Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2016:7780

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
28-11-2016
Datum publicatie
29-11-2016
Zaaknummer
13/997059-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Onderzoek koper; Professionele criminele organisatie. Enorm wapenarsenaal.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/997059-15 (Promis)

Datum uitspraak: 28 november 2016

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,

ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres [adres 1] , [woonplaats] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 22 september 2016, 23 september 2016, 26 september 2016, 29 september 2016, 30 september 2016, 3 oktober 2016, 4 oktober 2016, 10 oktober 2016 en 21 november 2016.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officieren van justitie, mr. J. Plooij en H.J. Mous (hierna gezamenlijk: de officier van justitie), en van wat de raadsman van verdachte, mr. M.J. Lamers, naar voren heeft gebracht.

Het onderzoek Koper richt zich op de volgende verdachten: [verdachte 1] , [verdachte 2] , [verdachte 3] , [verdachte] , [verdachte 4] , [verdachte 5] , [verdachte 6] , [verdachte 7] , [verdachte 8] en [verdachte 9] .

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is – na wijziging ter terechtzitting van 9 september 2016 - kort gezegd het volgende tenlastegelegd:

ten aanzien van feit 1:

medeplegen van het voorhanden hebben van een groot aantal wapens, munitie, patroonmagazijnen, handgranaten en geluiddempers in de periode van 1 maart 2015 tot en met 15 juli 2015 te Nieuwegein;

ten aanzien van feit 2:

deelname aan een organisatie in de periode van 1 maart 2015 tot en met 15 juli 2015 te Nieuwegein en/of (elders) in Nederland, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, waaronder opzetheling, witwassen, handelen in strijd met de Wet wapens en munitie, voorbereiding van moord, diefstal met geweld, afpersing en/of opzettelijke brandstichting;

(feit 3 is komen te vervallen)

ten aanzien van feit 4:

het voorhanden hebben van een patroonhouder op 15 juli 2015 in Nieuwegein;

ten aanzien van feit 5:

het opzettelijk aanwezig hebben van 791 gram hasjiesj op 15 juli 2015 in Nieuwegein.

De tekst van de integrale tenlastelegging is opgenomen in bijlage I die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de tenlastegelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Inleiding

In het onderzoek Koper zijn in Maurik twee gestolen snelle auto’s aangetroffen: een Audi S5 en een Audi RS6, beide voorzien van valse kentekenplaten. In de Audi RS6 lagen twee petflessen met benzine. Verder is in Nieuwegein in [naam opslag] een groot aantal vuurwapens - waaronder automatische - aangetroffen, alsmede handgranaten, patroonhouders, geluiddempers, slagpijpjes, ontstekers, veel munitie, kogelwerende vesten en handschoenen. Bij doorzoekingen in Utrecht en omstreken zijn verder bakensets en SD-kaartjes met filmbeelden van heimelijk gefilmde personen (onder wie de later doodgeschoten getuigen [getuige 1] en [getuige 2] ) en telefoons, waaronder zogenaamde PGP-telefoons, aangetroffen.

Tijdens het onderzoek is onder meer gebleken dat [verdachte 4] , [verdachte 5] en [verdachte 6] hebben geschoten met (automatische) vuurwapens op een afgelegen plek - door de officier van justitie aangeduid als proefschieten. De gestolen auto’s werden voorzien van brandstof en een nieuwe accu (rijklaar maken). Er is een peilbaken geplaatst onder een huurauto, in gebruik bij getuige [getuige 3] . In diverse afgeluisterde gesprekken wordt gesproken over schieten, ijzers (de rechtbank begrijpt: vuurwapens12), waarbij onder andere wordt gezegd: “hitman at your service”, “hun komen en doen dang dang, kom pang…pfft split. Hup deze in de fik, hup ijzer, doe je de volgende, pang split” “2 vesten (…) 2 PG tjes (…) Het gaat om ijzers, als ie tegen ons zegt ga die kant snel dingen klaarleggen, bam binnen tien minuten hebben we die dinges klaar.” [getuige 3] heeft verklaard – zakelijk weergegeven – dat niet naar hem, maar naar [naam] werd gezocht, kennelijk met het doel hem te vermoorden.3

4.2

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

Feit 1 kan worden bewezen. Verdachte heeft op 5 juli 2015 de kluiskast verplaatst van box 388 naar box 161. Gelet op de camerabeelden die om een uitleg van verdachte vragen die hij niet heeft willen geven, kan worden gesteld dat hij op zijn minst genomen voorwaardelijk opzet heeft gehad op het verboden karakter van de inhoud van die kluis. Het voorgaande in samenhang bezien met de sporen die van verdachte zijn gevonden op tassen met munitie in beide kluizen en gelet op het feit dat verdachte een contact is van onder andere [verdachte 8] , kan worden bewezen dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van het voorhanden hebben van het gehele wapenarsenaal.

Ook feit 2 kan worden bewezen. Uit het dossier komt een groep mannen naar voren, van wie een aantal al lang met elkaar is bevriend. Er zijn veel contacten vastgesteld tussen verdachte en [verdachte 8] die tevens zijn zwager was en ook tussen verdachte, [verdachte 4] en [verdachte 5] . Daarnaast is verdachte een goede vriend van [verdachte 1] . Ten aanzien van de organisatie die vervolgens in beeld is gekomen, kan op grond van de inhoud van het dossier worden vastgesteld dat het oogmerk bestond uit het plegen van verschillende misdrijven zoals in de tenlastelegging omschreven. Verdachte heeft vanuit de periferie het doel van de organisatie ondersteund en daaraan met hand- en spandiensten een bijdrage geleverd. Zo hielp hij een deel van de wapens te verplaatsen en was hij de verbindende persoon tussen [verdachte 1] en anderen. Daarnaast heeft hij sporen achtergelaten op handschoenen, tassen en zakken met wapens en munitie in beide boxen.

Tot slot kunnen de feiten 4 en 5 worden bewezen. Genoemde voorwerpen zijn immers aangetroffen in de woning, waarvan verdachte de huurder was en waartoe hij vrijwel exclusief toegang had. In beginsel, behoudens contra-indicaties, mag de bewoner verantwoordelijk worden gehouden voor de goederen die zich in zijn woning bevinden. Verdachte heeft geen verklaring willen geven en heeft nimmer een alternatief scenario naar voren gebracht. Op grond van het voorgaande kan worden gesteld dat verdachte op zijn minst genomen voorwaardelijk opzet heeft gehad op de aanwezigheid van de softdrugs en het voorhanden hebben van de patroonhouder.

