Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2016:7818

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
28-11-2016
Datum publicatie
29-11-2016
Zaaknummer
13/997048-15 (A) en 13/997070-16 (B)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Onderzoek koper; Vrijspraak voorbereidingshandelingen moord. Professionele criminele organisatie. Enorm wapenarsenaal. Vanwege samenloopbepalingen maximale gevangenisstraf 8 jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummers: 13/997048-15 (A) en 13/997070-16 (B) (Promis)

Datum uitspraak: 28 november 2016

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,

ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres [adres] , [woonplaats] , thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [naam PI] , Huis van Bewaring locatie [plaats PI] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 22 september 2016, 23 september 2016, 26 september 2016, 29 september 2016, 30 september 2016, 3 oktober 2016, 4 oktober 2016, 10 oktober 2016 en 21 november 2016.

De rechtbank heeft de zaken, die bij afzonderlijke dagvaardingen onder de bovenvermelde parketnummers zijn aangebracht, gevoegd. Deze zaken worden hierna als respectievelijk zaak A en zaak B aangeduid.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officieren van justitie, mr. J. Plooij en H.J. Mous (hierna gezamenlijk: de officier van justitie), en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. R.A. van der Horst, naar voren hebben gebracht.

Het onderzoek Koper richt zich op de volgende verdachten: [verdachte 1] , [verdachte 2] , [verdachte 3] , [verdachte 4] , [verdachte 5] , [verdachte] , [verdachte 6] , [verdachte 7] , [verdachte 8] en [verdachte 9] .

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is – na wijziging ter terechtzitting van 21 juni 2016 - kort gezegd het volgende tenlastegelegd:

(Zaak A)

ten aanzien van feit 1:

medeplegen van voorbereiding van moord op één of meer personen in de periode van 1 december 2014 tot en met 15 juli 2015 te Maurik en/of Nieuwegein en/of Utrecht;

ten aanzien van feit 2:

medeplegen van voorbereiding van brandstichting in de periode van 1 december 2014 tot en met 15 juli 2015 te Maurik en/of Nieuwegein;

ten aanzien van feit 3:

medeplegen van voorbereiding van diefstal met geweld dan wel afpersing in de periode van 1 december 2014 tot en met 15 juli 2015 te Maurik en/of Nieuwegein en/of Utrecht;

ten aanzien van feit 4:

medeplegen van opzetheling van twee auto’s in de periode van 1 december 2014 tot en met 15 juli 2015 te Maurik;

ten aanzien van feit 5:

medeplegen van het voorhanden hebben van een groot aantal wapens, munitie, patroonmagazijnen, handgranaten en geluiddempers in de periode van 1 maart 2015 tot en met 15 juli 2015 te Nieuwegein;

ten aanzien van feit 6:

deelname aan een organisatie in de periode van 1 november 2014 tot en met 15 juli 2015 te Wijk bij Duurstede en/of Nieuwegein en/of (elders) in Nederland, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, waaronder opzetheling, witwassen, handelen in strijd met de Wet wapens en munitie, voorbereiding van moord, diefstal met geweld, afpersing en/of opzettelijke brandstichting.

(Zaak B)

Medeplegen van het voorhanden hebben van een pistool en dertien patronen op 1 november 2014 in Nieuwegein.

De tekst van de integrale tenlastelegging is opgenomen in bijlage I die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

3 Voorvragen

Geldigheid van de dagvaarding ten aanzien van het tenlastegelegde onder de feiten 1, 2 en 3 in zaak A

De verdediging heeft de rechtbank verzocht de tenlastelegging ten aanzien van de feiten 1 tot en met 3 nietig te verklaren, omdat die niet voldoet aan de vereisten van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering. Zij voert daartoe het volgende aan.

Onder feit 1 is - samengevat - de voorbereiding van het misdrijf levensberoving van één of meerdere personen tenlastegelegd, waarbij ‘het misdrijf’ duidt op één strafbaar feit, terwijl ‘één of meerdere personen’ op mogelijk meerdere strafbare feiten duidt, waardoor de tenlastelegging innerlijk tegenstrijdig is. Daar komt bij dat uit de onderzoeksresultaten meerdere namen van mogelijke slachtoffers naar voren komen, terwijl niet concreet blijkt op welk slachtoffer de tenlastelegging ziet, zodat onduidelijk is waartegen de verdachte zich dient te verdedigen.

Ditzelfde tweeledige verweer wordt - mutatis mutandis - gevoerd ten aanzien van de onder 3 tenlastegelegde voorbereiding van diefstal met geweld dan wel afpersing.

Onder feit 2 worden kennelijk twee gevallen van voorbereiding van twee verschillende misdrijven tenlastegelegd, te weten brandstichting door middel van petflessen en het teweegbrengen van een ontploffing door middel van handgranaten, terwijl de tenlastelegging duidt op één misdrijf, zodat ook hier sprake is van innerlijke tegenstrijdigheid.

De officier van justitie heeft het verweer van de raadsman gemotiveerd weersproken.

De rechtbank verwerpt het verweer en overweegt daartoe het volgende. De tenlastelegging heeft een grondslagfunctie en een informatiefunctie. De rechter moet weten wat hij te onderzoeken heeft en de verdachte moet weten waartegen hij zich dient te verdedigen. De reikwijdte van het in de tenlastelegging onder 1 respectievelijk 3 geformuleerde verwijt is tijdens eerdere pro forma/regiezittingen onderwerp van discussie geweest. De officier van justitie heeft daarbij uitgelegd dat dit verwijt zich niet beperkt tot voorbereidingshandelingen ten aanzien van één of enkele van de in het dossier naar voren komende namen. Daarbij heeft hij expliciet aangegeven dat het de bedoeling van het Openbaar Ministerie was om de beoordeling van het verwijt - globaal aangeduid als voorbereidingshandelingen ter zake misdrijf - aan de rechtbank voor te leggen ten aanzien van alle namen die binnen het onderzoek Koper en binnen de tenlastegelegde periode naar voren komen. Ten tijde van de inhoudelijke behandeling heeft de officier van justitie herhaald dat de woorden ‘het misdrijf’ telkens op het gronddelict zien, waartoe (meerdere) voorbereidingen ten aanzien van ‘één of meerdere personen’ zijn getroffen.

Hoewel het gebruik van de woorden ‘telkens’ en ‘meermalen gepleegd’ bij het formuleren van de voorbereidingshandelingen de tenlastelegging ten goede was gekomen, is naar het oordeel van de rechtbank de hierboven weergegeven uitleg van de tenlastelegging onder 1 en 3 niet onverenigbaar met de bewoordingen ervan. Ook wist de verdediging, gelet op het verhandelde tijdens de eerdere zittingen, toen de officier van justitie zijn beschuldiging jegens verdachten heeft geëxpliciteerd, waartegen zij zich moest verdedigen.

Ten aanzien van feit 2 miskent het verweer ten eerste dat artikel 157 van het Wetboek van Strafrecht de strafbaarstelling behelst van meerdere gedragingen, waaronder brandstichting en ontploffing, zodat er geen sprake is van voorbereiding van verschillende misdrijven. Verder is niet vereist dat reeds in een alternatieve/cumulatieve tenlastelegging van de voorbereiding van (een van) deze gedragingen, de vermelde middelen gekoppeld worden aan (een van) de gedraging(-en). De stelling dat er sprake is van twee verschillende strafbare voorbereidingen van twee verschillende misdrijven berust op een onjuiste lezing van de tenlastelegging. Ook dit verweer wordt derhalve verworpen.

Verder is deze rechtbank bevoegd tot kennisneming van de tenlastegelegde feiten en is de officier van justitie ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Inleiding

In het onderzoek Koper zijn in Maurik twee gestolen snelle auto’s aangetroffen: een Audi S5 en een Audi RS6, beide voorzien van valse kentekenplaten. In de Audi RS6 lagen twee petflessen met benzine. Verder is in Nieuwegein in [naam opslag] een groot aantal vuurwapens - waaronder automatische - aangetroffen, alsmede handgranaten, patroonhouders, geluiddempers, slagpijpjes, ontstekers, veel munitie, kogelwerende vesten en handschoenen. Bij doorzoekingen in Utrecht en omstreken zijn verder bakensets en SD-kaartjes met filmbeelden van heimelijk gefilmde personen (onder wie de later doodgeschoten getuigen [getuige 1] en [getuige 2] ) en telefoons, waaronder zogenaamde PGP-telefoons, aangetroffen.

