Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2016:9361

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
06-12-2016
Datum publicatie
23-01-2017
Zaaknummer
EA VERZ 16-1136
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Gefixeerde schadevergoeding toegekend op grond van 7:677 lid 3 sub b BW, matiging op grond van 7:677 lid 5 onder b BW bij een tussentijdse opzegging ex artikel 7:677 lid 1 BW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/364
AR-Updates.nl 2017-0079
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 5383346 EA VERZ 16-1136

beschikking van: 6 december 2016

func.: 569

beschikking van de kantonrechter

I n z a k e

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid The American Dream Amsterdam Food B.V. tevens handelend onder de naam "Sluizer Restaurants"

gevestigd te Amsterdam

verzoekster

nader te noemen: TAD

gemachtigde: mr. W.A.A. van Kuijk

t e g e n

[verweerder]

wonende te [plaats]

verweerder

nader te noemen: [verweerder]

procederend in persoon.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

TAD heeft op 19 september 2016 een verzoek ingediend.

Het verzoek is mondeling behandeld ter terechtzitting van 18 november 2016. TAD is verschenen bij [naam 1] , directeur- eigenaar, vergezeld door de gemachtigde. [verweerder] is verschenen. Partijen hebben het woord gevoerd en vragen van de kantonrechter beantwoord. Ten slotte is een datum voor beschikking bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Feiten

1.1.

TAD is een restaurant gevestigd in het centrum van Amsterdam. Bij TAD waren, op het moment van indienen van het verzoekschrift, 19 medewerkers in dienst, waarvan 5 fulltime en 14 parttime medewerkers.

1.2.

[verweerder] is op 2 juli 2015 in dienst getreden bij TAD als (parttime) kok. De overeenkomst is op 1 oktober 2015 aangepast in die zin dat [verweerder] full time voor TAD is gaan werken. De overeenkomst was aangegaan voor 8 maanden, en is na ommekomst telkens verlengd met 8 maanden. De laatste overeenkomst zou eindigen op 31 januari 2017. Het bruto salaris bedroeg bij een full time dienstverband € 1.714,55 bruto per maand exclusief vakantietoeslag. Er was geen mogelijkheid om de arbeidsovereenkomst tussentijds op te zeggen opgenomen in de arbeidsovereenkomst.

1.3.

Op 30 juni 2016 heeft [verweerder] tegen [naam 1] , directeur-eigenaar van TAD gezegd dat hij wegens frictie met de chef kok een andere baan had aanvaard. Bij e-mail van 3 juli 2016 heeft [verweerder] aan [naam 1] meegedeeld ingeroosterd te zijn bij zijn nieuwe baan en enkel nog tot 1 augustus 2016 twee dagen per week te kunnen werken.

1.4.

[verweerder] en [naam 1] hebben vervolgens aantal gesprekken gevoerd waarbij [naam 1] – kort gezegd – heeft meegedeeld [verweerder] aan zijn arbeidsovereenkomst te willen houden en enkel over te willen gaan tot beëindiging indien een vervanger was gevonden.

1.5.

Op 15 juli 2016 heeft [verweerder] zich ziekgemeld. Op 17 juli 2016 heeft [verweerder] 2 what’s app berichten aan [naam 1] gezonden met de tekst:
‘I have a contract because the company took away my right tot finish. And I was not warned that my contract is finishing.’
‘For that you can be fined not me’.

1.6.

Per whats’app heeft [naam 1] aan [verweerder] bericht:
‘Hallo [verweerder] just got your message (…) Dit is niet akkoord je staat donderdag (21 juli 2016, kantonrechter) ingeroosterd en ik verwacht dat je er bent. Kom je niet dan zal dit consequenties hebben.’

1.7.

[verweerder] heeft daarop niet gereageerd en is op 21 juli 2016 niet verschenen bij TAD.

1.8.

Bij brief van 22 juli 2016 heeft TAD de overeenkomst opgezegd op grond van een dringende reden; werkweigering, heeft aanspraak gemaakt op een gefixeerde schadevergoeding op grond van de wet, en op teveel betaald loon van € 1.061,85.

Verzoek

2. TAD verzoekt de kanonrechter:
a. een verklaring voor recht te geven dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen op grond van een dringende reden op 22 juli 2016 is beëindigd.
b. om [verweerder] te veroordelen, zo mogelijk uitvoerbaar bij voorraad aan TAD te betalen
€ 9.786,16 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 juli 2016 tot de voldoening.
c. om [verweerder] te veroordelen, zo mogelijk uitvoerbaar bij voorraad aan TAD te betalen
€ 971,46 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 juli 2016 tot de voldoening.
d. de kosten van de procedure.

