Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2016:9802

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
02-12-2016
Datum publicatie
26-06-2017
Zaaknummer
13/741156-16 en 13/741006-15 (TUL)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Belediging ambtenaar. Openbaar dronkenschap.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VERKORT VONNIS

Parketnummers: 13/741156-16 en 13/741006-15 (TUL)

Datum uitspraak: 2 december 2016

Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,

ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres [GBA-adres] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit verkort vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 2 december 2016.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. S.M. van der Veen, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. P.J. Verbeek, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat

1. hij op of omstreeks 29 juli 2016 te Amsterdam, in elk geval in Nederland,

- [verbalisant 1] (hoofdagent van Politie Eenheid Amsterdam) en/of

- [verbalisant 2] (hoofdagent van Politie Eenheid Amsterdam),

heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft hij, verdachte, opzettelijk voornoemde [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] dreigend de woorden toegevoegd: "Zo meteen kan ik jullie opzoeken in verbalen en dat weet ik jullie te vinden." en/of "Ik heb een AK-47 in mijn kont zitten. Nee, maar als ik die echt bij mij had, dan had ik deze op straat tegen jullie gebruikt.", althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

2. hij op of omstreeks 29 juli 2016 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk een of meer ambtena(a)r(en),

- [verbalisant 1] (hoofdagent van Politie Eenheid Amsterdam) en/of

- [verbalisant 2] (hoofdagent van Politie Eenheid Amsterdam),

gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/hun bediening, in zijn/hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem/hen de woorden toe te voegen: "Ik hoop dat je moeder kanker krijgt en dood gaat. Ik hoop dat jij zelf ook kanker krijgt en hieraan dood gaat." en/of "Je moet opkankeren kankerhond." en/of "Jullie zijn idioten." en/of "kankermongool", althans (telkens) woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;

3. hij op of omstreeks 26 april 2016 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk een/de ambtena(a)ren, [verbalisant 3] , hoofdagent van politie Eenheid Amsterdam en/of [verbalisant 4] , hoofdagent van politie Eenheid Amsterdam, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, in zijn/haar/hun tegenwoordigheid, feitelijk heeft beledigd door verdachtes middelvinger op te steken naar en/of in de richting van die ambtena(a)r(en) en/of mondeling heeft beledigd, door hem/haar/hun de woorden toe te voegen: "Sla me dan, sla me dan! kom dan 1 op 1! Vuile kankerlijer, ik neuk je kankermoeder!" en/of "doe die deur open dan, kom dan 1 op 1 kankerlijers!", althans (telkens) woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;

4. hij op of omstreeks 26 april 2016 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, zich in kennelijke staat van dronkenschap heeft bevonden op de openbare weg het Rembrandtplein, althans op een openbare weg.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

De rechtbank acht, conform de vordering van de officier van justitie en het standpunt van de verdediging, het onder 1 ten laste gelegde niet bewezen. Gezien het geheel van de door verdachte gebruikte bewoordingen en de omstandigheden waaronder die werden geuit, konden deze bij de verbalisanten niet tot de redelijke vrees leiden dat hen iets door verdachte zou worden aangedaan. Verdachte zal dus van dit feit worden vrijgesproken.

De rechtbank acht, conform de vordering van de officier van justitie, de onder 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten bewezen. Bij het onder 2 ten laste gelegde acht de rechtbank echter niet bewezen dat verdachte de verbalisanten ook heeft beledigd met de bewoordingen "Ik hoop dat je moeder kanker krijgt en dood gaat. Ik hoop dat jij zelf ook kanker krijgt en hieraan dood gaat." Deze bewoordingen zijn weliswaar verwerpelijk en het woord “kanker” wordt in het algemeen spraakgebruik gebruikt als scheldwoord, maar door het toewensen van kanker en de dood, kunnen de verbalisanten niet zijn aangetast in hun goede eer en naam.

De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Indien tegen dit verkort vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort vonnis gehecht.

5. Bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen

 Het onder 2 ten laste gelegde, te weten dat verdachte:

op 29 juli 2016 te Amsterdam, opzettelijk ambtenaren, te weten

- [verbalisant 1] (hoofdagent van Politie Eenheid Amsterdam) en/of

- [verbalisant 2] (hoofdagent van Politie Eenheid Amsterdam),

gedurende de rechtmatige uitoefening van hun bediening, in hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hen de woorden toe te voegen: "Je moet opkankeren kankerhond." en "Jullie zijn idioten." en "kankermongool".

 Het onder 3 ten laste gelegde, te weten dat verdachte:

op 26 april 2016 te Amsterdam opzettelijk de ambtenaren, [verbalisant 3] , hoofdagent van politie Eenheid Amsterdam en [verbalisant 4] , hoofdagent van politie Eenheid Amsterdam, gedurende de rechtmatige uitoefening van hun bediening, in hun tegenwoordigheid, feitelijk heeft beledigd door zijn middelvinger op te steken naar die ambtenaren en mondeling heeft beledigd, door hun de woorden toe te voegen: "Sla me dan, sla me dan! kom dan 1 op 1! Vuile kankerlijer, ik neuk je kankermoeder!" en "doe die deur open dan, kom dan 1 op 1 kankerlijers!".