Tijdens het onderzoek is onder meer gebleken dat [verdachte 5] , [verdachte] en [verdachte 6] hebben geschoten met (automatische) vuurwapens op een afgelegen plek - door de officier van justitie aangeduid als proefschieten. De gestolen auto’s werden voorzien van brandstof en een nieuwe accu (rijklaar maken). Er is een peilbaken geplaatst onder een huurauto, in gebruik bij getuige [getuige 3] . In diverse afgeluisterde gesprekken wordt gesproken over schieten, ijzers (de rechtbank begrijpt: vuurwapens1,2), waarbij onder andere wordt gezegd: “hitman at your service”, “hun komen en doen dang dang, kom pang…pfft split. Hup deze in de fik, hup ijzer, doe je de volgende, pang split” “2 vesten (…) 2 PG tjes (…) Het gaat om ijzers, als ie tegen ons zegt ga die kant snel dingen klaarleggen, bam binnen tien minuten hebben we die dinges klaar.” [getuige 3] heeft verklaard – zakelijk weergegeven – dat niet naar hem, maar naar [naam] werd gezocht, kennelijk met het doel hem te vermoorden.3

4.2

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

(Zaak A)

Bewezen kan worden dat verdachte zich samen met anderen heeft schuldig gemaakt aan voorbereiding van moord, brandstichting en ontploffing (feit 1 en feit 2). Verdachten zijn planmatig te werk gegaan, gelet op het in kaart brengen van de slachtoffers, gesprekken over liquidaties en het voorhanden hebben van wapens, die door middel van proefschieten werden getest, en die in ‘uitruksets’ gereed werden gemaakt. Hieruit kan worden afgeleid dat verdachten op ieder willekeurig moment konden beschikken over de voor de uitvoering benodigde middelen. Voor het opzet maakt het geen verschil of men in tijd vlakbij of nog veraf van de liquidatie is. In het verlengde daarvan moeten de twee auto’s - de werkauto’s - worden gezien die rijklaar en DNA-vrij werden gemaakt en werden voorzien van voldoende brandstof en petflessen met benzine, dit alles in afwachting van het moment van die ene ‘actie’, zoals uit PGP-berichten blijkt, met het doel om na het gebruik van de auto bij de uitgevoerde liquidatie deze in brand te steken om opsporing te verhinderen. Dat verdachten zich op hun zwijgrecht hebben beroepen maakt hun opzet op moord en brandstichting des te aannemelijker.

Verdachte heeft samen met [verdachte 6] en [verdachte 5] voorbereidingshandelingen verricht. Dit betreft onder meer het samen met [verdachte 6] wegbrengen van een wapentas vanuit de [adres] naar [naam opslag] , de nachtelijke rit naar een garage in Tiel voor de reparatie van één van de gestolen Audi’s, het ’s nachts verbranden van kentekenplaten en het aantreffen van zijn DNA-spoor in box 161. Dat verdachte volledig op de hoogte was van het doel van de voorbereidingen, blijkt uit de vele gesprekken die zijn gevoerd over (het vervoeren van) wapens, trackers en het kopiëren van sleutels van de boxen.

Verdachte dient te worden vrijgesproken van feit 3 nu het dossier hiervoor geen bewijs bevat. Daarbij komt dat veel van de aangetroffen voorwerpen niet bij het misdrijf van afpersing passen.

Feit 4 kan worden bewezen. In twee garageboxen in Maurik stonden twee gestolen auto’s. Verdachte, [verdachte 5] , [verdachte 8] en [verdachte 6] , zijn in wisselende samenstelling gedurende een periode van twee maanden regelmatig bij beide garageboxen gezien, waar ze aan de Audi’s werkten. Uit de camerabeelden en OVC-gesprekken valt onder meer op: de heimelijkheid waarmee aan de auto’s wordt gewerkt, de instructies die [verdachte 8] aan de medeverdachten geeft, de aandacht voor het schoonmaken ter voorkoming van DNA-sporen en de nachtelijke rit met één van de gestolen auto’s naar de garage in Tiel. Als heer en meester beschikten zij over beide auto’s. Geen van de verdachten heeft een aannemelijke verklaring gegeven voor zijn eigen en voor de gemeenschappelijke gedragingen bij en met de auto’s. Het kan niet anders dan dat zij wisten dat de auto’s waren gestolen.

Ook feit 5 kan worden bewezen. Van verdachte is een DNA-spoor aangetroffen op het hengsel van een tas met daarin wapens en munitie in box 161. Bij hem thuis werd zwart folie aangetroffen dat overeenkomt met het verpakkingsmateriaal van een aantal wapens in de kluizen. Door die sporen, waarvoor verdachte geen aannemelijke ontlastende verklaring heeft gegeven, kan worden aangetoond dat hij die tas kennelijk in handen heeft gehad in relatie tot de inhoud daarvan, mede in het licht van het feit dat er meer belastend bewijsmateriaal is. Verdachte heeft immers samen met [verdachte 5] en [verdachte 8] in belastende onderlinge communicatie gerefereerd aan wapens en aan de opslag, ‘het hok’. Bovendien is verdachte samen met [verdachte 5] op 28 mei 2015 betrokken geweest bij het proefschieten op [plaatsnaam] . Voorts is verdachte samen met [verdachte 5] meerdere keren in het gebouw van [naam opslag] geweest en heeft verdachte samen met [verdachte 6] een keer een tas met wapens die zij in de [adres] hadden ingeladen daar naartoe gebracht. Het kan niet anders dan dat zij toen in één van de opslagboxen zijn geweest. Al het voorgaande maakt dat verdachte kan worden aangemerkt als medepleger van het voorhanden hebben van het gehele wapenarsenaal.

Ook feit 6 kan worden bewezen. Uit het dossier komt een groep mannen naar voren, van wie een aantal al lang met elkaar is bevriend. Er zijn veel contacten vastgesteld tussen verdachte, [verdachte 8] , [verdachte 5] en [verdachte 6] . Ten aanzien van de organisatie die vervolgens in beeld is gekomen, kan op grond van de inhoud van het dossier worden vastgesteld dat het oogmerk bestond uit het plegen van verschillende misdrijven, zoals in de tenlastelegging omschreven. Verdachte heeft samen met voornoemde anderen als kern aan die criminele organisatie deelgenomen. Zij waren het meest intensief te linken aan de auto’s en de wapens en hadden veel onderlinge communicatie in relatie tot deze voorwerpen en het plegen van misdrijven middels PGP-telefoons waarmee zij hun onderlinge communicatie afschermden. Verdachte was samen met hen een zeer actieve deelnemer op uitvoerend vlak door het in kaart brengen van slachtoffers, het voorhanden hebben van wapens, die door middel van proefschieten getest werden. Daarnaast werd van verdachte een DNA-spoor aangetroffen op het hengsel van een tas met munitie in box 161 en werd bij hem thuis zwart folie aangetroffen dat overeenkomt met het verpakkingsmateriaal van een aantal wapens in de kluizen.

(Zaak B)

Uit de combinatie van de waarnemingen ter plaatse en het OVC-gesprek van 19 juni 2015 waaraan medeverdachte [naam medeverdachte] deelneemt, kan worden geconcludeerd dat verdachte samen met [verdachte 5] en [naam medeverdachte] het wapen met munitie voorhanden heeft gehad.

4.3

Het standpunt van de verdediging

(Zaak A)

Verdachte dient te worden vrijgesproken van de feiten 1, 2 en 3. Allereerst kan uit de bewijsmiddelen niet volgen dat verdachte betrokken is geweest bij het volgen of observeren van de personen die in het dossier een rol spelen. Hij heeft de SD-kaartjes met de heimelijke filmpjes nimmer voorhanden gehad en tevens heeft hij deze niet vervaardigd. Zijn stem is op de filmpjes nooit herkend, behalve op het filmpje van 17 november 2014. Dat verdachte dit laatste filmpje zou hebben vervaardigd kan echter niet worden bewezen, nu het niet verantwoord is om op deze stemherkenning af te gaan. De man, van wie men vermoedt dat het verdachte is, heeft in het filmpje nauwelijks gesproken, de stem is alleen vergeleken met één andere tap en daarnaast is van belang dat de politie ten onrechte al eens eerder de stem van [verdachte 5] heeft aangehoord voor die van verdachte. Tot slot is niet vast te stellen, als er al personen zouden zijn gefilmd, waarom dat is gebeurd. Hiervoor kunnen vele meer en minder fraaie redenen worden bedacht en die betekenen niet allemaal dat een achtjaarsfeit wordt voorbereid. Voor het steunbewijs is de verklaring van getuige [naam] volstrekt onbruikbaar, nu deze verklaring onduidelijk, oncontroleerbaar en deels ongeloofwaardig is. Deze verklaring dient derhalve van het bewijs te worden uitgesloten. Dit geldt ook voor de onderzoeksbevindingen rond [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] , nu deze bevindingen buiten de tenlastegelegde periode vallen en oncontroleerbaar zijn nu de onderliggende stukken niet aan het dossier zijn toegevoegd.

Een volgend element betreft de gestolen auto’s, waarvan de vraag is of het voorhanden hebben hiervan strekte ter voorbereiding van moord/diefstal met geweld/afpersing. Uit het dossier blijkt immers dat verdachte gedurende een week samen met anderen bij de auto’s kwam met het doel deze rijklaar te maken en schoon te krijgen. In aanwezigheid van verdachte is op geen enkel moment gesproken over een eventuele bestemming van de auto’s tot het plegen van achtjaarsfeiten. Het valt ook niet in te zien dat het opzet van verdachte daarop gericht zou zijn. Overigens blijkt uit het dossier ook niet dat de auto’s ooit een dergelijk doel hebben gehad. Ten aanzien van de petflessen die mogelijk gevuld waren met benzine is een mogelijk scenario dat deze bedoeld waren om de auto mee in de fik te steken na het uitvoeren van een liquidatie, maar meer dan dat niet. Bovendien blijkt niet uit het dossier dat verdachte van deze flessen heeft geweten.

