Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2016:8602

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
19-04-2016
Datum publicatie
02-02-2017
Zaaknummer
AMS - 15_8212
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Mondelinge uitspraak
Inhoudsindicatie

Reclamebelasting. Niet van belang of de openbare aankondigingen al dan niet zijn vergund. Niet betwist dat de borden het grootste deel van het jaar aanwezig zijn geweest. Mondelinge uitspraak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 15/8212

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 april 2016 in de zaak tussen

[de man] , te Nederhorst den Berg, eiser,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, verweerder

(gemachtigde: mr. H. Oderkerk).

Procesverloop

Verweerder heeft eiser op 31 augustus 2015 een aanslag reclamebelasting opgelegd van € 214,13 ter zake van een openbare aankondiging aangebracht op of aan het pand aan [adres] voor de periode 1 januari 2015 tot en met 31 december 2015.

Bij uitspraak op bezwaar van 9 november 2015 heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard (de bestreden uitspraak).

Eiser heeft tegen dit besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 april 2016. Eiser is ter zitting verschenen, bijgestaan door zijn partner [betrokkene] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Eiser heeft een winkel aan [adres] te Amsterdam. Op 31 augustus 2015 heeft verweerder eiser een aanslag reclamebelasting ter hoogte van € 214,13 opgelegd voor het belastingjaar 2015 in verband met de aanwezigheid van drie openbare aankondigingen op de gevel van het pand . De reclameborden hebben een totale lengte van 6 meter.

2. Eiser heeft aangevoerd dat hem ten onrechte een aanslag reclamebelasting is opgelegd nu hij op last van de gemeente de reclameborden heeft moeten verwijderden omdat hij geen vergunning voor de reclameborden had. Eiser is dan ook van mening dat hij de reclamebelasting niet verschuldigd is.

3. Op grond van artikel 227 van de Gemeentewet kan ter zake van openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg reclamebelasting worden geheven. Met de Reclamebelastingverordening Amsterdam 2005 (hierna: de Verordening) heeft de gemeente Amsterdam van deze bevoegdheid gebruik gemaakt. In artikel 2 van de Verordening is bepaald dat ter zake van openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg een reclamebelasting wordt geheven.

4. Niet in geschil is dat de reclameborden openbare aankondigingen in de zin van de Verordening zijn. Daarbij is niet van belang of de openbare aankondigingen al dan niet zijn vergund. Belastingplichtig is immers de feitelijke aanwezigheid van de borden. Eiser heeft niet betwist dat de borden het grootste deel van het jaar op zijn winkel aanwezig zijn geweest. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de aanslag reclamebelasting 2015 terecht aan eiser is opgelegd.

5. Het beroep is ongegrond.

6. Voor een vergoeding van het griffierecht bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Schaberg, rechter, in aanwezigheid van J.J.M. Tol, griffier, op 19 april 2016.

de griffier,

de rechter,

Afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam.