Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2016:9791

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
04-03-2016
Datum publicatie
18-07-2017
Zaaknummer
13/994046-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vuurwerk. Wet milieubeheer

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/994046-15 (Promis)

Datum uitspraak: 4 maart 2016

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige economische strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986 ,

ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres [GBA-adres] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 19 februari 2016.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. S. Kubicz, en van wat verdachte en zijn raadsman mr. A. Taner naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is – na wijziging op de zitting – ten laste gelegd dat

1. hij op of omstreeks 29 december 2014 te [plaats] , binnen de gemeente [geboorteplaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

al dan niet opzettelijk,

een (grote) hoeveelheid professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, bestaande onder andere uit:

- 2 Chinese rollen, althans één of meer, met een gewicht van (ongeveer) 13,4 kg, type T809 en/of met een gewicht van (ongeveer) 27 kg, type T809 en/of (ongeveer) 9.6 kg knalvuurwerk, type FP3, merk: Jorge en/of

- 2910, in elk geval één of meer stuks knalvuurwerk (vlinder, zonder opschrift) en/of

- 42, in elk geval één of meer stuks knalvuurwerk (Super Cobra 6) en/of

- 91, in elk geval één of meer stuks vuurpijlen (signaalraket/lawinepijl);

binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht en/of heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad en/of aan een ander ter beschikking heeft gesteld;

De hierboven onder 1 voorkomende termen worden - voor zover van toepassing - gebruikt in de zin van de Wet milieubeheer, het Vuurwerkbesluit en het Wetboek van Strafrecht.

(strafbaarstelling: artikel 1a onder 1, 2 en 6 Wet op de economische delicten juncto artikel 9.2.2.1 Wet milieubeheer juncto artikel 1.2.2 Vuurwerkbesluit juncto artikel 47 Wetboek van Strafrecht)

2. hij op of omstreeks 29 december 2014 te [plaats] , binnen de gemeente [geboorteplaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

al dan niet opzettelijk,

een (grote) hoeveelheid vuurwerk, voorhanden heeft gehad in een woning en/of garage aan de [straatnaam] ,

althans buiten een inrichting als bedoeld in:

- artikel 1.1.4 Vuurwerkbesluit en/of

- artikel 2.2.1, 3.2.1 of 3A2.1 Vuurwerkbesluit, waarvoor een omgevingsvergunning is verleend die betrekking heeft op de opslag van vuurwerk en/of

- artikel 2.2.1 Vuurwerkbesluit, waarvoor een melding is gedaan krachtens artikel 2.2.4 Vuurwerkbesluit;

bestaande uit:

- 2910, althans één of meer stuks knalvuurwerk, (vlinder zonder opschrift) en/of

- 42, althans één of meer stuks knalvuurwerk (Super Cobra 6) en/of

- 91, althans één of meer stuks vuurpijlen (signaalraket/lawinepijl)

- 2, althans één of meer Chinese rol(len) met een gewicht van (ongeveer) 13,4 kg, type T809 en/of met een gewicht van (ongeveer) 27 kg, type T809 en/of

- (ongeveer) 9.6 kg knalvuurwerk, type FP3, merk: Jorge en/of

- (ongeveer) 53.4 kg consumentenvuurwerk.

De hierboven onder 2. voorkomende termen worden - voor zover van toepassing - gebruikt in de zin van de Wet milieubeheer, het Vuurwerkbesluit en het Wetboek van Strafrecht.

(strafbaarstelling: artikel 1a onder 1, 2 en 6 Wet op de economische delicten juncto artikel 9.2.2.1 Wet milieubeheer juncto artikel 1.2.4 Vuurwerkbesluit juncto artikel 47 Wetboek van Strafrecht)

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten bewezen moeten worden verklaard. In het bijzonder heeft zij aangevoerd dat bewezen kan worden dat verdachte deze feiten tezamen en in vereniging met anderen heeft gepleegd. Zij heeft daartoe, zakelijk weergegeven, het volgende aangevoerd.

