Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2016:797

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
03-02-2016
Datum publicatie
19-02-2016
Zaaknummer
13/994028-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden en een werkstraf van 120 uren wegens overtreding van artikel 1.2.2., vijfde lid, van het Vuurwerkbesluit en overtreding van de Telecommunicatiewet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Onder redactie van Tina van der Linden – Smit en Kea Kroeks – de Raaij annotatie in UDH:IR/13076
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VERKORT VONNIS

Parketnummer: 13/994028-15

Datum uitspraak: 3 februari 2016

Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige economische strafkamer, in de strafzaak tegen

[achternaam verdachte] , [voornamen verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,

ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres [adres 1] , [te plaats] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit verkort vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 20 januari 2016.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. J.S. de Weijer, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. J.P.M. Denissen, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij,

1.

op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 21 november 2014 tot en met 24 november 2014, te [plaats] , in ieder geval in Nederland, al dan niet opzettelijk,

teneinde handelingen als bedoeld in het eerste, derde en/of vierde lid van artikel 1.2.2 Vuurwerkbesluit te weten:

- professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik voorhanden hebben (lid 1), en/of;

- als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis professioneel vuurwerk opslaan, voorhanden hebben of tot ontbranding brengen (lid 3), en/of;

- vuurwerk opslaan, vervaardigen, toepassen, voorhanden hebben of tot ontbranding brengen terwijl dit niet voldoet aan het bepaalde bij of krachtens het Vuurwerkbesluit (lid 4), voor te bereiden en/of te bevorderen,

- heeft getracht anderen te bewegen om die handelingen te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, en/of om daarbij behulpzaam te zijn, en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen, en/of

- heeft getracht zich en/of anderen gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het verrichten van die handelingen te verschaffen,

immers heeft verdachte op internet, via de website [www.bedrijf1.nl]: mortieren, mortierrekken, schietsystemen (schietkasten), elektrische ontstekers (gloeipillen), halve kartonnen bollen (shell-schalen), visco snellont en/of visco lont aan particulieren, in ieder geval aan anderen dan personen met gespecialiseerde kennis, te koop aangeboden

en/of

heeft verdachte daadwerkelijk aan particulieren, in ieder geval anderen dan personen met gespecialiseerde kennis, te weten:

1. een mortierbuis van 3 inch aan [persoon 1] , en/of;

2. twee mortierbuizen van respectievelijk 3 en 5 inch, een schietsysteem (type: A01) en/of 2 shell-schalen aan [persoon 2] , en/of;

3. een mortierbuis van 4 inch aan [persoon 3] , en/of;

4. twee mortierbuizen van respectievelijk 3 en 4 inch aan [persoon 4] , en/of;

5. een mortierbuis van 3 inch, 50 meter snellont en/of 100 meter viscolont aan [persoon 5] , verkocht en geleverd;

2.

op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 21 november 2014 tot en met 24 novemeber 2014 te [plaats] , in ieder geval in Nederland, al dan niet opzettelijk, uitrusting in de zin van artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet, te weten 168, althans een of meer, draadloze zendapparaten en de bijbehorende ontvangers, in de handel heeft gebracht en/of heeft verhandeld, terwijl niet werd voldaan aan de bij en/of krachtens artikel 10.3 onderdeel a, b, c, en/of e van de Telecommunicatiewet gestelde voorschriften, aangezien:

- verdachte bij die radiozendapparaten aan de gebruiker geen afschrift van de verklaring van conformiteit heeft verstrekt, en/of;

- verdachte er geen zorg voor heeft gedragen dat op die radiozendapparaten zijn naam, de naam van de fabrikant, een type-, partij- en/of serienummer is aangebracht waardoor het mogelijk is hem en/of de fabrikant te identificeren,

en/of;

- er geen CE-markering op het radiozendapparaat en/of het randapparaat was aangebracht.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Inleiding

