadsvrouw heeft ten aanzien van het onder 3 tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde betoogd dat geen sprake kan zijn van huisvredebreuk, nu uit het dossier voldoende blijkt dat het huis in dusdanig verlaten en vervallen staat was dat cliënt er redelijkerwijs vanuit had mogen gaan dat het huis bij niemand in gebruik was en hij bovendien het huis evenmin wederrechtelijk is binnengetreden.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

Inleiding

Naar het oordeel van de rechtbank kan uit het dossier het volgende worden opgemaakt.

Op 19 april 2017 zijn verdachte en medeverdachte [medeverdachte] in de woning aan [adres ] te Amstelveen aangetroffen. Het gebruik van deze woning door de rechthebbende was reeds beëindigd. Verdachten hadden zich in een kast verstopt toen de politie ter plaatse kwam. Op het perceel aan [adres ] staan naast deze woning ook een loods en een kas. Aangever heeft de loods in gebruik als opslagruimte. Aangever heeft verklaard dat hij op 11 april 2017 voor het laatst op het perceel, in de loods, aanwezig is geweest. Toen aangever op 19 april 2017 de loods wilde betreden merkte hij dat de elektriciteit het niet meer deed. Nadat aangever de loods was binnengegaan constateerde hij dat de elektriciteitskabels van de verdeelkasten waren doorgeknipt. Verder zag aangever dat er in de loods divers gereedschap en elektrische kabels waren klaargelegd om mee te nemen. Aangever had deze goederen niet op deze wijze achtergelaten. In de garage heeft aangever verder een groene [auto] aangetroffen, welk voertuig daarvoor nog niet in de garage stond. In het voertuig stond de gereedschapskist met gereedschap van aangever. In de ruimte waar verdachten verbleven werd onder meer een autosleutel aangetroffen. Aangever heeft verklaard dat hij diverse goederen mist en dat daarnaast ook verschillende goederen zijn vernield. Aangever is samen met de ter plaatse gekomen verbalisanten de woning binnengegaan en zij hebben in die woning een beslapen bed, een elektrische kachel, een aangesloten mobiele oplader en een elektriciteitskabel, die richting de meterkast liep, aangetroffen. Verbalisanten hebben verder waargenomen dat de kabel frauduleus was aangesloten vóór de zekeringenkast en elektriciteitsmeter. Verdachte heeft verklaard dat hij pas enkele uren in het pand aanwezig was.

4.3.2

Vrijspraak van het onder 1 ten laste gelegde

De vraag is of buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat verdachte zich alleen dan wel samen met een ander schuldig heeft gemaakt aan diefstal van goederen uit de woning en de loods. Die vraag dient naar het oordeel van de rechtbank ontkennend te worden beantwoord.

De rechtbank overweegt dat vastgesteld kan worden dat tussen 11 april 2017 en 19 april 2017 goederen uit de loods zijn weggenomen (waarvan een deel in de [auto] is aangetroffen) en dat goederen, zoals de elektrische kachel, zijn verplaatst vanuit de loods naar de woning. Uit het dossier kan verder enkel worden opgemaakt dat verdachte samen met medeverdachte [medeverdachte] op 19 april 2017 in de woning is aangetroffen. Uit niets is gebleken dat verdachte en [medeverdachte] ook in de loods en kas aanwezig zijn geweest. Nader en uitgebreider onderzoek daartoe ontbreekt immers. Zo is geen dactyloscopisch onderzoek verricht in de loods of de kas en aan de autosleutel. Evenmin is duidelijk hoe is onderzocht dat de aangetroffen autosleutel ook daadwerkelijk op de aangetroffen [auto] past. Kortom, verdachte en medeverdachte zijn naar het oordeel van de rechtbank op onvoldoende overtuigende wijze te linken aan de loods, de kas dan wel de auto die aldaar is aangetroffen. Nu aangever een ruime week niet op het terrein is geweest, kan niet worden uitgesloten dat een ander of anderen dan verdachte eerder in de woning, de loods en kas hebben verbleven en goederen hebben weggenomen. Daar komt bij dat bij verdachte geen goederen van aangever zijn aangetroffen. Verdachte en medeverdachte kunnen daarom niet verantwoordelijk worden gehouden voor de goederen die uit zowel de loods als de kas zijn weggenomen.

Daarnaast kan gelet op het voorgaande ook niet bewezen worden dat verdachte de in de woning aangetroffen goederen, zoals de elektrische kachel, vanuit de loods naar de woning heeft verplaatst en op die manier zich heeft schuldig gemaakt aan een wegnemingshandeling ten aanzien van die goederen.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het hem onder 1 ten laste gelegde.

4.3.3

Vrijspraak van het onder 2 ten laste gelegde

De rechtbank is, met de officier van justitie en de raadsvrouw, van oordeel dat verdachte ten aanzien van feit 2 dient te worden vrijgesproken van het onderdeel ‘braak’ in de tenlastelegging omdat niet bewezen kan worden dat verdachte frauduleuze handelingen heeft verricht aan de elektriciteitsaansluiting op het perceel aan [adres ] .

De rechtbank is van oordeel dat, hoewel verdachte in de woning is aangetroffen, niet bewezen kan worden dat verdachte ook gebruik heeft gemaakt van de elektriciteit in die woning. Immers, uit het dossier blijkt niet dat apparatuur, zoals de elektriciteitskachel, door verdachte in gebruik was, dan wel dat bijvoorbeeld het licht brandde toen verbalisanten in de woning kwamen. Ook op dit punt ontbreekt het in dit dossier aan nader onderzoek.

