Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:10387

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
12-12-2017
Datum publicatie
05-04-2018
Zaaknummer
C/13/640284 HA RK 17/373
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Verzoek niet ontvankelijk. Uit artikel 512 Sv volgt dat een wrakingsverzoek slechts de rechter kan betreffen die een zaak van de betrokken partij in behandeling heeft. Dit brengt mee dat geen wrakingsverzoek meer kan worden gedaan als de rechter niet of niet meer bij de zaak van verzoeker betrokken is. Het verzoek tot wraking is gedaan nadat verzoeker schriftelijk is medegedeeld dat zijn verzoek ten onrechte was aangemerkt als een klaagschrift ex artikel 552a Sv en niet verder in behandeling werd genomen. Daarom kan verzoeker niet in het door hem ingediende verzoek worden ontvangen. Het feit dat de rekestenkamer het klaagschrift van verzoeker niet verder behandelt (omdat geen sprake is van een strafvorderlijk maar van een civielrechtelijke beslag) is, gelet op hetgeen verzoeker aan zijn klaagschrift en het verzoek tot wraking ten grondslag heeft gelegd, onjuist noch onbegrijpelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Wrakingskamer

Beslissing op het bij brief van 12 december 2017 gedane en onder rekestnummer C/13/640284 HA RK 17/373 ingeschreven verzoek van:

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoeker,

welk verzoek strekt tot wraking van mr. R.A. Overbosch, strafrechter te Amsterdam, hierna: de rechter.

1 Verloop van de procedure

Bij de rechtbank is aanhangig geweest een door verzoeker ingediend klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van strafvordering (Sv).

Bij brief van 12 december 2017 heeft verzoeker een verzoek tot wraking gedaan.

2 De feiten

  1. Verzoeker heeft op 11 juli 2017 een klaagschrift ex-artikel 552a Sv ingediend bij de rechtbank. Daarvan is door de griffier een akte opgemaakt waarvan een afschrift is afgegeven aan verzoeker en een afschrift is verzonden naar de officier van justitie.

  2. Bij brief van 11 juli 2017 heeft de griffier verzoeker een brief verzonden waarin verzoeker is medegedeeld op welke wijze het klaagschrift zou worden afgehandeld.

  3. Op 24 oktober 2017 is verzoeker naar aanleiding van zijn klaagschrift een oproeping toegezonden om op 30 november 2017 in raadkamer te verschijnen. De rechter had zitting op 30 november 2017.

  4. Op 24 november 2017 heeft de griffier aan verzoeker een intrekking oproeping in raadkamer toegezonden.

  5. Bij brief van 11 december 2017 heeft de griffier van de rekestenkamer verzoeker namens de rekestenkamer samengevat medegedeeld dat zijn klaagschrift ten onrechte was aangemerkt als een klaagschrift ex artikel 552a Sv en de rekestenkamer het klaagschrift niet verder in behandeling zou nemen. De griffier heeft verzoeker in overweging gegeven een advocaat in te schakelen of het juridisch loket te raadplegen.

Gronden van de beslissing

2.1.

In artikel 512 Sv van het wetboek van strafvordering is bepaald dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt, op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

2.2.

Uit voornoemd artikel 512 Sv blijkt dat een wrakingsverzoek slechts de rechter kan betreffen die een zaak van de betrokken partij in behandeling heeft. Dit brengt mee dat geen wrakingsverzoek meer kan worden gedaan als de rechter niet of niet meer bij de zaak van verzoeker betrokken is.

2.3.

Het verzoek tot wraking is gedaan bij brief van 12 december 2017. Nu verzoeker bij brief van 11 december 2017 is medegedeeld dat zijn verzoek ten onrechte was aangemerkt als een klaagschrift ex artikel 552a Sv en niet verder in behandeling werd genomen, kan verzoeker, gelet op hetgeen hiervoor onder 2.2. is overwogen, niet in het door hem ingediende verzoek worden ontvangen. Het feit dat de rekestenkamer het klaagschrift van verzoeker niet verder behandelt (omdat geen sprake is van een strafvorderlijk maar van een civielrechtelijke beslag) is, gelet op hetgeen verzoeker aan zijn klaagschrift en het verzoek tot wraking ten grondslag heeft gelegd, onjuist noch onbegrijpelijk.

Voor een mondelinge behandeling als bedoeld in artikel 515 Sv bestaat geen aanleiding. Het in deze bepaling als vanzelfsprekend opgenomen recht op hoor en wederhoor is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek. Aan dat onderzoek komt de wrakingskamer niet toe omdat het verzoek aanstonds niet-ontvankelijk moet worden verklaard aangezien de rechter niet meer bij de zaak van verzoeker betrokken is.

5. Het voorgaande leidt tot de navolgende beslissing

BESLISSING

 verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking.

Deze beslissing is gegeven door mrs. N.C.H. Blankevoort, voorzitter, A.J. Dondorp en P.B. Martens, leden, in aanwezigheid van de griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 december 2017.

Rechtsmiddel

Tegen deze beslissing staat geen voorziening open.