Naar aanleiding van een melding dat via de website [www.bedrijf1.nl] onder meer fop- en schertsvuurwerk en mortierbuizen werden verkocht, is op 21 november 2014 een onderzoek ingesteld naar de onderneming [bedrijf 1] . Uit een uittreksel uit de Kamer van Koophandel is gebleken dat [bedrijf 1] op 18 februari 2010 is opgericht door verdachte en dat het bedrijf is gevestigd aan de [adres 2] te [plaats] . Op 24 november 2014 heeft vervolgens op het bedrijfsadres een milieucontrole plaatsgevonden, waarbij door de verbalisanten een grote hoeveelheid aan mortieren, mortierrekken, schietsystemen, elektrische ontstekers, shell-schalen, visco(snel)lont in beslag is genomen.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij deze voorwerpen via zijn webshop te koop heeft aangeboden aan particulieren. Hij is van mening daarmee niet strafbaar te hebben gehandeld. Ten aanzien van de schietsystemen stelt verdachte dat hij er van uitging dat zijn leverancier hem apparatuur leverde die voldeed aan de hier geldende eisen.

4.1.1.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten.

4.1.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte integraal dient te worden vrijgesproken. Verdachte heeft de vuurwerk gerelateerde goederen niet verkocht teneinde de in artikel 1.2.2., eerste lid tot en met vierde lid, van het Vuurwerkbesluit omschreven handelingen voor te bereiden of te bevorderen. Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde ontbreekt bij verdachte het opzet waardoor sprake is van een overtreding van de Telecommunicatiewet.

4.1.3.

Het oordeel over het onder 1 en 2 ten laste gelegde

De rechtbank is van oordeel dat het ten laste gelegde onder 1 en 2 bewezen kan worden verklaard. De rechtbank overweegt met betrekking tot de door de verdediging gevoerde verweren nog het volgende.

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of verdachte, door de in de tenlastelegging genoemde voorwerpen via zijn webshop te verkopen en deze voorwerpen ook daadwerkelijk te leveren aan particulieren, zich schuldig heeft gemaakt aan voorbereidingshandelingen als bedoeld in artikel 1.2.2., vijfde lid, van het Vuurwerkbesluit. De in de tenlastelegging genoemde voorwerpen zullen afzonderlijk worden besproken.

Mortieren

Uit het dossier volgt dat op het bedrijfsadres in het totaal 2220 mortieren in beslag zijn genomen, waarvan 848 mortieren waren geplaatst in meerdere, te weten 103, mortierrekken. Het overgrote deel van de mortieren, te weten 1971 mortieren, had een kaliber van 2,5 inch of meer.

Door het Nederlands Forensisch Instituut is op 24 maart 2010 een deskundigenverklaring “Mortieren en mortierbommen” opgesteld. Uit deze deskundigenverklaring blijkt het volgende.

Een mortier is gemaakt om mortierbommen tot ontbranding te brengen. Om mortierbommen op een veilige wijze af te schieten, worden deze in een lanceerbuis, de mortier, geladen. De mortier is dus een noodzakelijk onderdeel om met mortierbommen de bedoelde en veilige uitwerking mogelijk te maken. Na het afschieten van een mortierbom kan opnieuw een mortierbom in dezelfde mortier worden geplaatst. De mortier zelf is geen vuurwerk in de zin van artikel 1.1.1. van het Vuurwerkbesluit. Mortieren worden meestal geplaatst in een rek. Mortieren en mortierbommen met een kaliber van meer dan 2,5 inch zijn bij uitstek professioneel vuurwerk. Voor het verantwoorde gebruik ervan is kennis en ervaring nodig. Naast de grote mortieren – die exclusief bedoeld zijn voor professioneel gebruik – zijn er pakketten met één kleine mortier en meerdere kleine mortierbommen. Het kaliber van die mortierbommen is doorgaans 1,5 inch – 2 inch. Na het afschieten van voornoemde mortierbommen, kan de mortier opnieuw worden geladen door een herladingshandeling. Als zodanig is het gebruik en het bezit van dit soort in pakketten in Nederland niet toegestaan voor particulieren.

Uit het dossier blijkt dat in de ten laste gelegde periode vijf particulieren via de webshop [www.bedrijf1.nl] mortieren hebben gekocht en dat zij deze ook hebben ontvangen. Deze mortieren hadden een kaliber van 3 inch of meer.

In het Vuurwerkbesluit is in artikel 1.2.2. vierde lid strafbaar gesteld het toepassen of tot ontbranding brengen van vuurwerk, dat niet voldoet aan de eisen die worden gesteld in het Vuurwerkbesluit. Deze eisen zijn nader uitgewerkt in de Regeling aanwijzing consumenten- en theatervuurwerk (RACT). Uit artikel 2, vierde lid, van deze RACT volgt dat een lanceerbuis deel mag uitmaken van consumentenvuurwerk, wanneer het af te steken consumentenvuurwerk in de lanceerbuis is bevestigd en de lanceerbuis uitsluitend geschikt is voor eenmalig gebruik.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de in beslag genomen mortieren en mortierrekken naar hun aard en middel geschikt zijn om vuurwerk toe te passen en te ontbranden, en dat deze voorwerpen niet voldoen aan de eisen van artikel 1.2.2. vierde lid van het Vuurwerkbesluit. In de mortieren was immers geen consumentenvuurwerk bevestigd en de mortieren zijn als lanceerbuis geschikt om meermalen mortierbommen af te schieten. Voorts wordt het merendeel van de in beslag genomen mortieren en mortierrekken gebruikt om professioneel vuurwerk af te steken, te weten de mortieren waarin mortierbommen met een kaliber van meer dan 2,5 inch kunnen worden afgestoken, terwijl deze via de webshop van verdachte zijn verkocht en afgeleverd aan particulieren, zonder gespecialiseerde kennis.

Viscolont, snellont, gloeipillen (elektrische ontstekers) en schietsystemen

Uit de verklaring van verdachte ter terechtzitting volgt dat viscolont bestemd is voor het bewerken van vuurwerk. Ten aanzien van snellont volgt uit voornoemde deskundigenverklaring “Mortieren en mortierbommen” dat dit lont een zeer hoge brandsnelheid heeft en doorgaans wordt gebruikt bij mortierbommen. Voorts blijkt uit dit rapport dat in het professionele circuit de uiteinden van snellont van mortierbommen wordt afgeknipt en dat vervolgens een gloeipil in de snellont wordt aangebracht. De gloeipil maakt het mogelijk om de mortierbom op afstand elektronisch te ontsteken.

Uit het proces-verbaal van bevindingen, p. 21, blijkt dat elektronische ontstekingssystemen worden aangesloten op de ontvangers van de schietsystemen om daarmee vuurwerk tot ontbranding te brengen.

Uit het dossier blijkt dat in de ten laste gelegde periode één particulier via de webshop [bedrijf 1] snellont en viscolont heeft gekocht en dat één particulier in voornoemde periode via diezelfde website een schietsysteem heeft gekocht. Deze voorwerpen zijn ook bij deze particulieren geleverd.

Gelet op het voorgaande concludeert de rechtbank dat verdachte, in strijd met artikel 1.2.3. van het Vuurwerkbesluit, een voorwerp, te weten viscolont, voorhanden heeft gehad waarmee vuurwerk kan worden bewerkt, dat hij dit lont te koop heeft aangeboden en aan particulieren heeft verkocht. Dit betekent naar het oordeel van de rechtbank dat verdachte voorbereidingshandelingen heeft verricht om aan een ander vuurwerk ter beschikking te stellen of tot ontbranding te brengen, terwijl dit niet voldoet aan de eisen gesteld in artikel 1.2.3 van het Vuurwerkbesluit.

Voorts heeft verdachte snellont en elektrische ontstekers voorhanden gehad en te koop aangeboden. De rechtbank van oordeel dat, nu snellont en elektronische ontstekers naar aard en middel geschikt zijn om mortierbommen tot ontbranding te brengen en door professionele pyrotechnici voor dat doel plegen te worden gebruikt, dit vuurwerk betreft dat, gelet op het bepaalde in artikel 1.1.1. van het Vuurwerkbesluit, als professioneel vuurwerk is aan te merken. Verdachte heeft deze voorwerpen aan particulieren aangeboden, in de zin van artikel 1.2.2, zevende lid, aanhef en onder b van het Vuurwerkbesluit. Dit betekent naar het oordeel van de rechtbank dat verdachte voorbereidingshandelingen heeft verricht om professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, voorhanden te hebben en te koop aan te bieden, zoals hem ook ten laste is gelegd.