Het laatste element dat is tenlastegelegd gaat over de wapens en het schieten. Hooguit kan worden aangenomen dat verdachte op 28 mei 2015 mee is geweest toen er werd geschoten met een vuurwapen. Van de overige twee keer is dit niet vast te stellen nu de stemherkenning niet wordt onderbouwd door observaties. De meest belastende indruk die op basis van het dossier gekregen zou kunnen worden, is dat de woning van verdachte werd gebruikt voor het bewaren van een paar vuurwapens. Er is geen onderbouwing voor een verdergaande betrokkenheid. Daarnaast blijkt nergens uit dat de wapens in zowel de woning als in de kluizen bestemd waren voor het plegen van achtjaarsfeiten, laat staan dat verdachte daar opzet op had. Aannemelijker is dat dit soort hoeveelheden wapens bestemd is voor de handel. Hooguit zou ten aanzien van verdachte bewezen kunnen worden dat hij gedurende enige tijd de beschikkingsmacht had over de wapens die op 13 juni 2015 uit zijn woning zijn weggehaald en naar [naam opslag] zijn gebracht en daar kennelijk zijn opgeborgen bij andere wapens. Daaruit blijkt echter niet dat verdachte de wapens voorhanden had ter voorbereiding van een concreet achtjaarsfeit.

Ten aanzien van feit 4 refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.

Verdachte dient van feit 5 te worden vrijgesproken. Verdachte stelt dat hij niets te maken heeft met de wapens in [naam opslag] en dat hij het wapenarsenaal in de kluizen nooit heeft gezien. Het dossier toont allerminst aan dat dit anders is. Zo blijkt uit het dossier niet dat verdachte in de boxen 40, 161 of 388 is geweest, maar zelfs als dat zo zou zijn geweest dan is niet bekend wat er op welk moment in de boxen aanwezig was. En zelfs al zou dat wel bekend zijn, dan is aannemelijk dat deze wapens in tassen in een kluis zaten en dus niet zichtbaar waren. Dat verdachte ooit in de kluizen is geweest is een stelling uit het ongerijmde en blijkt niet uit het dossier. Wellicht heeft verdachte de tas met wapens op 13 juni 2015 vanuit de [adres] in een box in [naam opslag] geplaatst, maar dat dat zou zijn gebeurd op een wijze dat hij zou moeten hebben gezien dat er wapens in een tas in een kluis in een specifieke box stonden, is puur speculatief.

Tot slot dient verdachte primair te worden vrijgesproken van feit 6. Dat verdachte een aantal medeverdachten kent blijkt uit het dossier, en dat hij met verschillende personen in wisselende samenstelling strafbare feiten heeft gepleegd is ook evident. Maar om op grond daarvan te concluderen dat hij heeft deelgenomen aan een criminele organisatie die het oogmerk had op het plegen van de in de tenlastelegging genoemde misdrijven is een brug te ver. Hierbij verwijs ik ook naar hetgeen in het kader van de voorbereidingshandelingen naar voren is gebracht.

Subsidiair dient de rol van verdachte niet groter te worden gemaakt dan hij is. Verdachte heeft mogelijk in een korte tijd enkele hand- en spandiensten verricht waarvan niet duidelijk is of deze in relatie stonden tot het plegen van voorbereidingshandelingen.

(Zaak B)

Verdachte dient te worden vrijgesproken van dit feit. Uit het dossier blijkt niet dat verdachte wist van de aanwezigheid van het wapen en evenmin dat hij daar enige beschikkingsmacht over heeft gehad.

4.4

Het oordeel van de rechtbank

(Zaak A)

4.4.1.

Wapens (feit 5)

Op grond van de bewijsmiddelen die in bijlage II zijn vervat is de rechtbank van oordeel dat kan worden bewezen dat verdachte samen met anderen het gehele wapenarsenaal in zowel box 161 als box 40 voorhanden heeft gehad. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

Op 15 juli 2015 is in [naam opslag] in Nieuwegein een grote partij wapens en munitie gevonden in kluizen in de boxen 40 en 161. Deze werden gehuurd door respectievelijk [verdachte 9] en zijn zus, waarbij duidelijk is geworden dat zij box 161 huurde voor haar broer en verder geen bemoeienis heeft gehad in of bij deze box. Naast het wapenarsenaal zijn in beide boxen lichaamssporen van meerdere personen aangetroffen, zo ook van verdachte. In box 161 werd in de kluis (die afkomstig was uit box 388) op het hengsel van een Leonardo tas een DNA-spoor van verdachte aangetroffen. Deze tas was gevuld met onder andere wapens en munitie. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij een keer een tas in een box heeft gezet. De rechtbank begrijpt hieruit dat zijn verklaring ziet op voornoemde Leonardo tas. Op grond hiervan kan worden gesteld dat verdachte tenminste één keer in de kluis, dan wel in de box en in ieder geval in [naam opslag] is geweest, te meer nu dit wordt bevestigd door de camerabeelden die in [naam opslag] hingen. Hierop is waargenomen dat verdachte op 20 mei 2015 met [verdachte 5] en op 13 juni 2015 met [verdachte 6] in [naam opslag] is geweest. Aan de hand van OVC-gesprekken en bakengegevens is verder aannemelijk geworden dat verdachte en [verdachte 5] op 25 mei 2015 bij [naam opslag] zijn geweest. Op 20 mei 2015 en 25 mei 2015 zijn verdachte en [verdachte 5] bij [naam opslag] binnen geweest middels de code van box 40 die kennelijk door [verdachte 9] aan hen ter beschikking was gesteld. Op 13 juni 2015 probeerden verdachte en [verdachte 6] wederom op dezelfde manier [naam opslag] binnen te komen, maar na zes pogingen werden zij door een onbekende man binnengelaten.

Op 13 juni 2015, voordat verdachte en [verdachte 6] bij [naam opslag] werden waargenomen, bevonden zij zich in de woning aan de [adres] , de woning van verdachte. Verdachte en [verdachte 6] gingen om 20.41 uur de woning binnen, zonder tas. Om 20.45 uur verlieten zij de woning weer waarbij [verdachte 6] een donkere sporttas met zich meedroeg. Vervolgens werd deze sporttas door [verdachte 6] neergezet in de kelderbox van genoemde woning waarna verdachte de inhoud van die tas - wapens, kogelwerende vesten en munitie - naar een andere tas overhevelde; de ‘nieuwe tas in de schuur’ waarover verdachte [verdachte 5] eerder had verteld. Hierna hebben verdachten de kelderbox verlaten. In de hand van verdachte is op dat moment een sporttas te zien. Zij zijn naar [naam opslag] gereden, waar verdachte – zoals hiervoor overwogen - zeer waarschijnlijk de tas in box 388 heeft neergezet. Dit wordt ondersteund door de camerabeelden van [naam opslag] waarop is te zien dat verdachte en [verdachte 6] in de richting lopen van de boxen 351 t/m 526. Op grond van deze observaties en beelden is de rechtbank van oordeel dat kan worden bewezen dat verdachte zich bewust is geweest van de aanwezigheid van de wapens en munitie die zich in de tas (en aanvankelijk in zijn huis) bevonden en dat hij ook de beschikkingsmacht had over de inhoud van die tas. Daarnaast acht de rechtbank bewezen dat hierbij sprake is van medeplegen. Zo heeft verdachte niet alleen met hulp en in het bijzijn van [verdachte 6] gehandeld, ook [verdachte 7] , [verdachte 5] en [verdachte 8] waren blijkens OVC-gesprekken betrokken bij hetgeen gebeurde, want ‘zij (de rechtbank begrijpt: verdachte en [verdachte 6] ) moeten de ijzers bij hem weghalen’ en ‘die anderen zijn al die ijzers aan het terugleggen (…) want die andere man, die [bijnaam verdachte] (de rechtbank begrijpt: verdachte), is aan het breken dus hij kan gepakt worden.

Nu in de kelderbox aan de [adres] , dezelfde box als waar de tas met wapens vandaan kwam, ook zwart folie is aangetroffen dat overeenkomt met het zwarte folie waarmee veel wapens waren verpakt die zowel in de kluis in box 40 als in de kluis in box 161 lagen, is de rechtbank tevens van oordeel dat verdachte zich samen met anderen in meerdere of mindere mate bewust is geweest van de overige wapens en munitie in de kluizen en dat hij ook daar de beschikkingsmacht over had. De overtuiging van de rechtbank dat verdachte wetenschap had van alle wapens wordt gesterkt door het feit dat op 28 mei 2015 is waargenomen dat verdachte en [verdachte 5] vanuit de [adres] naar het natuurgebied [plaatsnaam] rijden waar zij met een wapen hebben geschoten. Kennelijk was verdachte niet onbekend met het gebruik en de aanwezigheid van een wapen.

Uit het voorgaande blijkt dat verdachte samen met anderen handelingen heeft verricht met betrekking tot wapens. Dit blijkt ook uit vele OVC-gesprekken waarin met anderen wordt gesproken over wapens (ijzers) en munitie - in een OVC-gesprek van 24 mei 2015 wordt bijvoorbeeld gesproken over een blik met onze bullits waar [bijnaam verdachte] (de rechtbank begrijpt: verdachte) met zijn handen in heeft gezeten.

4.4.2

Opzetheling (feit 4)

Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat op grond van de bewijsmiddelen die in bijlage II zijn vervat, kan worden bewezen dat verdachte zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan opzetheling van twee auto’s.

4.4.3.

Criminele organisatie (feit 6)

Onder organisatie, als bedoeld in artikel 140 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht wordt verstaan een samenwerkingsverband van tenminste twee personen met een zekere duurzaamheid en structuur.4 Voor deelneming aan een dergelijke organisatie is in het algemeen vereist dat de verdachte tot deze organisatie behoort en dat de verdachte een aandeel heeft in, dan wel ondersteunt gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met, de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie.5 Niet is vereist dat komt vast te staan dat verdachte heeft samengewerkt, althans bekend is geweest met alle personen die deel uitmaken van de organisatie.6 Evenmin is vereist dat verdachte wetenschap heeft van een of meer concrete misdrijven.7

Gelet op de bewijsmiddelen die zijn gebruikt voor de overige bewezenverklaarde feiten, alsmede op wat hierna wordt overwogen, acht de rechtbank bewezen dat verdachte in de tenlastegelegde periode heeft deelgenomen aan een criminele organisatie.

