Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:10110

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
05-10-2017
Datum publicatie
18-01-2018
Zaaknummer
13/125074-03, 23/000418-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met één jaar. Beslissing omtrent dwangverpleging aangehouden om maatregelenrapport op te laten stellen door de reclassering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Parketnummer: 13/125074-03, 23/000418-05

BESCHIKKING

op de op 23 augustus 2017 ter griffie van deze rechtbank ingekomen vordering van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam d.d. 22 augustus 2017 in de zaak tegen:

[terbeschikkinggestelde] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1969,

thans verpleegd in FPC [naam kliniek te plaats] ,

die bij arrest van het gerechtshof te Amsterdam d.d. 11 juli 2005 ter beschikking gesteld werd, teneinde van overheidswege te worden verpleegd, welke terbeschikkingstelling laatstelijk bij beschikking van deze rechtbank d.d. 19 januari 2016 voor de tijd van één jaar werd verlengd.

De inhoud van de vordering

De vordering van de officier van justitie strekt tot het verlengen van de termijn van genoemde terbeschikkingstelling met één jaar.

De procesgang

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken in de zaak met bovenvermeld parketnummer, waaronder:

- het op 28 juli 2017 op grond van artikel 509o, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering uitgebrachte advies, strekkende tot verlenging van deze terbeschikkingstelling met één jaar, alsmede de daarbij overgelegde aantekeningen.

De rechtbank heeft op 5 oktober 2017 de officier van justitie mr. J. Ang, de terbeschikkinggestelde en diens raadsman mr. H.G. Koopman, advocaat te Amsterdam, alsmede de deskundige L.C. de Geus, verbonden aan FPC [naam kliniek] , in openbare raadkamer gehoord. Hiervan is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.

De beoordeling

Aan genoemd advies van FPC [naam kliniek] van 28 juli 2017 wordt het volgende ontleend, zakelijk weergegeven:

Kernproblematiek

Betrokkene is gediagnosticeerd met schizofrenie en functioneert op zwakbegaafd niveau. Er is sprake van cannabisafhankelijkheid in langdurige remissie in een gereguleerde omgeving.

Behandelverloop huidig FPC

Op 31 juli 2016 heeft een medebewoonster van de beschermde woonvorm van Stichting [naam stichting] aan de [straat te plaats] in [plaats] melding van een incident gemaakt. Volgens haar zou betrokkene haar gedwongen hebben tot seksueel contact. De kliniek doet bij het Ministerie een melding bijzonder voorval en plaatst betrokkene op 2 augustus 2016 terug voor een time-out op de afdeling [naam afdeling] van FPC [naam kliniek] . Zijn verloven worden ingetrokken en de zedenpolitie start met een onderzoek. In afwachting van het lopende onderzoek besluit de kliniek zijn proefverlof niet te evalueren, met als gevolg dat het proefverlofkader op 6 december 2016 is komen te vervallen. Op 28 februari 2017 laat de officier van justitie weten dat er besloten is betrokkene niet te vervolgen. De zaak is geseponeerd wegens gebrek aan bewijs.

Op 18 april 2017 wordt de reclassering gevraagd om de voorwaarden voor een proefverlofkader te onderzoeken. Na overleg met de Reclassering wordt besloten betrokkene aan te melden bij F-RIBW [naam] van FPC [naam kliniek] , [naam] , in [plaats] . Na overleg blijkt dat Stichting [naam stichting] betrokkene opnieuw een kans wil geven in een van hun beschermde woonvoorzieningen. Ze sluiten de beschermde woonvoorziening op de [straat te plaats] niet uit, omdat betrokkene hier voor zijn terugplaatsing goed functioneerde. Wel wordt benoemd dat deze plaatsing pas mogelijk is als de medebewoonster die de aanklacht heeft ingediend, doorgeplaatst is (staat op een wachtlijst). Op 20 juni 2017 heeft betrokkene een intake gesprek met [naam] en dit is positief verlopen. Er is een nieuwe proefverlof aanvraag in voorbereiding. Na het verkrijgen van de machtiging zal betrokkene de overgang maken naar de leefgroep van [naam] . Deze fase dient als extra toets en als overbrugging naar een nieuwe plaatsing bij de Stichting [naam stichting] of een beschermde woonvorm, waar hij ook na de afwikkeling van de TBS kan blijven. Het komende jaar zal benut worden om betrokkene binnen het proefverlofkader door te plaatsen naar een vervolgvoorziening en het risicomanagement op verantwoorde wijze overdragen aan de Reclassering.

