Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2016:6769

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
13-10-2016
Datum publicatie
29-10-2019
Zaaknummer
13/751236-16
Rechtsgebieden
Internationaal publiekrecht
Europees strafrecht
Bijzondere kenmerken
Rekestprocedure
Inhoudsindicatie

EAB België, detentieomstandigheden

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM,

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751236-16

RK-nummer: 16/2305

Datum uitspraak: 13 oktober 2016

UITSPRAAK

op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 1 april 2016 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 31 maart 2016 door de Rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen (België) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1996,

ingeschreven in de Basisregistratie personen en verblijvend op het adres [BRP-adres] ,

hierna te noemen “de opgeëiste persoon”.

1 Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 31 mei 2016. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. U.E.A. Weitzel.

De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. M.C. Jonge Vos, advocaat te Amsterdam.

De rechtbank heeft het onderzoek voor onbepaalde tijd geschorst om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen nadere informatie bij de Belgische justitiële autoriteiten op te vragen in verband met de detentieomstandigheden aldaar.

In de uitspraak van 23 juni 2016 met betrekking tot de Belgische detentieomstandigheden (ECLI:NL:RBAMS:2016:3943) heeft de rechtbank geoordeeld dat het, gelet op de garantie van de Belgische Federale autoriteiten dat opgeëiste personen na overlevering in het kader van de tenuitvoerlegging van een EAB gedetineerd worden in een inrichting die gevrijwaard blijven van de toenmalige cipierstakingen, niet aannemelijk is dat er sprake zal zijn van een met artikel 4 van het Handvest strijdige situatie.

De vordering is vervolgens weer behandeld op de openbare zitting van 29 september 2016. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. A. Oswald.

De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. R.V. Refos, waarnemende voor mr. M.C. Jonge Vos.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, van de OLW uitspraak zou moeten doen op grond van artikel 22, vierde lid, van de OLW voor onbepaalde tijd verlengd. De reden hiervan is gelegen in het feit dat de rechtbank er vanwege de aanhouding van de behandeling niet in is geslaagd binnen de in de wet bepaalde termijn uitspraak te doen.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Nederlandse en Iraakse nationaliteit heeft.

3 Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een aanhoudingsbevel bij verstek van 31 maart 2016, uitgevaardigd door de onderzoeksrechter bij de Rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen.

De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar het recht van België strafbaar feit.

Dit feit is omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.

4 Strafbaarheid, feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW

Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit het strafbare feit heeft aangeduid als een feit vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. Het feit valt op deze lijst onder de nummers 1 en 18, te weten:

deelneming aan een criminele organisatie

en

georganiseerde of gewapende diefstal

Volgens de in rubriek c) van het EAB vermelde gegevens is op het feit naar het recht van België een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren gesteld.

De raadsman heeft gesteld dat het lijstfeit criminele organisatie evident verkeerd is aangekruist. Er is slechts sprake van een diefstal in vereniging. Er is geen sprake van een criminele organisatie.

De rechtbank verwerpt dit verweer. Het is in beginsel aan de uitvaardigende justitiële autoriteit om te beoordelen of een feit waarvoor overlevering wordt verzocht al dan niet onder voornoemde lijst valt en welk feit dient te worden aangekruist. Enkel in gevallen waarin sprake is van een evidente tegenstrijdigheid tussen de feitsomschrijving en de aangekruiste categorie zou dit tot de conclusie moeten leiden dat de uitvaardigende justitiële autoriteit het feit niet in redelijkheid heeft aangeduid als feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. De rechtbank is van oordeel dat van zo een evidente tegenstrijdigheid geen sprake is. Gelet op de omschrijving van het feit vat de rechtbank dit onderdeel voor de kwalificatie naar Nederlands recht op in die zin dat sprake is van het in vereniging plegen van diefstal.

5 De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de OLW

De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. Zijn overlevering kan daarom alleen worden toegestaan, indien naar het oordeel van de rechtbank is gewaarborgd dat, zo hij ter zake van de feiten waarvoor de overlevering kan worden toegestaan in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf wordt veroordeeld, hij deze straf in Nederland zal mogen ondergaan.

De procureur des Konings te Antwerpen heeft op 10 mei 2016 de volgende garantie gegeven:

Overeenkomstig artikel 5 §3 van het kaderbesluit dd. 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel bied ik u de garantie voor de terugkeer naar Nederland van de door u over te leveren Nederlandse onderdaan of ingezetene, in casu de Nederlandse onderdaan [opgeëiste persoon] .

Deze garantie houdt in dat, eens betrokkene in België onherroepelijk tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel is veroordeeld, deze persoon naar Nederland zal terugkeren om deze straf of maatregel aldaar te ondergaan. De terugkeer zal gebeuren op basis van het Europees Kaderbesluit inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op de vrijheidsbenemende straffen of maatregelen uitgesproken in een lidstaat van de Europese Unie (2008/909/JBZ).

Uit artikel 2:13, eerste lid, aanhef en onder f, van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties volgt dat deze garantie alleen kan worden geëffectueerd, indien het feit ook naar Nederlands recht een strafbaar feit oplevert.

Het feit is inderdaad naar Nederlands recht strafbaar en levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak

Aan deze voorwaarde is voldaan.

Naar het oordeel van de rechtbank is de hiervoor vermelde garantie voldoende.

6 Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.

7 Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 311 Wetboek van Strafrecht, en 2, 5, 6, 7 en 13 OLW.

8 Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan de Rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen (België) ten behoeve van het in België tegen hem gerichte strafrechtelijk onderzoek naar het feit waarvoor zijn overlevering wordt verzocht.

Aldus gedaan door

mr. M. Woerdman, voorzitter,

mrs. M. van Mourik en B. Poelert, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D. Smeets, griffier,

en uitgesproken ter openbare zitting van 13 oktober 2016.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.