Duurzaamheid en structuur

Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting komt een beeld naar voren van een samenwerkingsverband van een aantal personen, uit de omgeving van Utrecht/Nieuwegein dat zich gedurende geruime tijd heeft beziggehouden met meerdere vormen van criminaliteit.

Hierbij wordt naast de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen ten aanzien van het wapenbezit, de heling van de auto’s en de deelname aan de criminele organisatie in het bijzonder nog gewezen op de zogenoemde administratie die bij [verdachte 9] is aangetroffen8 en aan hem wordt toegeschreven. Deze administratie bestrijkt een periode van anderhalf jaar, waarin chronologisch en op gedetailleerde wijze de inkomsten en uitgaven van allerlei transacties van de organisatie zijn bijgehouden. De administratie getuigt van een zeer actieve, professionele en goed gestructureerde bedrijfsvoering, met een omvang van ongeveer negentien miljoen euro gedurende die periode. Ook al is handel in verdovende middelen niet expliciet als oogmerk vermeld in de tenlastelegging, opvallend is wel het uitgebreide deel van de boekhouding dat hierop lijkt te zijn gericht. In de administratie zijn verder veel posten vermeld die overeenkomen met bevindingen van de politie. Dit gaat onder meer over uitgaven voor opslag, betalingen voor kluizen, een Audi S5 die wordt gekocht voor € 3.500,-, een betaling voor werk aan twee “werkauto’s”, € 7.000,- voor de aankoop van twee trackers, betalingen voor het “sweapen van twee waggies” en voor “sweapen huis”. Er staan betalingen aan spotters vermeld, alsook de bijkomende kosten voor huurauto’s ten behoeve van het spotten, en aantekeningen over jammers. Het boekje behelst veel vermeldingen over “ijzers” (vuurwapens). Op een los blaadje staat dat er vuurwapens (3x AK met maga; 1 x Scorpio) zijn ontvangen. Ook wordt geld ontvangen van en uitgegeven aan (onder meer voor “ijzer”) [verdachte 8] (“ [bijnaam verdachte 8] ”)9 en [verdachte 7] (“ [bijnaam verdachte 7] ”).10 Deze administratie beslaat een langere periode dan tenlastegelegd. In deze administratie worden ook andere (bij)namen genoemd dan die van verdachten, zodat kan worden aangenomen dat ook anderen dan verdachte en medeverdachten hebben deelgenomen aan de organisatie.

Verder wordt gewezen op de onderlinge communicatie via versleuteld berichtenverkeer. Bij alle verdachten zijn één of meerdere zogenaamde PGP-telefoons aangetroffen.11 Enkele van deze telefoons zijn “gekraakt” door het NFI. Uit dit berichtenverkeer12 blijkt dat over al dan niet misdadige zaken wordt gecommuniceerd. Verdachten hebben geen verklaring willen geven over deze communicatie of waarom zij van een dergelijke dure en versleutelde communicatievorm gebruik wensten te maken. Overigens hebben verdachten zich jegens de politie en de rechtbank geheel of grotendeels op hun zwijgrecht beroepen - zelfs op ogenschijnlijk onschuldige vragen als wie wie kent - wat de rechtbank sterkt in haar oordeel dat van een crimineel samenwerkingsverband sprake is geweest, nu verdachten onderlinge communicatie kennelijk geheim wensen te houden, terwijl zij in het openbaar niet wensen te communiceren over het verwijt dat hun wordt gemaakt.

Er was dan ook sprake van een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband.

Oogmerk

De organisatie beschikte over twee gestolen voertuigen en een arsenaal van (vuur)wapens, waarmee het tenlastegelegde oogmerk tot opzetheling en handelen in strijd met artikel 26 van de Wet wapens en munitie is gegeven.

Uit OVC-gesprekken13, de gekraakte PGP-telefoon van [verdachte 8]14, de administratie waaruit blijkt dat op 9 juli 2015 € 94.500,- uitging naar Ennetcom (een leverancier van PGP-telefoons)/Junior15, alsmede de negentig bij [verdachte 5] aangetroffen PGP-toestellen16, die volgens een afgeluisterd gesprek ongeveer € 1.000,- per stuk kosten, leidt de rechtbank af dat de organisatie een handel in PGP-telefoons - al dan niet met bijbehorend netwerk - aan het opzetten was, waartoe reeds een investering was gedaan. Het met deze investering - die in de boekhouding van de organisatie is opgenomen - gemoeide geld kan niet anders dan van misdrijf afkomstig zijn. Immers, verdachten hebben aan de criminele organisatie deelgenomen, niet is gebleken dat deze organisatie legale inkomsten heeft gehad, terwijl het de verdachten ook aan voldoende legale inkomsten ontbreekt om een dergelijke investering te doen. Verdachten hebben geen van allen een verifieerbare, op voorhand niet onaannemelijke verklaring gegeven voor de herkomst van deze investering. Door de opbrengsten van illegale praktijken aan te wenden voor de investering in een op het eerste gezicht legale handel, kan worden vastgesteld dat witwassen eveneens een oogmerk van de organisatie is geweest.

Ten slotte is tenlastegelegd dat de organisatie tot oogmerk had het voorbereiden van moord, brandstichting en/of diefstal met geweld/afpersing. Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat van dit laatste oogmerk (diefstal met geweld en/of afpersing) niet is gebleken.

Uit het dossier komt het beeld naar voren van een bende die beschikte over twee snelle gestolen auto’s met valse kentekenplaten, waarvan één voorzien was van petflessen met benzine, en een arsenaal aan (automatische) wapens, waaronder Kalasjnikovs. De bende hield zich bezig met het nagaan van de gangen van bepaalde mensen door ze, vanuit op andermans naam gehuurde auto’s17 met behulp van peilbakens te volgen18 en ze heimelijk te filmen.19 In de administratie wordt gewag gemaakt van de kosten die deze “spotters” maken (camera’s, huurwagens, trackers/peilbakens). Daarnaast wordt op diverse momenten gesproken over het doodschieten van mensen, zoals hiervoor weergegeven. Ten slotte wordt gewezen op de post in de administratie op 1 december 2014, waarin honderdduizend euro uitgaat aan “Hitter”.20 Verdachten hebben de stelling van politie en justitie dat met deze term een moordenaar wordt bedoeld21 niet kunnen of willen ontkrachten. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de organisatie tevens tot oogmerk had het plegen van liquidaties, die bestaan uit het vermoorden van één of meer personen, waarna de auto die daarbij wordt gebruikt tijdens de vlucht in brand wordt gestoken teneinde sporen te wissen. Bij een dergelijke autobrand, die veelal heftig en uitslaand is, is bijna per definitie gemeen gevaar voor goederen te duchten.

Het tenlastegelegde oogmerk op het voorbereiden van liquidaties komt de rechtbank onlogisch voor. Voorbereiding (artikel 46 Sr) komt na artikel 45 Sr (poging) en is in het leven geroepen om niet gerealiseerde misdrijven, die om andere redenen dan een vrijwillige terugtred, nog niet tot een begin van een uitvoering zijn gekomen toch strafbaar te kunnen stellen. Het is moeilijk voorstelbaar dat het oogmerk van een criminele organisatie is gericht op onvoltooide misdrijven. Waar de officier van justitie de verdachten ziet als de “afdeling werkvoorbereiding” verliest hij uit het oog dat deze afdeling deel uitmaakt van de organisatie die liquidaties zelf op het oog heeft. Daarnaast levert de verweten voorbereiding (opsporen en/of observeren van beoogde slachtoffers, wapens en auto’s met petflessen met benzine leveren) telkens een deelnemingsvorm aan de liquidatie zelf op. Voor het bestaan van een criminele organisatie is ten slotte niet vereist dat de deelnemers aan de organisatie de misdrijven zelf plegen.

Bij requisitoir heeft de officier van justitie nog schriftelijk toegelicht22 dat, indien de rechtbank dit oordeel zou vellen, ook kan worden geconcludeerd dat de organisatie het oogmerk had op de gronddelicten zelf. Op dit (subsidiaire) standpunt is door de verdediging geen verweer gevoerd. De rechtbank is dan ook van oordeel dat van denaturering van de tenlastelegging geen sprake is indien zij bewezen acht dat de organisatie ook moord en brandstichting tot oogmerk heeft gehad.

Deelneming/rol van verdachte

Verdachte heeft zich samen met [verdachte 6] , [verdachte 8] en [verdachte 5] bezig gehouden met het rijklaar maken van de gestolen Audi’s. Hij heeft samen met [verdachte 5] (proef)schoten gelost op 27 mei 2015. Hij is met [verdachte 5] op 20 mei 2015 en met [verdachte 6] op 13 juni 2015 in [naam opslag] geweest, binnenkomend (althans trachtend dat te doen) met de code behorend bij box 40 gehuurd door [verdachte 9] . Op 13 juni 2015 hebben hij en [verdachte 6] een tas met wapens vanuit zijn kelderbox naar [naam opslag] gebracht. Zijn DNA zit op een rolkoffer met wapens die in [naam opslag] is aangetroffen. [verdachte 8] en [verdachte 7] spreken bij hem in de auto over het opzetten van een PGP-handel.23 Hij speelt derhalve een centrale rol, al wordt hij door andere leden van de organisatie nog wel eens als een risico gezien vanwege onnadenkendheid ( [bijnaam verdachte] heeft gewoon met zijn blote handen in die blik bullits gezeten24) of omdat hij mogelijk voor andere criminele zaken (inbraak) wordt aangehouden.25

4.4.4

Voorbereidingshandelingen (feiten 1, 2 en 3)

Artikel 46 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) luidt, voor zover hier van belang:

Voorbereiding van een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld is strafbaar, wanneer de dader opzettelijk voorwerpen of vervoermiddelen bestemd tot het begaan van dat misdrijf verwerft of voorhanden heeft.