4.3

Het standpunt van de verdediging

Verdachte dient te worden vrijgesproken van feit 1. Op 5 juli 2015 komt verdachte voor het eerst (en ook voor het laatst) relevant in beeld als hij een kluiskast verplaatst van box 388 naar box 161. In deze kluiskast wordt later een deel van de tenlastegelegde wapens aangetroffen. Niet blijkt echter dat verdachte voorafgaand aan 5 juli of na 5 juli kon beschikken over wapens. Dit dient tot gevolg te hebben dat de tenlastegelegde periode niet kan worden bewezen. Daarnaast blijkt niet uit het dossier dat er op 5 juli 2015, toen verdachte de kluis verplaatste, wapens in de kluis aanwezig waren. Niet kan worden uitgesloten dat door anderen later nog toegang is verkregen tot de box waarin de wapens zijn aangetroffen. Als de wapens wel op 5 juli in de kluis aanwezig waren, dan moet onderscheid worden gemaakt tussen box 161 en box 40. Uit het dossier blijkt geen enkele betrokkenheid van verdachte bij de laatstgenoemde box, behalve enkele DNA-sporen van verdachte op verplaatsbare goederen. Dit is onvoldoende voor een bewezenverklaring van het voorhanden hebben van de wapens die in box 40 zijn aangetroffen. Ook het voorhanden hebben van de wapens die in box 161 zijn aangetroffen, kan niet worden bewezen nu verdachte stelt dat hij niet op de hoogte was van de inhoud van de kluis. Ook ten aanzien van deze kluis bestaat het bewijs uit aangetroffen DNA-sporen van verdachte op plastic tassen, zijnde verplaatsbare goederen. Dit kan een bewezenverklaring niet dragen, te minder nu het in meerdere gevallen om een mengprofiel gaat met [verdachte 8] die volgens verschillende informatiebronnen tijdelijk in de woning van verdachte aan de [adres 1] heeft verbleven. Daarom dient verdachte ook in dit geval te worden vrijgesproken van de wapens die in box 161 zijn aangetroffen. Mocht verdachte wel wetenschap hebben gehad van de inhoud van de kluis dan is dat niet voldoende voor een bewezenverklaring van het tenlastegelegde bestanddeel voorhanden hebben. Verdachte kon in dat geval immers nog steeds niet beschikken over de wapens, nu hij stelt niet in het bezit te zijn geweest van sleutels van de afgesloten kluiskast. Hij kon dus niet bij de wapens en had ook geen toestemming om daar bij te kunnen.

Voorts dient verdachte van feit 2 te worden vrijgesproken. Primair, omdat de veronderstelde betrokkenheid van verdachte in een zodanig ver verwijderd verband staat van de doelstelling van de organisatie dat niet kan worden bewezen dat verdachte heeft deelgenomen aan dan wel onderdeel heeft uitgemaakt van een gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband. Subsidiair dient hij te worden vrijgesproken nu nergens uit blijkt dat verdachte het onvoorwaardelijk opzet heeft gehad op die deelname. Meer subsidiair blijkt niet onomstotelijk dat de organisatie zich bezighield met het voorbereiden van liquidaties. Een contra-indicatie kan worden gevonden in meerdere gesprekken waarin onder meer wordt gesproken over rippen, geld pakken en nakken. Mocht de deelname aan de criminele organisatie wel worden bewezen, dan heeft verdachte daarin een zeer perifere rol gehad.

Ook voor feit 4 dient vrijspraak te volgen nu verdachte zich op het standpunt stelt dat hij geen wetenschap had van de aanwezigheid van de patroonhouder die in een lade lag en waarin deze patroonhouder nauwelijks zichtbaar was. Zoals ook ten aanzien van feit 2 aangegeven, werd de woning aan de [adres 1] door meerdere mensen bewoond, zodat het tenlastegelegde bestanddeel voorhanden hebben niet kan worden bewezen. Dit geldt ook voor het voorhanden hebben van de verdovende middelen die in de berging van deze woning zijn aangetroffen (feit 5). Ook van dit feit dient verdachte om dezelfde redenen te worden vrijgesproken.

4.4

Het oordeel van de rechtbank

4.4.1

Wapens (feit 1)

Op grond van de bewijsmiddelen die in bijlage II zijn vervat is de rechtbank van oordeel dat kan worden bewezen dat verdachte samen met anderen het gehele wapenarsenaal in zowel box 161 als box 40 voorhanden heeft gehad, in de zin van voorwaardelijk opzet. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

Verdachte heeft op 5 juli 2015 geholpen bij het verplaatsen van een kluiskast van box 388 naar box 161. Op 15 juli 2015 is in diezelfde kluiskast een hoeveelheid wapens en munitie aangetroffen en een aantal tassen waarop onder andere DNA-sporen van verdachte zaten. Verder zijn in box 161 handschoenen aangetroffen met een DNA-mengprofiel van verdachte en [verdachte 8] . Ook in box 40 zijn sporen van verdachte aangetroffen: op handschoenen die op de kluis lagen en in de kluis op tassen/zakken waarin wapens zaten. Het dossier bevat geen aanwijzingen om te veronderstellen dat er in de tijd gelegen tussen 5 juli 2015 en 15 juli 2015 is ingelogd bij [naam opslag] met de codes behorende bij box 40, 161 of 388. Immers, uit het overzicht van de logingegevens (pag. B 594 t/m B 596) blijkt niet dat in deze periode aldaar bewegingen zijn gezien, op grond waarvan kan worden gesteld dat iemand anders bij de boxen in [naam opslag] is geweest. De rechtbank kan niet anders dan concluderen dat de tassen met wapens op 5 juli 2015 al in de kluiskast lagen. Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte zich in meerdere of mindere mate bewust moet zijn geweest van de wapens. Ook heeft hij hierover beschikkingsmacht gehad. Dat niet vastgesteld kan worden dat verdachte beschikte over kluissleutels doet niet af aan dit oordeel, nu hij wel zeggenschap had over de kluis die hij verplaatste, toegang had tot boxen 388 en 161 en zijn sporen ook gevonden zijn op goederen in de kluis van box 40. Daarbij komt dat bij verdachte thuis ook wapentuig is aangetroffen in de vorm van een patroonhouder en een mondingsvlamdemper4, een aanwijzing te meer dat hij van wapens weet.

Hoewel het op de weg van verdachte zelf, dus niet zijn raadsman, had gelegen een verklaring te geven voor de aanwezigheid van zijn lichaamssporen in beide boxen, het verplaatsen van de kluis op 5 juli 2015 en de aanwezigheid van wapentuig thuis, heeft hij dit nagelaten. Dit sterkt de rechtbank in haar overtuiging dat verdachte wist van de wapens en daarover beschikking had. Dat verdachte wellicht niet precies wist hoeveel wapentuig zich in de kluizen bevond, laat onverlet dat hij bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het om die hoeveelheid ging die is aangetroffen.