Verdachte heeft verklaard dat hij het vuurwerk samen met anderen heeft gekocht en dat niet al het aangetroffen vuurwerk zijn eigendom was. Zijn vrienden wisten ook dat het vuurwerk bij hem lag en zouden dat nog komen ophalen. Gezien die gemaakte afspraken kan worden bewezen dat verdachte de feiten tezamen en in vereniging heeft gepleegd.

4.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ten aanzien van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten alleen verweer gevoerd voor zover dit het ten laste gelegde medeplegen betreft. De raadsman heeft daartoe, zakelijk weergegeven, het volgende aangevoerd.

Verdachte erkent dat hij het vuurwerk met vrienden heeft gekocht en dat een deel van het bij hem aangetroffen vuurwerk voor die anderen was, maar er was geen sprake van een nauwe en bewuste samenwerking met betrekking tot het voorhanden hebben en opslaan van dat vuurwerk. Het was immers niet de bedoeling dat al het vuurwerk bij verdachte zou worden opgeslagen. Dat gebeurde alleen omdat al het vuurwerk bij hem werd achter gelaten, in plaats van alleen het deel dat voor hem bedoeld was.

4.3.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage gebezigde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte op 29 december 2014 tezamen en in vereniging met anderen een hoeveelheid vuurwerk, zoals omschreven in de tenlastelegging, heeft opgeslagen en voorhanden heeft gehad in zijn woning en garage. Daartoe overweegt zij in het bijzonder dat uit de verklaring van verdachte blijkt dat zijn – onbekend gebleven – mededaders wisten dat het vuurwerk bij hem was afgeleverd en opgeslagen, maar dat zij hun deel van het vuurwerk nog niet hadden opgehaald. Nu bovendien samen het plan was opgevat om het vuurwerk te kopen en iedereen een deel van de aankoopprijs had betaald, kan worden bewezen dat er sprake was van een bewuste en nauwe samenwerking ten aanzien van het voorhanden hebben en opslaan. De omstandigheid, dat het volgens verdachte niet de bedoeling was dat al het bestelde vuurwerk bij hem zou worden opgeslagen, doet hier niet aan af, nu hij en zijn mededaders hier klaarblijkelijk uiteindelijk wel mee hebben ingestemd. Het verweer van de verdediging, strekkende tot vrijspraak ten aanzien van het ten laste gelegde medeplegen, wordt dus verworpen.

De rechtbank constateert dat hetgeen onder 1 en 2 bewezen wordt geacht betrekking heeft op dezelfde partijen vuurwerk, met uitzondering van de 53,4 kg consumentenvuurwerk die alleen onder 2 ten laste is gelegd en bewezen wordt verklaard. Daarbij is niet alleen sprake van een gelijktijdigheid van handelen, ook wat betreft de strekking van het te beschermen rechtsbelang komt hetgeen onder 1 en 2 bewezen wordt geacht overeen. De van toepassing zijnde artikelen van het Vuurwerkbesluit beogen immers alle dat handhavend kan worden opgetreden tegen diegenen die professioneel vuurwerk in strijd met het besluit hebben bestemd voor gebruik door particulieren. De rechtbank is daarom van oordeel dat deels sprake is van eendaadse samenloop.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage vervatte bewijsmiddelen en de in rubriek 4.3. vervatte bewijsoverwegingen bewezen

 Het onder 1 ten laste gelegde, te weten dat verdachte:

op 29 december 2014 te [plaats] , binnen de gemeente [geboorteplaats] , tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk, een hoeveelheid professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, bestaande onder andere uit:

- 2 Chinese rollen, met een gewicht van 13,4 kg, type T809 en met een gewicht van 27 kg, type T809 en 9,6 kg knalvuurwerk, type FP3, merk: Jorge en

- 2910 stuks knalvuurwerk (vlinder, zonder opschrift) en

- 42 stuks knalvuurwerk (Super Cobra 6) en

- 91 stuks vuurpijlen (signaalraket/lawinepijl);

heeft opgeslagen en voorhanden heeft gehad.