Aan verdachte is – samengevat – tenlastegelegd dat hij tezamen en in vereniging met anderen de hiervoor genoemde voorwerpen en vervoermiddelen heeft verworven of voorhanden heeft gehad en dat die goederen bestemd waren tot het begaan van moord op een of meerdere personen (feit 1), brandstichting en/of het teweegbrengen van een ontploffing (feit 2) en diefstal met geweld, dan wel afpersing (feit 3).

Het spreekt voor zich dat de genoemde middelen (wellicht met uitzondering van de SD-kaartjes, handschoenen en telefoons) naar hun uiterlijke verschijningsvorm en gebruik bestemd kunnen zijn tot het begaan van de onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde misdrijven. De vraag die hier echter centraal staat is of met voldoende bepaaldheid is gebleken welk misdadig doel verdachte en zijn medeverdachten met het gebruik van die voorwerpen voor ogen hadden. Hierbij hoeft het weliswaar nog niet te gaan om een naar tijd en plaats gespecificeerd misdrijf, maar moet wel sprake zijn van een min of meer concreet strafbaar feit.26

Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat niet met voldoende bepaaldheid is gebleken welk crimineel doel verdachte en zijn medeverdachten voor ogen hebben gehad. Weliswaar heeft verdachte – zoals hiervoor overwogen – deelgenomen aan een criminele organisatie die het plegen van liquidaties (moord gevolgd door brandstichting) tot oogmerk had, echter uit het onderzoek Koper is onvoldoende bewijs verkregen om te spreken van een concreet voorbereid misdrijf. De rechtbank deelt de visie van het Openbaar Ministerie niet dat slechts de aard (kwalificatie) van het voorbereide misdrijf moet komen vast te staan.27 Voor het bewijs dat de tenlastegelegde voorwerpen “bestemd waren tot het begaan van dat misdrijf” moeten naar het oordeel van de rechtbank ook de contouren van het (feitelijk) te plegen misdrijf blijken.

Zo ligt het voor de hand dat bij de voorbereiding van een moord, het voor de daders in beginsel duidelijk is wie het slachtoffer zal zijn. Op de aangetroffen SD-kaartjes zijn heimelijk gemaakte opnames aangetroffen van verschillende personen, maar niet is gebleken wat de precieze plannen waren met deze mensen. Inzake [naam] kan worden vastgesteld dat [getuige 2] en [naam 4] zijn gefilmd in november 2014 en dat in juni 2015 een baken is geplaatst onder de auto van [getuige 3] . Eveneens in juni 2015 spreken [verdachte 8] en [verdachte 5] over “de kale en die Joego die ons daarheen gaan brengen”. [naam] heeft weliswaar verklaard over de dreiging die hij voelt vanuit een bepaalde richting, maar niet is komen vast te staan wat er met hem diende te gebeuren. Het kan zijn dat [naam] zou moeten worden doodgeschoten, maar een gijzeling/wederrechtelijke vrijheidsberoving of een afpersing of een enkele bedreiging behoort ook tot de mogelijkheden. Het zwijgrecht waarop verdachten zich hebben beroepen, mag in dit geval niet tot de conclusie leiden dat het zwaarste misdrijf werd voorbereid. Van de overige heimelijk gefilmde personen is nog minder komen vast te staan of verdachte en zijn medeverdachten iets van plan waren in de richting van deze personen en zo ja, wat die plannen dan inhielden.

Slotsom is dat verdachte wordt vrijgesproken van de feiten 1, 2 en 3.

4.4.5.

Zaak B

Met de raadsman is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden bewezen dat verdachte dit wapen en de munitie voorhanden heeft gehad. Uit de inhoud van het dossier, waaronder het OVC-gesprek van 19 juni 2015 waaraan [verdachte 5] deelnam, blijkt immers niet dat verdachte wetenschap heeft gehad van de aanwezigheid van het wapen en dat hij daar beschikkingsmacht over heeft gehad. Niet blijkt dat verdachte wist of zelfs maar had gezien dat [verdachte 5] een wapen met munitie bij zich had toen hij bij hem in de auto zat - uit het OVC-gesprek blijkt slechts dat [verdachte 5] aan verdachte had gevraagd met hem mee te gaan - noch dat dit wapen enige tijd later onder de bestuurdersstoel in de auto van [naam medeverdachte] werd gelegd. Verdachte dient derhalve van dit feit te worden vrijgesproken.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat verdachte

(Zaak A)

ten aanzien van feit 4:

in de periode van 1 december 2014 tot en met 15 juli 2015 te Maurik, tezamen en in vereniging met anderen, personenauto's, te weten een Audi S5 met oorspronkelijk kenteken [kenteken] en een Audi RS6 met oorspronkelijk kenteken [kenteken] , voorhanden hebben gehad, terwijl hij en zijn mededaders ten tijde van het voorhanden krijgen van die auto's wisten, dat het door misdrijf verkregen goederen betrof;

ten aanzien van feit 5:

in de periode van 1 maart 2015 tot en met 15 juli 2015 te Nieuwegein in kluizen in gehuurde opslagruimten aan de [adres 1] , tezamen en in vereniging met anderen,

in een kluis in opslagruimte nr. 388 en daarna nr. 161:

- 6 automatische geweren, merk/type Cz Vz58, kaliber 7.62x39mm, en

- 9 automatische geweren, merk/type Zastava M70AB2, kaliber 7.62x39mm, en

- 2 automatische geweren, merk/type Zastava M70B1, kaliber 7.62x39, en

- 1 automatisch geweer, merk/type MPi/AK-74N, kaliber 5.45x39mm, en

- 1 automatisch geweer, merk/type AIM/PM63, kaliber 7.62x39mm, en

- 1 machinepistool, merk/type Agram 2000, kaliber 9mm nato, en

- 2 machinepistolen, merk/type IMI Uzi, kaliber 9x19mm, en

- 1 machinepistool, merk/type Ag Strojnica Ero, kaliber 9x19mm, en

- 3 machinepistolen, merk/type Cz VZ61, kaliber 7.65 browning, en

- 4 machinepistolen, merk/type R9-Arms, kaliber 9x19mm, en

- 1 machinepistool, merk/type Cz Vz61, kaliber 7.65 browning, en

- 2 machinepistolen, merk/type Cz Vz61, kaliber 7.65, en

- 1 machinepistool, merk/type Imi Micro Uzi, kaliber 9mm para, en

- 11 pistolen, merk/type Glock 17, kaliber 9x19mm, en

- 3 pistolen, merk/type Glock 19, kaliber 9x19mm, en

- 13 pistolen, merk/type Glock 21, kaliber .45 acp, en

- 1 pistool, merk/type Glock 26, kaliber 9x19mm, en

- 1 pistool, merk/type Cz 75d, kaliber 9x19mm, en

- 2 pistolen, merk/type CZ 75, kaliber 9x19, en

- 1 pistool, merk/type CZ 75P-01, kaliber 9x19mm, en

- 1 pistool, merk/type Heckler & Koch Usp, kaliber 9x19mm, en

- 1 pistool, merk/type Fn Browning, kaliber 9mm para, en

- 1 pistool merk/type FN Browning Baby, kaliber 6,35, en

- 4 pistolen, merk/type Dynamic Grand Powerk100, kaliber 9mm, en

- 2 pistolen, merk/type Star Firestar, kaliber 9x19mm, en

- 1 pistool, merk/type Astra A80 Para, kaliber 9mm, en

- 1 pistool, merk/type Feg p9r, kaliber 9mm, en

- 1 pistool, merk/type Norinco 1911 A1 .45 Aut, kaliber .45, en

- 1 revolver, merk/type Smith & Wesson Model 36, kaliber .38 special, en

- 5 revolvers, merk/type Nagant M1895, kaliber 7.62mm Nagant, en

- 1 revolver, merk/type Colt Python .357, kaliber .357, en

- 1 revolver, merk/type Velodog 5.5 Mm, kaliber 5.5mm, en

- 368 kogelpatronen, kaliber .45 Auto, en

- 1233 kogelpatronen, kaliber 9mm luger, en

- 50 kogelpatronen, kaliber .32 S&W L, en

- 830 kogelpatronen, kaliber 7.65 br., en

- 239 kogelpatronen, kaliber 9x19mm, en

- 50 kogelpatronen, kaliber .40 S&W, en

- 89 kogelpatronen, kaliber 5.56x45mm, en

- 26 kogelpatronen, kaliber .38 Special, en

- 348 kogelpatronen, kaliber .45 acp, en

- 3 kogelpatronen, kaliber .357 Magnum, en

- 750 kogelpatronen, kaliber 7.62x39mm, en

- 43 kogelpatronen, kaliber 7.62 Nagant, en

- 60 kogelpatronen, kaliber .45 acp/.45 Auto, en

- 72 kogelpatronen, kaliber .380 ACP, en

- 12 kogelpatronen, kaliber 9 mm Br. C., en

- 2 kogelpatronen, kaliber .380 Auto, en

- 12 kogelpatronen, kaliber 5.5mm, en

- 12 geluidsdempers, en

- 3 patroonmagazijnen, merk onbekend, kaliber 7.62x39mm, en

- 7 patroonmagazijnen, merk onbekend, kaliber 7.65 Browning, en

- 7 patroonmagazijnen, merk Glock, kaliber .45acp, en

- 4 patroonmagazijnen, merk Glock, kaliber 9x19mm, en

- 1 patroonmagazijn, merk Agram, kaliber 9x19mm, en

- 1 patroonmagazijn, merk Cz, kaliber 7.62x39mm, en

- 1 patroonmagazijn, merk onbekend, kaliber 5.54x39mm, en

- 5 patroonmagazijnen, merk Glock, kaliber .45, en

- 1 elektrisch slagpijpje

en in een kluis in opslagruimte nr. 40:

