Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2016:7781

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
28-11-2016
Datum publicatie
29-11-2016
Zaaknummer
13/997011-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Onderzoek koper; Professionele criminele organisatie. Vrijspraak wapenbezit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/997011-16 (Promis)

Datum uitspraak: 28 november 2016

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,

ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres [adres] , [woonplaats] , thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [naam PI] , [plaats PI] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 22 september 2016, 23 september 2016, 26 september 2016, 29 september 2016, 30 september 2016, 3 oktober 2016, 4 oktober 2016, 10 oktober 2016 en 21 november 2016.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officieren van justitie, mr. J. Plooij en H.J. Mous (hierna gezamenlijk: de officier van justitie), en van wat de raadsvrouw van verdachte, mr. I.N. Weski, naar voren heeft gebracht.

Het onderzoek Koper richt zich op de volgende verdachten: [verdachte 1] , [verdachte 2] , [verdachte 3] , [verdachte 4] , [verdachte 5] , [verdachte 6] , [verdachte 7] , [verdachte] , [verdachte 8] en [verdachte 9] .

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is – na wijziging ter terechtzitting van 21 juni 2016 - kort gezegd het volgende tenlastegelegd:

ten aanzien van feit 1:

medeplegen van het voorhanden hebben van een groot aantal wapens, munitie, patroonmagazijnen, handgranaten en geluiddempers in de periode van 1 maart 2015 tot en met 15 juli 2015 te Nieuwegein;

ten aanzien van feit 2:

deelname aan een organisatie in de periode van 1 april 2015 tot en met 15 juli 2015 te Vleuten en/of Nieuwegein en/of (elders) in Nederland, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, waaronder opzetheling, witwassen, handelen in strijd met de Wet wapens en munitie, voorbereiding van moord, diefstal met geweld, afpersing en/of opzettelijke brandstichting;

ten aanzien van feit 3:

medeplegen van het voorhanden hebben van een pistool en 10 kogelpatronen op 17 februari 2016 te Vleuten;

ten aanzien van feit 4:

op 17 februari 2016 te Vleuten opzettelijk aanwezig hebben van 98 gram hasjiesj.

De tekst van de integrale tenlastelegging is opgenomen in bijlage I die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

3 Voorvragen

Ontvankelijkheid van de officier van justitie

De verdediging heeft de rechtbank verzocht het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren in de vervolging van verdachte. Het Openbaar Ministerie heeft haar zorgplicht jegens verdachte verzuimd door mee te werken aan het ontstaan van een mediahetze, waardoor het recht van verdachte op privacy en een eerlijk proces onherstelbaar is geschonden.

De rechtbank verwerpt het verweer, omdat het feitelijke grondslag mist. Weliswaar heeft het onderzoek Koper veel aandacht getrokken in de media, hetgeen gelet op de aard en de omvang van de zaak niet onbegrijpelijk is, maar uit niets blijkt dat die media-aandacht zich concreet op verdachte heeft gericht. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Verder is de dagvaarding geldig, is deze rechtbank bevoegd tot kennisneming van de tenlastegelegde feiten en zijn er geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Inleiding

In het onderzoek Koper zijn in Maurik twee gestolen snelle auto’s aangetroffen: een Audi S5 en een Audi RS6, beide voorzien van valse kentekenplaten. In de Audi RS6 lagen twee petflessen met benzine. Verder is in Nieuwegein in [naam opslag] een groot aantal vuurwapens - waaronder automatische - aangetroffen, alsmede handgranaten, patroonhouders, geluiddempers, slagpijpjes, ontstekers, veel munitie, kogelwerende vesten en handschoenen. Bij doorzoekingen in Utrecht en omstreken zijn verder bakensets en SD-kaartjes met filmbeelden van heimelijk gefilmde personen (onder wie de later doodgeschoten getuigen [getuige 1] en [getuige 2] ) en telefoons, waaronder zogenaamde PGP-telefoons, aangetroffen.

Tijdens het onderzoek is onder meer gebleken dat [verdachte 5] , [verdachte 6] en [verdachte 7] hebben geschoten met (automatische) vuurwapens op een afgelegen plek - door de officier van justitie aangeduid als proefschieten. De gestolen auto’s werden voorzien van brandstof en een nieuwe accu (rijklaar maken). Er is een peilbaken geplaatst onder een huurauto, in gebruik bij getuige [getuige 3] . In diverse afgeluisterde gesprekken wordt gesproken over schieten, ijzers (de rechtbank begrijpt: vuurwapens1,2), waarbij onder andere wordt gezegd: “hitman at your service”, “hun komen en doen dang dang, kom pang…pfft split. Hup deze in de fik, hup ijzer, doe je de volgende, pang split” “2 vesten (…) 2 PG tjes (…) Het gaat om ijzers, als ie tegen ons zegt ga die kant snel dingen klaarleggen, bam binnen tien minuten hebben we die dinges klaar.” [getuige 3] heeft verklaard – zakelijk weergegeven – dat niet naar hem, maar naar [naam 1] werd gezocht, kennelijk met het doel hem te vermoorden.3

4.2

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

Het onder 1 tenlastegelegde voorhanden hebben van het wapenarsenaal in Nieuwegein kan niet worden bewezen. Verdachte is nooit bij de opslagboxen gezien. Op een plastic tas in een tas met daarin wapens en munitie in de kluis in box 40 is een vingerafdruk aangetroffen, die zeer waarschijnlijk van verdachte afkomstig is. In de box werd ook een envelop aangetroffen met daarop de naam van de vriendin van verdachte. Ondanks deze omstandigheden en ondanks de belastende PGP-communicatie over ijzers, waaraan verdachte heeft deelgenomen, dient hij van het voorhanden hebben van het wapenarsenaal in Nieuwegein te worden vrijgesproken.