4.4.2

Criminele organisatie (feit 2)

Onder organisatie, als bedoeld in artikel 140 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht wordt verstaan een samenwerkingsverband van tenminste twee personen met een zekere duurzaamheid en structuur.5 Voor deelneming aan een dergelijke organisatie is in het algemeen vereist dat de verdachte tot deze organisatie behoort en dat de verdachte een aandeel heeft in, dan wel ondersteunt gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met, de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie.6 Niet is vereist dat komt vast te staan dat verdachte heeft samengewerkt, althans bekend is geweest met alle personen die deel uitmaken van de organisatie.7 Evenmin is vereist dat verdachte wetenschap heeft van een of meer concrete misdrijven.8

Gelet op de bewijsmiddelen die zijn gebruikt voor het hiervoor bewezenverklaarde wapenbezit, alsmede op wat hierna wordt overwogen, acht de rechtbank bewezen dat verdachte in de tenlastegelegde periode heeft deelgenomen aan een criminele organisatie.

Duurzaamheid en structuur

Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting komt een beeld naar voren van een samenwerkingsverband van een aantal personen, uit de omgeving van Utrecht/Nieuwegein dat zich gedurende geruime tijd heeft beziggehouden met meerdere vormen van criminaliteit.

Hierbij wordt naast de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen ten aanzien van het wapenbezit en de deelname aan de criminele organisatie in het bijzonder nog gewezen op de zogenoemde administratie die bij [verdachte 9] is aangetroffen9 en aan hem wordt toegeschreven. Deze administratie bestrijkt een periode van anderhalf jaar, waarin chronologisch en op gedetailleerde wijze de inkomsten en uitgaven van allerlei transacties van de organisatie zijn bijgehouden. De administratie getuigt van een zeer actieve, professionele en goed gestructureerde bedrijfsvoering, met een omvang van ongeveer negentien miljoen euro gedurende die periode. Ook al is handel in verdovende middelen niet expliciet als oogmerk vermeld in de tenlastelegging, opvallend is wel het uitgebreide deel van de boekhouding dat hierop lijkt te zijn gericht. In de administratie zijn veel posten vermeld die overeenkomen met bevindingen van de politie. Dit gaat onder meer over uitgaven voor opslag, betalingen voor kluizen, een Audi S5 die wordt gekocht voor € 3.500,-, een betaling voor werk aan twee “werkauto’s”, € 7.000,- voor de aankoop van twee trackers, betalingen voor het “sweapen van twee waggies” en voor “sweapen huis”. Er staan betalingen aan spotters vermeld, alsook de bijkomende kosten voor huurauto’s ten behoeve van het spotten, en aantekeningen over jammers. Het boekje behelst veel vermeldingen over “ijzers” (vuurwapens). Op een los blaadje staat dat er vuurwapens (3x AK met maga; 1 x Scorpio) zijn ontvangen. Ook wordt geld ontvangen van en uitgegeven aan (onder meer voor “ijzer”) [verdachte 8] (“ [bijnaam verdachte 8] ”)10 en [verdachte 7] (“ [bijnaam verdachte 7] ”).11 Deze administratie beslaat een langere periode dan tenlastegelegd. In deze administratie worden ook andere (bij)namen genoemd dan dien van verdachten, zodat kan worden aangenomen dat ook anderen dan verdachte en medeverdachten hebben deelgenomen aan de organisatie.

Verder wordt gewezen op de onderlinge communicatie via versleuteld berichtenverkeer. Bij alle verdachten zijn één of meerdere zogenaamde PGP-telefoons aangetroffen.12 Enkele van deze telefoons zijn “gekraakt” door het NFI. Uit dit berichtenverkeer13 blijkt dat over al dan niet misdadige zaken wordt gecommuniceerd. Verdachten hebben geen verklaring willen geven over deze communicatie of waarom zij van een dergelijke dure en versleutelde communicatievorm gebruik wensten te maken. Overigens hebben verdachten zich jegens de politie en de rechtbank geheel of grotendeels op hun zwijgrecht beroepen - zelfs op ogenschijnlijk onschuldige vragen als wie wie kent - wat de rechtbank sterkt in haar oordeel dat van een crimineel samenwerkingsverband sprake is geweest, nu verdachten onderlinge communicatie kennelijk geheim wensen te houden, terwijl zij in het openbaar niet wensen te communiceren over het verwijt dat hun wordt gemaakt.

Er was dan ook sprake van een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband.

Oogmerk

De organisatie beschikte over twee gestolen voertuigen en een arsenaal van (vuur)wapens, waarmee het tenlastegelegde oogmerk tot opzetheling en handelen in strijd met artikel 26 van de Wet wapens en munitie is gegeven.

Uit OVC-gesprekken14, de gekraakte PGP-telefoon van [verdachte 8]15, de administratie waaruit blijkt dat op 9 juli 2015 € 94.500,- uitging naar Ennetcom (een leverancier van PGP-telefoons)/Junior16, alsmede de negentig bij [verdachte 4] aangetroffen PGP-toestellen17, die volgens een afgeluisterd gesprek ongeveer € 1.000,- per stuk kosten, leidt de rechtbank af dat de organisatie een handel in PGP-telefoons - al dan niet met bijbehorend netwerk - aan het opzetten was, waartoe reeds een investering was gedaan. Het met deze investering - die in de boekhouding van de organisatie is opgenomen - gemoeide geld kan niet anders dan van misdrijf afkomstig zijn. Immers, verdachten hebben aan de criminele organisatie deelgenomen, niet is gebleken dat deze organisatie legale inkomsten heeft gehad, terwijl het de verdachten ook aan voldoende legale inkomsten ontbreekt om een dergelijke investering te doen. Verdachten hebben geen van allen een verifieerbare, op voorhand niet onaannemelijke verklaring gegeven voor de herkomst van deze investering. Door de opbrengsten van illegale praktijken aan te wenden voor de investering in een op het eerste gezicht legale handel, kan worden vastgesteld dat witwassen eveneens een oogmerk van de organisatie is geweest.

Ten slotte is tenlastegelegd dat de organisatie tot oogmerk had het voorbereiden van moord, brandstichting en/of diefstal met geweld/afpersing. Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat van dit laatste oogmerk (diefstal met geweld en/of afpersing) niet is gebleken.

