Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2016:9525

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
30-12-2016
Datum publicatie
02-03-2017
Zaaknummer
13/730058-16 (Promis)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verwerping verweer partiële nietigheid dagvaarding. Bewezenverklaring medeplegen witwassen, aanwezig hebben cocaïne, hasjiesj en vuurwapens met bijbehorende munitie. Gevangenisstraf van 5 jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/730058-16 (Promis)

Datum uitspraak: 30 december 2016

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, gedetineerd in het [detentie adres] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 16 december 2016.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. C.J. Cnossen en van wat verdachte en zijn raadsman mr. E.G.S. Roethof naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode vanaf 01 mei 2016 tot en met 12 september 2016 te [plaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, althans zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (van) een of meerdere voorwerp(en)/geldbedrag(en), te weten (onder meer):

- een geldbedrag van in totaal (ongeveer) EUR 2.136.070,-, in elk geval enig geldbedrag

de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, althans verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op voornoemd(e) geldbedrag(en) was en/of voornoemd(e) geldbedrag(en) voorhanden had

en/of

voornoemd(e) geldbedrag(en) heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of van voornoemd(e) geldbedrag(en) gebruik heeft gemaakt,

terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat bovenomschreven geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk - (geheel of gedeeltelijk) afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

2.

hij op of omstreeks 12 september 2016 te [plaats] , in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of opzettelijk aanwezig heeft gehad (onder meer):

uit de woning [adres] te [plaats] :

- een hoeveelheid van 6 blokken bevattende ongeveer 6 kilogram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne,

zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

3.

hij op of omstreeks 12 september 2016 te [plaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander en/of anderen, althans alleen, een of meerdere wapen(s) van categorie II en/of III, te weten:

- een pistoolmitrailleur, model R9-ARMS, kaliber 9mm x 19, met geluiddemper

en/of

- een revolver van het merk Zoraki, model Streamer R1, kaliber 6mm knal,

serienummer [nummer] en/of

munitie in de zin van artikel 1 onder 4 van die wet van categorie II en/of III, te weten:

- 20, althans een of meerdere patronen, kaliber 9mm Luger (synoniem voor 9mm x 19), model volmantel rondneus, merk PMC Ammunition (USA) en/of

- 100, althans een of meerdere patronen, kaliber 6 mm knal, merk Sellier & Bellot, voorzien van vouwkapje

voorhanden heeft/hebben gehad;

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

4.

hij op of omstreeks 01 mei 2016 tot en met 12 september 2016 te [plaats] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres] te [plaats] ), een hoeveelheid van (ongeveer) 1071,1 gram hasjiesj, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj), in elk geval een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

3 Voorvragen

Verwerping verweer partiële nietigheid dagvaarding


Ten aanzien van het onder feit 1 ten laste gelegde:

Bestanddeel ‘Onder meer’

De raadsman heeft ter terechtzitting betoogd dat de tenlastelegging onder feit 1 onvoldoende feitelijk is, omdat ten aanzien van de geldbedragen voorts “onder meer” worden genoemd. Door op deze wijze meerdere onbekende geldbedragen (mede) te omschrijven wordt, aldus de raadsman, een te ruime interpretatie gegeven aan de tenlastelegging zodat het voor verdachte – ook na lezing van het dossier – onmogelijk wordt zich tegen dit onderdeel van de beschuldiging te verdedigen.

De rechtbank verwerpt dit verweer omdat uit de inhoud van het dossier voldoende blijkt waartegen verdachte zich moet verdedigen, hetgeen wordt bevestigd door de door verdachte en zijn raadsman gevoerde verdediging.

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft onder verwijzing naar het schriftelijk requisitoir gerekwireerd tot een bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde gewoontewitwassen, alsmede het onder 2, 3 en 4 ten laste gelegde en heeft hiertoe – kort samengevat – het volgende aangevoerd.

