Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2016:9799

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
10-08-2016
Datum publicatie
03-07-2017
Zaaknummer
13/845114-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Wet milieubeheer. Vuurwerk. Eendaadse samenloop.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VERKORT VONNIS

Parketnummer: 13/845114-15

Datum uitspraak: 10 augustus 2016

Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige economische strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres [GBA] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit verkort vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 10 augustus 2016.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. S. Kubicz, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. J.J. Stobbe, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat

1. hij in of omstreeks de periode van 19 augustus 2015 tot en met 26 augustus 2015 te [plaats] , in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een (of meer) ander(en), althans alleen, al dan niet opzettelijk,

professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik, te weten:

- 3 stuks, althans één of meer stuks, Super Cobra's 6, en/of

- 9 stuks, althans één of meer stuks, Vlinders, en/of

- één stuk Mortier (waarvan de voetplaat was verwijderd en welke was ingepakt als een Vlinder), en/of

- 4000 stuks en/of 4530 stuks en/of 11 stuks, althans één of meer stuks, Nitraten,

in elk geval een hoeveelheid professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik,

heeft opgeslagen en/of vervaardigd en/of voorhanden gehad;

en/of

als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis, professioneel vuurwerk, te weten:

- 3 stuks, althans één of meer stuks, Super Cobra's 6, en/of

- 9 stuks, althans één of meer stuks, Vlinders, en/of

- één stuk Mortier (waarvan de voetplaat was verwijderd en welke was ingepakt als een Vlinder), en/of

- 4000 stuks en/of 4530 stuks en/of 11 stuks, althans één of meer stuks, Nitraten,

in elk geval een hoeveelheid professioneel vuurwerk,

heeft opgeslagen en/of voorhanden gehad;

(strafbaarstelling: artikel 1a onder 1, 2 en 6 Wet op de economische delicten juncto artikel 9.2.2.1 Wet milieubeheer juncto artikel 1.2.2 lid 1 en artikel 1.2.2 lid 3 Vuurwerkbesluit)

(art 1.2.2 lid 1 en lid 3 Vuurwerkbesluit)

2. hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 27 oktober 2014 tot en met 26 augustus 2015, te [plaats] , in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een (of meer) ander(en), althans alleen, al dan niet opzettelijk,

teneinde handelingen als bedoeld in het eerste tot en met het vierde lid van artikel 1.2.2 van het Vuurwerkbesluit, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten:

- professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik op te slaan en/of te vervaardigen en/of voorhanden te hebben en/of aan een ander ter beschikking te stellen (lid 1), en/of

- aan een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis professioneel vuurwerk ter beschikking te stellen (lid 2), en/of

- als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis professioneel vuurwerk op te slaan en/of voorhanden te hebben (lid 3), en/of

- vuurwerk op te slaan en/of te vervaardigen en/of voorhanden te hebben en/of aan een ander ter beschikking te stellen, indien dit niet voldoet aan het bepaalde bij of krachtens het Vuurwerkbesluit (lid 4),

voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij weet of ernstige reden had te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het verrichten van die handelingen,

immers heeft verdachte,

- (een handelsvoorraad) professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik (te weten 3 stuks, althans één of meer stuks, Super Cobra's 6, en/of 9 stuks, althans één of meer stuks, Vlinders, en/of één stuk Mortier (waarvan de voetplaat was verwijderd en welke was ingepakt als een Vlinder) en/of 4000 stuks en/of 4530 stuks en/of 11 stuks, althans één of meer stuks, Nitraten) opgeslagen en/of vervaardigd en/of voorhanden gehad in zijn/een woning aan de [adres 1] en/of in zijn/een schuur aan de [adres 2] , en/of

- (telkens) (via internet) Whatsappberichten verzonden, waarin (onder meer) (Super) Cobra's 6 en/of Nitraten en/of Vlinders en/of Shells, althans professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, en/of vuurwerk dat niet voldoet aan het bepaalde bij/krachtens het Vuurwerkbesluit, te koop heeft aangeboden, en/of

- ten behoeve hiervan (een) laptop(s) en/of telefoon(s) voorhanden heeft gehad;

(strafbaarstelling: artikelen 1.2.2 lid 5 Vuurwerkbesluit jo. 9.2.2.1 Wet milieubeheer jo. 1a, 2 en 6 Wet op de economische delicten)

(art 1.2.2 lid 5 Vuurwerkbesluit)

3. hij op of omstreeks 26 augustus 2015 te [plaats] , in elk geval in Nederland, (een) wapen(s) van categorie I onder 7, te weten:

- een voorwerp in de vorm van een gaspistool, merk/model Detonics .45, kaliber 6mm, en/of

- een voorwerp in de vorm van een machinegeweer, merk Umarex, model M4A1 Navy, kaliber 6mm BB,

in elk geval (een) voorwerp(en) dat/die voor wat betreft zijn/hun vorm en/of kleur en/of afmeting(en) een sprekende gelijkenis vertoonde(n) met (een) vuurwapen(s) en/of met (een) voor ontploffing bestemde voorwerp(en), voorhanden heeft gehad;

(strafbaarstelling: artikelen 2, 13 en 55 Wet Wapens en Munitie).