Uit het dossier komt het beeld naar voren van een bende die beschikte over twee snelle gestolen auto’s met valse kentekenplaten, waarvan één voorzien was van petflessen met benzine, en een arsenaal aan (automatische) wapens, waaronder Kalasjnikovs. De bende hield zich bezig met het nagaan van de gangen van bepaalde mensen door ze, vanuit op andermans naam gehuurde auto’s18 met behulp van peilbakens te volgen19 en ze heimelijk te filmen.20 In de administratie wordt gewag gemaakt van de kosten die deze “spotters” maken (camera’s, huurwagens, trackers/peilbakens). Daarnaast wordt op diverse momenten gesproken over het doodschieten van mensen, zoals hiervoor weergegeven. Ten slotte wordt gewezen op de post in de administratie op 1 december 2014, waarin honderdduizend euro uitgaat aan “Hitter”.21 Verdachten hebben de stelling van politie en justitie dat met deze term een moordenaar wordt bedoeld22 niet kunnen of willen ontkrachten. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de organisatie tevens tot oogmerk had het plegen van liquidaties, die bestaan uit het vermoorden van één of meer personen, waarna de auto die daarbij wordt gebruikt tijdens de vlucht in brand wordt gestoken teneinde sporen te wissen. Bij een dergelijke autobrand, die veelal heftig en uitslaand is, is bijna per definitie gemeen gevaar voor goederen te duchten.

Het tenlastegelegde oogmerk op het voorbereiden van liquidaties komt de rechtbank onlogisch voor. Voorbereiding (artikel 46 Sr) komt na artikel 45 Sr (poging) en is in het leven geroepen om niet gerealiseerde misdrijven, die om andere redenen dan een vrijwillige terugtred, nog niet tot een begin van een uitvoering zijn gekomen toch strafbaar te kunnen stellen. Het is moeilijk voorstelbaar dat het oogmerk van een criminele organisatie is gericht op onvoltooide misdrijven. Waar de officier van justitie de verdachten ziet als de “afdeling werkvoorbereiding” verliest hij uit het oog dat deze afdeling deel uitmaakt van de organisatie die liquidaties zelf op het oog heeft. Daarnaast levert de verweten voorbereiding (opsporen en/of observeren van beoogde slachtoffers, wapens en auto’s met petflessen met benzine leveren) telkens een deelnemingsvorm aan de liquidatie zelf op. Voor het bestaan van een criminele organisatie is ten slotte niet vereist dat de deelnemers aan de organisatie de misdrijven zelf plegen. Bij requisitoir heeft de officier van justitie nog schriftelijk toegelicht23 dat, indien de rechtbank dit oordeel zou vellen, ook kan worden geconcludeerd dat de organisatie het oogmerk had op de gronddelicten zelf. Op dit (subsidiaire) standpunt is door de verdediging geen verweer gevoerd. De rechtbank is dan ook van oordeel dat van denaturering van de tenlastelegging geen sprake is indien zij bewezen acht dat de organisatie ook moord en brandstichting tot oogmerk heeft gehad.

Deelneming/rol van verdachte

Verdachte heeft deelgenomen aan de organisatie door zich in te laten met de wapenvoorraad in [naam opslag] . Zijn DNA-profiel is in beide boxen aangetroffen en hij heeft samen met een ander op 5 juli 2015 een kluis met wapens verplaatst naar box 161. Hij is de zwager van [verdachte 8] en huurt een woning aan de [adres 1] te [plaats] waar [verdachte 8] en hij over kunnen beschikken. In die woning kwamen ook andere leden van de organisatie. De woning werd ook op kosten van de organisatie “gesweept” op 10 maart 2015.24 Verdachte is bevriend met [verdachte 1]25, die heeft verklaard de garageboxen in Maurik en box 388 te hebben gehuurd voor een vriend uit Tiel. Het ligt voor de hand dat dit verdachte is, terwijl hij er het zwijgen toe doet. De rechtbank oordeelt dat verdachte binnen de organisatie een facilitaire rol heeft vervuld. Hij regelt ruimtes waarover de organisatie moet beschikken en verplaatst wapens als dat nodig is.

4.4.3

Patroonhouder en softdrugs (feiten 4 en 5)

Op grond van de bewijsmiddelen die in bijlage II zijn vervat, is de rechtbank van oordeel dat kan worden bewezen dat verdachte een patroonhouder voorhanden heeft gehad en opzettelijk softdrugs aanwezig heeft gehad. Verdachte was immers de huurder en tevens bewoner van de woning aan de [adres 1] . In beginsel, behoudens contra-indicaties, is de bewoner verantwoordelijk voor de goederen die zich in zijn woning bevinden. Nu verdachte hierover geen verklaring heeft willen afleggen, is van contra-indicaties niet gebleken. Het standpunt van de raadsman die de stelling van verdachte weergeeft, kan niet worden aangemerkt als verklaring van verdachte.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat verdachte

ten aanzien van feit 1:

in de periode van 1 maart 2015 tot en met 15 juli 2015 te Nieuwegein in kluizen in gehuurde opslagruimten aan de [adres 2] , tezamen en in vereniging met anderen,

in een kluis in opslagruimte nr. 388 en daarna nr. 161:

