Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2016:8000

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
28-11-2016
Datum publicatie
06-12-2016
Zaaknummer
CV EXPL 14-14766
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Telefoniezaak, verstek: telefoonabonnement met toestel. De toestelprijs is niet in de overeenkomst bepaald. Om te bepalen welk deel van de abonnementstermijnen betrekking heeft op het toesteldeel gaat de kantonrechter uit van de kosten van een sim-only abonnement die golden ten tijde van het aangaan van de overeenkomst voor een zelfde of vergelijkbare bundel als in de overeenkomst is vermeld. Er wordt niet uitgegaan van de (eventueel) opgegeven waarde van de telefoon.

Ter vaststelling van het totaal uit de overeenkomst verschuldigde bedrag wordt de maandelijks verschuldigde termijn vermenigvuldigd met het aantal maanden dat de overeenkomst heeft geduurd (derhalve tot de ontbinding). Indien van toepassing wordt dit bedrag vermeerderd met de als gevolg van de ontbinding door gedaagde verschuldigde schadevergoeding, alsmede met de gebruikskosten buiten bundel. De schadevergoeding wordt geschat op 50% van de na ontbinding resterende abonnementstermijnen die betrekking hebben op het gebruik van de telecommunicatiediensten (exclusief btw).

De bedragen die gedaagde heeft betaald, worden daarop in mindering gebracht.

Bij tussenvonnis is eiseres verzocht bewijsstukken over te leggen op grond waarvan de kosten voor een vergelijkbare sim-only bundel, zoals die golden ten tijde van het sluiten van de overeenkomst, kunnen worden vastgesteld. Deze informatie heeft eiseres niet verstrekt, zodat de vordering wordt afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 3089155 CV EXPL 14-14766

vonnis van: 28 november 2016

fno.: 17

vonnis van de kantonrechter

I n z a k e

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Intrum Justitia Nederland B.V.

gevestigd te 's-Gravenhage

eisende partij

nader te noemen: eisende partij

gemachtigde: Van Arkel (Leiden)

t e g e n

[gedaagde]

wonende te [woonplaats]

gedaagde partij

nader te noemen: gedaagde partij

niet verschenen

VERDER VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Op 7 maart 2016 is een tussenvonnis gewezen. Ter uitvoering van dat tussenvonnis heeft eisende partij een akte met bewijsstukken in het geding gebracht. Vervolgens is een datum voor vonnis bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

  1. Met de door eisende partij gewenste voorwaardelijke eiswijziging wordt geen rekening gehouden, alleen al niet omdat deze zonder betekening aan de wederpartij bij verstek niet toelaatbaar is, terwijl deze betekening niet heeft plaatsgevonden.

  2. Eisende partij is bij voormeld tussenvonnis in de gelegenheid gesteld om een toelichting te verschaffen en om bewijsstukken in het geding te brengen die die toelichting ondersteunen.

  3. De onderhavige vordering is gegrond op een overeenkomst tot gebruik van het mobiele telecommunicatienetwerk van een telefoonprovider, waarbij aan de gedaagde partij een telefoon is verstrekt.

  4. Op grond van de overeenkomst is gedaagde partij maandelijks een abonnementsbedrag verschuldigd. In het arrest van de Hoge Raad van 13 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1385, is geoordeeld dat in een geval als het onderhavige, een deel van die abonnementskosten betrekking hebben op het gebruik van het telecommunicatienetwerk (belcomponent) en een deel op de afbetaling van de mobiele telefoon.

  5. Voor het deel dat betrekking heeft op de afbetaling van de telefoon zijn de wettelijke bepalingen van koop op afbetaling van toepassing. Ingevolge artikel 7A:1576 lid 2 BW dient in de overeenkomst de prijs van de mobiele telefoon te zijn bepaald. Aan die voorwaarde is voldaan indien de prijs uitdrukkelijk in de overeenkomst is vermeld. Indien dat niet het geval is, is de overeenkomst voor wat betreft het deel dat betrekking heeft op het ter beschikking stellen van de telefoon en de verplichting tot betaling van het abonnementsdeel dat ziet op afbetaling van de telefoon, niet van kracht geworden (zie HR 12 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:236).