De verdachte was in het bezit van een personenauto (Volkswagen Jetta met kenteken [kenteken] ) ) met daarin een ingebouwde verborgen ruimte, hetgeen een stevige aanwijzing is voor betrokkenheid bij gewoontewitwassen en/of drugshandel. Het inbouwen van een dergelijk ruimte vereist een flinke investering waaruit geconcludeerd kan worden dat het niet de eerste keer is dat de bestuurder van een dergelijke personenauto goederen vervoert die het daglicht niet kunnen verdragen. Ten aanzien van verdachte zijn daarnaast de volgende handelingen waargenomen. Verdachte is op 16 juni 2016 met de medeverdachte [medeverdachte 1] naar de A2 gereden en had daar een vermoedelijk criminele ontmoeting. Verdachte verblijft in de [adres] te [plaats] . Dit blijkt uit het feit dat hij een sleutel van voornoemde woning bij zich had en uit de verklaring gegeven door medeverdachte [medeverdachte 2] . Verdachte heeft op 12 september 2016 samen met medeverdachte [medeverdachte 1] tassen met daar ruim 2,1 miljoen euro in de verborgen ruimte van de Volkswagen Jetta gestopt en is vervolgens alleen naar Rotterdam gereden. Hiermee is de vindplaats van het geld door hen verborgen. Dat verdachte alleen met een dergelijk bedrag op pad wordt gestuurd, duidt erop dat hij wordt vertrouwd door de organisatie. In de woning aan de [adres] wordt zes kilo cocaïne, hasj, twee vuurwapens met munitie, een vacuümmachine, diverse verpakkingsmaterialen en administratie die duidt op witwassen en drugshandel aangetroffen. In de woning is voorts een USB-stick aangetroffen met daarop foto’s van verdachte, alsmede een Excel-bestand met administratie dat duidt op handel in geld en verdovende middelen. De namen die daarin voorkomen komen overeen met de inbeslaggenomen notities. Dit bewijst dat verdachte nauw betrokken is geweest bij deze en eerdere handel, en niet toevallig op 12 september 2016 met een tas met ruim 2,1 miljoen euro is aangetroffen. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat hij niet op de hoogte is geweest van de in de woning inbeslaggenomen goederen. Dat verdachte op 11 september 2016 is teruggekeerd uit Malaga en daardoor niet op de hoogte zou zijn van de verdovende middelen en wapens in zijn woning gaat in de ogen van het openbaar ministerie niet op.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte partieel dient te worden vrijgesproken van het onder feit 1 ten laste gelegde en tevens dient te worden vrijgesproken voor het onder 2, 3 en 4 ten laste gelegde. De raadsman heeft hiertoe – kort samengevat – het volgende aangevoerd.

Ten aanzien van het onder feit 1 ten laste gelegde gewoontewitwassen stelt de verdediging zich op het standpunt dat uit het dossier onvoldoende concreet bewijs naar voren komt waaruit blijkt dat verdachte eerder betrokken is geweest bij witwashandelingen.

Ten aanzien van het onder 2, 3, en 4 ten laste gelegd is de verdediging van mening dat – nu verdachte op 11 september 2016 is teruggekeerd uit Malaga (Spanje) – niet is vast te stellen wat zijn betrokkenheid is bij de in de woning aan de [adres] te [plaats] aangetroffen verdovende middelen, vuurwapens en munitie. Er zijn immers geen forensische sporen van verdachte aangetroffen en niet valt vast te stellen vanaf wanneer de voornoemde voorwerpen en goederen in de woning hebben gelegen. Daarmee valt eveneens niet uit te sluiten dat verdachte, waarvan niet bekend is dat hij na aankomst in Nederland op 11 september 2016 nog in de woning aan de [adres] in [plaats] is geweest, geen wetenschap had omtrent de ten laste gelegde verdovende middelen, wapens en munitie. De spullen zijn er mogelijk door een derde persoon neergelegd in de periode dat verdachte in het buitenland verbleef. Met betrekking tot het ontbreken van wetenschap bij verdachte verwijst de raadsman naar een drietal uitspraken van de Hoge Raad, te weten Hoge Raad 25 september 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA7694, Hoge Raad 7 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BN2370, Hoge Raad 26 januari 1999, ECLI:NL:HR:1999:ZD1169.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

Partiële vrijspraak


Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde gewoontewitwassen

De rechtbank acht – anders dan de officier van justitie en met de raadsman van verdachte – het onder 1 ten laste gelegde gewoontewitwassen niet bewezen. Verdachte dient van dat onder 1 ten laste gelegde onderdeel te worden vrijgesproken.