Recidivegevaar

Op basis van de consensus risicotaxatie (HKT-r) kan geconcludeerd worden dat het risico op recidive in gewelddadig gedrag hoog is, indien de huidige mate van zorg en toezicht wegvalt. Met het wegvallen van de huidige mate van zorg en toezicht verliest betrokkene de structuur en begrenzing welke hij nodig heeft om adequaat te functioneren. De blootstelling aan stresserende omstandigheden die deze situatie met zich brengt zal de draagkracht van betrokkene in ernstige maten overschrijden. Dit zal leiden tot een continue verhoogd spanningsniveau. In afwezigheid van een professioneel netwerk dreigt stagnatie in medicatie inname en een terugval in middelengebruik. Als gevolg dreigt een psychotische decompensatie waarbij het risico op recidive in gewelddadig gedrag hoog is.

Koers en prognose

Het is de verwachting dat betrokkene langdurig afhankelijk zal zijn van zorg en begeleiding, zoals een beschermde woonvorm. Er zal rekening gehouden moeten worden met de kwetsbaarheid van betrokkene, wat inhoud dat het traject in een rustig tempo en in kleine stappen wordt vormgegeven. Mocht betrokkene over een jaar stabiel functioneren binnen een beschermde woonvoorziening waar hij langdurig zou kunnen verblijven en het risicomanagement op verantwoorde wijze, grotendeels is overgedragen aan de reclassering, dan is de kliniek voornemens om de reclassering te vragen om voorwaardelijke beëindiging te onderzoeken.

Advies

Geadviseerd wordt de tbs maatregel met één jaar te verlengen.

De deskundige heeft dit advies ter zitting bevestigd en aangevuld in die zin dat nu de proefverlofaanvraag van 25 augustus 2017 is afgewezen, zij op 5 oktober 2017 een aanvraag voor transmuraal verlof heeft ingediend en dat zij verwacht dat deze aanvraag op korte termijn zal worden toegewezen en dat betrokkene per november 2017 bij [naam] terecht kan.

Gelet op voormeld advies, het verhandelde in raadkamer en artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen eist dat de termijn van de terbeschikkingstelling met één jaar wordt verlengd.

De beslissing omtrent dwangverpleging zal worden aangehouden. Om te voorkomen dat de terbeschikkingstelling met dwangverpleging langer duurt dan noodzakelijk, zal de rechtbank de officier van justitie opdragen opdracht te geven aan de reclassering tot het opmaken van een maatregelenrapport, waarin de mogelijkheid dient te worden onderzocht tot het voorwaardelijk beëindigen van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging. Indien dit mogelijk blijkt, dient tevens te worden gerapporteerd onder welke voorwaarden dit dient te gebeuren.

Beslissing

De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie toe en verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van [terbeschikkinggestelde] voornoemd met één jaar.

De rechtbank schorst het onderzoek voor onbepaalde tijd, doch maximaal voor een termijn van drie maanden, teneinde de officier van justitie in de gelegenheid te stellen een maatregelenrapport op te laten stellen door Reclassering Nederland, waarin de mogelijkheid tot het voorwaardelijk beëindigen van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging dient te worden onderzocht. Indien dit mogelijk blijkt dient tevens te worden gerapporteerd onder welke voorwaarden dit zal moeten gebeuren.

De rechtbank beveelt oproeping van de terbeschikkinggestelde, met tijdige kennisgeving daarvan aan de raadsman van de terbeschikkinggestelde en de deskundige W.J.S. Stet.

Deze beschikking is gegeven in openbare raadkamer van deze rechtbank door

mr. P.L.C.M. Ficq, voorzitter,

mrs. R.A. Overbosch en M.R. Jöbsis, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E. Bouwhuis, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 oktober 2017.