- 6 automatische geweren, merk/type Cz Vz58, kaliber 7.62x39mm, en

- 9 automatische geweren, merk/type Zastava M70AB2, kaliber 7.62x39mm, en

- 2 automatische geweren, merk/type Zastava M70B1, kaliber 7.62x39, en

- 1 automatisch geweer, merk/type MPi/AK-74N, kaliber 5.45x39mm, en

- 1 automatisch geweer, merk/type AIM/PM63, kaliber 7.62x39mm, en

- 1 machinepistool, merk/type Agram 2000, kaliber 9mm nato, en

- 2 machinepistolen, merk/type IMI Uzi, kaliber 9x19mm, en

- 1 machinepistool, merk/type Ag Strojnica Ero, kaliber 9x19mm, en

- 3 machinepistolen, merk/type Cz VZ61, kaliber 7.65 browning, en

- 4 machinepistolen, merk/type R9-Arms, kaliber 9x19mm, en

- 1 machinepistool, merk/type Cz Vz61, kaliber 7.65 browning, en

- 2 machinepistolen, merk/type Cz Vz61, kaliber 7.65, en

- 1 machinepistool, merk/type Imi Micro Uzi, kaliber 9mm para, en

- 11 pistolen, merk/type Glock 17, kaliber 9x19mm, en

- 3 pistolen, merk/type Glock 19, kaliber 9x19mm, en

- 13 pistolen, merk/type Glock 21, kaliber .45 acp, en

- 1 pistool, merk/type Glock 26, kaliber 9x19mm, en

- 1 pistool, merk/type Cz 75d, kaliber 9x19mm, en

- 2 pistolen, merk/type CZ 75, kaliber 9x19, en

- 1 pistool, merk/type CZ 75P-01, kaliber 9x19mm, en

- 1 pistool, merk/type Heckler & Koch Usp, kaliber 9x19mm, en

- 1 pistool, merk/type Fn Browning, kaliber 9mm para, en

- 1 pistool merk/type FN Browning Baby, kaliber 6,35, en

- 4 pistolen, merk/type Dynamic Grand Powerk100, kaliber 9mm, en

- 2 pistolen, merk/type Star Firestar, kaliber 9x19mm, en

- 1 pistool, merk/type Astra A80 Para, kaliber 9mm, en

- 1 pistool, merk/type Feg p9r, kaliber 9mm, en

- 1 pistool, merk/type Norinco 1911 A1 .45 Aut , kaliber .45, en

- 1 revolver, merk/type Smith & Wesson Model 36, kaliber .38 special, en

- 5 revolvers, merk/type Nagant M1895, kaliber 7.62mm Nagant, en

- 1 revolver, merk/type Colt Python .357, kaliber .357, en

- 1 revolver, merk/type Velodog 5.5 Mm, kaliber 5.5mm, en

- 368 kogelpatronen, kaliber .45 Auto, en

- 1233 kogelpatronen, kaliber 9mm luger, en

- 50 kogelpatronen, kaliber .32 S&W L, en

- 830 kogelpatronen, kaliber 7.65 br., en

- 239 kogelpatronen, kaliber 9x19mm, en

- 50 kogelpatronen, kaliber .40 S&W, en

- 89 kogelpatronen, kaliber 5.56x45mm, en

- 26 kogelpatronen, kaliber .38 Special, en

- 348 kogelpatronen, kaliber .45 acp, en

- 3 kogelpatronen, kaliber .357 Magnum, en

- 750 kogelpatronen, kaliber 7.62x39mm, en

- 43 kogelpatronen, kaliber 7.62 Nagant, en

- 60 kogelpatronen, kaliber .45 acp/.45 Auto, en

- 72 kogelpatronen, kaliber .380 ACP, en

- 12 kogelpatronen, kaliber 9 mm Br. C., en

- 2 kogelpatronen, kaliber .380 Auto, en

- 12 kogelpatronen, kaliber 5.5mm, en

- 12 geluidsdempers, en

- 3 patroonmagazijnen, merk onbekend, kaliber 7.62x39mm, en

- 7 patroonmagazijnen, merk onbekend, kaliber 7.65 Browning, en

- 7 patroonmagazijnen, merk Glock, kaliber .45acp, en

- 4 patroonmagazijnen, merk Glock, kaliber 9x19mm, en

- 1 patroonmagazijn, merk Agram, kaliber 9x19mm, en

- 1 patroonmagazijn, merk Cz, kaliber 7.62x39mm, en

- 1 patroonmagazijn, merk onbekend, kaliber 5.54x39mm, en

- 5 patroonmagazijnen, merk Glock, kaliber .45, en

- 1 elektrisch slagpijpje

en in een kluis in opslagruimte nr. 40:

- 1 automatisch geweer, merk/type Orbis, MGV 176, kaliber .22lr, en

- 1 machinepistool, merk/type Cobray Imgram M11, kaliber 9x17mm, en

- 1 machinepistool, merk/type Agram 2000, kaliber 9mm nato, en

- 1 pistool, merk/type Kral Mini 6,35mm, kaliber 8mm knal, en

- 1 pistool, merk/type Imi Jericho 941f, kaliber .41AE, en

- 1 intacte scherfhandgranaat, type M50 (met bijpassende P3-ontsteekinrichting), en

- 5 intacte scherfhandgranaten, type M75 (met bijpassende P3-ontsteekinrichting), en

- 1 intacte scherfhandgranaat, type M91 (met bijpassende P3-ontsteekinrichting), en

- 2 scherfhandgranaten, type M52 (met bijpassende P3-ontsteekinrichting), en

- 274 kogelpatronen, kaliber .22Lr, en

- 19 kogelpatronen, kaliber .357 Magnum, en

- 48 kogelpatronen, kaliber 9x19 mm, en

- 19 kogelpatronen, kaliber 9mm Luger, en

- 25 kogelpatronen, kaliber 9x17mm, en

- 2 kogelpatronen, kaliber 8mm, en

- 4 geluiddempers, en

- 3 patroonmagazijnen, merk Baretta, kaliber 9x19mm, en

- 1 patroonmagazijnen, merk Sfinx, kaliber 9x19mm, en

- 3 patroonmagazijnen, merk onbekend, kaliber 9x19mm, en

- 2 patroonmagazijnen,

voorhanden heeft gehad;

ten aanzien van feit 2:

in de periode van 1 maart 2015 tot en met 15 juli 2015 in Nederland heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit hem, verdachte en [verdachte 2] , [verdachte 6] , [verdachte 9] , [verdachte 7] , [verdachte 4] , [verdachte 8] , [verdachte 5] en anderen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten:

- opzetheling als bedoeld in artikel 416 Wetboek van Strafrecht en

- witwassen als bedoeld in artikel 420bis Wetboek van Strafrecht en

- handelen in strijd met artikel 26, eerste lid Wet wapens en munitie, en

- moord als bedoeld in artikel 289 Wetboek van Strafrecht en opzettelijke brandstichting en/of het opzettelijk teweeg brengen van een ontploffing als bedoeld in artikel 157 Wetboek van Strafrecht;

(feit 3 is komen te vervallen)

ten aanzien van feit 4:

op 15 juli 2015 te Nieuwegein een patroonhouder, merk Glock, kaliber 9x19mm, zijnde een onderdeel en/of hulpstuk dat specifiek bestemd is voor een vuurwapen van categorie II en/of III en van wezenlijke aard is, voorhanden heeft gehad;

ten aanzien van feit 5:

op 15 juli 2015 te Nieuwegein opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 791 gram hasjiesj.

6 De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en de maatregel

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door hem onder 1, 2, 4 en 5 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaar en zes maanden, met aftrek van voorarrest. De inbeslaggenomen voorwerpen genoemd onder de nummers 1 t/m 4 op de beslaglijst dienen te worden onttrokken aan het verkeer en de voorwerpen genoemd onder de nummers 5 t/m 9 dienen te worden verbeurdverklaard.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat de eis van de officier van justitie niet in verhouding staat tot de eisen jegens de andere verdachten en bovendien niet in verhouding staat tot de rol die door het Openbaar Ministerie aan verdachte wordt toegedicht. Deze is immers zeer perifeer, van beperkte duur en echt op het randje van deelneming en rechtvaardigt een dergelijke gevangenisstraf niet. Aan hem moet geen straf van langere duur dan het voorarrest worden opgelegd. Verdachte zal zijn baan bij Albert Heijn kwijtraken als hij weer gedetineerd raakt.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon en de draagkracht van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft samen met anderen honderd wapens en duizenden patronen voorhanden gehad in de opslagruimten in Nieuwegein. Het wapenarsenaal bestond uit pistolen en revolvers, geluiddempers, automatische geweren, machinepistolen alsook scherfgranaten. De schade die in de samenleving kan worden aangericht met een dergelijke wapenvoorraad is nauwelijks te overzien, en ook al zijn de exacte bedoelingen van dit mede door verdachte opgebouwde arsenaal niet vast komen te staan, de rechtbank rekent verdachte zijn deelname aan het bezit ervan zwaar aan, ook al beperkt het opzet van verdachte zich tot voorwaardelijk opzet. Wapenbezit hoort niet thuis in de Nederlandse maatschappij en dient krachtig te worden bestreden.