De rechtbank overweegt hiertoe het navolgende.


Voor een bewezenverklaring van gewoontewitwassen op grond van artikel 420ter van het Wetboek van Strafrecht is vereist dat de tenlastelegging inhoudt uit welke feiten de gewoonte bestaat, en over welke periode de gewoonte zich heeft uitgestrekt. Gedurende de te ten laste gelegde periode is daarnaast de frequentie en de intentie van de verdachte doorslaggevend. De Hoge Raad heeft in haar arrest van 28 juni 1983 (NJ 1984/41) uitgemaakt dat vermelding van één geval van witwassen met de toevoeging dat verdachte daarvan een gewoonte maakt onvoldoende is. De rechtbank stelt vast dat het dossier aanwijzingen bevat die kunnen wijzen op structureel crimineel gedrag. Uit de tenlastelegging en het dossier volgen – 12 september 2016 uitgezonderd– echter onvoldoende concrete handelingen waaruit naar voren komt dat verdachte zich herhaaldelijk schuldig heeft gemaakt aan witwassen. De verdachte zal derhalve partieel worden vrijgesproken van het onder 1 ten laste gelegde gewoontewitwassen.

Ten aanzien van het onder 2, 3 en 4 ten laste gelegde medeplegen

De rechtbank acht – anders dan de officier van justitie – het onder 2, 3 en 4 ten laste gelegde medeplegen niet bewezen. Verdachte dient van dat onderdeel te worden vrijgesproken.

De rechtbank overweegt dat uit het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs volgt dat er tussen verdachte en andere(n) personen sprake is geweest van een bewuste en nauwe samenwerking met betrekking tot de op de [adres] te [plaats] aangetroffen verdovende middelen, vuurwapen en munitie. In die overweging heeft de rechtbank meegenomen dat medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zijn vrijgesproken van hetzelfde feitencomplex omtrent het aantreffen van genoemde voorwerpen en goederen op voornoemd adres.

4.3.2.

Bewijsoverwegingen

Ten aanzien van het onder 2, 3 en 4 bewezenverklaarde:

Betrokkenheid verdachte

De verdediging bepleit ten aanzien van het onder 2, 3 en 4 ten laste gelegde vrijspraak, nu uit het dossier niet zonder gerede twijfel kan worden aangenomen dat verdachte wetenschap heeft gehad van de in de [adres] te [plaats] aangetroffen voorwerpen en goederen.

De rechtbank verwerpt dit verweer en voert daartoe in het bijzonder het navolgende aan.


De rechtbank stelt vast dat verdachte, op grond van zijn eigen verklaring ter terechtzitting, heeft aangegeven naast zijn verblijf in Spanje, geregeld te verblijven aan het adres [adres] in [plaats] . Dit wordt ondersteund door de verklaring van getuige [getuige] , die heeft verklaard voornoemde woning aan [verdachte] te hebben verhuurd en daarbij bevestigend reageert wanneer hem een foto van de verdachte wordt getoond. De rechtbank is van oordeel dat verdachte op of omstreeks 12 september 2016 op voornoemd adres verbleef en daarmee beschikkingsmacht heeft gehad over de aldaar aangetroffen verdovende middelen, vuurwapens en munitie. Ondersteunend voor dat oordeel is dat de medeverdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] op 12 september 2016 – gedurende de doorzoeking van de politie – bij de woning op voornoemd adres aankomen en vervolgens direct vragen naar [verdachte] (verdachte). De verdachte was reeds aangehouden, maar uit de omstandigheden volgt derhalve dat hij, nu drie mensen voor hem aan de woning kwamen, aldaar aanwezig had moeten zijn. De verdachte heeft ter terechtzitting niet verklaard na terugkomst uit Spanje op 11 september 2016 niet meer in de woning te zijn geweest. De raadsman heeft die stelling wel aangevoerd, maar daar geen enkele onderbouwing voor gegeven. Het verweer van de verdediging is naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk, hetgeen op grond van vaste jurisprudentie van de Hoge Raad (zie bijvoorbeeld HR 26 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:3359) wel is vereist.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in bijlage I vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte:

