Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2016:7392

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
16-11-2016
Datum publicatie
28-11-2016
Zaaknummer
C/13/610649
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering tot verdeling van nalatenschap. Eiseres moet derde erfgenaam oproepen in het geding op de voet van art. 118 Rv.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ERF-Updates.nl 2016-0220
JERF 2016/132
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/610649 / HA ZA 16/621

Vonnis van 16 november 2016

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [plaats] ,

advocaat mr. M.M. Haverkort,

e i s e r e s bij dagvaarding van 10 juni 2016,

t e g e n :

[gedaagde] ,

wonende te [plaats] ,

advocaat mr. A.C. Kool,

g e d a a g d e .

Partijen worden hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd.

1 De procedure

  • -

    de dagvaarding van 10 juni 2016 met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord met producties;

  • -

    de brief van de rechtbank van 3 oktober 2016;

  • -

    de akte van uitlating van [eiseres] met een productie.

2 De overwegingen

2.1.

[eiseres] vordert in deze procedure – kort gezegd – de verdeling van de nalatenschap van [erflaatster] (hierna: erflaatster). Erflaatster heeft geen testament opgemaakt. Volgens het wettelijk versterferfrecht zijn [eiseres] , [gedaagde] en [naam 1] (hierna: [naam 1] ) de erfgenamen van erflaatster.

2.2.

[eiseres] heeft alleen [gedaagde] gedagvaard.

2.3.

In zijn conclusie van antwoord stelt [gedaagde] zich op het standpunt dat nu niet alleen hij en [eiseres] deelgenoten zijn in de nalatenschap van erflaatster, maar ook [naam 1] , [eiseres] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar vorderingen, omdat een beslissing met betrekking tot de verdeling van de nalatenschap tegenover alle deelgenoten hetzelfde dient te luiden (en alle deelgenoten dient te binden).

2.4.

Bij brief van 3 oktober 2016 heeft de rechtbank te kennen gegeven dat zij voornemens is [eiseres] op te dragen ook [naam 1] op de voet van artikel 118 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) op te roepen in het geding. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld zich over dit voornemen uit te laten.

2.5.

[eiseres] heeft zich bij akte op het standpunt gesteld dat oproeping van [naam 1] niet nodig is, omdat [naam 1] (zoals blijkt uit zijn verklaring) “akkoord is met de door [ [eiseres] ] gestelde feiten, omstandigheden en grondslagen, alsmede met de door haar gevorderde eis”.

2.6.

De rechtbank oordeelt als volgt. Effectuering van een door de rechtbank vast te stellen verdeling is afhankelijk van de medewerking van alle deelgenoten. Het is rechtens noodzakelijk dat de beslissing omtrent de omvang van de nalatenschap van erflaatster en de verdeling daarvan jegens alle betrokkenen in gelijke zin luidt. Bovendien kan alleen als alle deelgenoten in het geding zijn betrokken op verantwoorde wijze een oordeel worden gevormd over de omvang van de nalatenschap van erflaatster. In dit geval is het niet voldoende dat [naam 1] zich kennelijk “aan de zijde van [eiseres] schaart”. Op dit moment is immers nog niet duidelijk hoe de verdeling eruit al komen te zien ( [eiseres] heeft geen voorstel gedaan voor een verdeling). Dit betekent dat [eiseres] zal worden opgedragen [naam 1] op te roepen in het geding.

2.7.

Voorts zal de rechtbank een verschijning van partijen ter terechtzitting bevelen.

De zitting heeft tot doel:

- het verkrijgen van inlichtingen

- het beproeven van een schikking

- de verdere instructie van de zaak.

Voorts kan de mogelijkheid van verwijzing naar mediation worden besproken.

Partijen zullen ieder de gelegenheid krijgen gedurende ten hoogste tien minuten hun standpunten toe te lichten. Eventuele daarop betrekking hebbende spreekaantekeningen kunnen worden overgelegd en zullen in het procesdossier worden gevoegd.

De rechtbank hanteert de volgende termijnen:

- wijziging van eis: uiterlijk 2 weken vóór de comparitie in het bezit van rechtbank en wederpartij;

- nadere producties: uiterlijk 2 weken vóór de comparitie in het bezit van rechtbank en wederpartij.

Stukken die, zonder toestemming van de wederpartij, nadien door de rechtbank worden ontvangen, kunnen worden geweigerd; daarover zal ter zitting worden beslist.

Indien een van de partijen verhinderd is om op na te noemen datum voor de rechtbank te verschijnen, dient deze partij binnen twee weken na heden schriftelijk de rechtbank hiervan in kennis te stellen, onder opgave van zowel de eigen verhinderdata als die van de wederpartij.

Ter comparitie kan uitspraak worden gedaan over een bewijsopdracht of deskundigenbericht en een datum voor het getuigenverhoor worden bepaald. Ook kan een datum voor schriftelijk vonnis worden bepaald. Partijen zullen slechts gelegenheid krijgen voor een nadere conclusie, indien dit met het oog op hoor en wederhoor of een goede instructie van de zaak noodzakelijk is.

3 De beslissing

De rechtbank:

- beveelt een comparitie van partijen en bepaalt dat deze comparitie zal plaatsvinden op vrijdag 7 april 2017 van 11:00 - 12:30 uur in het gebouw van deze rechtbank, Parnassusweg 220-228 (ingang: Fred. Roeskestraat) te Amsterdam;

- beveelt [eiseres] [naam 1] op de voet van artikel 118 Rv op te roepen als partij in de onderhavige procedure op zodanige termijn dat hij de comparitie op 7 april 2017 kan bijwonen;

- gelast partijen in persoon, en desgewenst vergezeld van de raadslieden te verschijnen tot het in de rechtsoverwegingen aangegeven doel;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. Dudok van Heel en in het openbaar uitgesproken op

16 november 2016.1

1 *