Verdachte had op de dag van de aanhouding in zijn woning een patroonhouder voorhanden en was in het bezit van ongeveer achthonderd gram hasjiesj.

Verdachte heeft voorts deelgenomen aan een organisatie die tot oogmerk had het plegen van misdrijven waaronder moord, brandstichting en overtreding van de Wet wapens en munitie. Het deelnemen aan een organisatie is een delict dat de openbare orde raakt. De strafwaardigheid van deelneming aan een criminele organisatie wordt enerzijds bepaald door de organisatiegraad en het ontwrichtende karakter daarvan voor de openbare orde, maar anderzijds ook door de aard van de misdrijven die worden beoogd. Deze organisatie was een duurzaam en goed georganiseerd samenwerkingsverband, zoals onder meer is gebleken uit de aangetroffen administratie. Deze administratie bestrijkt een periode van anderhalf jaar, tot de dag van de ontdekking van de wapenarsenaal. Gedurende deze periode is een breed scala aan activiteiten en transacties van de organisatie nauwkeurig en zeer gedetailleerd bijgehouden. De administratie geeft blijk van een omvangrijke, professionele en gestructureerde bedrijfsvoering van een zeer actieve organisatie, waarin in anderhalf jaar negentien miljoen euro omging. Opvallend zijn de daarin voorkomende kostenposten van de deelnemers zelf als zodanig benoemd: “spotter”, “hitter”, “junior spotter”. Het oogmerk van de organisatie bestond uit onder meer het plegen van moord, en het - kennelijk met het oog op het plegen van dit maar wellicht ook andere misdrijven - voorhanden hebben van een enorm wapenarsenaal. Moord is het zwaarste commune misdrijf dat ons Wetboek van Strafrecht kent, dit hoeft geen verder betoog.

Gelet op de combinatie van de ernst van het oogmerk (moord), het bedrijfsmatige en professionele karakter van de werkzaamheden en de hoge mate van activiteit van de organisatie, kan niet anders worden geconcludeerd dan dat het handelen van de organisatie tot een grote mate van ontwrichting voor de samenleving en de openbare orde leidt. Een ergere soort van criminele organisatie valt moeilijk te bedenken, en de rechtbank neemt verdachte de deelname daaraan dan ook zeer kwalijk.

Verdachte heeft in elk geval ruim vier maanden deelgenomen aan deze organisatie. Hij regelde ruimtes waarover de organisatie moest beschikken, zoals de garageboxen voor de gestolen Audi’s en de woning aan de [adres 1] in [plaats] , en heeft een kluis met wapens naar box 161 verplaatst. Hij had daarin weliswaar een faciliterende en enigszins ondergeschikte, maar daarmee geenszins onbelangrijke rol. Gelet op de aard van de organisatie en de rol van verdachte daarin, is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte een gevangenisstraf van lange duur moet worden opgelegd.

Blijkens het uittreksel Justitiële Documentatie van 9 september 2016 is verdachte in de afgelopen vijf jaar niet veroordeeld voor strafbare feiten.

Het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte was geschorst onder meer onder de voorwaarde dat hij ter terechtzitting zou verschijnen voor de inhoudelijke behandeling. Verdachte is niet ter terechtzitting verschenen en heeft ervoor gekozen, naar zeggen van de raadsman, om in het buitenland te verblijven. Hij heeft zich niet willen verantwoorden voor zijn gedrag en geen blijk gegeven van enig inzicht in het strafwaardige van zijn gedrag. De rechtbank weegt dat ten nadele van verdachte mee bij het bepalen van de strafmaat. Voor zover de raadsman het verzoek heeft gedaan om de voorlopige hechtenis bij de einduitspraak op te heffen, wordt dit verzoek gelet op na te noemen straf afgewezen.

Hoewel de rechtbank met de officier van justitie alle feiten bewezen acht, is zij van oordeel dat dat niet dient te leiden tot oplegging van de straf zoals door de officier van justitie geëist. De rechtbank kwalificeert de deelname aan deze organisatie zoals hierboven uiteengezet als uitermate ernstig, maar de rol van verdachte daarin kleiner en minder ernstig dan de officier van justitie.

Alles overziend acht de rechtbank een gevangenisstraf van drie jaar met aftrek van voorarrest, passend en geboden.

8.4

Beslag

Onder verdachte zijn de volgende voorwerpen inbeslaggenomen:

1. Patroonhouder (E.04.01.001)

2. Pistool merk Walther (E.05.01.001)

3. Mondingsvlamdemper (E.07.05.02)

4. Onderdeel van Walther pistool, laserpoint (E.04.01.004)

5. Blackberry telefoon (3STG20.03.001)

6. Blackberry telefoon (3STG20.03.003)

7. GPS Buddy/GPS Tracker (3STG20.03.004)

8. Autosleutel (E.01.02.001)

9. Blackberry telefoon (E.02.01.002)

Verbeurdverklaring

De voorwerpen genoemd onder de nummers 5, 6 en 7 op de beslaglijst behoren aan verdachte toe. Nu met behulp van die voorwerpen het onder feit 2 bewezen geachte is begaan, worden deze voorwerpen verbeurdverklaard.

Onttrekking aan het verkeer

Nu met betrekking tot de voorwerpen genoemd onder de nummers 1 t/m 4 op de beslaglijst het onder feit 1 bewezen geachte is begaan en zij van zodanige aard zijn, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang, worden deze voorwerpen onttrokken aan het verkeer.

Teruggave aan de rechthebbende

De rechtbank gelast de bewaring van de autosleutel (nummer 8 op de beslaglijst), voor de rechthebbende.

Teruggave aan verdachte

De rechtbank beveelt de teruggave van het voorwerp genoemd onder nummer 9 van de beslaglijst aan verdachte.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen en maatregel zijn gegrond op de artikelen 33, 33a, 36b, 36c, 36d, 47, 57 en 140 van het Wetboek van Strafrecht, op de artikelen 3, 13, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie en op de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet.