- 1 automatisch geweer, merk/type Orbis, MGV 176, kaliber .22lr, en

- 1 machinepistool, merk/type Cobray Imgram M11, kaliber 9x17mm, en

- 1 machinepistool, merk/type Agram 2000, kaliber 9mm nato, en

- 1 pistool, merk/type Kral Mini 6,35mm, kaliber 8mm knal, en

- 1 pistool, merk/type Imi Jericho 941f, kaliber .41AE, en

- 1 intacte scherfhandgranaat, type M50 (met bijpassende P3-ontsteekinrichting), en

- 5 intacte scherfhandgranaten, type M75 (met bijpassende P3-ontsteekinrichting), en

- 1 intacte scherfhandgranaat, type M91 (met bijpassende P3-ontsteekinrichting), en

- 2 scherfhandgranaten, type M52 (met bijpassende P3-ontsteekinrichting), en

- 274 kogelpatronen, kaliber .22Lr, en

- 19 kogelpatronen, kaliber .357 Magnum, en

- 48 kogelpatronen, kaliber 9x19 mm, en

- 19 kogelpatronen, kaliber 9mm Luger, en

- 25 kogelpatronen, kaliber 9x17mm, en

- 2 kogelpatronen, kaliber 8mm, en

- 4 geluiddempers, en

- 3 patroonmagazijnen, merk Baretta, kaliber 9x19mm, en

- 1 patroonmagazijnen, merk Sfinx, kaliber 9x19mm, en

- 3 patroonmagazijnen, merk onbekend, kaliber 9x19mm, en

- 2 patroonmagazijnen,

voorhanden heeft gehad;

ten aanzien van feit 6:

in de periode van 1 november 2014 tot en met 15 juli 2015 in Nederland heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit hem, verdachte en [verdachte 2] , [verdachte 6] , [verdachte 9] , [verdachte 4] , [verdachte 7] , [verdachte 5] , [verdachte 8] en anderen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten:

- opzetheling als bedoeld in artikel 416 Wetboek van Strafrecht en

- witwassen als bedoeld in artikel 420bis Wetboek van Strafrecht en

- handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, Wet wapens en munitie en

- moord als bedoeld in artikel 289 Wetboek van Strafrecht en opzettelijke brandstichting en/of het opzettelijk teweeg brengen van een ontploffing als bedoeld in artikel 157 Wetboek van Strafrecht.

6 De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7. De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straf

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door hem onder 1, 2, 4, 5 en 6 in zaak A bewezen geachte feiten en het bewezen geachte feit in zaak B zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 16 jaar, met aftrek van voorarrest. De inbeslaggenomen Blackberry telefoon in zaak A dient te worden verbeurdverklaard.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit dat aan verdachte geen straf van langere duur dan het voorarrest wordt opgelegd. Verdachte heeft mogelijk strafbare feiten gepleegd; twee auto’s geheeld en waarschijnlijk een paar wapens bewaard en geprobeerd maar hij heeft niemand echt kwaad gedaan. Zijn strafblad wijst er niet op dat hij gewelddadig of gevaarlijk is en ook de onderzoeksresultaten in dit dossier wijzen daar niet op. Verdachte spreekt niet over mensen overvallen, laat staan liquideren. Bij het bepalen van de strafmaat verzoekt de verdediging tevens rekening te houden met het feit dat verdachte in België bij verstek is veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf waarvan hij twee derde moet uitzitten.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon en de draagkracht van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

De rechtbank zal verdachte vrijspreken van de voorbereidingshandelingen en tevens van het tenlastegelegde in zaak B, te weten het voorhanden hebben van een wapen met munitie op 1 november 2014. De rechtbank zal alleen al daarom de eis van de officier van justitie niet volgen.

Verdachte heeft samen met anderen honderd wapens en duizenden patronen voorhanden gehad in de opslagruimten in Nieuwegein. Het wapenarsenaal bestond uit pistolen en revolvers, geluiddempers, automatische geweren, machinepistolen alsook scherfgranaten. De schade die in de samenleving kan worden aangericht met een dergelijke wapenvoorraad is nauwelijks te overzien, en ook al zijn de exacte bedoelingen van dit mede door verdachte opgebouwde arsenaal niet vast komen te staan, de rechtbank rekent verdachte zijn deelname aan het bezit ervan zwaar aan. Wapenbezit hoort niet thuis in de Nederlandse maatschappij en dient krachtig te worden bestreden.

Verdachte heeft zich ook schuldig gemaakt aan opzetheling van twee Audi’s.

Verdachte heeft voorts deelgenomen aan een organisatie die tot oogmerk had het plegen van misdrijven waaronder moord, brandstichting en overtreding van de Wet wapens en munitie. Het deelnemen aan een criminele organisatie is een delict dat de openbare orde raakt. De strafwaardigheid van deelneming aan een criminele organisatie wordt enerzijds bepaald door de organisatiegraad en het ontwrichtende karakter daarvan voor de openbare orde, maar anderzijds ook door de aard van de misdrijven die worden beoogd. Deze organisatie was een duurzaam en goed georganiseerd samenwerkingsverband, zoals onder meer is gebleken uit de aangetroffen administratie. Deze administratie bestrijkt een periode van anderhalf jaar, tot de dag van de ontdekking van de wapenarsenaal. Gedurende deze periode is een breed scala aan activiteiten en transacties van de organisatie nauwkeurig en zeer gedetailleerd bijgehouden. De administratie geeft blijk van een omvangrijke, professionele en gestructureerde bedrijfsvoering van een zeer actieve organisatie, waarin in anderhalf jaar negentien miljoen euro omging. Opvallend zijn de daarin voorkomende kostenposten van de deelnemers zelf als zodanig benoemd: “spotter”, “hitter”, “junior spotter”. Het oogmerk van de organisatie bestond uit onder meer het plegen van moord, en het - kennelijk met het oog op het plegen van dit maar wellicht ook andere misdrijven - voorhanden hebben van een enorm wapenarsenaal. Moord is het zwaarste commune misdrijf dat ons Wetboek van Strafrecht kent, dit hoeft geen verder betoog.

Gelet op de combinatie van de ernst van het oogmerk (moord), het bedrijfsmatige en professionele karakter van de werkzaamheden en de hoge mate van activiteit van de organisatie, kan niet anders worden geconcludeerd dan dat het handelen van de organisatie tot een grote mate van ontwrichting voor de samenleving en de openbare orde leidt. Een ergere soort van criminele organisatie valt moeilijk te bedenken, en de rechtbank neemt verdachte de deelname daaraan dan ook zeer kwalijk.

Verdachte heeft in elk geval ruim acht maanden deelgenomen aan deze organisatie. Verdachte had daarin een zeer actieve en centrale rol. Hij was onder meer feitelijk betrokken bij de wapens in Nieuwegein, ging proefschieten met [verdachte 5] en beschikte over een PGP-telefoon. Hij hield zich feitelijk bezig met het rijklaar maken van de Audi’s. Hij heeft bij alle facetten van de organisatie een zekere rol gespeeld.

Verdachte heeft ter terechtzitting geen enkele verklaring willen afleggen over zijn handelen. In hoeverre hij inziet dat wat hij heeft gedaan zeer strafwaardig is, kan de rechtbank niet vaststellen. Blijkens het uittreksel Justitiële Documentatie van 9 september 2016 is verdachte eerder veroordeeld voor zowel vermogens- als geweldsmisdrijven. Desondanks heeft verdachte ervoor gekozen zich aan te sluiten bij een criminele organisatie van de ergste soort. Verdachte is dan ook te kenschetsen als een beroepscrimineel die zich niet gebonden voelt aan maatschappelijke normen en waarden en daarmee een ernstig gevaar voor de samenleving oplevert. De rechtbank weegt dat ten nadele van verdachte mee bij het bepalen van de strafmaat.

Bij de strafoplegging ziet de rechtbank zich echter geconfronteerd met de beperkende werking van de wettelijke bepalingen ten aanzien van strafoplegging. In deze zaak is sprake van samenloop van strafbare feiten. Artikel 57 van het Wetboek van Strafrecht bepaalt dat bij samenloop van feiten die als op zichzelf staande handelingen moeten worden beschouwd en meer dan één misdrijf opleveren waarop gelijksoortige hoofdstraffen zijn gesteld, één straf wordt opgelegd. Het maximum van deze straf is het totaal van de hoogste straffen op de feiten gesteld, maar - voor zover het gevangenisstraf betreft - niet meer dan een derde boven het hoogste maximum. De maximum op te leggen straf voor het voorhanden hebben van de wapens en munitie is een gevangenisstraf van vier jaren. Zou uitsluitend de wapenfeiten onder feit 5 bewezen zijn geacht, dan zou de rechtbank hebben overwogen aan verdachte - gelet op zijn betrokkenheid, de omvang van het wapenarsenaal in Nieuwegein en het soort wapens - een gevangenisstraf op te leggen die grenst aan de daarvoor maximum op te leggen straf.