De onder 2 tenlastegelegde deelname aan een criminele organisatie kan worden bewezen. Uit het dossier komt een groep mannen naar voren, van wie een aantal al lang met elkaar is bevriend. Uit politieregistraties blijkt dat verdachte, [verdachte 1] , [verdachte 2] , [verdachte 7] , [verdachte 9] , [verdachte 5] en [verdachte 6] in wisselende samenstelling meermalen zijn aangehouden of gecontroleerd. Ook in de PGP-telefoons, die kennelijk slechts criminele doeleinden dienden, is een aantal verdachten, onder wie verdachte, met elkaar verbonden. Verdachte kan tot de inner circle van de criminele organisatie worden gerekend. Hij houdt zich weliswaar wat meer op de achtergrond, maar hij is iemand met invloed. Dit blijkt onder andere uit het OVC-gesprek op 13 juni 2015 - waaraan verdachte blijkens een voldoende gemotiveerde stemherkenning deelneemt - met betrekking tot de verplaatsing van de wapens. Het blijkt ook uit de PGP-berichten, waarmee de leden hun onderlinge communicatie afschermden, over de verkoop van één van de werkauto’s en de bemoeienis met een conflict dat [verdachte 7] met geweld wilde beslechten. Kennelijk is verdachte er ook van op de hoogte dat er een politieonderzoek naar hen loopt waar hij de rest voor waarschuwt. Ook in de administratie zijn verbindingen tussen de verdachten te zien. Immers bevat zij uitgaven door of ten behoeve van deelnemers aan de organisatie. Gewezen zij op [bijnaam verdachte] en [bijnaam verdachte 8] waarvan het aannemelijk is dat het om verdachte en [verdachte 8] gaat. Dit wordt immers bevestigd door gesprekken waaraan ze deelnemen en waarin zij ook wel bij naam worden genoemd, en door gedragingen die tevens overeenkomen met voornoemde administratie. Tot slot kan verdachte worden gelinkt aan box 40 van [naam opslag] via de envelop voor zijn vriendin.

Voorts kunnen op grond van de inhoud van het dossier feit 3 en feit 4 worden bewezen.

4.3

Het standpunt van de verdediging

Verdachte dient van feit 1 te worden vrijgesproken nu niet kan worden bewezen dat hij wetenschap had van en beschikkingsmacht had over de wapens en de munitie in [naam opslag] . Verdachte is niet op camerabeelden gezien in de buurt van de boxen. Hij is daar nooit geweest en hij heeft nooit met anderen gesproken over de boxen en de wapens die daar lagen. Het dactyloscopisch spoor dat is aangetroffen op een plastic tas, zijnde een verplaatsbaar object, waarvan niet kan worden vastgesteld dat dit van verdachte is, is onvoldoende voor een bewezenverklaring. Verder blijkt uit de gesprekken en berichten die ten onrechte aan verdachte worden toegeschreven geen wetenschap dan wel beschikkingsmacht ten aanzien van de wapens. De gesprekken worden ten onrechte aan hem toegeschreven, omdat de stemherkenning die is gedaan door een verbalisant wetenschappelijk en juridisch niet betrouwbaar is. Dat maakt de herkenning ongeloofwaardig, mede nu die ook niet controleerbaar is. Dit geldt te meer nu het NFI heeft geconcludeerd dat zij de stemmen niet uit elkaar kon houden, terwijl de verbalisant kennelijk wel in staat is geweest de stem van verdachte te herkennen. Gesprekken die aan verdachte worden toegeschreven, dienen derhalve te worden uitgesloten van het bewijs. Dit geldt ook voor de PGP-berichten die aan verdachte worden toegeschreven. Verdachte heeft stellig ontkend dat hij [bijnaam verdachte] of iets wat daarop lijkt, wordt genoemd.

Verdachte dient ook van feit 2 te worden vrijgesproken. Uit het dossier blijkt slechts dat verdachte met een aantal medeverdachten contact heeft gehad, omdat hij ze kent van vroeger. Dit betekent nog niet dat hij een criminele organisatie met hen in enigerlei gestructureerde duurzame zin heeft gevormd. Verdachte heeft geen aandeel in een organisatie gehad en heeft op geen enkele wijze gedragingen ondersteund die strekten tot of rechtstreeks verband hielden met het verwezenlijken van enig oogmerk dat zou zien op het plegen van misdrijven. De berichten die zijn verzonden door [bijnaam verdachte] , [bijnaam 1] of [bijnaam 2] worden, zoals eerder besproken, ten onrechte aan verdachte toegeschreven, maar zelfs al zouden deze berichten door verdachte zijn verstuurd, dan kan daar niet het lidmaatschap aan een criminele organisatie uit blijken. Uit deze berichten blijkt niet dat sprake is van een gezamenlijk oogmerk op het plegen van misdrijven, dat een hiërarchie heeft bestaan, dat afspraken bestonden tussen vermeende leden of dat het vermeende samenwerkingsverband al langere tijd of überhaupt bestond.

Ten aanzien van feit 3 en feit 4 geldt het volgende. Op het moment dat verdachte werd aangehouden in zijn woning, bestond voor die aanhouding en de doorzoeking geen redelijk vermoeden van schuld. Hierdoor is sprake van een onherstelbaar vormverzuim in het voorbereidend onderzoek in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering met als gevolg dat ten aanzien van verdachte een belangrijk rechtsbeginsel is geschonden, namelijk de bescherming van de huisvrede en het privéleven. Verdachte heeft door deze schending nadeel ondervonden en daarom dient het bewijsmateriaal dat na de schending is verkregen te worden uitgesloten van het bewijs, waardoor vrijspraak moet volgen van het onder 3 en 4 tenlastegelegde. Ook als het aangetroffen pistool en de munitie zoals onder 3 is tenlastegelegd, niet worden uitgesloten van het bewijs, dient verdachte te worden vrijgesproken nu de vingerafdrukken van verdachte op het wapen niet kunnen leiden tot de conclusie dat hij hier op dat moment ook wetenschap van had en beschikkingsmacht over had.

4.4

Het oordeel van de rechtbank

4.4.1

Wapens (feit 1)

De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsvrouw van oordeel dat niet kan worden bewezen dat verdachte de aangetroffen wapens en munitie in [naam opslag] al dan niet in vereniging met anderen voorhanden heeft gehad. Het dactyloscopisch spoor dat is aangetroffen op een plastic tas in één van de boxen met wapens, en dat volgens het NFI zeer waarschijnlijk afkomstig is van verdachte, is daartoe niet voldoende. Nu het dossier voor het overige geen gegevens bevat die verdachte rechtstreeks verbinden aan het wapenarsenaal in Nieuwegein, zal hij van dit feit worden vrijgesproken.