De rechtbank acht bewezen dat verdachte

Ten aanzien van het onder 1 bewezen verklaarde
omstreeks 12 september 2016 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen, immers hebben hij, verdachte, en zijn mededader, een geldbedrag van in totaal EUR 2.136.030,-, voorhanden gehad, terwijl hij zijn mededader wisten, dat bovenomschreven geldbedrag - onmiddellijk of middellijk - geheel of gedeeltelijk afkomstig was uit enig misdrijf.

Ten aanzien van het onder 2 bewezen verklaarde

op 12 september 2016 te [plaats] , opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van 6 blokken bevattende ongeveer 6 kilogram cocaïne, zijnde een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Ten aanzien van het onder 3 bewezen verklaarde

op 12 september 2016 te [plaats] , meerdere wapens van categorie II en III, te weten een pistoolmitrailleur, model R9-ARMS, kaliber 9mm x 19, met geluiddemper en een revolver van het merk Zoraki, model Streamer R1, kaliber 6mm knal, serienummer [nummer] en munitie in de zin van artikel 1 onder 4 van die wet van categorie III, te weten meerdere patronen, kaliber 9mm Luger, synoniem voor 9mm x 19, model volmantel rondneus, merk PMC Ammunition (USA) en 100 patronen, kaliber 6 mm knal, merk Sellier & Bellot, voorzien van vouwkapje, voorhanden heeft gehad.

Ten aanzien van het onder 4 bewezen verklaarde

op 12 september 2016 te [plaats] opzettelijk aanwezig heeft gehad in een pand aan de [adres] te [plaats] , een hoeveelheid van 1071,1 gram hasjiesj, in elk geval een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van de feiten

Door de raadsman is ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde aangevoerd dat geen sprake is van strafbaar witwassen, omdat het geld afkomstig is van een door verdachte gepleegd misdrijf. De raadsman heeft zich derhalve op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde en voert hiertoe het volgende aan.

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde geldbedrag stelt de verdediging dat er sprake is van geld uit eigen misdrijf. De herkomst van het geld is op grond van het dossier niet specifiek vastgesteld. Het moet derhalve enerzijds gaan om geld uit eigen drugsopbrengsten, of anderzijds opbrengsten uit walhalla bankieren. Met betrekking tot het walhalla bankieren bevat het dossier met aangetroffen tokens hier immers ook aanwijzingen voor. De Hoge Raad heeft bepaald dat geld uit eigen misdrijf – in de vorm van drugs dan wel uit walhalla bankieren – niet kan vallen onder de strafbaarstelling van witwassen. Verdachte dient derhalve te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

De rechtbank verwerpt het verweer en overweegt hiertoe als volgt.

De rechtbank stelt voorop dat de kwalificatie-uitsluitingsgrond die de Hoge Raad in zijn jurisprudentie heeft ontwikkeld alleen betrekking heeft op voorwerpen die onmiddellijk afkomstig zijn van een door verdachte zelf begaan misdrijf. Op basis van het dossier kan de rechtbank niet vaststellen van welk concreet strafbaar feit het geldbedrag van 2.136.030 euro afkomstig is. Dat het geld anderszins onmiddellijk afkomstig is van een door verdachte gepleegd misdrijf blijkt niet uit het dossier en dit is ook niet door of namens verdachte verder geconcretiseerd (zie bijvoorbeeld HR 16 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3618). Daarbij merkt de rechtbank eveneens op dat de verdachte ter terechtzitting op vragen omtrent het onder 1 ten laste gelegde heeft geantwoord dat hij niet betrokken is bij criminele activiteiten omtrent (handel in) verdovende middelen, en hij het geld voor anderen moest vervoeren. Hiervoor zou hij een kleine vergoeding van 100 tot 200 euro ontvangen. Verdachte wenste verder geen verklaring af te leggen van wie hij het geld had ontvangen en naar wie het vervoerd moest worden. Onder deze omstandigheden stelt de rechtbank vast dat er geen sprake is van geld uit eigen misdrijf.