 Het onder 2 ten laste gelegde, te weten dat verdachte:

op 29 december 2014 te [plaats] , binnen de gemeente [geboorteplaats] , tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk, een hoeveelheid vuurwerk voorhanden heeft gehad in een woning en/of garage aan de [straatnaam] , bestaande uit:

- 2910 stuks knalvuurwerk, (vlinder zonder opschrift) en

- 42 stuks knalvuurwerk (Super Cobra 6) en

- 91 stuks vuurpijlen (signaalraket/lawinepijl)

- 2 Chinese rollen met een gewicht van 13,4 kg, type T809 en met een gewicht van 27 kg, type T809 en

- 9,6 kg knalvuurwerk, type FP3, merk: Jorge en

- 53,4 kg consumentenvuurwerk.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar onder 1 en 2 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren. Zij heeft daartoe, zakelijk weergegeven, het volgende aangevoerd.

Volgens de Richtlijn voor strafvordering vuurwerkdelicten zou in deze zaak een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden zijn. De enorme risico’s die verbonden zijn aan het voorhanden hebben van zo’n grote hoeveelheid vuurwerk moeten verdachte sterk worden aangerekend. Met één Super Cobra 6 kan je al een auto uit elkaar laten knallen, maar ook de vlinders, waar verdachte er bijna 3.000 van had, bevatten aanzienlijk meer explosieve massa dan toegestaan voor gebruik door consumenten. Bovendien bevat het vuurwerk helemaal geen opschriften, zodat de gevaren ervan niet blijken. Het voorhanden hebben van zo’n grote hoeveelheid vuurwerk, buiten een daarvoor bestemde inrichting, is levensgevaarlijk, omdat dit type vuurwerk massa-explosief is. Een enkele vonk of schok, of statische elektriciteit is voldoende om de hele boel tot ontploffing te laten brengen. Ten slotte is aan verdachte al eerder een strafbeschikking opgelegd voor een vuurwerkdelict. Gelet daarop en gelet op straffen in vergelijkbare zaken moet een forse, deels voorwaardelijke, gevangenisstraf aan verdachte worden opgelegd. Zijn persoonlijke omstandigheden zijn geen reden om daarvan af te wijken.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat aan verdachte geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf moet worden opgelegd. De raadsman heeft daartoe, zakelijk weergegeven, het volgende aangevoerd.

Verdachte is erg bang dat hij door een gevangenisstraf zal verliezen wat hij heeft opgebouwd. Hij heeft een serieuze relatie, de zorg voor een minderjarig kind en een goede baan. Als een gevangenisstraf wordt opgelegd, zal hij zijn baan verliezen en kan hij ook fluiten naar een Verklaring Omtrent Gedrag. Bovendien zal ook de samenleving er niet beter van worden als aan verdachte een gevangenisstraf wordt opgelegd. Mocht er naast een onvoorwaardelijke straf ook nog een voorwaardelijke straf worden opgelegd, als waarschuwing, dan zou een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf kunnen worden opgelegd.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft bij de strafoplegging in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich, samen met anderen, schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben en opslaan van een aanzienlijke hoeveelheid professioneel vuurwerk, waarvan ieder particulier gebruik verboden is. Dit vuurwerk heeft hij bovendien opgeslagen buiten een daarvoor bestemde inrichting, te weten zijn midden in een woonwijk liggende woning en garage. Bovendien had hij ook meer consumentenvuurwerk opgeslagen dan is toegestaan. In totaal had hij ongeveer 200 kilogram vuurwerk opgeslagen.

Het bij verdachte aangetroffen professioneel vuurwerk betreft vuurwerk dat massa-explosief kan reageren. Het handelen van verdachte was dus bijzonder gevaarzettend, niet alleen voor hemzelf, zijn vriendin en zijn jonge kind, maar ook voor omwonenden. Gebruik van zwaar vuurwerk door particulieren zorgt ieder jaar voor ongevallen, grote materiële schade en overlast. Verdachte heeft met zijn handelen aan deze gevaren bijgedragen.

Uit een uittreksel van de Justitiële Documentatie van verdachte blijkt bovendien dat hij al eerder een strafbeschikking heeft gekregen voor een vuurwerkdelict. Gelet hierop en de hoeveelheid bij verdachte aangetroffen vuurwerk, is de rechtbank van oordeel dat in beginsel alleen een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden is.

