Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:10113

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
07-12-2017
Datum publicatie
15-01-2018
Zaaknummer
13/447018-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met één jaar en wijziging huidige voorwaarden in die zin dat de reeds opgelegde voorwaarden worden aangevuld met voorwaarde tav huisvesting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Parketnummer: 13/447018-08

BESCHIKKING

op de ter griffie van deze rechtbank ingekomen vordering van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam d.d. 8 augustus 2017 in de zaak tegen:

[terbeschikkinggestelde] ,

geboren te Aruba op [geboortedag] 1958,

verblijvende bij [naam en plaats instelling] .

die bij vonnis van deze rechtbank d.d. 3 september 2008 ter beschikking gesteld werd, teneinde van overheidswege te worden verpleegd, welke terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege op 4 juni 2015 voorwaardelijk is beëindigd en laatstelijk bij beschikking van deze rechtbank d.d. 13 oktober 2016 voor de tijd van één jaar werd verlengd.

De inhoud van de vordering

De vordering van de officier van justitie strekt tot het verlengen van de termijn van genoemde terbeschikkingstelling met één jaar.

De procesgang

Op 15 september 2017 heeft (een eerste) openbare raadkamer plaatsgevonden. De rechtbank heeft toen besloten de behandeling van de vordering van de officier van justitie aan te houden omdat de rechtbank zich onvoldoende voorgelicht achtte. De rechtbank wenste voor de voortzetting van de behandeling schriftelijk antwoord te krijgen op een aantal vragen. Voor de inhoud van de vragen wordt verwezen naar het proces-verbaal van deze behandeling.

De rechtbank heeft op 1 december 2017 een aanvullend reclasseringsadvies ontvangen met een antwoord op de gestelde vragen. De reclassering blijft bij haar eerder uitgebrachte advies om de terbeschikkingstelling te verlengen met één jaar.

De rechtbank heeft op 7 december 2017 de officier van justitie mr. R.A. Kloos, de terbeschikkinggestelde en diens raadsman mr. D.G. Peters, advocaat te Amsterdam, alsmede de deskundigen S. van de Spreng en M.I. Burleson, als reclasseringswerkers werkzaam bij Reclassering Nederland, in openbare raadkamer gehoord. Hiervan is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.

De beoordeling

Uit genoemd advies van Reclassering Nederland d.d. 1 december 2017 blijkt het volgende, zakelijk weergegeven:

De partner van betrokkene vindt het goed als betrokkene permanent bij haar komt wonen. De zoon van betrokkene geeft aan dat het krijgen van een eigen huisje in Amsterdam niet makkelijk is, dat dit de wens is van betrokkene is bekend bij het gezin, maar als dit niet op korte termijn gebeurd dan kan betrokkene ook prima samen met zijn partner in de flat wonen. Dit beaamt betrokkene zelf ook. Er is steun vanuit de familie, de oudste zoon en dochter zijn ook bereid financieel bij te springen als dit nodig is. Doel van betrokkene zal zijn om een betaalde baan te vinden zodat hij ook een eigen inkomen kan genereren. Gezien zijn lasvaardigheden, bezit van heftruckdiploma en werkinzet bestaat er een reële kans dat betrokkene regulier werk kan bemachtigen. Belangrijk hierbij is wel dat er rekening gehouden wordt met zijn beperkingen en dat zijn mogelijke werkomgeving ervaring heeft met dove mensen.

Er zal ambulante begeleiding opstart moeten worden gezien de auditieve beperking en ontwikkelingsachterstand, bijvoorbeeld door de Geestelijke Gezondheidszorg en Maatschappelijke Dienstverlening (GGMD). Zij begeleiden mensen die doof zijn of een hoorprobleem hebben en hun naasten. Een indicatie voor ambulante begeleiding kan pas aangevraagd worden bij de gemeente Amsterdam op het moment dat de betrokkene ingeschreven staat in Amsterdam.

Binnen Amsterdam en directe omgeving zijn er twee instellingen gevestigd die passende begeleiding en individuele woonruimte kunnen bieden aan betrokkene mocht de terbeschikkingstelling worden beëindigd, te weten [naam instelling 1] en [naam instelling 2] . [naam instelling 1] staat positief tegenover de casus, maar wil betrokkene zelf ook graag nog spreken alvorens er een besluit genomen wordt. [naam instelling 1] heeft wel de voorkeur uitgesproken om betrokkene met een titel geplaatst te krijgen bij een positief besluit. Zij zouden dan voor het eerst een cliënt met dergelijke achtergrond plaatsen en zouden het prettig vinden als de reclassering nog betrokken blijft in het traject. [naam stichting] zal met [naam instelling 1] afspraken moeten maken over de betaling.