4.4.2

Criminele organisatie (feit 2)

Onder organisatie, als bedoeld in artikel 140 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht wordt verstaan een samenwerkingsverband van tenminste twee personen met een zekere duurzaamheid en structuur.4 Voor deelneming aan een dergelijke organisatie is in het algemeen vereist dat de verdachte tot deze organisatie behoort en dat de verdachte een aandeel heeft in, dan wel ondersteunt gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met, de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie.5 Niet is vereist dat komt vast te staan dat verdachte heeft samengewerkt, althans bekend is geweest met alle personen die deel uitmaken van de organisatie.6 Evenmin is vereist dat verdachte wetenschap heeft van een of meer concrete misdrijven.7

Gelet op de bewijsmiddelen en op wat hierna wordt overwogen, acht de rechtbank bewezen dat verdachte in de tenlastegelegde periode heeft deelgenomen aan een criminele organisatie.

Duurzaamheid en structuur

Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting komt een beeld naar voren van een samenwerkingsverband van een aantal personen, uit de omgeving van Utrecht/Nieuwegein dat zich gedurende geruime tijd heeft beziggehouden met meerdere vormen van criminaliteit.

Hierbij wordt naast de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen ten aanzien van de deelname aan de criminele organisatie in het bijzonder nog gewezen op de zogenoemde administratie die bij [verdachte 9] is aangetroffen8 en aan hem wordt toegeschreven. Deze administratie bestrijkt een periode van anderhalf jaar, waarin chronologisch en op gedetailleerde wijze de inkomsten en uitgaven van allerlei transacties van de organisatie zijn bijgehouden. De administratie getuigt van een zeer actieve, professionele en goed gestructureerde bedrijfsvoering, met een omvang van ongeveer negentien miljoen euro gedurende die periode. Ook al is handel in verdovende middelen niet expliciet als oogmerk in de tenlastelegging vermeld, opvallend is wel het uitgebreide deel van de boekhouding dat hierop lijkt te zijn gericht. In de administratie zijn verder veel posten vermeld die overeenkomen met bevindingen van de politie. Dit gaat onder meer over uitgaven voor opslag, betalingen voor kluizen, een Audi S5 die wordt gekocht voor € 3.500,-, een betaling voor werk aan twee “werkauto’s”, € 7.000,- voor de aankoop van twee trackers, betalingen voor het “sweapen van twee waggies” en voor “sweapen huis”. Er staan betalingen aan spotters vermeld, alsook de bijkomende kosten voor huurauto’s ten behoeve van het spotten, en aantekeningen over jammers. Het boekje behelst veel vermeldingen over “ijzers” (vuurwapens). Op een los blaadje staat dat er vuurwapens (3x AK met maga; 1 x Scorpio) zijn ontvangen. Ook wordt geld ontvangen van en uitgegeven aan (onder meer voor “ijzer”) [verdachte 8] (“ [bijnaam verdachte 8] ”)9 en verdachte (“ [bijnaam verdachte] ”).10 Anders dan de raadsvrouw is de rechtbank op grond van de processen-verbaal omtrent de naam “ [bijnaam verdachte] ” alsmede het OVC-gesprek (E OVC Megane 425) van oordeel dat met “ [bijnaam verdachte] ” verdachte wordt bedoeld. Evenmin twijfelt de rechtbank aan de stemherkenning die is gedaan door de politie, met name niet nu verbalisant 229 uitvoerig uit de doeken doet waarop die stemherkenning is gebaseerd en verdachte zelf niet heeft betwist dat hij heeft deelgenomen aan de aan hem toegeschreven gesprekken. De administratie beslaat een langere periode dan tenlastegelegd. In deze administratie worden ook andere (bij)namen genoemd dan die van verdachten, zodat kan worden aangenomen dat ook anderen dan verdachte en medeverdachten hebben deelgenomen aan de organisatie.

Verder wordt gewezen op de onderlinge communicatie via versleuteld berichtenverkeer. Bij alle verdachten zijn één of meerdere zogenaamde PGP-telefoons aangetroffen.11 Enkele van deze telefoons zijn “gekraakt” door het NFI. Uit dit berichtenverkeer12 blijkt dat over al dan niet misdadige zaken wordt gecommuniceerd. Verdachten hebben geen verklaring willen geven over deze communicatie of waarom zij van een dergelijke dure en versleutelde communicatievorm gebruik wensten te maken. Overigens hebben verdachten zich jegens de politie en de rechtbank geheel of grotendeels op hun zwijgrecht beroepen - zelfs op ogenschijnlijk onschuldige vragen als wie wie kent - wat de rechtbank sterkt in haar oordeel dat van een crimineel samenwerkingsverband sprake is geweest, nu verdachten onderlinge communicatie kennelijk geheim wensen te houden, terwijl zij in het openbaar niet wensen te communiceren over het verwijt dat hun wordt gemaakt.

Er was dan ook sprake van een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband.

Oogmerk

De organisatie beschikte over twee gestolen voertuigen en een arsenaal van (vuur)wapens, waarmee het tenlastegelegde oogmerk tot opzetheling en handelen in strijd met artikel 26 van de Wet wapens en munitie is gegeven.

Uit OVC-gesprekken13, de gekraakte PGP-telefoon van [verdachte 8]14, de administratie waaruit blijkt dat op 9 juli 2015 € 94.500,- uitging naar Ennetcom (een leverancier van PGP-telefoons)/Junior15, alsmede de negentig bij [verdachte 5] aangetroffen PGP-toestellen16, die volgens een afgeluisterd gesprek ongeveer € 1.000,- per stuk kosten, leidt de rechtbank af dat de organisatie een handel in PGP-telefoons - al dan niet met bijbehorend netwerk - aan het opzetten was, waartoe reeds een investering was gedaan. Het met deze investering - die in de boekhouding van de organisatie is opgenomen - gemoeide geld kan niet anders dan van misdrijf afkomstig zijn. Immers, verdachten hebben aan de criminele organisatie deelgenomen, niet is gebleken dat deze organisatie legale inkomsten heeft gehad, terwijl het de verdachten ook aan voldoende legale inkomsten ontbreekt om een dergelijke investering te doen. Verdachten hebben geen van allen een verifieerbare, op voorhand niet onaannemelijke verklaring gegeven voor de herkomst van deze investering. Door de opbrengsten van illegale praktijken aan te wenden voor de investering in een op het eerste gezicht legale handel, kan worden vastgesteld dat witwassen eveneens een oogmerk van de organisatie is geweest.

Ten slotte is tenlastegelegd dat de organisatie tot oogmerk had het voorbereiden van moord, brandstichting en/of diefstal met geweld/afpersing. Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat van dit laatste oogmerk (diefstal met geweld en/of afpersing) niet is gebleken.