Het voorgaande brengt mee dat voornoemde kwalificatie-uitsluitingsgrond niet van toepassing is. Ook overigens is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluit. De bewezen geachte feiten zijn dan ook strafbaar.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door haar bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 jaren, met aftrek van voorarrest. Voorts heeft de officier van justitie ten aanzien van het beslag gevorderd dat de op de beslaglijst vermelde voorwerpen met nummers 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 16, 17, 18, 19, 20, 24, 44, 48, 49, 50 en 54 verbeurd worden verklaard. In aanvulling op voornoemde beslaglijst heeft zij tevens gevorderd dat de daarop niet aanwezige personenauto (Volkswagen Jetta met kenteken [kenteken] , itemnummer 5251572) verbeurd wordt verklaard. De officier van justitie heeft ten aanzien van het beslag gevorderd dat de op de beslaglijst vermelde voorwerpen met nummers 1, 2, 3, 4, 21, 22, 23 en 55 verbeurd worden onttrokken aan het verkeer. En daarnaast heeft de officier van justitie ten aanzien van het beslag gevorderd dat de op de beslaglijst vermelde voorwerpen met nummers 12, 13, 14, 15, 26, 27, 28, 29, 30, 31, 32, 33, 34, 35, 36, 37, 38, 39, 40, 41, 42, 43, 45, 46, 47, 51, 52 en 53 worden teruggegeven aan verdachte.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft primair ontslag van alle rechtsvervolging en vrijspraak bepleit. Subsidiair, indien de rechtbank de rechtbank oordeelt tot een bewezenverklaring, bepleit de verdediging een deels voorwaardelijke gevangenisstraf waarbij de eis van de officier van justitie fors – met meer dan de helft – word gematigd.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

Uit het dossier en de veroordeling voor de verschillende feiten blijkt dat verdachte volop betrokken is bij georganiseerde drugscriminaliteit.

Deze achtergrond is van belang voor de op te leggen straf. Op feiten als de bewezen verklaarde feiten kan, gegeven die context van georganiseerde drugshandel, geen andere reactie volgen dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Voor de strafoplegging sluit de rechtbank zoveel als mogelijk aan bij de LOVS-oriëntatiepunten.

Voor het enkele voorhanden hebben van een automatisch vuurwapen geldt volgens het oriëntatiepunt WWM als uitgangspunt een gevangenisstraf van 9 maanden; voor het aanwezig hebben van het gaspistool geldt als uitgangspunt een geldboete. Dat het machinepistool geladen was is een strafverzwarende omstandigheid, die maakt dat het uitgangspunt naar het oordeel van de rechtbank met factor anderhalf moet worden verhoogd. Voor feit 3 moet daarom een gevangenisstraf voor de duur van 13 à 14 maanden worden opgelegd.

Voor het aanwezig hebben van ruim 6 kilo cocaïne en 1 kilo hasj bestaat geen LOVS-oriëntatiepunt. Rekening houdend met straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd en het oriëntatiepunt voor de (ernstiger) in- en uitvoer van harddrugs, waarbij 48 maanden gevangenisstraf het uitgangspunt is, acht de rechtbank een gevangenisstraf van ongeveer twee jaar op zijn plaats voor feit 2 en 4.