3. TAD stelt daartoe – kort gezegd – dat [verweerder] door TAD een dringende redenen te verschaffen onverwijld op te zeggen schadeplichtig is geworden. De gefixeerde schadevergoeding op grond van de wet, artikel 7:677 BW bedraagt € 9.786,16 en bestaat uit het loon van [verweerder] vanaf 22 juli 2016 tot en met 31 januari 2017. Het onder 2.c. gevorderde betreft het abusievelijk teveel aan loon betaalde over de maanden oktober 2015 tot en met mei 2015, wegens een verkeerd door TAD gehanteerd uurloon.

Verweer

4. [verweerder] voert gemotiveerd verweer en voert – kort gezegd – aan dat hij nimmer ervan op de hoogte is gesteld dat de arbeidsovereenkomst werd verlengd. Hij heeft de arbeidsovereenkomst beëindigd wegens een conflict met de chef kok.

Beoordeling

5. Gelet op de vervaltermijn van 7:686a lid 4 BW wordt het ervoor gehouden dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is beëindigd nu [verweerder] na de onder 1.8 genoemde brief niet tegen de opzegging in het geweer is gekomen binnen de termijn van 2 maanden na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd.

6. Gelet op het voorgaande ziet de kantonrechter geen belang bij de gevorderde verklaring voor recht. Deze wordt afgewezen.

7. Het gevorderde ter zake van het teveel betaalde loon op grond van een administratieve fout van TAD wordt afgewezen. Van een TAD mag verwacht worden dat zij haar administratie op orde heeft. Zij kan dan niet, voor een dergelijk bedrag, dat op maandbasis dermate laag is dat [verweerder] niet redelijkerwijs op de hoogte hoefde te zijn van een te hoog uitgekeerd loon, naderhand [verweerder] confronteren met een voor hem substantiële vordering.

8. Ter zake van de gevorderde gefixeerde schadevergoeding dient allereerst vast te staan of er aan de zijde van [verweerder] sprake is van opzet of schuld die TAD een dringende reden tot onverwijld opzeggen heeft gegeven. Daarvan is sprake. [verweerder] kan zich er niet achter verschuilen dat hij niet wist dat de overeenkomst werd verlengd. Het was niet de eerste verlenging en hij was op grond van de laatste overeenkomst alweer een maand of twee werkzaam. Daarnaast is hij door TAD gewezen op zijn verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst en had hij deze na dienen te komen door conform de tussen partijen gemaakte afspraken te komen werken tot de overeenkomst was geëindigd met wederzijdse instemming. Door dat na te laten en, zo bleek ter zitting, wel aan het werk te gaan bij een andere werkgever is hij schadeplichtig geworden jegens TAD.

9. Gelet op het ontbreken van een tussentijdse mogelijkheid tot het opzeggen van de arbeidsovereenkomst is, voor zover het de bepaling van de hoogte van de gefixeerde schadevergoeding betreft, artikel 7:677 lid 3 onder b. BW van toepassing. De vergoeding kan gematigd worden door de kantonrechter, en gelet op voornoemd artikel is de daarbij in artikel 7:677 lid 5 onder a. BW opgenomen ondergrens, die betrekking heeft op de vergoeding berekend op grond van artikel 7:677 lid 3 onder a. BW, niet van toepassing. De kantonrechter ziet aanleiding om de schadevergoeding te matigen nu van TAD verwacht mocht worden dat zij uiterlijk één maand na het wegvallen van [verweerder] een vervanger had gevonden. Ter zitting heeft [naam 1] namens TAD meegedeeld dat er een nieuwe chef-kok bij haar werkzaam is en dat bij TAD thans nog meer parttimers werken. Derhalve lijkt vervanging van het personeelsbestand geen onmogelijke taak te zijn voor TAD. De gefixeerde schadevergoeding wordt bepaald op één maand loon en vakantietoeslag, derhalve € 1.851,71 bruto. De wettelijke rente daarover is toewijsbaar vanaf 22 juli 2016.

10. Bij deze uitkomst wordt [verweerder] veroordeeld in de kosten van de procedure als na te melden.

BESLISSING

De kantonrechter:

veroordeelt [verweerder] tot betaling aan TAD van € 1.851,71 bruto, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 22 juli 2016 tot en met de algehele voldoening;

veroordeelt [verweerder] in de kosten van de procedure gevallen aan de zijde van TAD en begroot op € 471,00 aan griffierecht en € 500,00 aan salaris gemachtigde, een en ander voor zover van toepassing inclusief BTW;

verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Aldus gegeven door mr. M.P.A.M. Fruytier, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 december 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.