Uit het dossier komt het beeld naar voren van een bende die beschikte over twee snelle gestolen auto’s met valse kentekenplaten, waarvan één voorzien was van petflessen met benzine, en een arsenaal aan (automatische) wapens, waaronder Kalasjnikovs. De bende hield zich bezig met het nagaan van de gangen van bepaalde mensen door ze, vanuit op andermans naam gehuurde auto’s17 met behulp van peilbakens te volgen18 en ze heimelijk te filmen.19 In de administratie wordt gewag gemaakt van de kosten die deze “spotters” maken (camera’s, huurwagens, trackers/peilbakens). Daarnaast wordt op diverse momenten gesproken over het doodschieten van mensen, zoals hiervoor weergegeven. Ten slotte wordt gewezen op de post in de administratie op 1 december 2014, waarin honderdduizend euro uitgaat aan “Hitter”.20 Verdachten hebben de stelling van politie en justitie dat met deze term een moordenaar wordt bedoeld21 niet kunnen of willen ontkrachten. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de organisatie tevens tot oogmerk had het plegen van liquidaties, die bestaan uit het vermoorden van één of meer personen, waarna de auto die daarbij wordt gebruikt tijdens de vlucht in brand wordt gestoken teneinde sporen te wissen. Bij een dergelijke autobrand, die veelal heftig en uitslaand is, is bijna per definitie gemeen gevaar voor goederen te duchten.

Het tenlastegelegde oogmerk op het voorbereiden van liquidaties komt de rechtbank onlogisch voor. Voorbereiding (artikel 46 Sr) komt na artikel 45 Sr (poging) en is in het leven geroepen om niet gerealiseerde misdrijven, die om andere redenen dan een vrijwillige terugtred, nog niet tot een begin van een uitvoering zijn gekomen toch strafbaar te kunnen stellen. Het is moeilijk voorstelbaar dat het oogmerk van een criminele organisatie is gericht op onvoltooide misdrijven. Waar de officier van justitie de verdachten ziet als de “afdeling werkvoorbereiding” verliest hij uit het oog dat deze afdeling deel uitmaakt van de organisatie die liquidaties zelf op het oog heeft. Daarnaast levert de verweten voorbereiding (opsporen en/of observeren van beoogde slachtoffers, wapens en auto’s met petflessen met benzine leveren) telkens een deelnemingsvorm aan de liquidatie zelf op. Voor het bestaan van een criminele organisatie is ten slotte niet vereist dat de deelnemers aan de organisatie de misdrijven zelf plegen.

Bij requisitoir heeft de officier van justitie nog schriftelijk toegelicht22 dat, indien de rechtbank dit oordeel zou vellen, ook kan worden geconcludeerd dat de organisatie het oogmerk had op de gronddelicten zelf. Op dit (subsidiaire) standpunt is door de verdediging geen verweer gevoerd. De rechtbank is dan ook van oordeel dat van denaturering van de tenlastelegging geen sprake is indien zij bewezen acht dat de organisatie ook moord en brandstichting tot oogmerk heeft gehad.

Deelneming/rol van verdachte

Ofschoon verdachte pas later – en minder prominent - in beeld komt dan andere verdachten, kent de rechtbank hem een centrale rol binnen de organisatie toe. Hij is op 27 april 2015 samen met [verdachte 6] en [verdachte 9] in een auto gecontroleerd.23 Een aan zijn vriendin gerichte envelop wordt gevonden in box 40 van [naam opslag]24, waar later wapens worden aangetroffen. Hij spreekt met [verdachte 5] en [verdachte 8] over de verplaatsing van wapens door [verdachte 7] en [verdachte 6] op 13 juni 2015. Hij is de “ [bijnaam verdachte] ” die in het dossier voorkomt en die in de PGP-communicatie aangetroffen in het toestel van [verdachte 7] intervenieert, wanneer [verdachte 7] [verdachte 8] om een vuurwapen vraagt in verband met de verkoop van een gestolen auto. Kennelijk heeft verdachte binnen de organisatie de positie om anderen iets te verbieden. Hij komt onder de naam “ [bijnaam verdachte] ” ook vaak voor in de administratie die bij [verdachte 9] is aangetroffen. Verdachte spreekt met [verdachte 8] over de op te zetten handel in PGP-telefoons.25 Ook is een aan verdachte toe te schrijven vingerafdruk gevonden op een plastic zak uit box 40. Verder beschikte verdachte bij zijn aanhouding over een doorgeladen vuurwapen en een PGP-telefoon. Verdachte heeft geen enkele uitleg over deze belastende aanwijzingen willen geven. Ten slotte wordt bij [verdachte 2] een PGP-telefoon aangetroffen waarin berichten zijn aangetroffen waaruit de rechtbank afleidt dat [verdachte 2] op 2 februari 2016 aan het “spotten” was in Amersfoort en hierover contact had met verdachte (onder de naam “ [bijnaam 2] ”).26 Ofschoon dit buiten de tenlastegelegde periode valt, sterkt het de rechtbank in haar overtuiging dat verdachte een centrale rol binnen de organisatie heeft vervuld.

4.4.3

Voorhanden hebben pistool en hasjiesj (feit 3 en feit 4)

Op grond van de bewijsmiddelen die in bijlage II zijn vervat, is de rechtbank van oordeel dat kan worden bewezen dat verdachte een pistool en munitie voorhanden heeft gehad en hasjiesj aanwezig heeft gehad. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

Het verweer van de raadsvrouw tot bewijsuitsluiting vanwege een vermeend onrechtmatige aanhouding en daarop volgende doorzoeking wordt verworpen. De rechtbank is van oordeel dat een meer dan redelijk vermoeden van schuld bestond op het moment van aanhouding van verdachte wegens overtreding van de Wet wapens en munitie, en dat de doorzoeking van de woning van verdachte, waarvoor een bevel was afgegeven, in het kader daarvan rechtmatig was.