 Het onder 4 ten laste gelegde, te weten dat verdachte:

op 26 april 2016 te Amsterdam zich in kennelijke staat van dronkenschap heeft bevonden op de openbare weg het Rembrandtplein.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen

De officier van justitie heeft bij requisitoir gevorderd dat verdachte ter zake van de door haar onder 2 en 3 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 (drie) dagen, met aftrek van voorarrest, en een taakstraf van 60 (zestig) uren, met bevel, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 30 (dertig) dagen. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat verdachte ter zake van het door haar onder 4 bewezen geachte feit zal worden veroordeeld tot een geldboete van € 90, -, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 1 (één) dag.

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich meermalen – onder invloed van alcohol – schuldig gemaakt aan belediging van ambtenaren. Daarnaast heeft hij zich schuldig gemaakt aan openbare dronkenschap.

Uit een reclasseringsrapport d.d. 12 oktober 2016 betreffende verdachte blijkt dat deze strafbare feiten onderdeel zijn van een patroon van verbaal-agressief gedrag onder invloed van alcohol. Verdachte heeft de ten laste gelegde feiten bovendien gepleegd tijdens de proeftijd van een eerdere veroordeling, onder meer voor belediging van een ambtenaar. Er is bij verdachte sprake van alcoholmisbruik. Verdachte heeft daarvoor een behandeling ondergaan. Deze behandeling is inmiddels positief afgesloten, maar alcohol blijft een gevoelig punt en een risicofactor. Het is daarom van groot belang dat het reeds lopende toezicht – dat nog loopt tot mei 2018 – wordt gecontinueerd. Dit is voor de rechtbank aanleiding om de vordering tenuitvoerlegging, die in rubriek 9 wordt besproken, slechts gedeeltelijk toe te wijzen.

Verdachte heeft momenteel geen werk, maar is daar wel naar op zoek. Hij heeft in het verleden aangetoond werk te kunnen vinden, maar heeft moeite met het (langdurig) behouden van een baan. Verdachte heeft momenteel nog aanzienlijke schulden. De rechtbank zal verdachte daarom geen geldboete opleggen voor de bewezen geachte feiten, maar veroordelen tot een gevangenisstraf gelijk aan het ondergane voorarrest alsmede tot een taakstraf.

De rechtbank is van oordeel dat gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden aanleiding bestaat om bij de straftoemeting af te wijken van hetgeen door de officier van justitie is gevorderd. De rechtbank is van oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde taakstraf, mede gelet op de op het oog positieve ontwikkelingen in het leven van verdachte, te hoog is en zal deze daarom matigen. Daarnaast zal de rechtbank de voor het openbare dronkenschap gevorderde geldboete in verband met de schulden van verdachte voorwaardelijk opleggen, met een proeftijd van twee jaren.

9 Tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling

Bij de stukken bevindt zich de op 4 augustus 2016 ter griffie van deze rechtbank ontvangen vordering van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam in de zaak met parketnummer 13/741006-15, betreffende het onherroepelijk geworden vonnis d.d. 7 mei 2015 van de meervoudige kamer te Amsterdam, waarbij verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 180 (honderdtachtig) dagen, met bevel dat van deze straf een gedeelte, groot 141 (honderdéénenveertig) dagen niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich voor het einde van een op 2 (twee) jaren bepaalde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Tevens bevindt zich bij de stukken een akte waaruit blijkt dat de kennisgeving, bedoeld in artikel 366a van het Wetboek van Strafvordering, aan verdachte is toegezonden.

Gebleken is dat verdachte zich voor het einde van voornoemde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, zoals naar voren komt uit de verdere inhoud van dit vonnis. De rechtbank ziet hierin aanleiding van een gedeelte, groot 30 (dertig) dagen van de hiervoor genoemde voorwaardelijk opgelegde straf, de tenuitvoerlegging te gelasten.

De rechtbank zal in plaats van een last tot tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf te geven een taakstraf bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van na te melden duur gelasten.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 62, 266, 267 en 453 van het Wetboek van Strafrecht.

11 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart het onder 1 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van het onder 2 en 3 bewezen geachte:

Eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van het onder 4 bewezen geachte:

Zich in kennelijke staat van dronkenschap op de openbare weg bevinden.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

 Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) dagen.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

 Veroordeelt verdachte tot een taakstraf bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van 30 (dertig) uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 15 (vijftien) dagen.

 Veroordeelt verdachte ter zake van het onder 4 bewezen verklaarde feit tot een geldboete ter hoogte van € 90, - (negentig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de tijd van 1 (één) dag.

Beveelt dat deze geldboete niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

 Gelast de gedeeltelijke tenuitvoerlegging van de straf, voor zover deze voorwaardelijk is opgelegd bij genoemd vonnis van 13/741006-15, namelijk een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) dagen.

Gelast – in plaats van de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 30 (dertig) dagen – een taakstraf bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van 60 (zestig) uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 30 (dertig) dagen.

Dit vonnis is gewezen door

mr. M.B. de Boer, voorzitter,

mrs. F. Wieland en W.M. van den Bergh, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M. Spliet, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 2 december 2016.