Deze wettelijke voorschriften zijn toepasselijk zoals geldend ten tijde van het bewezen geachte.

10 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

ten aanzien van feit 1:

medeplegen van het handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd;

en

medeplegen van het handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd;

en

medeplegen van het handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, meermalen gepleegd;

en

medeplegen van het handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 2:

het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven;

ten aanzien van feit 4:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

ten aanzien van feit 5 :

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 3 (drie) jaar.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Verklaart verbeurd de voorwerpen genoemd onder de nummers 5, 6 en 7 van de beslaglijst, te weten de Blackberry telefoon (3STG20.03.001), de Blackberry telefoon (3STG20.03.003) en de GPS Buddy/GPS Tracker (3STG20.03.004).

Verklaart onttrokken aan het verkeer de voorwerpen genoemd onder de nummers 1 t/m 4 van de beslaglijst, te weten een patroonhouder (E.04.01.001), een pistool merk Walther (E.05.01.001), een mondingsvlamdemper (E.07.05.02) en een laserpoint (E.04.01.004).

Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de autosleutel (E.01.02.001).

Gelast de teruggave aan verdachte van de Blackberry telefoon (E.02.01.002).

Dit vonnis is gewezen door

mr. P.B. Martens, voorzitter,

mrs. C.P.E Meewisse en M.E.B. Nyman, rechters,

in tegenwoordigheid van E.J.M. Veerman en mr. L.S. Janse van Mantgem, griffiers,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 28 november 2016.

Bijlage I

Tenlastelegging.

Aan verdachte [verdachte] is, na wijziging ter zitting van 9 september 2016, tenlastegelegd dat

ten aanzien van feit 1:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 maart 2015 tot en met 15 juli 2015 te Nieuwegein (in één of meer kluis/kluizen in één of meer gehuurde opslagruimte(n) aan de [adres 2] ), althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(in (een kluis in) opslagruimte nr. 388 en/of (daarna) nr. 161:)

- 6 automatische geweren, merk/type Cz Vz58, kaliber 7.62x39mm, en/of

- 9 automatische geweren, merk/type Zastava M70AB2, kaliber 7.62x39mm, en/of

- 3 automatische geweren, merk/type Zastava M70B1, kaliber 7.62x39, en/of

- 1 automatisch geweer, merk/type MPi/AK-74N, kaliber 5.45x39mm, en/of

- 1 automatisch geweer, merk/type AIM/PM63, kaliber 7.62x39mm, en/of

- 1 machinepistool, merk/type Agram 2000, kaliber 9mm nato, en/of

- 2 machinepistolen, merk/type IMI Uzi, kaliber 9x19mm, en/of

- 1 machinepistool, merk/type Ag Strojnica Ero, kaliber 9x19mm, en/of

- 3 machinepistolen, merk/type Cz VZ61, kaliber 7.65 browning, en/of

- 4 machinepistolen, merk/type R9-Arms, kaliber 9x19mm, en/of

- 1 machinepistool, merk/type Cz Vz61, kaliber 7.65 browning, en/of

- 2 machinepistolen, merk/type Cz Vz61, kaliber 7.65, en/of

- 1 machinepistool, merk/type Imi Micro Uzi, kaliber 9mm para, en/of

- 11 pistolen, merk/type Glock 17, kaliber 9x19mm, en/of

- 3 pistolen, merk/type Glock 19, kaliber 9x19mm, en/of

- 13 pistolen, merk/type Glock 21, kaliber .45 acp, en/of

- 1 pistool, merk/type Glock 26, kaliber 9x19mm, en/of

- 1 pistool, merk/type Cz 75d, kaliber 9x19mm, en/of

- 2 pistolen, merk/type CZ 75, kaliber 9x19, en/of

- 1 pistool, merk/type CZ 75P-01, kaliber 9x19mm, en/of

- 1 pistool, merk/type Heckler & Koch Usp, kaliber 9x19mm, en/of

- 1 pistool, merk/type Fn Browning, kaliber 9mm para, en/of

- 1 pistool merk/type FN Browning Baby, kaliber 6,35, en/of

- 4 pistolen, merk/type Dynamic Grand Powerk100, kaliber 9mm luger, en/of

- 2 pistolen, merk/type Star Firestar, kaliber 9x19mm, en/of

- 1 pistool, merk/type Astra A80 Para, kaliber 9mm, en/of

- 1 pistool, merk/type Feg p9r, kaliber 9mm, en/of

- 1 pistool, merk/type Norinco 1911 A1 .45 Aut , kaliber .45, en/of

- 1 revolver, merk/type Smith & Wesson Model 36, kaliber .38 special, en/of

- 5 revolvers, merk/type Izhevsk Nagant M1895, kaliber 7.62mm Nagant, en/of

- 1 revolver, merk/type Colt Python .357, kaliber .357, en/of

- 1 revolver, merk/type Velodog 5.5 Mm, kaliber 5.5mm, en/of

- 368 kogelpatronen, kaliber .45 Auto, en/of

- 1233 kogelpatronen, kaliber 9mm luger, en/of

- 50 kogelpatronen, kaliber .32 S&W L, en/of

- 830 kogelpatronen, kaliber 7.65 br., en/of

- 239 kogelpatronen, kaliber 9x19mm, en/of

- 50 kogelpatronen, kaliber .40 S&W, en/of

- 89 kogelpatronen, kaliber 5.56x45mm, en/of

- 26 kogelpatronen, kaliber .38 Special, en/of

- 348 kogelpatronen, kaliber .45 acp, en/of

- 3 kogelpatronen, kaliber .357 Magnum, en/of

- 764 kogelpatronen, kaliber 7.62x39mm, en/of

- 43 kogelpatronen, kaliber 7.62 Nagant, en/of

- 60 kogelpatronen, kaliber .45 acp/.45 Auto, en/of

- 72 kogelpatronen, kaliber .380 ACP, en/of

- 12 kogelpatronen, kaliber 9 mm Br. C., en/of

- 2 kogelpatronen, kaliber .380 Auto, en/of

- 47 kogelpatronen, kaliber 7.65mm, en/of

- 12 kogelpatronen, kaliber 5.5mm, en/of

- 12 geluidsdempers, en/of

- 3 patroonmagazijnen, merk onbekend, kaliber 7.62x39mm, en/of

- 7 patroonmagazijnen, merk onbekend, kaliber 7.65 Browning, en/of

- 7 patroonmagazijnen, merk Glock, kaliber .45acp, en/of

- 4 patroonmagazijnen, merk Glock, kaliber 9x19mm, en/of

- 1 patroonmagazijn, merk Agram, kaliber 9x19mm, en/of

- 1 patroonmagazijn, merk Cz, kaliber 7.62x39mm, en/of

- 1 patroonmagazijn, merk onbekend, kaliber 5.54x39mm, en/of

- 5 patroonmagazijnen, merk Glock, kaliber .45, en/of

- 2 elektrische slagpijpjes

en/of

(in (een kluis in) opslagruimte nr. 40:)