Er bestaat ook geen LOVS-oriëntatiepunt met betrekking tot witwassen. Het oriëntatiepunt Fraude wordt van toepassing verklaard op witwassen, indien dit in een frauduleuze context plaats vindt. Hoewel daar hier - waar duidelijk sprake is van een drugscontext - geen sprake van is en bij witwassen niet (direct) kan worden gesproken van een benadelingsbedrag zoals bij fraudedelicten, ziet de rechtbank toch aanleiding om aan te haken bij het oriëntatiepunt Fraude. Witwassen wordt immers, net als fraudedelicten, ernstiger en stafwaardiger naarmate de bedragen waar het om gaat hoger worden, en de maximale strafbedreiging op witwassen (zes jaar) is zelfs hoger dan die bij de meeste fraudedelicten (bijvoorbeeld vier jaar bij oplichting, verduistering in dienstbetrekking, en schending van de plicht tot gegevensverstrekking aan uitkeringsinstanties). De gedachte dat de als uitganspunt op te leggen straffen voor het witwassen van een geldbedrag en het door fraude verkrijgen van hetzelfde geldbedrag in dezelfde orde van grootte moeten liggen, vindt ook steun in de praktijk in Engeland, waar een gedetailleerd systeem aan straftoemetingsrichtlijnen bestaat, en de tabellen met de als uitgangspunt op te leggen straffen voor witwassen en fraude identiek zijn, voor zover de bedragen elkaar overlappen.

In het geval van verdachte, die zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van het witwassen van ruim 2,1 miljoen euro, zou conform het LOVS-oriëntatiepunt Fraude als uitgangpunt een straf in de orde van grootte tussen de 24 maanden en de zes jaar (het strafmaximum) moeten worden opgelegd, waarbij (ruim) drie jaar het meest in de rede ligt. De rechtbank ziet geen strafverzwarende omstandigheden. Dat het witwassen door verdachte, zoals hierboven overwogen, plaatsvindt binnen een duidelijke criminele context, is aan witwassen eigen. Evenmin ziet de rechtbank strafverminderende omstandigheden. Nu de Officier van Justitie evenwel tegen medeverdachte [medeverdachte 1] , die wordt veroordeeld voor hetzelfde witgewassen bedrag als verdachte, in verband met uitsluitend dit witwassen 32 maanden heeft geëist (een aantal maanden minder dan drie jaar), en de rechtbank die straf ook aan [medeverdachte 1] heeft opgelegd, zal de rechtbank ook voor verdachte uitgaan van een straf van 32 maanden voor feit 1.

De rechtbank acht evenwel een aftrek ter verdiscontering van de cumulatie van feiten op zijn plaats en zal verdachte daarom veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaar.

9 Beslag

Verbeurdverklaring

De in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- 5. Geld, 945,00 euro, los aangetroffen in verborgen ruimte auto;

- 6. Geld, 750,00 euro, uit zwarte tas auto;

- 7. Geld, 125.805,00 euro, in witte tas verborgen ruimte auto;

- 8. Geld, 998.650,00 euro;

- 9. Geld, 211.520,00 euro, allemaal 20-biljetten;

- 10. Geld, 798360,00 euro;

- 11. Geld, 40,00 euro, 8x 5 euro biljet;

- 16. 1.00 STK Navigator, peilzender, 5252030;

- 17. 1.00 STK, Telefoontoestel Samsung S6, 5251615;

- 18. 1.00 STK, Telefoontoestel Samsung S7, 5251616;

- 19. 1.00 STK, Telefoontoestel Blackberry Q10, 5251619;

- 20. 1.00 STK, Telefoontoestel Blackberry 9900, 5251620;

- 24. 1.00 STK, Doos, Streamer R1, 5251720;

- 44. 1.00 STK, Computer Kingston DTSE9 usb stick, 5252850;

- 48. 1.00 STK Telefoonkaart T-mobile, 5252862;

- 49. 1.00 STK Telefoonkaart Lebarra, 525864;

- 50. 1.00 STK Telefoontoestel Apple Iphone 6 Plus, 5252866;

- 54. 1.00 STK Telefoonstoestel Blackberry curve, 5252897;

- . 1.00 STK, personenauto, Volkswagen Jetta, 5251572.

dienen te worden verbeurd verklaard en zijn daarvoor vatbaar, aangezien met behulp van die voorwerpen het onder 1 bewezen geachte is begaan of voorbereid.