Ten tijde van de aanhouding vormden de volgende, bij de politie bekende feiten en omstandigheden, voldoende grond voor zowel de aanhouding als de doorzoeking. Op 15 juli 2015 is het wapenarsenaal in twee boxen in Nieuwegein aangetroffen. In een tas gevuld met wapens en munitie bevond zich een plastic tasje waarop een dactyloscopisch spoor werd aangetroffen, waarvan verdachte niet als donor kon worden uitgesloten. Tijdens een inkijk in één van de boxen op 22 mei 2015 werd een envelop, gericht aan de vriendin van verdachte, aangetroffen. Uit onderzoek in de politiesystemen bleek dat verdachte in 2011 en 2012 bij een viertal controles in een auto samen met [verdachte 8] is aangetroffen, en dat hij op 27 april 2015 samen met [verdachte 6] en [verdachte 9] is gecontroleerd. Uit bakengegevens van voertuigen in gebruik bij de medeverdachten is voorts gebleken dat diverse van deze voertuigen meermaals op het adres [adres] te [plaats] zijn geweest, bij de woning van verdachte, en daar ook hebben stilgestaan. Ook blijkt uit OVC- en plaatsbepalingsapparatuur dat [verdachte 5] op 13 juni 2015 twee mannen heeft opgepikt aan de [adres 1] te [plaats] . Dit is volgens de Basisregistratie personen een vroeger woonadres van verdachte. Op dit adres staan de ouders van verdachte en zijn broer ingeschreven. Voordat de auto is gaan rijden vond een gesprekje plaats tussen [onbekende naam] en [verdachte 5] . Tijdens dit gesprek werd onder andere gezegd dat de ijzers 'daar' weg moeten. Dit werd beaamd door [onbekende naam] , die daar aan toevoegde dat dit vandaag zou gaan gebeuren. Diezelfde dag is ook daadwerkelijk waargenomen dat [verdachte 6] en [verdachte 7] wapens vanuit de [adres 1] naar [naam opslag] vervoeren. [onbekende naam] is waarschijnlijk verdachte.

Gelet op het bovenstaande heeft zich geen vormverzuim voorgedaan in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering en is er geen reden voor bewijsuitsluiting. Het verweer van de raadsvrouw wordt verworpen.

Als resultaat van de doorzoeking van de woning van verdachte is op de tafel in de woonkamer het pistool aangetroffen - met daarop DNA-materiaal van verdachte - als ook munitie (feit 3). Het aantreffen van zijn DNA-spoor op dit wapen impliceert dat verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van het wapen. De andere in de woning aanwezige persoon, [naam persoon] , heeft ontkend dat het wapen van hem was. Hoewel het op de weg van verdachte had gelegen een verklaring te geven voor de aanwezigheid van zijn lichaamsspoor op het wapen, heeft hij dit nagelaten. Gelet op de omstandigheden waaronder het wapen is aangetroffen is de rechtbank tevens van oordeel dat verdachte beschikkingsmacht had over het wapen met bijbehorende munitie, zodat bewezen wordt verklaard dat verdachte dit wapen en de munitie voorhanden heeft gehad.

Tijdens de insluitingsfouillering is in de jaszak van verdachte hasjiesj aangetroffen (feit 4). De rechtbank is van oordeel dat dit feit kan worden bewezen op grond van de bewijsmiddelen die in bijlage II zijn vervat.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat verdachte

ten aanzien van feit 2:

in de periode van 1 april 2015 tot en met 15 juli 2015 in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit hem, verdachte, en [verdachte 2] , [verdachte 7] , [verdachte 9] , [verdachte 4] , [verdachte 5] , [verdachte 8] , [verdachte 6] en anderen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten:

- opzetheling als bedoeld in artikel 416 Wetboek van Strafrecht en

- witwassen als bedoeld in artikel 420bis Wetboek van Strafrecht en

- handelen in strijd met artikel 26, eerste lid Wet wapens en munitie en

- moord als bedoeld in artikel 289 Wetboek van Strafrecht en opzettelijke brandstichting en het opzettelijk teweeg brengen van een ontploffing als bedoeld in artikel 157 Wetboek van Strafrecht;

ten aanzien van feit 3:

op 17 februari 2016 te Vleuten, een vuurwapen van categorie III, te weten een pistool, merk Glock, kaliber 9x19 mm, en munitie van categorie III, te weten 10 kogelpatronen, kaliber 9x19mm, voorhanden heeft gehad;

ten aanzien van feit 4:

op 17 februari 2016 te Vleuten, opzettelijk aanwezig heeft gehad 98 gram hasjiesj.

6 De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7. De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en de maatregel

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door hem onder 2, 3 en 4 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, met aftrek van voorarrest. De inbeslaggenomen voorwerpen genoemd onder de nummers 3, 4 en 5 op de beslaglijst dienen te worden onttrokken aan het verkeer. De voorwerpen genoemd onder de nummers 13, 15 en 16 op de beslaglijst dienen te worden verbeurdverklaard. Het inbeslaggenomen geld genoemd onder de nummers 1 en 2 op de beslaglijst dient aan verdachte te worden teruggegeven.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit dat aan verdachte in elk geval geen langere gevangenisstraf wordt opgelegd dan reeds in voorarrest doorgebracht. Verdachte heeft een gezin en een bedrijf. Hij heeft geen strafblad. Hij heeft zich als gevolg van alle media-aandacht niet vrij gevoeld ter zitting te verschijnen. Dit alles moet in voor hem gunstige zin meewegen bij het bepalen van een eventuele strafmaat. Voorts is sprake geweest van onherstelbare vormverzuimen die, zo zij niet hebben geleid tot niet-ontvankelijkverklaring of bewijsuitsluiting, tot een lagere straf moeten leiden.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon en de draagkracht van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.


De rechtbank acht bewezen dat verdachte heeft deelgenomen aan een organisatie die tot oogmerk had het plegen van misdrijven waaronder moord, brandstichting en handelen in strijd met artikel 26 van de Wet wapens en munitie. Ook heeft hij op de dag van zijn aanhouding een pistool met munitie en hasjiesj voorhanden gehad.

Het deelnemen aan een criminele organisatie is een delict dat de openbare orde raakt. De strafwaardigheid van deelneming aan een criminele organisatie wordt enerzijds bepaald door de organisatiegraad en het ontwrichtende karakter daarvan voor de openbare orde, maar anderzijds ook door de aard van de misdrijven die worden beoogd. Deze organisatie was een duurzaam en goed georganiseerd samenwerkingsverband, zoals onder meer is gebleken uit de aangetroffen administratie. Deze administratie bestrijkt een periode van anderhalf jaar, tot de dag van de ontdekking van de wapenarsenaal. Gedurende deze periode is een breed scala aan activiteiten en transacties van de organisatie nauwkeurig en zeer gedetailleerd bijgehouden. De administratie geeft blijk van een omvangrijke, professionele en gestructureerde bedrijfsvoering van een zeer actieve organisatie, waarin in anderhalf jaar negentien miljoen euro omging. Opvallend zijn de daarin voorkomende kostenposten van de deelnemers zelf als zodanig benoemd: “spotter”, “hitter”, “junior spotter”. Het oogmerk van de organisatie bestond uit onder meer het plegen van moord, en het - kennelijk met het oog op het plegen van dit maar wellicht ook andere misdrijven - voorhanden hebben van een enorm wapenarsenaal. Moord is het ergste commune misdrijf dat ons Wetboek van Strafrecht kent, dit hoeft geen verder betoog.