De wetgever heeft deelneming aan een criminele organisatie bedreigd met een gevangenisstraf van maximaal zes jaren. Gelet op de vaststelling door de rechtbank dat deze organisatie er één was van de ergste soort en dat verdachte daarin een belangrijke rol heeft gespeeld, zou de rechtbank overwegen hem voor alleen al dit feit een gevangenisstraf op te leggen die grenst aan de daarvoor maximum op te leggen straf.

Daarnaast verdient verdachte nog een aparte straf voor opzetheling.

Dit alles betekent dat de rechtbank zou uitkomen op een aanzienlijk hogere gevangenisstraf dan de acht jaar die volgens de wet maximaal aan verdachte kan worden opgelegd, zijnde de maximumstraf voor de criminele organisatie, verhoogd met een derde. Dit alles overwegend zal de rechtbank aan verdachte het wettelijke maximum, te weten een gevangenisstraf van acht jaar, opleggen.

Voor zover de raadsman het verzoek heeft gedaan om de voorlopige hechtenis bij de einduitspraak op te heffen, wordt dit verzoek gelet op na te noemen straf afgewezen.

8.4

Beslag

Onder verdachte is het volgende voorwerp in beslag genomen:

2. Blackberry telefoon (KA070.03.03.002)

Verbeurdverklaring

Het voorwerp behoort aan verdachte toe. Nu met behulp van dit voorwerp het onder feit 6 bewezen geachte is begaan, wordt dit voorwerp verbeurdverklaard.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 33, 33a, 47, 57, 63, 140 en 416 van het Wetboek van Strafrecht en op de artikelen 3, 13, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Deze wettelijke voorschriften zijn toepasselijk zoals geldend ten tijde van het bewezen geachte.

10 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart het onder feit 1, 2 en 3 tenlastegelegde in zaak A en het tenlastegelegde in zaak B niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder de feiten 4, 5 en 6 in zaak A tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

(Zaak A)

ten aanzien van feit 4:

medeplegen van opzetheling;

ten aanzien van feit 5:

medeplegen van het handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd;

en

medeplegen van het handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd;

en

medeplegen van het handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, meermalen gepleegd;

en

medeplegen van het handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 6:

het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 8 (acht) jaar.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Verklaart verbeurd een Blackberry telefoon (KA070.03.03.002).

Dit vonnis is gewezen door

mr. P.B. Martens, voorzitter,

mrs. C.P.E Meewisse en M.E.B. Nyman, rechters,

in tegenwoordigheid van E.J.M. Veerman en mr. L.S. Janse van Mantgem, griffiers,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 28 november 2016.

Bijlage I

Tenlastelegging.

Aan verdachte [verdachte] is, na wijziging ter zitting van 21 juni 2016, tenlastegelegd dat

(Zaak A)

ten aanzien van feit 1:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 december 2014 tot en met 15 juli 2015 te Maurik en/of Nieuwegein en/of Utrecht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter voorbereiding van het misdrijf van opzettelijk en met voorbedachten rade een of meer personen van het leven beroven (als omschreven in artikel 289 Wetboek van Strafrecht), opzettelijk een of meer voorwerpen en/of stoffen en/of informatiedragers en/of vervoermiddelen, te weten

-een gestolen auto (Audi S5) voorzien van valse of vervalste kentekenplaten en/of

-een gestolen auto (Audi RS6) voorzien van valse of vervalste kentekenplaten, met in die auto een of meer petflessen, gevuld met benzine, althans een brandbare stof, en/of

-een of meer (al dan niet (door)geladen) automatische vuurwapen(s) en/of

-een of meer (al dan niet (door)geladen) handvuurwapen(s) en/of

-een of meer handgrana(a)t(en) en/of

-een of meer patroonhouder(s) en/of

-een of meer slagpijpje(s) en/of ontsteker(s) en/of

-een of meer kogelwerend(e) vest(en) en/of

-een of meer bakenset(s) en/of

-een of meer (gecrypte) telefoon(s) en/of

-een of meer handschoen(en) en/of

-een of meer SD-kaartjes met filmbeelden van één of meer (heimelijk gefilmde) personen,

bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft verworven, vervaardigd en/of voorhanden heeft gehad;

ten aanzien van feit 2:

hij op een of meer tijdstippen in er omstreeks de periode van 1 december 2014 tot en met 15 juli 2015 te Maurik en/of Nieuwegein, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter voorbereiding van het misdrijf van opzettelijk brand stichten en/of een ontploffing teweeg brengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is (als omschreven in artikel 157 Wetboek van Strafrecht), opzettelijk een of meer voorwerpen en/of stoffen en/of vervoermiddelen, te weten:

- een of meer petflessen, gevuld met benzine, althans een brandbare stof, welke fles(sen) zich bevond(en) (onder één van de voorste stoelen) in een gestolen auto (Audi RS6), en/of

- een of meer handgrana(a)t(en) en/of

- een of meer slagpijpje(s) en/of ontsteker(s), bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft verworven, vervaardigd en/of voorhanden heeft gehad;

ten aanzien van feit 3:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 december 2014 tot en met 15 juli 2015 te Maurik en/of Nieuwegein en/of Utrecht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter voorbereiding van het misdrijf van afpersing (als omschreven in artikel 317 Wetboek van Strafrecht) dan wel diefstal met geweld (als omschreven in artikel 312 Wetboek van Strafrecht), opzettelijk een of meer voorwerpen en/of stoffen en/of informatiedragers en/of vervoermiddelen, te weten

-een gestolen auto (Audi S5) voorzien van valse of vervalste kentekenplaten en/of

-een gestolen auto (Audi RS6) voorzien van valse of vervalste kentekenplaten, met in die auto een of meer petflessen, gevuld met benzine, althans een brandbare stof, en/of

-een of meer (al dan niet (door)geladen) automatische vuurwapen(s) en/of

-een of meer (al dan niet (door)geladen) handvuurwapen(s) en/of

-een of meer handgrana(a)t(en) en/of

-een of meer patroonhouder(s) en/of

-een of meer slagpijpje(s) en/of ontsteker(s) en/of

-een of meer kogelwerend(e) vest(en) en/of

-een of meer bakenset(s) en/of

-een of meer (gecrypte) telefoon(s) en/of

-een of meer handschoen(en) en/of

-een of meer SD-kaartjes met filmbeelden van één of meer (heimelijk gefilmde) personen, bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft verworven, vervaardigd en/of voorhanden heeft gehad;

ten aanzien van feit 4:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 december 2014 tot en met 15 juli 2015 te Maurik, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer personenauto's, te weten een Audi S5 (met oorspronkelijk kenteken [kenteken] ) en een Audi RS6 (met oorspronkelijk kenteken [kenteken] ), heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven en/of het voorhanden krijgen van die auto('s) wist(en), dat het (een) door diefstal, in elk geval (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

ten aanzien van feit 5:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 maart 2015 tot en met 15 juli 2015 te Nieuwegein (in één of meer kluis/kluizen in één of meer gehuurde opslagruimte(n) aan de [adres 1] ), althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(in (een kluis in) opslagruimte nr. 388 en/of (daarna) nr. 161:)