Verdachte heeft ten aanzien van viscolont en snellont twee verweren gevoerd. Hij betoogt dat viscolont en snellont ook zelfstandig als vuurwerk gebruikt kan worden. Ten tweede heeft hij er op gewezen dat met het viscolont of snellont een lont kan worden verlengd, waardoor de veiligheid toeneemt. Deze verweren slagen niet. Ook als dit (volgens verdachte: ongevaarlijke) particuliere gebruik als ‘zelfstandig vuurwerk’ mogelijk is en zelfs ook daadwerkelijk voorkomt, sluit dat niet uit dat de genoemde soorten lont niet alleen voor die doeleinden kunnen worden gebruikt, maar ook voor de eerder genoemde doeleinden. Wat het verlengen van de lont van consumentenvuurwerk betreft heeft de OvJ terecht betoogd dat dit een bewerken van consumentenvuurwerk is, dat niet is toegestaan.

Conclusie

De rechtbank is van oordeel dat verdachte, door het te koop aanbieden van voorwerpen via zijn webshop, waarvan aannemelijk is dat deze geschikt zijn om te worden gebruikt voor het tot ontbranding brengen van professioneel vuurwerk dan wel dat deze verboden zijn, deze voorwerpen ter beschikking heeft gesteld aan particulieren, en in sommige gevallen ook daadwerkelijk heeft geleverd, voorbereidingshandelingen heeft verricht om anderen te bewegen strafbare handelingen te plegen.

Partiële vrijspraak

De rechtbank is – met de verdediging – van oordeel dat niet bewezen kan worden dat verdachte in de ten last gelegde periode de in beslag genomen shell schalen via de website te koop heeft aangeboden. Verdachte wordt dan ook van dit onderdeel vrijgesproken.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde

De rechtbank is van oordeel dat verdachte een eigen verantwoordelijkheid had om bij de inkoop van de afschietsystemen de daarvoor bestemde regels in acht te nemen. Verdachte heeft dit nagelaten. Naar eigen zeggen was hij niet op de hoogte van de voor zijn handelen geldende regelgeving. Verdachte heeft desalniettemin opzettelijk 168 draadloze zendapparaten en de bijbehorende ontvangers, in de handel gebracht en verhandeld. Daarmee is voldaan aan het vereiste van kleurloos opzet, dat in het economisch strafrecht volstaat. Het opzet behoeft slechts te zijn gericht op de desbetreffende gedragingen (in dit geval: opzettelijk in de handel brengen van de apparatuur aan het publiek) en niet op de wederrechtelijkheid daarvan (te weten opzettelijk in de handel brengen van apparatuur die niet aan de eisen voldoet). Het verweer van de raadsman wordt verworpen.

4.2.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat verdachte,

ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde:

in de periode van 21 november 2014 tot en met 24 november 2014 in Nederland opzettelijk,

teneinde handelingen als bedoeld in het eerste, derde en vierde lid van artikel 1.2.2 Vuurwerkbesluit te weten:

- professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik voorhanden hebben (lid 1), en;

- als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis professioneel vuurwerk opslaan, voorhanden hebben of tot ontbranding brengen (lid 3), en;

- vuurwerk opslaan, vervaardigen, toepassen, voorhanden hebben of tot ontbranding brengen terwijl dit niet voldoet aan het bepaalde bij of krachtens het Vuurwerkbesluit (lid 4),

voor te bereiden en/of te bevorderen,

- heeft getracht anderen te bewegen om die handelingen te plegen en om daartoe gelegenheid en middelen te verschaffen, en

- heeft getracht zich gelegenheid tot het verrichten van die handelingen te verschaffen,

immers heeft verdachte op internet, via de website [www.bedrijf1.nl]: mortieren, mortierrekken, schietsystemen, elektrische ontstekers, snellont en viscolont aan particulieren, in ieder geval aan anderen dan personen met gespecialiseerde kennis, te koop aangeboden,

en heeft verdachte daadwerkelijk aan particulieren, in ieder geval anderen dan personen met gespecialiseerde kennis, te weten:

1. een mortierbuis van 3 inch aan [persoon 1] , en;

2. twee mortierbuizen van respectievelijk 3 en 5 inch en een schietsysteem (type: A01) aan [persoon 2] , en;

3. een mortierbuis van 4 inch aan [persoon 3] , en;

4. twee mortierbuizen van respectievelijk 3 en 4 inch aan [persoon 4] , en;