4.3.4

Vrijspraak ten aanzien van het onder 3 tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde

De rechtbank is van oordeel dat verdachte, gelet op het hiervoor onder 4.3.2 overwogene, dient te worden vrijgesproken van het onder 3 tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde. Niet bewezen kan worden dat verdachte de loods of kas aan [adres ] is binnengedrongen of daar heeft vertoefd, zodat geen sprake kan zijn van huisvredebreuk.

4.3.5

Vrijspraak medeplegen ten aanzien van het onder 3 eerste cumulatief/alternatief ten laste gelegde

De rechtbank is van oordeel dat van medeplegen geen sprake is, nu het enkele vertoeven in een pand naar zijn aard een individuele gedraging is. Van een nauwe en bewuste samenwerking gericht daarop is, voor zover al mogelijk, onvoldoende gebleken.

4.3.6

Het bewijs

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het onder 3 eerste cumulatief/alternatief ten laste gelegde, wederrechtelijk vertoeven in een woning waarvan het gebruik door de rechthebbende was beëindigd.

Nadere overweging ‘kraken’

De rechtbank is van oordeel dat het gebruik van de woning aan [adres ] door de rechthebbende, ten tijde van het ten laste gelegde, was beëindigd als bedoeld in art. 138a, eerste lid, Sr omdat de woning in vervallen staat verkeerde, de woning slecht was onderhouden, de ramen van de woning alle vernield waren en het interieur uit de woning was verwijderd. Van feitelijk gebruik als woning op het moment van het kraken was duidelijk geen sprake. De rechtbank gaat er ook van uit dat verdachte gelet op het voorgaande wist dat hij zich op 19 april 2017 in een kraakpand bevond. Dat verdachte ook wederrechtelijk in dat pand is binnengedrongen, valt niet uit het dossier af te leiden.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de onder 4.3.2 vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

ten aanzien van het onder 3 eerste cumulatief/alternatief ten laste gelegde

op 19 april 2017 te Amstelveen, in een woning gelegen aan [adres ] , waarvan het gebruik door de rechthebbende was beëindigd wederrechtelijk aldaar heeft vertoefd.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straf

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte, voor de door haar onder 1, 2, 3 eerste en tweede cumulatief/alternatief bewezen geachte feiten, de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD-maatregel) zal worden opgelegd voor de duur van twee jaren, zonder aftrek van voorarrest.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht, in geval van enige bewezenverklaring, verdachte te straffen met een voorwaardelijke dan wel onvoorwaardelijke gevangenisstraf en hem geen onvoorwaardelijke ISD-maatregel op te leggen. De raadsvrouw heeft aangevoerd dat er voldoende contra-indicaties aanwezig zijn voor oplegging van de ISD-maatregel. Verdachte spreekt enkel Pools en geen Engels of Nederlands, waardoor de voor de behandeling noodzakelijke communicatie niet mogelijk is en daardoor van de behandeling van de problematiek van verdachte niets terecht zal komen. Het is niet duidelijk geworden hoe tot gedragsbeïnvloeding kan worden gekomen. Daarnaast heeft verdachte geen recht op sociale voorzieningen in Nederland waardoor van resocialisatie in de Nederlandse samenleving geen sprake kan zijn. Op geen enkele wijze blijkt dat ISD in onderhavige zaak een ultimum remedium is en ook als zodanig wordt ingezet. Meer subsidiair heeft de raadsvrouw verzocht om de ISD-maatregel op te leggen voor een kortere periode dan twee jaar.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft wederrechtelijk in een woning vertoefd, waarvan het gebruik door de rechthebbende was beëindigd (kraken). Kraken wordt gezien als een onaanvaardbare vorm van eigenrichting, waarmee het eigendomsrecht op ontoelaatbare wijze wordt aangetast.

Uit het Uittreksel Justitiële Documentatie van 6 juli 2017 blijkt dat hoewel verdachte niet eerder voor een soortgelijk feit is veroordeeld, hij wel meermalen onherroepelijk is veroordeeld voor vermogensdelicten en dat aan verdachte eerder onvoorwaardelijke gevangenisstraffen zijn opgelegd. Daarnaast is aan verdachte eerder een voorwaardelijke ISD-maatregel opgelegd. De rechtbank constateert dat verdachte voldoet aan de zogenoemde ‘harde criteria’ voor het opleggen van een ISD-maatregel. De rechtbank acht in dit specifieke geval, waarbij enkel bewezen is dat verdachte voor een korte tijd in de woning heeft verbleven, het opleggen van de ISD-maatregel echter niet passend en geboden. Daar komt bij dat bij verdachte geen psychische problematiek is vastgesteld en dat derhalve op voorhand niet bekend is of en wat voor behandeling hem in het kader van de maatregel kan worden aangeboden. Er is daarom ook te weinig bekend over de invulling van de maatregel in dit specifieke geval. De rechtbank zal deze maatregel dan ook niet opleggen.

De rechtbank acht het opleggen van een gevangenisstraf voor de duur van twee weken passend en geboden.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op artikel 138a van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

10 Beslissing

Verklaart het onder 1, 2 en 3 tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 3 eerste cumulatief/alternatief ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

kraken.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte] daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 2 (twee) weken.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Dit vonnis is gewezen door

mr. G.P.C. Janssen, voorzitter,

mrs. A.A. Spoel en F.L. Bolkestein, rechters,

in tegenwoordigheid van mrs. M.R. Baart en D. Spaan, griffiers,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 16 augustus 2017.

[…]