(art. 13 Wet Wapens en Munitie)

4. hij op of omstreeks 26 augustus 2015 te [plaats] , in elk geval in Nederland, opzettelijk een bankbiljet (van 50 euro), dat verdachte zelf heeft nagemaakt en/of vervalst en/of waarvan de valsheid en/of vervalsing verdachte, toen hij dat bankbiljet ontving, bekend was, en/of met het oogmerk om het als echt en onvervalst uit te geven en/of te doen uitgeven, in voorraad heeft gehad en/of heeft ontvangen en/of heeft verschaft;

(strafbaarstelling: artikel 209 Wetboek van Strafrecht)

(art. 209 Wetboek van Strafrecht)

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Vrijspraak van het onder 4 ten laste gelegde

De rechtbank acht, met de officier van justitie en de verdediging, het onder 4 ten laste gelegde niet bewezen. Hoewel bewezen kan worden dat verdachte het ten laste gelegde valse bankbiljet in voorraad had en ook wetenschap had van die valsheid, kan niet worden bewezen dat hij het oogmerk had om dat bankbiljet als echt en onvervalst uit te geven. Verdachte wordt derhalve van dit feit vrijgesproken.

4.2.

Het oordeel ten aanzien van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde

De rechtbank acht het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde bewezen. De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Indien tegen dit verkort vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort vonnis gehecht.

De rechtbank overweegt ten aanzien van het onder 1 en 2 ten laste gelegde voorts het volgende.

Verdachte heeft bekend dat hij het ten laste gelegde professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik heeft opgeslagen en voorhanden heeft gehad – en met betrekking tot de Mortier die was ingepakt als Vlinder ook dat hij deze heeft vervaardigd. Hij heeft daarnaast bekend de onder 2 ten laste gelegde WhatsApp-berichten te hebben verstuurd. Verdachte ontkent daadwerkelijk vuurwerk te hebben verkocht en/of aan anderen ter beschikking te hebben gesteld. Dit staat echter, gelet op het voorgaande en de overige in het dossier aanwezige bewijsmiddelen, niet in de weg aan een bewezenverklaring van het onder 2 ten laste gelegde, nu daarvoor niet vereist is dat het is gekomen tot een daadwerkelijke verkoop van vuurwerk.

De rechtbank acht, anders dan de officier van justitie, het ten laste gelegde medeplegen echter niet bewezen. Weliswaar blijkt uit het dossier dat de ouders van verdachte op de hoogte waren van de aanwezigheid van het vuurwerk in de woning en in de loods, maar deze enkele wetenschap maakt nog niet dat bewezen kan worden dat er sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn ouders ten aanzien van het plegen van deze strafbare feiten.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen

 Het onder 1 ten laste gelegde, te weten dat verdachte:

in de periode van 19 augustus 2015 tot en met 26 augustus 2015 te [plaats] , opzettelijk professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik, te weten:

- 3 stuks Super Cobra's 6, en

- 9 stuks Vlinders, en

- één stuk Mortier, waarvan de voetplaat was verwijderd en welke was ingepakt als een Vlinder, en

- 4000 stuks en 4520 stuks en 11 stuks Nitraten,

heeft opgeslagen en/of vervaardigd en voorhanden gehad

en

als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis, professioneel vuurwerk, te weten:

- 3 stuks Super Cobra's 6, en

- 9 stuks Vlinders, en

- één stuk Mortier, waarvan de voetplaat was verwijderd en welke was ingepakt als een Vlinder, en

- 4000 stuks en 4520 stuks en 11 stuks Nitraten,

heeft opgeslagen en voorhanden gehad.

 Het onder 2 ten laste gelegde, te weten dat verdachte:

op tijdstippen in de periode van 27 oktober 2014 tot en met 26 augustus 2015, te [plaats] , opzettelijk teneinde handelingen als bedoeld in het eerste tot en met het vierde lid van artikel 1.2.2 van het Vuurwerkbesluit, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten:

- professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik op te slaan en voorhanden te hebben en /of aan een ander ter beschikking te stellen (lid 1), en

- aan een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis professioneel vuurwerk ter beschikking te stellen (lid 2), en

- als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis professioneel vuurwerk op te slaan en voorhanden te hebben (lid 3), en

- vuurwerk op te slaan en/of voorhanden te hebben en/of aan een ander ter beschikking stellen, indien dit niet voldoet aan het bepaalde bij of krachtens het Vuurwerkbesluit (lid 4),

voorwerpen voorhanden heeft gehad, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het verrichten van die handelingen,

immers heeft verdachte,

- een handelsvoorraad professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik, te weten 3 stuks Super Cobra's 6, en 9 stuks Vlinders, en één stuk Mortier, waarvan de voetplaat was verwijderd en welke was ingepakt als een Vlinder, en 4000 stuks en 4520 stuks en 11 stuks Nitraten opgeslagen en voorhanden gehad in zijn woning aan de [adres 1] en in een schuur aan de [adres 2] , en

- via internet WhatsApp berichten verzonden, waarin (Super) Cobra's 6 en Nitraten en Vlinders en Shells en vuurwerk dat niet voldoet aan het bepaalde bij/krachtens het Vuurwerkbesluit, te koop werden aangeboden, en

- ten behoeve hiervan een telefoon voorhanden heeft gehad.