Gelet op de combinatie van de ernst van het oogmerk (moord), het bedrijfsmatige en professionele karakter van de werkzaamheden en de hoge mate van activiteit van de organisatie, kan niet anders worden geconcludeerd dan dat het handelen van de organisatie tot een grote mate van ontwrichting voor de samenleving en de openbare orde leidt. Een ergere soort van criminele organisatie valt moeilijk te bedenken, en de rechtbank neemt de verdachte de deelname daaraan dan ook zeer kwalijk. De wetgever heeft deelneming aan een criminele organisatie bedreigd met een gevangenisstraf van maximaal zes jaren.

Verdachte is in het onderzoek Koper in een later stadium in beeld gekomen. Ten aanzien van hem is de deelname aan de criminele organisatie gedurende een relatief beperkt periode van drie maanden bewezen verklaard. Hij komt in de administratie voor als “ [bijnaam verdachte] ” in verband met wapens. Hij was in het bezit van een PGP-telefoon waarmee versleutelde berichten werden verzonden naar de andere deelnemers van de organisatie. Hij komt niet heel vaak voor in OVC-gesprekken of PGP-berichten, maar heeft wanneer hij wel communiceert - juist op die momenten waar het er op aan komt - een rol van grote betekenis. De rechtbank verwijst naar de PGP-berichten op 7 juli 2015 over de verkoop van de Audi aan “de vijand” en naar zijn sturende rol, waarbij hij medeverdachten min of meer beveelt om af te blijven van niet geplande acties, en om hun hersenen te gebruiken aangezien de politie ‘zwaar op ze zit’. Gelet op de aard van de organisatie en de rol van verdachte daarin en het thuis voorhanden hebben van een pistool met munitie, is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte een gevangenisstraf van langere duur dan door de officier van justitie geëist moet worden opgelegd. De rechtbank kwalificeert de aard van organisatie en de rol van verdachte daarin als uitermate ernstig en kennelijk als nog ernstiger dan de officier van justitie.

Verdachte is niet bij de inhoudelijke behandeling van zijn zaak ter zitting verschenen. De rechtbank heeft dan ook maar een beperkt beeld van de persoon van verdachte en zijn beweegredenen om deel te nemen aan de criminele organisatie en om thuis een pistool met munitie en hasjiesj voorhanden te hebben. Of hij het strafwaardige van zijn handelen inziet, kan de rechtbank niet vaststellen. Hij heeft er in elk geval geen blijk van gegeven. De rechtbank weegt dat ten nadele van verdachte mee bij het bepalen van de strafmaat.

Verdachte heeft van 17 februari 2016 tot heden voor deze zaak in voorarrest gezeten.

Blijkens het uittreksel Justitiële Documentatie van 9 september 2016 is verdachte geruime tijd geleden veroordeeld wegens gewelds- en vermogensdelicten. De laatste veroordeling dateert uit 2001. De rechtbank weegt dit zoveel jaar later niet ten nadele van verdachte mee.

Verdachte heeft een gezin en een bouwbedrijf. Dit zijn, anders dan door de verdediging betoogd, geen omstandigheden die ten voordele dan wel ten nadele van verdachte een rol van betekenis spelen.

De rechtbank is van oordeel, zoals blijkt uit hetgeen hiervoor onder rubriek 3 en 4.4.3 is overwogen, dat geen sprake is van een onherstelbaar vormverzuim zodat het strafmaatverweer op dit punt verder onbesproken kan blijven.

Alles overziende acht de rechtbank een gevangenisstraf van drie jaar met aftrek van voorarrest, passend en geboden.

Voor zover de raadsvrouw het verzoek heeft gedaan om de voorlopige hechtenis bij de einduitspraak op te heffen dan wel te schorsen, wordt dit verzoek gelet op voornoemde gevangenisstraf afgewezen.

8.4

Beslag

Onder verdachte zijn de volgende voorwerpen inbeslaggenomen:

1. euro (UT124.02.01.001)

2. 500 euro (UT124.02.02.001)

3. Glock 26 pistool (UT124.01.01.001)

4. Patroonhouder met 9 patronen (UT124.01.01.002)

5. Patroon (UT124.01.01.003)

13. Blackberry telefoon (UT124.02.08.002)

15. Blackberry telefoon (UT124.08.01.001)

16. Blackberry telefoon (UT124.01.02.002)

Verbeurdverklaring

De voorwerpen genoemd onder de nummers 13, 15 en 16 op de beslaglijst behoren aan verdachte toe. Nu met behulp van die voorwerpen het onder feit 2 bewezen geachte is begaan, worden deze voorwerpen verbeurd verklaard.

Onttrekking aan het verkeer

Nu met betrekking tot de voorwerpen genoemd onder de nummers 3, 4 en 5 op de beslaglijst het onder 3 bewezen geachte is begaan en zij van zodanige aard zijn, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang, worden deze voorwerpen onttrokken aan het verkeer.

Teruggave aan verdachte

De rechtbank beveelt de teruggave van de voorwerpen genoemd onder de nummers 1 en 2 van de beslaglijst aan verdachte.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen en maatregel zijn gegrond op de artikelen 33, 33a, 36b, 36c, 57 en 140 van het Wetboek van Strafrecht, op de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie en op de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet.

Deze wettelijke voorschriften zijn toepasselijk zoals geldend ten tijde van het bewezen geachte.

10 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart het onder feit 1 tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder de feiten 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

ten aanzien van feit 2:

het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

ten aanzien van feit 3:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III;

ten aanzien van feit 4:

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 3 (drie) jaar.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Verklaart verbeurd de voorwerpen genoemd onder de nummers 13, 15 en 16 op de beslaglijst, zijnde drie Blackberry telefoons (UT124.02.08.002), (UT124.08.01.001), (UT124.01.02.002).