De rechtbank houdt echter in het voordeel van verdachte rekening met een aantal persoonlijke omstandigheden. Verdachte heeft samen met zijn vriendin een koophuis – met hypotheek – en de gedeelde zorg voor een jong kind. Bovendien heeft verdachte een goede baan en zijn andere medewerkers kennelijk afhankelijk van verdachte voor hun vervoer naar het werk. De rechtbank zal daarom bij de straftoemeting afwijken van wat de officier van justitie heeft gevorderd en geen lange onvoorwaardelijke gevangenisstraf aan verdachte opleggen, maar het onvoorwaardelijke deel van de straf beperken tot een periode van één maand, welke periode mogelijk door het opnemen van vakantieverlof opgevangen zou kunnen worden, zodat verdachte niet zonder meer zijn baan hoeft te verliezen. Omdat in beginsel een langere onvoorwaardelijke straf geboden is, zal de rechtbank naast de gevangenisstraf ook nog een onvoorwaardelijke taakstraf opleggen.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 55 en 57 van het Wetboek van Strafrecht, de artikel 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten, artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer en de artikelen 1.2.2, 1.2.4 en 5.4.0 van het Vuurwerkbesluit.

10 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde:

Eendaadse samenloop van:

- Overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1. van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd, en

- Overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1. van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van het onder 2 bewezen verklaarde:

Overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1. van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

 Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 3 (drie) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Beveelt dat een gedeelte, groot 2 (twee) maanden, van deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

 Veroordeelt verdachte tot een taakstraf bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van 120 (honderdtwintig) uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 60 (zestig) dagen.

Dit vonnis is gewezen door

mr. J. Knol, voorzitter,

mrs. N.A.J. Purcell en M.R.J. van Wel, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M. Spliet, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 4 maart 2016.

Bijlage - De bewijsmiddelen

Ten aanzien van het onder 1 en 2 ten laste gelegde:

1. Een proces-verbaal van bevindingen van 29 december 2014, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [naam verbalisanten] (proces-verbaalnummer 2014374672-5).

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde verbalisanten, zakelijk weergegeven:

Op maandag 29 december 2014, omstreeks 10:44 uur hebben wij, verbalisanten [naam verbalisanten]

, post gevat voor de woning [straatnaam] te [plaats] , gemeente [geboorteplaats] . (…)

Nadat ik, verbalisant [naam verbalisanten] , de achterdeur opende zag ik dat daar, achter de deur, meteen drie dozen vuurwerk op de vloer stonden. (…)

Ik, verbalisant [naam verbalisanten] , ben hierop naar de vrijstaande stenen garage gelopen. Ik keek door het raam naar binnen. Ik zag dat er een kartonnen doos stond. Ik zag dat deze open was en dat daarin vuurwerk lag. Ik zag verder dat er een oranje plastic bouwzeil over een grote stapel lag. (…)

Ik, verbalisant [naam verbalisanten] , vorderde hierop aan [verdachte] de uitlevering van het illegale vuurwerk. Wij hoorden [verdachte] zeggen, loop maar mee dan zal ik het jullie laten zien, of woorden van gelijke strekking. Wij zagen dat [verdachte] naar de vrijstaande garage liep en deze middels een sleutel opende. Hierna wees verdachte [verdachte] naar diverse dozen vuurwerk. (…)

De garage staat midden tussen woonhuizen.

2. Een proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk van 31 maart 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [naam verbalisanten] (proces-verbaalnummer 2014374672), met drie bijlagen.

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde verbalisant, zakelijk weergegeven:

Op dinsdag 3 maart 2015 is door mij het inbeslaggenomen vuurwerk als materie deskundige op uiterlijke kenmerken onderzocht. (…) Het onderzochte vuurwerk is door mij ingedeeld in de lijsten l t/m IV conform de Richtlijn Voor Strafvordering Vuurwerkdelicten versie 2012R006.

BIJLAGE 1:

Vuurwerk lijst II

Nr.

Aantal

Lijst II vuurwerk

Type/artikel nr.

Merknaam

01

13.4 kg

Chinese rol

T809

02

27 kg

Chinese rol

T809

03

9.6 kg

Knalvuurwerk

FP3

Jorge

Volgnummer 01: T809

Ik zag dat vuurwerk onder volgnummer NIET was ingedeeld in een categorie.

Ik zag dat het vuurwerk NIET was voorzien van de aanduiding “Geschikt voor particulier gebruik”.

Ik zag dat het vuurwerk NIET was voorzien van een Nederlandse gebruiksaanwijzing.

Volgnummer 02: T809

Ik zag dat vuurwerk onder volgnummer NIET was ingedeeld in een categorie.

Ik zag dat het vuurwerk NIET was voorzien van de aanduiding “Geschikt voor particulier gebruik”.

Ik zag dat het vuurwerk NIET was voorzien van een Nederlandse gebruiksaanwijzing.

Volgnummer 03: FP3

Ik zag dat dit vuurwerk onder volgnummer WEL was ingedeeld in categorie 3.

Ik zag dat op het vuurwerk een netto explosieve massa (NEM) stond vermeld van 3.0 gram.

Ik zag dat de NEM van het vuurwerk niet overeenkomt met het maximaal toegestane gewicht aan pyrotechnische stoffen of preparaten zoals gesteld in het bijlage 1 van de Regeling aanwijzing consumenten- en theatervuurwerk.

Ik zag dat het vuurwerk NIET was voorzien van de aanduiding “Geschikt voor particulier gebruik”.

Ik zag dat het vuurwerk NIET was voorzien van een Nederlandse gebruiksaanwijzing.

Ik zag dat vuurwerk van hetzelfde merk, naam, type en/of artikelnummer, met gelijke uiterlijke kenmerken als door mij onderzocht, is onderzocht door het NFI. Uit dit onderzoek is gebleken dat het vuurwerk niet voldeed aan de gestelde eisen van het Vuurwerkbesluit en/of de Regeling nadere eisen aan vuurwerk 2004 en/of Regeling aanwijzing consumenten- en theatervuurwerk.

Aan de hand van de uiterlijke kenmerken van het vuurwerk, en indien van toepassing de informatie uit de bijbehorende NFI-verklaringen en/of rapporten, stelde ik vast dat dit onderzochte vuurwerk geen consumentenvuurwerk betrof.

BIJLAGE 2:

Knalvuurwerk

Volgnr.

Soort

Naam of merk

Aantal

Lijst strafvordering

01

Vlinder

Geen opschriften

2910

III

02

Cilindrisch

Super Cobra 6

42

III

Volgnummer 01: Vlinder

Ik zag dat het knalvuurwerk NIET was ingedeeld in een categorie.

Ik zag dat het knalvuurwerk niet was voorzien van de aanduiding ‘Geschikt voor particulier gebruik” en of “Niet geschikt voor particulier gebruik”.

Ik zag dat het knalvuurwerk niet was voorzien van een Nederlandse gebruiksaanwijzing.

Ondanks dat er geen opschriften op de verpakking stonden en ook niet op de Vlinder zelf, herkende ik deze aan de wijze van hoe het touw geknoopt zat als zijnde de door het NFI onderzochte vlinder genaamd BV2002.

Knalvuurwerk van hetzelfde merk, naam, type en/of artikelnummer, met gelijke uiterlijke kenmerken als door mij onderzocht, is onderzocht door het NFI. Uit dit onderzoek is gebleken dat dit knalvuurwerk niet voldeed aan de gestelde eisen van het Vuurwerkbesluit en/of de Regeling nadere eisen aan vuurwerk 2004 en/of Regeling aanwijzing consumenten- en theatervuurwerk.

Volgnummer 02: Super Cobra 6

Ik zag dat op dit knalvuurwerk een netto explosieve massa (NEM) stond vermeld van 48.5 gram.

Ik zag dat de NEM van dit knalvuurwerk niet overeenkomt met het maximaal toegestane gewicht aan pyrotechnische stoffen of preparaten zoals gesteld in het bijlage 1 van de Regeling aanwijzing consumenten- en theatervuurwerk.