  6. In het onderhavige geval is de prijs van de telefoon niet in de overeenkomst bepaald, althans heeft eisende partij onvoldoende gesteld om vast te kunnen stellen dat de prijs bepaald is. Dit betekent dat gedaagde partij geen bedragen verschuldigd is geworden die betrekking hebben op afbetaling van de telefoon. Voor zover er voor dat deel wel abonnementstermijnen zijn betaald, is dat onverschuldigd.

  7. De kosten voor het abonnementsdeel dat betrekking heeft op het gebruik van telecommunicatiediensten zijn wel verschuldigd, in beginsel tot het moment dat de overeenkomst is ontbonden. Indien de overeenkomst is ontbonden, is gedaagde partij als gevolg van de ontbinding een schadevergoeding verschuldigd die wordt geschat op 50% van de na ontbinding van de overeenkomst resterende abonnementstermijnen die betrekking hebben op het gebruik van telecommunicatiediensten (exclusief btw). Een hogere schadevergoeding staat niet in verhouding tot het nadeel dat eisende partij lijdt, temeer daar eisende partij van de ontbinding van de overeenkomst ook voordeel heeft, bijvoorbeeld omdat zij geen diensten meer hoeft te verstrekken.

  8. Om op eenvoudige wijze te bepalen welk deel van de maandelijkse abonnementskosten betrekking heeft op afbetaling van de telefoon, wordt een vergelijking gemaakt met de kosten voor een sim-only abonnement die golden ten tijde van het aangaan van de overeenkomst voor een zelfde of vergelijkbare bundel als die in de overeenkomst is vermeld. Daaruit wordt de belcomponent afgeleid. Op deze wijze wordt aangesloten bij hetgeen partijen zouden zijn overeengekomen wanneer toen dezelfde overeenkomst zou zijn gesloten zonder de verstrekking van een toestel, waardoor de kosten voor (uitsluitend) de bundel zo objectief mogelijk worden vastgesteld. Dit kan alleen als eisende partij die kosten ook voldoende heeft onderbouwd, door middel van overlegging van bewijsstukken waaruit het toenmalige tarief voor een vergelijkbare sim-only bundel blijkt. Er wordt niet uitgegaan van de (eventueel) opgegeven waarde van de telefoon. Op grond van enkel die opgave kan immers niet worden vastgesteld of er nog andere kosten zijn begrepen in de maandelijkse bundel die betrekking hebben op afbetaling van de telefoon of dat er eventueel kortingen zijn verleend op de belcomponent die worden toegeschreven aan kosten voor afbetaling van de telefoon.

  9. Om het totaal uit de overeenkomst verschuldigde bedrag vast te stellen, wordt de maandelijks verschuldigde termijn (belcomponent) vermenigvuldigd met het aantal maanden dat de overeenkomst heeft geduurd (dus tot de datum van ontbinding). Dit bedrag wordt, indien van toepassing, vermeerderd met het onder 7. bedoelde bedrag (schadevergoeding) en eventuele gebruikskosten. Om te beoordelen of er nog een betalingsverplichting bestaat, worden de bedragen die gedaagde partij heeft betaald, daarop in mindering gebracht.

  10. Hoewel daarom in het tussenvonnis is verzocht, heeft eisende partij geen bewijsstukken overgelegd op grond waarvan de kosten voor een vergelijkbare sim-only bundel, zoals die golden ten tijde van het sluiten van de overeenkomst, kunnen worden vastgesteld. Dit betekent dat eisende partij onvoldoende informatie heeft verschaft om tot een beslissing te kunnen komen. De vordering wordt daarom afgewezen.

BESLISSING

De kantonrechter:

wijst de vordering af;

veroordeelt eisende partij in de proceskosten die aan de zijde van gedaagde partij, die tot op heden begroot worden op nihil.

Aldus gewezen door mr. C.L.J.M. de Waal, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 november 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.