Verklaart onttrokken aan het verkeer de voorwerpen genoemd onder de nummers 3, 4 en 5 op de beslaglijst, zijnde een Glock 26 pistool (UT124.01.01.001), een patroonhouder met 9 patronen (UT124.01.01.002) en een patroon (UT124.01.01.003).

Gelast de teruggave aan verdachte van de goederen genoemd onder de nummers 1 en 2 op de beslaglijst, zijnde 2400 euro (UT124.02.01.001) en 500 euro (UT124.02.02.001).

Dit vonnis is gewezen door

mr. P.B. Martens, voorzitter,

mrs. C.P.E Meewisse en M.E.B. Nyman, rechters,

in tegenwoordigheid van E.J.M. Veerman en mr. L.S. Janse van Mantgem, griffiers,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 28 november 2016.

Bijlage I

Tenlastelegging.

Aan verdachte [verdachte] is, na wijziging op 21 juni 2016, tenlastegelegd dat

ten aanzien van feit 1:
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 maart 2015 tot en met 15 juli 2015 te Nieuwegein (in één of meer kluis/kluizen in één of meer gehuurde opslagruimte(n) aan de [adres 1] ), althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(in (een kluis in) opslagruimte nr. 388 en/of (daarna) nr. 161:)

- 6 automatische geweren, merk/type Cz Vz58, kaliber 7.62x39mm, en/of

- 9 automatische geweren, merk/type Zastava M70AB2, kaliber 7.62x39mm, en/of

- 3 automatische geweren, merk/type Zastava M70B1, kaliber 7.62x39, en/of

- 1 automatisch geweer, merk/type MPi/AK-74N, kaliber 5.45x39mm, en/of

- 1 automatisch geweer, merk/type AIM/PM63, kaliber 7.62x39mm, en/of

- 1 machinepistool, merk/type Agram 2000, kaliber 9mm nato, en/of

- 2 machinepistolen, merk/type IMI Uzi, kaliber 9x19mm, en/of

- 1 machinepistool, merk/type Ag Strojnica Ero, kaliber 9x19mm, en/of

- 3 machinepistolen, merk/type Cz VZ61, kaliber 7.65 browning, en/of

- 4 machinepistolen, merk/type R9-Arms, kaliber 9x19mm, en/of

- 1 machinepistool, merk/type Cz Vz61, kaliber 7.65 browning, en/of

- 2 machinepistolen, merk/type Cz Vz61, kaliber 7.65, en/of

- 1 machinepistool, merk/type Imi Micro Uzi, kaliber 9mm para, en/of

- 11 pistolen, merk/type Glock 17, kaliber 9x19mm, en/of

- 3 pistolen, merk/type Glock 19, kaliber 9x19mm, en/of

- 13 pistolen, merk/type Glock 21, kaliber .45 acp, en/of

- 1 pistool, merk/type Glock 26, kaliber 9x19mm, en/of

- 1 pistool, merk/type Cz 75d, kaliber 9x19mm, en/of

- 2 pistolen, merk/type CZ 75, kaliber 9x19, en/of

- 1 pistool, merk/type CZ 75P-01, kaliber 9x19mm, en/of

- 1 pistool, merk/type Heckler & Koch Usp, kaliber 9x19mm, en/of

- 1 pistool, merk/type Fn Browning, kaliber 9mm para, en/of

- 1 pistool merk/type FN Browning Baby, kaliber 6,35, en/of

- 4 pistolen, merk/type Dynamic Grand Powerk100, kaliber 9mm luger, en/of

- 2 pistolen, merk/type Star Firestar, kaliber 9x19mm, en/of

- 1 pistool, merk/type Astra A80 Para, kaliber 9mm, en/of

- 1 pistool, merk/type Feg p9r, kaliber 9mm, en/of

- 1 pistool, merk/type Norinco 1911 A1 .45 Aut , kaliber .45, en/of

- 1 revolver, merk/type Smith & Wesson Model 36, kaliber .38 special, en/of

- 5 revolvers, merk/type Izhevsk Nagant M1895, kaliber 7.62mm Nagant, en/of

- 1 revolver, merk/type Colt Python .357, kaliber .357, en/of

- 1 revolver, merk/type Velodog 5.5 Mm, kaliber 5.5mm, en/of

- 368 kogelpatronen, kaliber .45 Auto, en/of

- 1233 kogelpatronen, kaliber 9mm luger, en/of

- 50 kogelpatronen, kaliber .32 S&W L, en/of

- 830 kogelpatronen, kaliber 7.65 br., en/of

- 239 kogelpatronen, kaliber 9x19mm, en/of

- 50 kogelpatronen, kaliber .40 S&W, en/of

- 89 kogelpatronen, kaliber 5.56x45mm, en/of

- 26 kogelpatronen, kaliber .38 Special, en/of

- 348 kogelpatronen, kaliber .45 acp, en/of

- 3 kogelpatronen, kaliber .357 Magnum, en/of

- 764 kogelpatronen, kaliber 7.62x39mm, en/of

- 43 kogelpatronen, kaliber 7.62 Nagant, en/of

- 60 kogelpatronen, kaliber .45 acp/.45 Auto, en/of

- 72 kogelpatronen, kaliber .380 ACP, en/of

- 12 kogelpatronen, kaliber 9 mm Br. C., en/of

- 2 kogelpatronen, kaliber .380 Auto, en/of

- 47 kogelpatronen, kaliber 7.65mm, en/of

- 12 kogelpatronen, kaliber 5.5mm, en/of

- 12 geluidsdempers, en/of

- 3 patroonmagazijnen, merk onbekend, kaliber 7.62x39mm, en/of

- 7 patroonmagazijnen, merk onbekend, kaliber 7.65 Browning, en/of

- 7 patroonmagazijnen, merk Glock, kaliber .45acp, en/of

- 4 patroonmagazijnen, merk Glock, kaliber 9x19mm, en/of

- 1 patroonmagazijn, merk Agram, kaliber 9x19mm, en/of

- 1 patroonmagazijn, merk Cz, kaliber 7.62x39mm, en/of

- 1 patroonmagazijn, merk onbekend, kaliber 5.54x39mm, en/of

- 5 patroonmagazijnen, merk Glock, kaliber .45, en/of

- 2 elektrische slagpijpjes

en/of

(in (een kluis in) opslagruimte nr. 40:)