- 1 automatisch geweer, merk/type Orbis, MGV 176, kaliber .22lr, en/of

- 1 machinepistool, merk/type Cobray Imgram M11, kaliber 9x17mm, en/of

- 1 machinepistool, merk/type Agram 2000, kaliber 9mm nato, en/of

- 1 pistool, merk/type Kral Mini 6,35mm, kaliber 8mm knal, en/of

- 1 pistool, merk/type Imi Jericho 941f, kaliber .41AE, en/of

- 1 ( intacte) scherfhandgranaat, type M50 (met bijpassende P3-ontsteekinrichting), en/of

- 5 ( intacte) scherfhandgranaten, type M75 (met bijpassende P3-ontsteekinrichting), en/of

- 1 ( intacte) scherfhandgranaat, type M91 (met bijpassende P3-ontsteekinrichting), en/of

- 2 ( intacte) scherfhandgranaten, type M52 (met bijpassende P3-ontsteekinrichting), en/of

- 274 kogelpatronen, kaliber .22Lr, en/of

- 19 kogelpatronen, kaliber .357 Magnum, en/of

- 48 kogelpatronen, kaliber 9x19 mm, en/of

- 19 kogelpatronen, kaliber 9mm Luger, en/of

- 25 kogelpatronen, kaliber 9x17mm, en/of

- 2 kogelpatronen, kaliber 8mm, en/of

- 4 geluiddempers, en/of

- 3 patroonmagazijnen, merk Baretta, kaliber 9x19mm, en/of

- 1 patroonmagazijnen, merk Sfinx, kaliber 9x19mm, en/of

- 3 patroonmagazijnen, merk onbekend, kaliber 9x19mm, en/of

- 2 patroonmagazijnen,

voorhanden heeft gehad;

ten aanzien van feit 2:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 maart 2015 tot en met 15 juli 2015 te Nieuwegein en/of (elders) in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit hem, verdachte, en/of [verdachte 1] en/of [verdachte 2] en/of [verdachte 6] en/of [verdachte 9] en/of [verdachte 7] en/of [verdachte 4] en/of [verdachte 8] en/of [verdachte 5] en/of een of meer anderen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten (in elk geval / onder meer):

- opzetheling (als bedoeld in artikel 416 Wetboek van Strafrecht) en/of

- witwassen (als bedoeld in artikel 420bis Wetboek van Strafrecht) en/of

- handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, en/of artikel 31, eerste lid, Wet wapens en munitie, en/of

- ter voorbereiding van moord (als bedoeld in artikel 289 Wetboek van Strafrecht) en/of diefstal met geweld (als bedoeld in artikel 312 Wetboek van Strafrecht) en/of afpersing (als bedoeld in artikel 317 Wetboek van Strafrecht) en/of opzettelijke brandstichting en/of het opzettelijk teweeg brengen van een ontploffing (als bedoeld in artikel 157 Wetboek van

Strafrecht), in elk geval een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, opzettelijk voorwerpen en/of stoffen en/of informatiedragers en/of vervoermiddelen, bestemd tot het begaan van dat/die misdrijf/misdrijven, verwerven en/of vervaardigen en/of voorhanden hebben;

(feit 3 is komen te vervallen)

ten aanzien van feit 4:

hij op of omstreeks 15 juli 2015 te Nieuwegein, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een patroonhouder (merk Glock, kaliber 9x19mm), zijnde een onderdeel en/of hulpstuk dat specifiek bestemd is voor een vuurwapen van categorie II en/of III en van wezenlijke aard is, voorhanden heeft gehad;

ten aanzien van feit 5:

hij of omstreeks 15 juli 2015 te Nieuwegein, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 791 gram hasjiesj, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hasjiesj, zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Proces-verbaal bevindingen ‘straattaal en bijnamen’ (rubriek B, deel 3, p. 1170)

3 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 3] (rubriek F, deel 2, p. 324-340)

4 Een geschrift, te weten een kennisgeving van inbeslagneming (beslagdossier, deel 2, p. 479-480); proces-verbaal onderzoek onderdelen (rubriek H2, deel 1, p. 374-375)

5 HR NJ 2008, 72

6 Bv. HR NJ 1998, 225

7 HR NJ 2008, 72

8 Bv NJ 2007, 336

9 Processen-verbaal bevindingen ‘notitieboekje’ (rubriek G, deel 1, p. 63-71 en p. 113-207)

10 Processen-verbaal bevindingen (rubriek B, deel 3, p. 1172 en deel 4 p. 1612 ev)

11 Proces-verbaal van identificatie (rubriek B, deel 2, p. 838 ev) proces-verbaal OVC Megane 11 juni 2015, rubriek E, deel 2, p. 425: [verdachte 8] noemt [verdachte 7] [bijnaam verdachte 7]

12 Proces-verbaal BOB-dossier, p. 2314

13 Processen-verbaal bevindingen (rubriek G, deel 2, p. 686 ev PGP [verdachte 6] ; deel 3, p. 1274 ev PGP [verdachte 2] en deel 3, p. 1371 ev PGP [verdachte 8] )

14 Bv Rubriek E, OVC Volkswagen Golf, p. 372 ev

15 Rubriek G, p. 1371 ev

16 Proces-verbaal bevindingen ‘notitieboekje’ (rubriek G, deel 1, p. 204)

17 Proces-verbaal bevindingen (rubriek G, deel 1, p. 130)

18 Proces-verbaal zaaksdossier criminele organisatie, ZD-04, p.32; proces-verbaal bevindingen PGP [verdachte 6] (rubriek G, deel 2, p. 688: over naam van de waggie)

19 Bv Proces-verbaal bevindingen (rubriek B, deel 4, p. 1393 ev [getuige 3] )

20 Bv processen-verbaal bevindingen (rubriek B, deel 4, p. 1380 ev [getuige 2] en [naam 1] ; rubriek G, deel 2, p. 366 ev [getuige 1] ; rubriek G, deel 1, p. 244 ev en rubriek B, deel 2, p. 700 ev [naam 2] )

21 Proces-verbaal bevindingen (rubriek G, deel 1, p. 133)

22 Proces-verbaal bevindingen (rubriek B, deel 3, p. 1169)

23 Requisitoir pag. 65-66

24 Proces-verbaal bevindingen [adres 1] (rubriek B, deel 3, p. 1182-1189)

25 Proces-verbaal verhoor getuige [verdachte 1] (rubriek F, deel 1, p. 12 ev)