 Het onder 3 ten laste gelegde, te weten dat verdachte:

op 26 augustus 2015 te [plaats] , wapens van categorie I onder 7, te weten:

- een voorwerp in de vorm van een gaspistool, merk/model Detonics .45, kaliber 6mm, en

- een voorwerp in de vorm van een machinegeweer, merk Umarex, model M4A1 Navy, kaliber 6mm BB, voorhanden heeft gehad.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6. De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen

De officier van justitie heeft bij requisitoir gevorderd dat verdachte ter zake van de door haar onder 1, 2 en 3 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 (drie) maanden, met een proeftijd van 3 (drie) jaren en een taakstraf van 180 (honderdtachtig) uren, met bevel, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 90 (negentig) dagen, met aftrek van voorarrest.

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben en opslaan van een aanzienlijke hoeveelheid professioneel vuurwerk, waarvan ieder particulier gebruik verboden is. Dit vuurwerk heeft hij opgeslagen in zijn eigen woning en een loods in de buurt. Het bij verdachte aangetroffen professioneel vuurwerk betreft vuurwerk dat massa-explosief kan reageren. Het handelen van verdachte was dus bijzonder gevaarzettend, niet alleen voor hemzelf en zijn ouders, maar ook voor omwonenden. Gebruik van zwaar vuurwerk door particulieren zorgt ieder jaar voor ongevallen, grote materiële schade en overlast. Verdachte heeft met zijn handelen aan deze gevaren bijgedragen.

Verdachte was tevens voornemens (een deel van het) vuurwerk aan vrienden en kennissen te verkopen. Als de partij vuurwerk niet was onderschept, dan zou via verdachte zwaar vuurwerk bij afnemers en eindgebruikers terecht zijn gekomen, met alle gevaar en overlast van dien.

Verdachte heeft zich ten slotte schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van nagebootste wapens. Dit is een ernstig feit omdat met deze wapens, ondanks dat ze niet echt zijn, wel gebruikt kunnen worden voor bedreiging, omdat ze zo echt lijken. Ook de politie heeft last van dergelijke nagebootste wapens, omdat ook voor de politie niet meteen duidelijk is of het om echte of nepwapens gaat. Dit kan zeer gevaarlijke situaties in het leven roepen, zowel voor verdachte, voor de politie als voor eventuele omstanders. Het is weliswaar mogelijk om deze nagebootste wapens te kopen in onder meer Nederland. Het bezit daarvan is echter slechts toegestaan als men daar een vergunning voor heeft. Dit is de verantwoordelijkheid van de persoon die deze wapens koopt.

Ter zitting is bovendien gebleken dat verdachte het kwalijke van zijn handelen onvoldoende lijkt in te zien. Gelet op alle voornoemde omstandigheden zou een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur in beginsel passend zijn. De rechtbank houdt echter in het voordeel van verdachte rekening met zijn jeugdige leeftijd en de omstandigheid dat hij niet eerder is veroordeeld voor een soortgelijk misdrijf. De rechtbank volgt daarom de eis van de officier van justitie en legt een forse taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf aan verdachte op. Anders dan door de verdediging is betoogd, acht de rechtbank deze voorwaardelijke gevangenisstraf, met een proeftijd van drie jaren, noodzakelijk, nu verdachte een zelfverklaarde ‘vuurwerkfreak’ was en nog steeds is. De voorwaardelijke straf dient derhalve als ‘stok achter de deur’ om ervoor te zorgen dat verdachte de komende jaren (met Oud & Nieuw) slechts toegestaan particulier vuurwerk voorhanden zal hebben en afsteken en zich niet opnieuw zal inlaten met het voorhanden hebben en/of te koop aanbieden van professioneel vuurwerk.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 55 en 57 van het Wetboek van Strafrecht, de artikel 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten, artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer en de artikelen 1.2.2 en 5.4.0 van het Vuurwerkbesluit.

Deze wettelijke voorschriften zijn toepasselijk zoals geldend ten tijde van het bewezen geachte.

10 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart het onder 4 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van het onder 1 bewezen verklaarde:

Eendaadse samenloop van:

- Overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1. van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd, en

- Overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1. van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van het onder 2 bewezen verklaarde:

Overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1. van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan.

Ten aanzien van het onder 3 bewezen verklaarde:

Handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

 Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden.

Beveelt dat deze straf niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 3 (drie) jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

 Veroordeelt verdachte tot een taakstraf bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van 180 (honderdtachtig) uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 90 (negentig) dagen, met bevel dat de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van deze straf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 (twee) uren per dag.

Dit vonnis is gewezen door

mr. J.A.A.G. de Vries, voorzitter,

mrs. P.J. van Eekeren en T.T. Hylkema, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M. Spliet, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 10 augustus 2016.