- 1 automatisch geweer, merk/type Orbis, MGV 176, kaliber .22lr, en/of

- 1 machinepistool, merk/type Cobray Imgram M11, kaliber 9x17mm, en/of

- 1 machinepistool, merk/type Agram 2000, kaliber 9mm nato, en/of

- 1 pistool, merk/type Kral Mini 6,35mm, kaliber 8mm knal, en/of

- 1 pistool, merk/type Imi Jericho 941f, kaliber .41AE, en/of

- 1 ( intacte) scherfhandgranaat, type M50 (met bijpassende P3-ontsteekinrichting), en/of

- 5 ( intacte) scherfhandgranaten, type M75 (met bijpassende P3-ontsteekinrichting), en/of

- 1 ( intacte) scherfhandgranaat, type M91 (met bijpassende P3-ontsteekinrichting), en/of

- 2 ( intacte) scherfhandgranaten, type M52 (met bijpassende P3-ontsteekinrichting), en/of

- 274 kogelpatronen, kaliber .22Lr, en/of

- 19 kogelpatronen, kaliber .357 Magnum, en/of

- 48 kogelpatronen, kaliber 9x19 mm, en/of

- 19 kogelpatronen, kaliber 9mm Luger, en/of

- 25 kogelpatronen, kaliber 9x17mm, en/of

- 2 kogelpatronen, kaliber 8mm, en/of

- 4 geluiddempers, en/of

- 3 patroonmagazijnen, merk Baretta, kaliber 9x19mm, en/of

- 1 patroonmagazijnen, merk Sfinx, kaliber 9x19mm, en/of

- 3 patroonmagazijnen, merk onbekend, kaliber 9x19mm, en/of

- 2 patroonmagazijnen,

voorhanden heeft gehad;

ten aanzien van feit 2:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 april 2015 tot en met 15 juli 2015 te Vleuten en/of te Nieuwegein en/of (elders) in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit hem, verdachte, en/of [verdachte 1] en/of [verdachte 2] en/of [verdachte 7] en/of [verdachte 9] en/of [verdachte 4] en/of [verdachte 5] en/of [verdachte 8] en/of [verdachte 6] en/of een of meer anderen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten (in elk geval / onder meer):

- opzetheling (als bedoeld in artikel 416 Wetboek van Strafrecht) en/of

- witwassen (als bedoeld in artikel 420bis Wetboek van Strafrecht) en/of

- handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, en/of artikel 31, eerste lid, Wet wapens en munitie, en/of

- ter voorbereiding van moord (als bedoeld in artikel 289 Wetboek van Strafrecht) en/of diefstal met geweld (als bedoeld in artikel 312 Wetboek van Strafrecht) en/of afpersing (als bedoeld in artikel 317 Wetboek van Strafrecht) en/of opzettelijke brandstichting en/of het opzettelijk teweeg brengen van een ontploffing (als bedoeld in artikel 157 Wetboek van Strafrecht), in elk geval een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, opzettelijk voorwerpen en/of stoffen en/of informatiedragers en/of vervoermiddelen, bestemd tot het begaan van dat/die misdrijf/misdrijven, verwerven en/of vervaardigen en/of voorhanden hebben;

ten aanzien van feit 3:

hij op of omstreeks 17 februari 2016 te Vleuten, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer vuurwapen(s) van categorie III, te weten een pistool (merk Glock, kaliber 9x19 mm) en/of munitie van categorie III, te weten 10, althans één of meer kogelpatronen (kaliber 9x19mm), voorhanden heeft gehad;

ten aanzien van feit 4:

hij op of omstreeks 17 februari 2016 te Vleuten, althans in Nederland, opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van in totaal 98 gram hasjiesj in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj), zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Proces-verbaal bevindingen ‘straattaal en bijnamen’ (rubriek B, deel 3, p. 1170)

3 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 3] (rubriek F, deel 2, p. 324-340)

4 HR NJ 2008, 72

5 Bv. HR NJ 1998, 225

6 HR NJ 2008, 72

7 Bv NJ 2007, 336

8 Processen-verbaal bevindingen ‘notitieboekje’ (rubriek G, deel 1, p. 63-71 en p. 113-207)

9 Processen-verbaal bevindingen (rubriek B, deel 3, p. 1172 en deel 4 p. 1612 ev)

10 Proces-verbaal van identificatie (rubriek B, deel 2, p. 838 ev) proces-verbaal OVC Megane 11 juni 2015, rubriek E, deel 2, p. 425: [verdachte 8] noemt [verdachte] [bijnaam verdachte]

11 Proces-verbaal BOB-dossier, p. 2314

12 Processen-verbaal bevindingen (rubriek G, deel 2, p. 686 ev PGP [verdachte 7] ; deel 3, p. 1274 ev PGP [verdachte 2] en deel 3, p. 1371 ev PGP [verdachte 8] )

13 Bv Rubriek E, OVC Volkswagen Golf, p. 372 ev

14 Rubriek G, p. 1371 ev

15 Proces-verbaal bevindingen ‘notitieboekje’ (rubriek G, deel 1, p. 204)

16 Proces-verbaal bevindingen (rubriek G, deel 1, p. 130)

17 Proces-verbaal zaaksdossier criminele organisatie, ZD-04, p.32; proces-verbaal bevindingen PGP [verdachte 7] (rubriek G, deel 2, p. 688: over naam van de waggie)

18 Bv Proces-verbaal bevindingen (rubriek B, deel 4, p. 1393 ev [getuige 3] )

19 Bv processen-verbaal bevindingen (rubriek B, deel 4, p. 1380 ev [getuige 2] en [naam 2] ; rubriek G, deel 2, p. 366 ev [getuige 1] ; rubriek G, deel 1, p. 244 ev en rubriek B, deel 2, p. 700 ev [naam 3] )

20 Proces-verbaal bevindingen (rubriek G, deel 1, p. 133)

21 Proces-verbaal bevindingen (rubriek B, deel 3, p. 1169)

22 Requisitoir pag. 65-66

23 Proces-verbaal zaaksdossier criminele organisatie (ZD-04, p. 28)

24 Proces-verbaal bevindingen (rubriek B, deel 2, p. 780-789); proces-verbaal van verdenking (PD [verdachte] , p. 8)

25 Proces –verbaal OVC Volkswagen Golf (rubriek E, p. 372 ev)

26 Proces-verbaal bevindingen (rubriek G, deel 3, p. 1274 ev en p. 1401-1403)