Onttrekking aan het verkeer

De in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- 1. 1.00 STK Pistoolmitrailleur, R9 ARMS, 5251696;

- 2. 1.00 STK Patroonhouder, R9 ARMS, 5251699;
- 3. 1.00 STK Geluidsdemper, 5251709;
- 4. 1.00 STK Pistool, Walther P99 AS, 5252733;

- 21. 1.00 STK Wapen, Streamer Revolver, 5251703;
- 22. 1.00 STK Patroon, Sellier&Bellot munitie, 5251704;

- 23. 1.00 STK Munitie, 9x19mm, 5251700;

- 55. 1.00 STK Patroon, Sellier&Bellot, 5252743,


dienen te worden onttrokken aan het verkeer, nu met behulp van al deze voorwerpen het bewezen geachte is begaan en zij van zodanige aard zijn, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang, worden deze voorwerpen onttrokken aan het verkeer.

Teruggave aan verdachte

De volgende voorwerpen zijn in beslag genomen en worden aan verdachte teruggeven:

- 12. 2.00 STK, Tas Albert Heijn, 5251574;

- 13. 2.00 STK, Tas, Big Shopper, 5251576;

- 14 2.00 STK, Tas, kl blauw, 5251577;
- 15. 1.00 STK, Telefoonkaart Vodafone, 5253299;

- 25. 1.00 STK, Verpakkingsmateriaal, 5251925;

- 26. 1.00 STK, Tas Albert Heijn shopper, 5251918;

- 27. 1.00 STK, Verpakkingsmateriaal, 5251927;

- 28. 1.00 STK, Papier, schrijfblok, 5255554;

- 29. 1.00 STK, Doos, 5256048;

- 30. 1.00 STK, Papier, 525889;

- 31. 1.00 STK, Doos, 5252898;

- 32. 1.00 STK, Computer, 5252900;

- 33. 1.00 STK, Papier, 5252902;

- 34. 1.00 STK, Papier, 5252904;

- 35. 1.00 STK, Papier, 5252906;

- 36. 1.00 STK, Boek, 5252908;

- 37. 1.00 STK, Boek, 5252911;

- 38. 1.00 STK, Papier, 5253267;

- 39. 1.00 STK, Computer, 5252829;
- 40. 1.00 STK, Computer, 5252833;

- 41. 1.00 STK, Computer, 5252861;

- 42. 1.00 STK, Computer, 5252863;

- 43. 1.00 STK, Drukpers, 5255304;

- 45. 1.00 STK, Computer Cash Tester, 5252879;

- 46. 1.00 STK, TDK PP1 8GB usb-stick, 5252856;

- 47. 1.00 STK, Samsung Tablet, 5252858;

- 51. 1.00 STK, Computer Asus F550CC, 5252872;

- 52. 1.00 STK, Computer, Merlin V&T, 5252875

- 53. 1.00 STK Geldtelmachine Ran Peng, 5252876;

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:
- 33, 33a, 36b, 36c, 47, 57, 420bis van het Wetboek van Strafrecht;
- 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet;
- 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

11 Beslissing

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:
witwassen;

Ten aanzien van feit 2:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;


Ten aanzien van feit 3:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd;

Ten aanzien van feit 4:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 5 (vijf) jaar.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering (en in voorlopige hechtenis) is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Verklaart verbeurd:

- 5. Geld, 945,00 euro, los aangetroffen in verborgen ruimte auto;

- 6. Geld, 750,00 euro, uit zwarte tas auto;

- 7. Geld, 125.805,00 euro, in witte tas verborgen ruimte auto;

- 8. Geld, 998.650,00 euro,;

