Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:10367

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
18-12-2017
Datum publicatie
01-03-2018
Zaaknummer
CV EXPL 17-18861
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Incident, relatieve bevoegdheid kantonrechter, curator, kantoorhouden

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht – team kanton

zaaknummer: 6230867 CV EXPL 17-18861

vonnis van: 18 december 2017

4

vonnis van de kantonrechter

I n z a k e

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiseres] .

gevestigd te [vestigingsplaats eiseres]

eiseres, nader te noemen: [eiseres]

gemachtigde: mr. J. Leijen

t e g e n

[gedaagde] zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Neckermann.com Retail B.V.

kantoorhoudende te [vestigingsplaats gedaagde] , aldus de dagvaarding

gedaagde, nader te noemen: [gedaagde]

gemachtigde: mr. R. Meulenberg

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

- de dagvaarding van 3 augustus 2017 met producties;

- de conclusie van antwoord met producties tevens incidentele vordering van [gedaagde] tot onbevoegd verklaring van de rechtbank te Amsterdam;

- de rolmededeling van 16 oktober 2017;

- het antwoord in het incident van [eiseres] ;

- dagbepaling vonnis in het incident.

GRONDEN VAN DE BESLISSING


in de hoofdzaak

1. [gedaagde] is bij vonnis van 27 december 2016 van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, benoemd tot curator in het faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Neckermann.com Retail B.V. (verder: Neckermann). [eiseres] heeft [gedaagde] gedagvaard ter zake van een vordering – kort samengevat – tot betaling van een schadevergoeding vanwege het na het faillissement tekortschieten in de nakoming van de huurovereenkomst tussen [eiseres] als verhuurder en Neckermann als huurder.

in het incident

2. [gedaagde] vordert in incident dat de kantonrechter te Amsterdam zich onbevoegd verklaart van het onderhavige geschil kennis te nemen. Volgens [gedaagde] houdt hij kantoor in de vestiging van [naam vestiging] . te [plaats 1] , zoals ook blijkt uit het vonnis van 27 december 2016. [gedaagde] is als advocaat ingeschreven in het arrondissement Midden-Nederland. Aangezien [gedaagde] wordt gedagvaard in diens hoedanigheid van curator in het genoemde faillissement, dient de rechtbank Amsterdam zich derhalve onbevoegd te verklaren, aldus [gedaagde]

3. [eiseres] voert hiertegen aan dat uit de website blijkt dat [naam vestiging] een vestiging in [plaats 2] heeft en een vestiging in [plaats 1] . In zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Neckermann hanteert [gedaagde] volgens [eiseres] zonder uitzondering de adresgegevens van de vestiging in [plaats 2] . [eiseres] verwijst naar verschillende brieven en e-mails van [gedaagde] waarin steeds het adres in [plaats 2] is vermeld. Verder volgt uit zijn tijdig gedane verzoek tot uitstel voor de conclusie van antwoord dat [gedaagde] de dagvaarding, betekend aan het adres in [plaats 2] , in goede orde heeft ontvangen. Tot slot is [gedaagde] blijkens het Insolventieregister in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Neckermann gevestigd aan de [adres] te [plaats 2] . De deurwaarder is van die gegevens uitgegaan, nu het Insolventieregister het enige openbare register is waarin curatoren met hun vestigingsplaatsen vermeld staan. Dat [gedaagde] zich ook als advocaat heeft gevestigd, is voor zijn rol als curator niet van belang. Het betoog dat de rechtbank te Amsterdam onbevoegd is, is gezien het voorgaande onjuist, zo concludeert [eiseres] .

Beoordeling

in het incident

4. Ingevolge artikel 99 Rv is bevoegd de rechter van de woonplaats van de gedaagde, tenzij de wet anders bepaalt. De woonplaats dient te worden bepaald aan de hand van de artikelen 1: 10-15 BW. In artikel 1: 14 BW is opgenomen dat een persoon die een kantoor houdt ten aanzien van aangelegenheden die dit kantoor betreffen, mede aldaar woonplaats heeft.

5. Het moge zo zijn dat [gedaagde] als advocaat is ingeschreven in het arrondissement Midden-Nederland, in het op de website www.rechtspraak.nl openbaar te raadplegen Insolventieregister is vermeld dat [gedaagde] (uitsluitend) is gevestigd te [plaats 2] . Nu het in deze een vordering op [gedaagde] in zijn hoedanigheid van curator betreft, wordt op basis van het Insolventieregister geconcludeerd dat [gedaagde] (ook) kantoor houdt te [plaats 2] . Dit wordt eveneens bevestigd door de door [gedaagde] aan [eiseres] gestuurde brieven en e-mails, waarin steeds (ook) de vestiging in [plaats 2] wordt genoemd en als telefoonnummer een [plaats 2] nummer wordt opgegeven.

6. Voorts is naar aanleiding van door [eiseres] aan [gedaagde] gerichte post aan het adres in [plaats 2] , zoals de overgelegde brief van 5 januari 2017 en het exploot van betekening van 6 januari 2017, nimmer door [gedaagde] een opmerking gemaakt over een verkeerd adres, dat is althans gesteld noch gebleken. Dat in het vonnis van 27 december 2016 is opgenomen dat [gedaagde] advocaat is te [plaats 1] , maakt een en ander niet anders.

7. Conclusie is dan ook dat [gedaagde] ook is gevestigd te [plaats 2] , althans zelf in zijn communicatie (briefpapier en e-mailverkeer) en door middel van het Insolventieregister heeft geopenbaard dat hij (ook) is gevestigd te [plaats 2] . De kantonrechter te Amsterdam acht zich daarom dan ook bevoegd van de onderhavige zaak kennis te nemen.

8. [gedaagde] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van het incident.

in de hoofdzaak

9. De zaak leent zich voor een bijeenkomst van partijen. Op de rolzitting van
8 januari 2018 zal daarvoor een datum worden bepaald, nadat partijen in de gelegenheid zijn geweest om tot uiterlijk 2 werkdagen voor die zitting hun verhinderdata (in een periode van 2 tot 8 weken daaropvolgend) op te geven aan het bureau teamplanner-A (teamplannerA.kanton.rb.amsterdam@rechtspraak.nl), per fax (088-3610311) of per post. Partijen dienen daarbij zittingsdatum en rolnummer te vermelden. Indien een partij niet of niet tijdig verhinderdata opgeeft zal haar – behoudens ingeval van calamiteiten – na vaststelling van de zittingsdatum geen uitstel worden verleend.

10. Eventueel ter gelegenheid van de bijeenkomst over te leggen stukken dienen uiterlijk zeven werkdagen voor de datum van de bijeenkomst ter griffie te zijn ingediend, waarbij uit veiligheidsoverwegingen geen gebruik kan worden gemaakt van eerder genoemd e-mailadres, onder gelijktijdige verzending van een afschrift aan (de gemachtigde van) de wederpartij. Partijen wordt verzocht dit expliciet in hun toezendbrief te vermelden.

11. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

BESLISSING

de kantonrechter:

in het incident

wijst de incidentele vordering af en verklaart zich bevoegd van onderhavige zaak kennis te kunnen nemen;

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van het incident, aan de zijde van [eiseres] begroot op € 150,00 aan salaris van de gemachtigde, voor zover van toepassing, inclusief btw;

in de hoofdzaak

verwijst de zaak naar de rol van 8 januari 2018 te 10:00 uur voor dagbepaling bijeenkomst van partijen;

bepaalt dat partijen hun verhinderdata kunnen opgeven zoals hiervoor vermeld;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. L. van Berkum , kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 18 december 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter