Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2016:9627

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
09-11-2016
Datum publicatie
30-03-2017
Zaaknummer
13/082327-14, 99-000738-31
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Verstek
Beschikking
Inhoudsindicatie

Vordering uitstel VI, artikel 15d lid 1 sub c Sr, onttrekken aan detentie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Parketnummer : 13/082327-14

VI-zaaknummer : 99-000738-31

BESLISSING OP VORDERING TOT UITSTEL VAN DE VOORWAARDELIJKE INVRIJHEIDSTELLING

Beslissing op de vordering van de officier van justitie ex artikel 15d van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) in het arrondissement Amsterdam d.d. 26 juli 2016 tot uitstel van de voorwaardelijke invrijheidstelling (hierna: v.i.) van:

[veroordeelde] (hierna: veroordeelde),

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland.

1 De procesgang

Bij onherroepelijk geworden vonnis van de rechtbank Chiba (Japan) van 22 februari 2012 is veroordeelde veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 jaren. Bij beslissing van 29 januari 2014 heeft de officier van justitie in Amsterdam de verdere tenuitvoerlegging van dit vonnis gelast (parketnummer 13-082327-14).

Veroordeelde komt volgens de vordering van de officier van justitie, gelet op artikel 15 Sr, in aanmerking voor v.i. op 24 december 2016, zoals vermeld staat in het v.i. advies.

Veroordeelde is, na de aanvang van de tenuitvoerlegging van zijn straf, op 15 juli 2016 met weekendverlof gegaan en heeft zich onttrokken aan de tenuitvoerlegging door tot op heden niet terug te keren op de afgesproken plaats na het weekendverlof.

1 De vordering

De vordering van de officier van justitie strekt ertoe dat de rechtbank de v.i. van veroordeelde uitstelt voor de duur van 120 dagen.

De officier van justitie is ontvankelijk in haar vordering, nu de vordering op 26 juli 2016 ter griffie is ontvangen en de grond bevat waarop zij berust.

2 De behandeling ter terechtzitting

De rechtbank heeft op 26 oktober 2016 ter openbare terechtzitting gehoord de officier van justitie mr. E.J. de Groot en [naam vertegenwoordiger PI] , vertegenwoordiger van de Penitentiaire Inrichting [naam PI] te [plaats] .

Veroordeelde is zonder bericht niet verschenen en nu veroordeelde op de bij wet voorgeschreven wijze is betekend is tegen hem verstek verleend.

3 De beoordeling

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft volhard bij de vordering tot uitstel van de v.i., nu veroordeelde zich na de aanvang van de tenuitvoerlegging van zijn straf ernstig heeft misdragen door niet terug te keren van weekendverlof.

Deskundige [naam vertegenwoordiger PI]

heeft als deskundige, kort en zakelijk weergegeven, verklaard dat veroordeelde in het kader van detentiefasering twee weken voordat hij zich aan de tenuitvoerlegging van zijn straf heeft onttrokken, van de Penitentiaire Inrichting [naam PI] te [plaats] naar het Penitentiair Psychisch Centrum te [plaats] is overgeplaatst. De deskundige weet derhalve niet of er met veroordeelde al voorwaarden zijn besproken die mogelijk tijdens zijn v.i. zouden gelden. Normaliter wordt dit ongeveer drie maanden voor de aanvang van de v.i. gedaan, dus hoogst waarschijnlijk is dat in dit geval nog niet gebeurd. Over de persoon van veroordeelde heeft de deskundige verklaard dat veroordeelde zich gedurende zijn detentie over het algemeen goed gedroeg en enig zelfinzicht had.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank Amsterdam acht zich, ook al wordt de vrijheidsstraf tenuitvoergelegd in een ander arrondissement, bevoegd van de vordering kennis te nemen omdat de officier van justitie van het parket in Amsterdam de tenuitvoerlegging van het buitenlandse vonnis heeft bevolen. Dit brengt een redelijke uitleg van het vijfde lid van art 15 d Sr mee.

Veroordeelde heeft zich na de aanvang van de tenuitvoerlegging van zijn straf ongeoorloofd onttrokken aan zijn detentie. Hij is niet teruggekeerd van weekend verlof. Dit is aan te merken als een zelfstandige grond voor uitstel van de v.i. als bedoeld in artikel 15d lid 1 sub c Sr. De rechtbank is dan ook van oordeel dat er een signaal aan veroordeelde moet worden afgegeven, waaruit blijkt dat veroordeelde een grens heeft overschreden. De rechtbank ziet daarom aanleiding de datum van de v.i. van veroordeelde te verlengen.

De rechtbank acht de door de officier van justitie gevorderde 120 dagen uitstel van de v.i. echter niet proportioneel. Niet duidelijk is geworden waarom en met welke doel de officier van justitie het genoemde aantal dagen heeft gevorderd. Zo is bijvoorbeeld op geen enkele wijze toegelicht dat het in goede banen leiden van het resocialisatieproces van veroordeelde het gevorderde aantal dagen rechtvaardigt. Dit is temeer van belang, omdat de ongeoorloofde afwezigheid van veroordeelde met zich brengt dat de tenuitvoerlegging van zijn straf wordt opgeschort zolang die afwezigheid voortduurt, en met de resocialisatie van veroordeelde weer een aanvang zal moeten worden gemaakt, zodra de tenuitvoerlegging wordt hervat. Het ligt voor de hand dat veroordeelde dan in een zwaarder regime zijn straf zal moeten ondergaan dan gold toen hij niet terugkeerde van verlof.

Op grond van het voorgaande acht de rechtbank een uitstel van 30 dagen van de v.i. van veroordeelde passend en geboden. Nu de veroordeelde nog voortvluchtig is, is het niet mogelijk een datum te noemen als bedoeld in artikel 15f lid 2 Sr.

4 Beslissing

De rechtbank wijst de vordering tot uitstel met een termijn van 30 dagen toe.

Dit vonnis is gewezen door

mr. D.J. Cohen Tervaert, voorzitter,

mrs. A.B.M. Wijnveldt en L.R. Wisse, rechters,

in tegenwoordigheid van A. Bouwman, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 9 november 2016.