- 9. Geld, 211.520,00 euro, allemaal 20-biljetten;

- 10. Geld, 798360,00 euro;

- 11. Geld, 40,00 euro, 8x 5 euro biljet;

- 16. 1.00 STK Navigator, peilzender, 5252030;

- 17. 1.00 STK, Telefoontoestel Samsung S6, 5251615;

- 18. 1.00 STK, Telefoontoestel Samsung S7, 5251616;

- 19. 1.00 STK, Telefoontoestel Blackberry Q10, 5251619;

- 20. 1.00 STK, Telefoontoestel Blackberry 9900, 5251620;

- 24. 1.00 STK, Doos, Streamer R1, 5251720;

- 44. 1.00 STK, Computer Kingston DTSE9 usb stick, 5252850;

- 48. 1.00 STK Telefoonkaart T-mobile, 5252862;

- 49. 1.00 STK Telefoonkaart Lebarra, 525864;

- 50. 1.00 STK Telefoontoestel Apple Iphone 6 Plus, 5252866;

- 54. 1.00 STK Telefoonstoestel Blackberry curve, 5252897;

- . 1.00 STK, personenauto, Volkswagen Jetta, 5251572.

Verklaart onttrokken aan het verkeer:

- 1. 1.00 STK Pistoolmitrailleur, R9 ARMS, 5251696;

- 2. 1.00 STK Patroonhouder, R9 ARMS, 5251699;
- 3. 1.00 STK Geluidsdemper, 5251709;
- 4. 1.00 STK Pistool, Walther P99 AS, 5252733;

- 21. 1.00 STK Wapen, Streamer Revolver, 5251703;
- 22. 1.00 STK Patroon, Sellier&Bellot munitie, 5251704;

- 23. 1.00 STK Munitie, 9x19mm, 5251700;

- 55. 1.00 STK Patroon, Sellier&Bellot, 5252743.

Gelast de teruggave aan [verdachte] van:

- 12. 2.00 STK, Tas Albert Heijn, 5251574;

- 13. 2.00 STK, Tas, Big Shopper, 5251576;

- 14 2.00 STK, Tas, kl blauw, 5251577;
- 15. 1.00 STK, Telefoonkaart Vodafone, 5253299;

- 25. 1.00 STK, Verpakkingsmateriaal, 5251925;

- 26. 1.00 STK, Tas Albert Heijn shopper, 5251918;

- 27. 1.00 STK, Verpakkingsmateriaal, 5251927;

- 28. 1.00 STK, Papier, schrijfblok, 5255554;

- 29. 1.00 STK, Doos, 5256048;

- 30. 1.00 STK, Papier, 525889;

- 31. 1.00 STK, Doos, 5252898;

- 32. 1.00 STK, Computer, 5252900;

- 33. 1.00 STK, Papier, 5252902;

- 34. 1.00 STK, Papier, 5252904;

- 35. 1.00 STK, Papier, 5252906;

- 36. 1.00 STK, Boek, 5252908;

- 37. 1.00 STK, Boek, 5252911;

- 38. 1.00 STK, Papier, 5253267;

- 39. 1.00 STK, Computer, 5252829;
- 40. 1.00 STK, Computer, 5252833;

- 41. 1.00 STK, Computer, 5252861;

- 42. 1.00 STK, Computer, 5252863;

- 43. 1.00 STK, Drukpers, 5255304;

- 45. 1.00 STK, Computer Cash Tester, 5252879;

- 46. 1.00 STK, TDK PP1 8GB usb-stick, 5252856;

- 47. 1.00 STK, Samsung Tablet, 5252858;

- 51. 1.00 STK, Computer Asus F550CC, 5252872;

- 52. 1.00 STK, Computer, Merlin V&T, 5252875

- 53. 1.00 STK Geldtelmachine Ran Peng, 5252876;

Dit vonnis is gewezen door

mr. M. Vaandrager, voorzitter,

mrs. N.A.J. Purcell en F.A.N.J. Goudappel, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. F.F. van Lier, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 30 december 2016.