Ik zag dat het knalvuurwerk NIET was ingedeeld in een categorie.

Ik zag dat het knalvuurwerk niet was voorzien van de aanduiding “Geschikt voor particulier

gebruik” en of “Niet geschikt voor particulier gebruik”.

Ik zag dat het knalvuurwerk niet was voorzien van een Nederlandse gebruiksaanwijzing.

Knalvuurwerk van hetzelfde merk, naam, type en/of artikelnummer, met gelijke uiterlijke kenmerken als door mij onderzocht, is onderzocht door het NFI. Uit dit onderzoek is gebleken dat dit knalvuurwerk niet voldeed aan de gestelde eisen van het Vuurwerkbesluit en/of de Regeling nadere eisen aan vuurwerk 2004 en/of Regeling aanwijzing consumenten- en theatervuurwerk.

Aan de hand van de uiterlijke kenmerken van het vuurwerk, en indien van toepassing de informatie uit de bijbehorende NFI-verklaringen en/of rapporten, stelde ik vast dat dit onderzochte vuurwerk geen consumenten vuurwerk betrof.

BIJLAGE 3:

Signaalraket of lawinepijl (vuurpijl)

Aantal

Lijst strafvordering

91

III

Een lawinepijl is een vuurpijl met primair een knaleffect met een effect lading bestaande uit meer dan 10 gram perchloraat/metaal en dus niet toegelaten voor de consument.

Ik zag dat de signaalraket of lawinepijl NIET was ingedeeld in een categorie.

Ik zag dat de signaalraket of lawinepijl niet was voorzien van de aanduiding “Geschikt voor particulier gebruik” en of “Niet geschikt voor particulier gebruik”.

Ik zag dat de signaalraket of lawinepijl niet was voorzien van een Nederlandse gebruiksaanwijzing.

Een signaalraket of lawinepijl van hetzelfde merk, naam, type en/of artikelnummer, met gelijke uiterlijke kenmerken als door mij onderzocht, is onderzocht door het NFI. Uit dit onderzoek is gebleken dat de signaalraket of lawinepijl niet voldeed aan de gestelde eisen van het Vuurwerkbesluit en/of de Regeling nadere eisen aan vuurwerk 2004 en/of Regeling aanwijzing consumenten- en theatervuurwerk.

Aan de hand van de uiterlijke kenmerken van het vuurwerk, en indien van toepassing de informatie uit de bijbehorende NFI-verklaringen en/of rapporten, stelde ik vast dat dit onderzochte vuurwerk geen consumenten vuurwerk betrof.

3. De verklaring die verdachte ter terechtzitting van 19 februari 2016 heeft afgelegd.

Deze verklaring houdt onder meer in, zakelijk weergegeven:

Het klopt dat het in de tenlastelegging genoemde vuurwerk in mijn woning en garage lag. Wij wilden een leuk Oud en Nieuw hebben met een groep vrienden. Iedereen heeft geld bij elkaar gelegd en zou een deel van het vuurwerk krijgen. Een van mijn vrienden heeft de betaling gedaan. Toen het aankwam, werd het vuurwerk allemaal bij mij afgeleverd. Het vuurwerk dat is aangetroffen, was deels voor mij en deels voor meerdere vrienden. De andere personen wisten ook dat het vuurwerk bij me lag.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde:

4. Een proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk van 31 maart 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [naam verbalisanten] (proces-verbaalnummer 2014374672), met drie bijlagen.

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde verbalisant, zakelijk weergegeven:

Op dinsdag 3 maart 2015 is door mij het inbeslaggenomen vuurwerk als materie deskundige op uiterlijke kenmerken onderzocht. (…) Het onderzochte vuurwerk is door mij ingedeeld in de lijsten l t/m IV conform de Richtlijn Voor Strafvordering Vuurwerkdelicten versie 2012R006.

Lijst indeling conform strafvorderingsrichtlijn

Aantal of kg

Lijst l Alle Consumentenvuurwerk. Verboden handelingen buiten toegestane tijd en/of meer dan 25 kg voorhanden (art. 1.2.4 Vwb).

53.4 kg