- 6 automatische geweren, merk/type Cz Vz58, kaliber 7.62x39mm, en/of

- 9 automatische geweren, merk/type Zastava M70AB2, kaliber 7.62x39mm, en/of

- 3 automatische geweren, merk/type Zastava M70B1, kaliber 7.62x39, en/of

- 1 automatisch geweer, merk/type MPi/AK-74N, kaliber 5.45x39mm, en/of

- 1 automatisch geweer, merk/type AIM/PM63, kaliber 7.62x39mm, en/of

- 1 machinepistool, merk/type Agram 2000, kaliber 9mm nato, en/of

- 2 machinepistolen, merk/type IMI Uzi, kaliber 9x19mm, en/of

- 1 machinepistool, merk/type Ag Strojnica Ero, kaliber 9x19mm, en/of

- 3 machinepistolen, merk/type Cz VZ61, kaliber 7.65 browning, en/of

- 4 machinepistolen, merk/type R9-Arms, kaliber 9x19mm, en/of

- 1 machinepistool, merk/type Cz Vz61, kaliber 7.65 browning, en/of

- 2 machinepistolen, merk/type Cz Vz61, kaliber 7.65, en/of

- 1 machinepistool, merk/type Imi Micro Uzi, kaliber 9mm para, en/of

- 11 pistolen, merk/type Glock 17, kaliber 9x19mm, en/of

- 3 pistolen, merk/type Glock 19, kaliber 9x19mm, en/of

- 13 pistolen, merk/type Glock 21, kaliber .45 acp, en/of

- 1 pistool, merk/type Glock 26, kaliber 9x19mm, en/of

- 1 pistool, merk/type Cz 75d, kaliber 9x19mm, en/of

- 2 pistolen, merk/type CZ 75, kaliber 9x19, en/of

- 1 pistool, merk/type CZ 75P-01, kaliber 9x19mm, en/of

- 1 pistool, merk/type Heckler & Koch Usp, kaliber 9x19mm, en/of

- 1 pistool, merk/type Fn Browning, kaliber 9mm para, en/of

- 1 pistool merk/type FN Browning Baby, kaliber 6,35, en/of

- 4 pistolen, merk/type Dynamic Grand Powerk100, kaliber 9mm luger, en/of

- 2 pistolen, merk/type Star Firestar, kaliber 9x19mm, en/of

- 1 pistool, merk/type Astra A80 Para, kaliber 9mm, en/of

- 1 pistool, merk/type Feg p9r, kaliber 9mm, en/of

- 1 pistool, merk/type Norinco 1911 A1 .45 Aut , kaliber .45, en/of

- 1 revolver, merk/type Smith & Wesson Model 36, kaliber .38 special, en/of

- 5 revolvers, merk/type Izhevsk Nagant M1895, kaliber 7.62mm Nagant, en/of

- 1 revolver, merk/type Colt Python .357, kaliber .357, en/of

- 1 revolver, merk/type Velodog 5.5 Mm, kaliber 5.5mm, en/of

- 368 kogelpatronen, kaliber .45 Auto, en/of

- 1233 kogelpatronen, kaliber 9mm luger, en/of

- 50 kogelpatronen, kaliber .32 S&W L, en/of

- 830 kogelpatronen, kaliber 7.65 br., en/of

- 239 kogelpatronen, kaliber 9x19mm, en/of

- 50 kogelpatronen, kaliber .40 S&W, en/of

- 89 kogelpatronen, kaliber 5.56x45mm, en/of

- 26 kogelpatronen, kaliber .38 Special, en/of

- 348 kogelpatronen, kaliber .45 acp, en/of

- 3 kogelpatronen, kaliber .357 Magnum, en/of

- 764 kogelpatronen, kaliber 7.62x39mm, en/of

- 43 kogelpatronen, kaliber 7.62 Nagant, en/of

- 60 kogelpatronen, kaliber .45 acp/.45 Auto, en/of

- 72 kogelpatronen, kaliber .380 ACP, en/of

- 12 kogelpatronen, kaliber 9 mm Br. C., en/of

- 2 kogelpatronen, kaliber .380 Auto, en/of

- 47 kogelpatronen, kaliber 7.65mm, en/of

- 12 kogelpatronen, kaliber 5.5mm, en/of

- 12 geluidsdempers, en/of

- 3 patroonmagazijnen, merk onbekend, kaliber 7.62x39mm, en/of

- 7 patroonmagazijnen, merk onbekend, kaliber 7.65 Browning, en/of

- 7 patroonmagazijnen, merk Glock, kaliber .45acp, en/of

- 4 patroonmagazijnen, merk Glock, kaliber 9x19mm, en/of

- 1 patroonmagazijn, merk Agram, kaliber 9x19mm, en/of

- 1 patroonmagazijn, merk Cz, kaliber 7.62x39mm, en/of

- 1 patroonmagazijn, merk onbekend, kaliber 5.54x39mm, en/of

- 5 patroonmagazijnen, merk Glock, kaliber .45, en/of

- 2 elektrische slagpijpjes

en/of

(in (een kluis in) opslagruimte nr. 40:)

- 1 automatisch geweer, merk/type Orbis, MGV 176, kaliber .22lr, en/of

- 1 machinepistool, merk/type Cobray Imgram M11, kaliber 9x17mm, en/of

- 1 machinepistool, merk/type Agram 2000, kaliber 9mm nato, en/of

- 1 pistool, merk/type Kral Mini 6,35mm, kaliber 8mm knal, en/of

- 1 pistool, merk/type Imi Jericho 941f, kaliber .41AE, en/of

- 1 ( intacte) scherfhandgranaat, type M50 (met bijpassende P3-ontsteekinrichting), en/of

- 5 ( intacte) scherfhandgranaten, type M75 (met bijpassende P3-ontsteekinrichting), en/of

- 1 ( intacte) scherfhandgranaat, type M91 (met bijpassende P3-ontsteekinrichting), en/of

- 2 ( intacte) scherfhandgranaten, type M52 (met bijpassende P3-ontsteekinrichting), en/of

- 274 kogelpatronen, kaliber .22Lr, en/of

- 19 kogelpatronen, kaliber .357 Magnum, en/of

- 48 kogelpatronen, kaliber 9x19 mm, en/of

- 19 kogelpatronen, kaliber 9mm Luger, en/of

- 25 kogelpatronen, kaliber 9x17mm, en/of

- 2 kogelpatronen, kaliber 8mm, en/of

- 4 geluiddempers, en/of

- 3 patroonmagazijnen, merk Baretta, kaliber 9x19mm, en/of

- 1 patroonmagazijnen, merk Sfinx, kaliber 9x19mm, en/of

- 3 patroonmagazijnen, merk onbekend, kaliber 9x19mm, en/of

- 2 patroonmagazijnen,

voorhanden heeft gehad;

ten aanzien van feit 6:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 november 2014 tot en met 15 juli 2015 te Wijk bij Duurstede en/of te Nieuwegein en/of (elders) in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit hem, verdachte, en/of [verdachte 1] en/of [verdachte 2] en/of [verdachte 6] en/of [verdachte 9] en/of [verdachte 4] en/of [verdachte 7] en/of [verdachte 5] en/of [verdachte 8] en/of een of meer anderen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten (in elk geval / onder meer):

- opzetheling (als bedoeld in artikel 416 Wetboek van Strafrecht) en/of

- witwassen (als bedoeld in artikel 420bis Wetboek van Strafrecht) en/of

- handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, en/of artikel 31, eerste lid, Wet wapens en munitie, en/of,

- ter voorbereiding van moord (als bedoeld in artikel 289 Wetboek van Strafrecht) en/of diefstal met geweld (als bedoeld in artikel 312 Wetboek van Strafrecht) en/of afpersing (als bedoeld in artikel 317 Wetboek van Strafrecht) en/of opzettelijke brandstichting en/of het opzettelijk teweeg brengen van een ontploffing (als bedoeld in artikel 157 Wetboek van

Strafrecht), in elk geval een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, opzettelijk voorwerpen en/of stoffen en/of informatiedragers en/of vervoermiddelen, bestemd tot het begaan van dat/die misdrijf/misdrijven, verwerven en/of vervaardigen en/of voorhanden hebben.

(Zaak B)

hij of omstreeks 1 november 2014 te Nieuwegein, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een wapen van categorie III, te weten een pistool (merk: Glock, model 19, kaliber 9x19mm) en/of munitie van categorie III, te weten een scherpe volmantelpatroon (merk: Sellier&Bellot, kaliber 9 mm) en/of 12 scherpe deelmantelpatronen (merk: CBC, kaliber 9mm Luger), voorhanden heeft gehad.

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Proces-verbaal bevindingen ‘straattaal en bijnamen’ (rubriek B, deel 3, p. 1170)

3 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 3] (rubriek F, deel 2, p. 324-340)

4 HR NJ 2008, 72

5 Bv. HR NJ 1998, 225

6 HR NJ 2008, 72

7 Bv NJ 2007, 336

8 Processen-verbaal bevindingen ‘notitieboekje’ (rubriek G, deel 1, p. 63-71 en p. 113-207)

9 Processen-verbaal bevindingen (rubriek B, deel 3, p. 1172 en deel 4 p. 1612 ev)

10 Proces-verbaal van identificatie (rubriek B, deel 2, p. 838 ev) proces-verbaal OVC Megane 11 juni 2015, rubriek E, deel 2, p. 425: [verdachte 8] noemt [verdachte 7] [bijnaam verdachte 7]

11 Proces-verbaal BOB-dossier, p. 2314

12 Processen-verbaal bevindingen (rubriek G, deel 2, p. 686 ev PGP [verdachte 6] ; deel 3, p. 1274 ev PGP [verdachte 2] en deel 3, p. 1371 ev PGP [verdachte 8] )

13 Bv Rubriek E, OVC Volkswagen Golf, p. 372 ev

14 Rubriek G, p. 1371 ev

15 Proces-verbaal bevindingen ‘notitieboekje’ (rubriek G, deel 1, p. 204)

16 Proces-verbaal bevindingen (rubriek G, deel 1, p. 130)

17 Proces-verbaal zaaksdossier criminele organisatie, ZD-04, p.32; proces-verbaal bevindingen PGP [verdachte 6] (rubriek G, deel 2, p. 688: over naam van de waggie)

18 Bv Proces-verbaal bevindingen (rubriek B, deel 4, p. 1393 ev [getuige 3] )

19 Bv processen-verbaal bevindingen (rubriek B, deel 4, p. 1380 ev [getuige 2] en [naam 4] ; rubriek G, deel 2, p. 366 ev [getuige 1] ; rubriek G, deel 1, p. 244 ev en rubriek B, deel 2, p. 700 ev [naam 5] )

20 Proces-verbaal bevindingen (rubriek G, deel 1, p. 133)

21 Proces-verbaal bevindingen (rubriek B, deel 3, p. 1169)

22 Requisitoir pag. 65-66

23 Proces –verbaal OVC Volkswagen Golf (rubriek E, p. 372 ev)

24 Proces-verbaal OVC Fiat Punto (rubriek E, p. 70-71)

25 Proces-verbaal OVC Renault Megane (rubriek E, p. 141-142)

26 Bv AG Vegter, rvo 10-11: ECLI:NL:PHR:2016:715

27 Requisitoir p. 34