[naam instelling 2] heeft de casus opnieuw bekeken. Mochten zij betrokkene kunnen plaatsen dan zien zij vooralsnog alleen met een terbeschikkingstelling mogelijkheden. Wegens inhoudelijke vragen die zij hebben zal er door hen eerst telefonisch contact gelegd worden met de behandelverantwoordelijke van betrokkene om enkele zorgpunten die zij hebben bij een eventuele plaatsing (o.a. over de mate van begeleidbaarheid, mogelijke agressie en niveau van betrokkene) uit te vragen. Mocht een intakegesprek met betrokkene positief verlopen dan is financiering vanuit het DIZ gewaarborgd.

Beide instellingen kunnen een appartement met aanwezigheid van begeleiding bieden in Amsterdam, waarbij [naam instelling 1] qua aanbod als het meest passend gezien wordt door de reclassering en [naam stichting] . Zij zijn tevens op korte afstand van de gezinswoning gesitueerd.

De reclassering blijft bij het uitgebrachte advies zoals omschreven en beargumenteerd in het verlengingsadvies van 27 juli 2017 (de rechtbank begrijpt: 28 juli 2017), waarin de reclassering adviseert om de voorwaardelijke beëindiging van de tbs-maatregel te verlengen met één jaar. Tevens adviseert de reclassering om naast de reeds opgelegde voorwaarden ook een aanvullende bijzondere voorwaarde op te leggen, met de volgende formulering:

“Betrokkene gaat wonen in de gezinswoning in Amsterdam en zal niet van woonplek veranderen zonder overleg met en toestemming van de reclassering.”

De deskundigen hebben dit advies ter zitting bevestigd en daar waar nodig aangevuld.

Uit een psychiatrisch rapport van 8 juni 2017 opgemaakt door C.A.J. Veldman blijkt het volgende , zakelijk weergegeven:

Rapporteur acht het risico op herhaling van soortgelijke strafbare feiten als waarvoor onderzochte de maatregel terbeschikkingstelling kreeg opgelegd laag op de korte, de middellange en lange termijn in omstandigheden dat betrokkene (passende) professionele begeleiding heeft. Betrokkene heeft in de behandeling geleerd begeleiding te aanvaarden. Hij heeft geleerd begeleiding te aanvaarden. Hij heeft geleerd over en wil zich houden aan regels en wetten. Hij doet hiervoor zijn best. Wanneer hij zaken niet overziet, accepteert hij hulp van professionals. Betrokkene accepteert toezicht. In omstandigheden dat betrokkene professionele hulp moet ontberen, neemt het risico op de lange termijn toe in de zeer specifieke omstandigheden dat betrokkene geen oplossing weet te vinden voor complexe omstandigheden en onder grote druk staat.

Betrokkene heeft geleerd professionele hulp te accepteren en te vertrouwen. De fase van toetsen of hij dit ook meer zelfstandig in de maatschappij aan zal kunnen mist tot nu toe. Het is over het algemeen niet verstandig deze stap over te slaan. Alles overwegende adviseert rapporteur de tbs te verlengen met één jaar om een beeld te krijgen van betrokkenes terugkeer in de maatschappij. Daarvoor is dan een volgende stap in de resocialisatie vereist.

Gelet op voormeld adviezen, het verhandelde in raadkamer en artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen eist dat de termijn van de terbeschikkingstelling met één jaar wordt verlengd. De rechtbank overweegt dat uit het rapport van de psychiater blijkt dat het recidiverisico op lange termijn zonder terbeschikkingstelling in specifieke omstandigheden toeneemt en er nog een belangrijke stap moet worden gezet in de terugkeer naar de maatschappij. Het is niet verstandig deze stap over te slaan.

De aanvullende voorwaarde zoals door de reclassering geadviseerd zal aan de reeds opgelegde voorwaarden worden toegevoegd.

Beslissing

De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie toe en verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van [terbeschikkinggestelde] voornoemd met één jaar en wijzigt de voorwaarden in die zin dat de reeds opgelegde voorwaarden worden aangevuld met de volgende voorwaarde:

- Betrokkene gaat wonen in de gezinswoning in Amsterdam en zal niet van woonplek veranderen zonder overleg met en toestemming van de reclassering.

Deze beschikking is gegeven in openbare raadkamer van deze rechtbank door

mr. M.F. Ferdinandusse, voorzitter,

mrs. F.W. Pieters en C.C.M. Oude Hengel, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E. Bouwhuis, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 december 2017.