5. een mortierbuis van 3 inch, 50 meter snellont en 100 meter viscolont aan [persoon 5] , verkocht en geleverd;

ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde:

in de periode van 21 november 2014 tot en met 24 november 2014 in Nederland opzettelijk, uitrusting in de zin van artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet, te weten 168 draadloze zendapparaten en de bijbehorende ontvangers, in de handel heeft gebracht en heeft verhandeld, terwijl niet werd voldaan aan de bij of krachtens artikel 10.3 onderdeel a, b, c, en/of e van de Telecommunicatiewet gestelde voorschriften, aangezien:

- verdachte bij die radiozendapparaten aan de gebruiker geen afschrift van de verklaring van conformiteit heeft verstrekt, en;

- verdachte er geen zorg voor heeft gedragen dat op die radiozendapparaten zijn naam of de naam van de fabrikant, een type-, partij- of serienummer is aangebracht waardoor het mogelijk is hem of de fabrikant te identificeren,

en;

- er geen CE-markering op het radiozendapparaat was aangebracht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5 Het bewijs

De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Indien tegen dit verkort vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort vonnis gehecht.

6 De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is ook overigens geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregel

De officier van justitie heeft bij requisitoir gevorderd dat verdachte ter zake van de door hem onder 1 en 2 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en een gedeeltelijke stillegging van de onderneming voor de duur van acht maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft op internet vuurwerk gerelateerde goederen - waaronder mortieren - te koop aangeboden aan particulieren. Hij heeft deze ook daadwerkelijk verkocht. Mortieren zijn bestemd voor het afschieten van mortierbommen. Mortierbommen behoren tot het professionele vuurwerk dat alleen door professionals mag worden afgestoken. Bij ondeskundig gebruik is het gevaar voor lijf en leden van mensen en voor materiele schade erg groot. Dit heeft verdachte er niet van weerhouden om uit winstoogmerk deze goederen te verkopen. Verdachte heeft door zijn gedragingen er toe bijgedragen dat een zeer groot en potentieel levensbedreigend gevaar in het leven wordt geroepen.

De rechtbank heeft kennisgenomen van een Uittreksel Justitiële Documentatie van 7 december 2015. Hieruit volgt dat verdachte eerder is veroordeeld voor aan illegaal vuurwerk gerelateerde feiten. De rechtbank acht het dan ook noodzakelijk dat naast een onvoorwaardelijke straf een voorwaardelijke sanctie aan verdachte wordt opgelegd die dient als stok achter de deur om verdachte van het plegen van strafbare feiten in de toekomst te weerhouden.

De rechtbank acht - alles afwegende - een gevangenisstraf van drie maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar, en een taakstraf van 120 uur passend en geboden.

Beslag

Onder verdachte zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen:

1. PAL niet te definiëren goederen

-

34 pallets mortierb/portechn mat./karton. Bol

2. 2.00 DS Factuur

-

2 dozen facturen voorzien v naam ontvanger goed

Onttrekking aan het verkeer

Nu met behulp van nummer 1 het onder 1 bewezen geachte is voorbereid en dit voorwerp van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang, wordt dit voorwerp onttrokken aan het verkeer.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36b, 36c, 57 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten, artikel 10.1 van de Telecommunicatiewet, artikel 9.2.2.1. van de Wet milieubeheer en artikel 1.2.2. van het Vuurwerkbesluit, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4.2. is vermeld.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

ten aanzien van het onder 1 bewezen verklaarde:

opzettelijke overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1. van de Wet milieubeheer, meermalen gepleegd

ten aanzien van het onder 2 bewezen verklaarde:

opzettelijke overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 10.1 van de Telecommunicatiewet

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden.

Beveelt dat deze straf niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

Veroordeelt verdachte tot een taakstraf bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van 120 uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 60 dagen.

Verklaart onttrokken aan het verkeer:

1. PAL niet te definiëren goederen

-

34 pallets mortierb/portechn mat./karton. Bol

Gelast de teruggave aan [verdachte] van:

2. 2.00 DS Factuur

-

2 dozen facturen voorzien v naam ontvanger goed

Dit vonnis is gewezen door

mr. P.J. van Eekeren, voorzitter

mrs. G.M. van Dijk en R.H.C. Jongeneel, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. I. Stas, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 3 februari 2016.